Pleio

Engels | Nederlands

Een nieuw natuurtijdperk

    Marcel Vossestein
    Door Marcel Vossestein 1527 dagen geleden Reacties (2)

     0/5 Sterren (0)

    Een eeuw natuurbeleid ligt achter ons. Dat ontstond na eeuwen benutting en oogst uit onze leefomgeving. Toen complete dode vogels de hoofden van vrouwen sierden, was een grens bereikt. Vogelbescherming werd opgericht. Met stoomkracht werd benutting van meest onbruikbaar land mogelijk. Natuurliefhebbers zagen in dat onland juist grote waarden had, die verkend, bekend en beschermd moesten worden. Men richtte de KNNV op, die nu nog als koninklijke vereniging voor veldbiologie voortleeft. Het dreigend dempen met huisvuil van het Naardermeer was voor de KNNV aanleiding tot oprichting van Natuurmonumenten. Al snel bleek de stroom aan bedreigde terreinen groter dan Natuurmonumenten kon redden. Dit leidde tot de nu 12 provinciale Landschappen, die ook als beschermende terreinbeheerders ontstonden.

    Heiden en stuifzand vielen inmiddels al langer ten prooi aan bosbouw. Met de toen groeiende vraag naar steenkool steeg ook de vraag naar het met kraken waarschuwend grenenhout in de mijnbouw. Daarmee werd de grove den topper in de bosbouw. Het rijk via Staatsbosbeheer, maar ook particulieren en gemeenten investeerden fiks in de bosaanleg. In die bossen moeten functies als houtproductie, recreatie en natuur samengaan.

    Veertig jaar geleden namen de zorgen over de natuur toe. Vooral milieufactoren vormden een geduchte bedreiging met vermesting, verdroging en versnippering als hoofdoorzaken. Decennia met planmatig aanpakken volgden. De luchtvervuiling bleek succesvol aan te pakken. Ook waterbeheer ging met sprongen vooruit. Versnippering ging men met nationale en Europese plannen als de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) en gebiedsbescherming als Natura 2000 te lijf.

    Die plannenmakerij maakte het verre van simpel. Wetenschappers werden op grote schaal ingeschakeld. Stapels rapporten maken uit, hoe terreinbeheerders met hun gebieden omgaan. Een heuse natuurtechnocratie ontstond als een vooral met subsidies geoliede machinerie. De natuurliefhebber, waar het ooit mee begon, werd slechts belangstellende toeschouwer.

    Bij Natuurmonumenten en de 12 provinciale Landschappen is de band met leden en donateurs nauwelijks meer dan de uitwisseling van contributie of donatie in ruil voor een meestal fraai periodiek met voorlichting over beheer en activiteiten. Inhoudelijke contacten liggen lastiger. Die functies als veelal houtproductie, recreatie en natuur in hetzelfde gebied maken dat niet makkelijk. Voor de andere beheerders van publieke terreinen ligt het nog een slagje lastiger. De band van Staatsbosbeheer en de gemeenten loopt immers via de Tweede Kamer en gemeenteraden.

    Het lang niet volledig terugdraaien van  bezuinigingen houdt de aanslag op de met subsidies geoliede natuurmachinerie in stand. Daarvoor zullen compensaties gevonden moeten worden. De uitdaging is om die financiële loyaliteit van de samenleving nu liefst direct bij de burger te vinden.

    Voor de band met de burger hebben de terreinbeheerders met het oogsten, recreatie en natuur drie productsoorten in de aanbieding. Dat die botsen, maakten de reacties op de onevenredige bezuinigingen duidelijk. De natuurliefhebber zag plots de bomen met kostbare leeftijd geoogst. De jacht ging in de allerhoogste versnelling. Na de aanbestedingen betaalt de faunabeheerder als dubieuze ‘vrijwilliger’ omgerekend al snel een paar honderd euro per af te schieten Veluws dier.

    Het “benutten en oogsten” uit het recente wetsvoorstel vormt de geplande bekroning van de 2006 afgekondigde intensivering van het faunabeheer via “populatiebeheer” en “schadebestrijding”. Die intensivering leidde sinds 2008 tot ‘vlucht- en schuilwild’ en niet alleen tijdens de officiële afschotperioden. Alleen dan zou jaarlijks een (ruime) meerderheid van de zomerse aantallen worden geoogst. Dit jaar bleek dat twee weken stoppen met de jacht nodig is, om natuurliefhebber de bronst van de edelherten te laten beleven. Al jarenlang is ook zorgvuldig tellen en selecteren uitgesloten.

    Dat over dat “populatiebeheer” en die “schadebestrijding” nauwelijks iets naar buiten komt, markeert de kloof naar de belevingswereld van de natuurliefhebber. En dat naast de achter rapporten verschanste terreinbeheerder. Duidelijk is dat een verbinden van de gescheiden werelden een eerste voorwaarde is.

    Er valt veel te leren van onze voorouders. Gezamenlijk gebruikten ze de omgeving van hun dorpen en gehuchten. Gezamenlijk gebruik was ook gezamenlijke zeggenschap. De Markenwet maakte in 1886 een einde aan de gemeenschappelijke gronden om juist de woestenijen te ontginnen. Het zou nuttig zijn om over het beheer van de gronden voor extensieve recreatie en natuur rond woonkernen weer gemeenschappelijke zeggenschap te hebben. Dat oogsten moet daarin slechts een terughoudende ondersteunende functie hebben in plaats van de dominerende, die nu op de voorgrond treedt.

    Voorstel:

    1. Ontwikkel een structuur waarbij de zeggenschap over de natuur rond de woonkernen vooral bij de gezamenlijke bewoners en natuurliefhebbers van die kernen ligt.
    2. Daarbinnen hebben de huidige terreinbeheerders een belangrijke adviserende stem en zijn zij verantwoordelijk voor de uitvoering en het feitelijk beheer.
    3. Het overleg van de gezamenlijke bewoners en natuurliefhebbers van de betreffende woonkernen en de terreinbeheerders dragen met elkaar de financiële verantwoordelijkheid.

    Reacties

    Volgorde van reacties: Aantal: Automatisch laden:
      • Marcel Vossestein
        Marcel Vossestein 1510 dagen geleden

        Er lijken grotere tegenstellingen dan er behoeven te zijn. Op hoofdlijnen zal het beheer op een zo groot mogelijke schaal - het totaal van de verschijningsvorm van dat natuurtype - geformuleerd moeten zijn. Het lokale/regionale karakter moet veel meer in de ('dagelijkse') uitvoering tot uitdrukking moeten komen. Dan gaat het vooral om recreatieve voorzieningen, de omgang met kenmerkende onderdelen als boomgroepen, meest oude bomen, houtwallen en ook een beheer van de fauna dat op een maximale zichtbaarheid en meer wat op maximale belevingswaarde is gericht.

        De lokale/regionale uitwerking heeft ook als voordeel dat er daarbij geen of veel minder sprake zal zijn van clustering van de opvattingen uitgesproken denkrichtingen. Die kleinere schaal biedt alle ruimte voor het ontstaan van een dialoog en het vaststellen van het redelijk gemiddelde. In ons erg intensief gebruikte land zijn op kleinere schaal oplossingen nodig. Daarbij zullen bewoners met alle vormen van gebruik van het buiten gebied het belang van ruimte voor natuur moeten inzien. Natuurliefhebbers zullen zaken mogelijk al snel te eenzijdig benaderen.

        In beleid moet de schaal passen bij de betreffende verschijningsvorm van natuur. In het dagelijks beheer is een menselijke maat nodig en zal de betrokkenheid van de natuurliefhebbers weer een waardevolle bijdrage laten vormen. Vooral lokaal zijn gemakkelijker de meest haalbare compromissen te bereiken dan het louter bedenken van oplossingen op de kantoren van de terreinbeheerders.

        • Hans Rutten
          Hans Rutten 1510 dagen geleden

          Een aantrekkelijk, want prikkelend voorstel. Wat me aanspreekt is de rol van de mensen die rond het natuurgebied wonen, er dus dagelijks vertoeven en er deels hun sociaal-culturele identiteit aan ontlenen. Ik heb wel een paar vragen. Het onderscheid tussen bewoners en natuurliefhebbers valt me op - vanwaar dat onderscheid? En daarnaast de zeggenschap bij de kernen - wat kan de zeggenschap praktisch inhouden?

        Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers