Pleio

Engels | Nederlands

Raak de juiste snaar

    Peter Paul J. Doodkorte
    Door Peter Paul J. Doodkorte 1532 dagen geleden

     0/5 Sterren (0)

    Raak de juiste snaar

    “Opvoeden is leuk, uitdagend en spannend. Soms ontroerend, en soms gewoon teveel of te moeilijk.” Deze zin heb ik in de afgelopen jaren in vele varianten gebruikt in mijn werk. Een bezielende ontmoeting met Ferko Öry1 tijdens het 6de Jorik-symposium in september 2012  (“Opvoeden, opleiden en opgroeien doe je samen”) bevestigde mij in die overtuiging. Zijn ‘lezing voor het jonge kind’ - waarin hij door enthousiast, beeldend  en aansprekend vertelde over Signs of Safety2 – raakte bij mij de juiste snaar en inspireerde mij tot het componeren van de navolgende tekst.

    Onbedoeld en ongewild – daarvan ben ik overtuigd – is ons jeugdzorgstelsel in de achterliggende decennia een probleemgericht stelsel geworden. Dit is vooral het gevolg van het oorzaak-gevolg denken. Het oorzaak-gevolg denken is sterk probleemgericht. Een beweging die bovendien is en wordt versterkt door een bekostigingsmodel dat het aanpakken van problemen –  in plaats van het stimuleren van mogelijkheden – als (perverse) prikkel kent.

    Bij het opvoeden schiet het oorzaak-gevolg denken naar mijn mening tekort. Een tekort dat toeneemt, naarmate de problemen complexer worden. Vooral, omdat het probleemgericht denken en doen leidt tot een contraproductieve keten van schuldvragen.

    Het probleemgericht werken kent - op hoofdlijnen - de navolgende bekende trits van stappen:

    • uitgebreide probleembeschrijving;
    • oorzaken van het probleem achterhalen;
    • doelen stellen die gekoppeld zijn aan het wegnemen van het probleem;
    • interventies plannen en uitvoeren om de doelen te bereiken;
    • na de interventie meten in welke mate het probleem is verdwenen.

    Het oorzaak-gevolg denken is daarmee zeker niet per definitie zinloos. Het kan zeker nuttig zijn en blijken bij problemen die daadwerkelijk kunnen worden teruggebracht tot eenduidige oorzaken. En daarom ook uitstekend werken bij medische of louter mechanische problemen. In de opvoeding heeft het echter bedenkelijke beperkingen.

    Probleem bij deze handelswijze is namelijk dat de interventies veelal dan wel uitsluitend zijn gebaseerd op de expertise van degene die de oplossing heeft bedacht.  Bij het probleemgericht werken staat dus niet degene om wie het draait (met zijn haar mogelijkheden) centraal, maar de hulpverlener en zijn of haar kennis. Hij of zij pleegt dan een of meerdere interventie(s) die gericht is/zijn op het probleem of de problemen. De probleemgerichte aanpak draait om de vraag: “wat gaat er mis, wat werkt er niet”. En daarmee wordt naar mijn overtuiging de plank misgeslagen. Zeker wanneer in de zorg voor jeugd en gezin de eigen kracht van opvoeders en kinderen of jeugdigen centraal staat. In het opvoedproces is de probleemgerichte aanpak gericht op problemen en hun oorzaken. En daarmee op het verleden en op tekortkomingen.

    Tegenover de probleemgerichte aanpak en het oorzaak- gevolg denken staat de oplossingsgerichte aanpak. Deze draait om de vraag “wat gaat er goed, wat werkt er wel?” De oplossingsgerichte aanpak blikt op de toekomst én – dat is het belangrijkste verschil - is ervan overtuigd dat elke betrokkene mogelijkheden in zich draagt die gebruikt kunnen worden om oplossingen aan te dragen. En ja, zo weet ik uit eigen professionele en thuiservaring, het werkt ook – of misschien wel beter, naarmate de aanleiding voor een ondersteuningsvraag of probleem complexer lijkt.

    Oplossingsgericht denken en doen vraagt om échte aandacht: scherp te kijken (zien is meer dan kijken), luisteren (is meer dan horen) en aan te sluiten bij de gesprekspartner(s). En daarmee ouders, opvoeders dan wel hun kinderen of jeugdigen helpen helderheid te scheppen in hun gedachten en gevoelens, zodat ze zelf beslissingen kunnen nemen. Zelf – stap voor stap - en met gebruik van eigen mogelijkheden (belangrijke) veranderingen in hun doen en laten kunnen doorvoeren.

    Dit vraagt van de ondersteunende partner een daarop aansluitende (ver)houding: niet tegenover opvoeders, kinderen of jeugdigen, maar náást hen. Deze (ver-)houding kenmerkt zich door coachend gedrag:  het begeleiden en het – door het stellen van de juiste vragen – inzicht geven in het gedrag en de invloed daarvan op anderen. Het zoeken naar de onderliggende drijfveer van dit gedrag, en hen in staat stellen anders met gevoelens, ervaringen en emoties om te gaan.

    Oplossingsgericht werken gaat over het afstemmen en op de juiste golflengte komen met de gesprekspartner(s). Oftewel: over het raken van de juiste snaar. En dat doe je niet door uitgebreid de zwakke punten en de risico's te gaan benoemen. De juiste snaar bespeel je door te zoeken naar de kracht van mensen. Door aan te sluiten bij het positieve. Waar is iemand echt goed in, waarin onderscheid iemand zich, wat zijn bijzondere of gewaardeerde eigenschappen? Door (toekomst)kansen te benoemen en perspectief te bieden. Door in te spelen op dan wel te zoeken naar en aan te sluiten op positieve emoties ontstaat betrokkenheid en verbondenheid. En daar draait het om bij (positief) opvoeden.

    Door aan te sluiten op de tekenen van kracht en veiligheid – het raken van de juiste snaar – kan in heel veel situaties, meer en beter dan wij vaak (lijken te) veronderstellen, gewaarborgd worden dat opvoeders en de aan hen zorg toevertrouwde kinderen (weer) de mogelijkheid, de kracht en de motivatie vinden om zelf de uitdaging aan te gaan. Ook in geval van kindermishandeling, seksueel misbruik en andere complexe vraagstukken. Tussen ouders en kinderen bestaat een sterke band, de bloedband. Deze band is belangrijk en onverbrekelijk. Je kunt namelijk nooit spreken van ex-ouders. De immense spanningen die er zijn tussen ouders en kinderen liggen in het doen! Het doen en laten kunnen wij beïnvloeden. Door aan te sluiten op dat wat wel goed gaat.  Juist daarin liggen de kansen.  Ook op en voor een duurzamer én goedkoper stelsel van zorg voor jeugd.

    In de wetenschap dat er situaties zijn en blijven waarin ingegrepen moet worden om een drama of verdere escalatie daarvan te voorkomen. Maar laten wij ons stelsel voor de jeugd vooral niet bouwen op die uitzondering. Juist die uitzondering  vraagt om een nog meer genuanceerde benadering.

    1 Ferkó Öry is kinderarts maatschappelijke gezondheidszorg, werkzaam bij TNO Kwaliteit van Leven in Leiden.

    2 Signs of Safety biedt een benaderingswijze voor de hulpverlening wanneer het gaat om onveiligheid van kinderen. Gebruik makend van het netwerk van het gezin wordt in kaart gebracht waar men zich zorgen over maakt, wat de mogelijkheden en krachten van het gezin zijn en hoe ze gaan laten zien dat de kinderen nu en in de toekomst veilig zijn en voorkomen wordt dat zij opnieuw het slachtoffer worden van kindermishandeling, misbruik, verwaarlozing of getuige zijn van huiselijk geweld.

    Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers