Pleio

Engels | Nederlands

Spanning in de driehoek

    Peter Paul J. Doodkorte
    • iedereen (publiek zichtbaar)
    • 194
    Door Peter Paul J. Doodkorte 1517 dagen geleden

     0/5 Sterren (0)

    Spanning in de driehoek

    In 1963 schreef Alfred Hitchcock filmgeschiedenis met de film: The Birds, een productie over een driehoeksrelatie die plotseling omsloeg in een rampenfilm wanneer duizenden vogels een klein dorpje terroriseerden. Spannende rampverhalen zijn er ook steeds weer over de Bermudadriehoek. Een denkbeeldige driehoek tussen Miami, de Bermuda-eilanden en Puerto Rico in het westelijk deel van de Atlantische Oceaan. In dit gebied is er vaak sprake van mysterieuze verdwijningen van vaar- en vliegtuigen. En ook in liefdesrelaties leiden driehoeksrelaties vaak tot een complex van bindingen en verhoudingen en – door tegengestelde belangen tussen de actoren – breuken.

    Ik haal deze voorbeelden aan, omdat ik constateer dat in bijna iedere driehoek er sprake is van enige vorm van spanning. Die (toenemende) spanning signaleer ik ook in de ‘zorg-driehoek’.

    In deze driehoek wordt de burgermaatschappij naast de markt en de staat geïllustreerd. De samenstellende delen van deze driehoek bestaan uit de staat (overheid), de markt (economie) en de burgermaatschappij. Ieder element is deze driehoek kent zijn eigen inhoud en kracht, maar is in zijn werking tevens afhankelijk van de andere twee samenstellende delen.

    In theorie heeft geen van de drie enig primaat. Inmiddels is gebleken dat dit inderdaad theorie is. In werkelijkheid wordt er veelal één element uitgelicht en krijgt dit overaccent. In de zorgdriehoek heeft de overaccentuering van de overheidsrol geleidt tot een onbeheersbaar geworden productie van beheersregels. De overheid wil controle tot in het detail en is hierdoor het contact verloren met de gewone burger. Terwijl diezelfde burger de overheid in toenemende mate gaat aanspreken op de door de overheid met die beheers productie gecreëerde verwachtingen. Dit alles heeft weer geleidt tot een systeem waarin – als ware het de Bermudadriehoek – het zicht op wat ons tezamen aangaat word ondermijnt en weggenomen.

    In de zorg zien wij dat terug in een ingewikkelde relatie van de burger met de dienstverlening van zorg en overheidsinstellingen. De burger zien ondersteuning niet langer als een blijk van bijspringen en meelopen op een vraagstuk waarvan zijzelf eigenaar is, maar als een recht. Zij spreken de zorg- en dienstverleners daar ook op aan. Die laatsten op hun beurt worden door de overheid, als gevolg van de inmiddels gebleken onbetaalbaarheid van ons zorgstelsel, in toenemende mate onder druk gezet: Wat doen jullie, hoe lang duurt dit en kan dit niet effectiever en efficiënter?

    Het effect is dat de informele arrangementen – gebaseerd op wederzijds vertrouwen – vervangen worden door formele, maar onpersoonlijke cont(r)acten. De ontwikkeling van een publieke ruimte, waarin burgers in vrijheid zinvolle interacties en associaties met elkaar aangaan zonder dat deze door de staat gereguleerd of gedomineerd worden, is daarmee kapotgeregeld en onpersoonlijk gemaakt.  Dit leidt tot een toename van het wantrouwen en een zucht naar nog meer bewijs en recht. Dit laatste zien wij terug in de juridificering van onze maatschappij. De overheid wordt daarbij in toenemende mate als een derde, buiten onszelf staande partij gezien. En in tijden van bezuinigingen  ook nog als een roofridder van ons recht.

    Dit alles staat op meer dan gespannen voet met het principe van eigen- en burgerkracht. Dit principe kent als basis de talenten en mogelijkheden van de burger zelf. En, omdat elk mens uniek is, dus van een verschillende vertreksituatie. Eigen- en burgerkracht stimuleren vraagt dus – anders dan de maakbare samenleving – niet om regelstelsels. Die zijn gebaseerd op (gelijke) rechten. Wat wij nodig hebben is een ontwikkelstelsel dat ruimte biedt voor maatwerk, verschillen en wederkerigheid. Het principe van wederkerigheid – iemand prikkelen iets terug te geven voor dat wat hem of haar gegeven wordt –  is krachtig en werkt in alle sociale samenlevingen.  Daarbij past geen overheid die zich – als in de zorgdriehoek – boven de markt en burger positioneert, maar een overheid, die zich als een – door en voor onszelf gekozen – woordvoerder van en voor onze belangenbehartiging naast de burger positioneert.

    Dit is een andere manier van denken. Daarbij moeten overheden zichzelf herontdekken,  zich (meer) richten op professionele dienstbaarheid en – zoals vaak de gewone burger doet – het gezonde verstand. Professionele dienstbaarheid is ook Dit betekent dat professionals zich moeten manifesteren in de leefwereld van burgers. Het uitgangspunt daarbij is dat de overheid naar de burger toe komt. Wat meteen een einde kan maken aan ons lokettenfetisjisme: je kunt al die afzonderlijke overheidsloketten sluiten. En   daarmee ook de discussie over het wel of niet legitiem afleggen van huisbezoeken snel en eenduidig beslechten. Natuurlijk komen wij naar u toe! Wij willen immers aansluiten en bijspringen of meelopen op de eigen (burger)kracht van mensen? De overheid krijgt hierdoor de mogelijkheid veel indirecte systeemkosten fors te reduceren. Professionele zorg wordt daarbij verleend op basis van discretionaire ruimte van professionals (met vakinhoudelijke kennis en kunde) en wederkerigheid. Dus niet op basis op voorspelbaarheid en rechtsgelijkheid gerichte overheidslogica. Burgers – die wij dan ook niet langer ‘klanten’ noemen, zijn daarbij dus co-creatoren.

    Terug naar de zorgdriehoek dan: Overaccentuering of eenzijdige ontwikkeling van een van elementen leidt tot een verschraling van de kwaliteit van de onderlinge relaties en daarmee tot het bestaan – en mogelijk ernstige tot rampzalige –  crisissituaties.  Zoals de overvloedige staatsinterventie heeft geleid tot een ondermijning en een uitholling van de eigenlijk vooral intermediaire en dus faciliterende rol en betekenis van de overheid. De kernactiviteit binnen de conceptuele zorgdriehoek bestaat daarmee dus uit het mogelijk maken, stimuleren en ontwikkelen van zinvolle interacties enerzijds en het bieden van (ontwikkelings)ruimte tot identificatie en identiteitsvorming.

    Resumerend

    De zorgdriehoek is niet (meer) in evenwicht. De overheid neemt heeft in toenemende mate de grootste hoek in de driehoek ingenomen. De andere twee hoeken burger en markt) komen daardoor in de verdrukking resp. in de verleiding altijd naar de (fictieve) derde partij – de overheid – te wijzen.  In deze driehoeksverhouding werkt ieder voor zich. Waarmee de mogelijkheden en inbreng van burgers en burgerkracht  worden beperkt in plaats van geëxploreerd. Omdat de belangen  volledig van elkaar gescheiden. Juist dat leidt tot spanning in de relatie overheid, markt en burger.

    In een maatschappij die uitgaat van burgerkracht zijn het de burgers die primair hun eigen verantwoordelijkheden handen en voeten moeten en mogen geven. En de belangen van hun kinderen en de kwetsbaren behartigen. Burgerkracht veronderstelt vertrouwen, openheid en  eerlijkheid over de wederzijdse verwachtingen en mogelijkheden. Door deze naar elkaar toe uit te spreken en te vertalen in afspraken – waarop je elkaar ook aanspreekt – kunnen wij de basisprincipes van burgerkracht: betrokkenheid van burgers bij de publieke zaak, vergroting van maatschappelijk zelfbestuur, beperking van commerciële invloeden en versterking van gemeenschapszin en tolerantie daadwerkelijk exploreren. Dit alles vraagt om een meer fundamentele (her)bezinning op de rol en functie van de overheid. Het naar de overheid toetrekken van regietaken dient daarbij vermeden te worden. Die taak ligt immers primair bij de burger(kracht)!

    Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers