Pleio

Engels | Nederlands

Behoedt ons voor de moderne toren van Babel

    Peter Paul J. Doodkorte
    • iedereen (publiek zichtbaar)
    • 117
    Door Peter Paul J. Doodkorte 1823 dagen geleden Reacties (2)

     0/5 Sterren (0)

    Behoedt ons voor de moderne toren van Babel

    Iedereen heeft er wel eens te maken gehad: men zegt iets maar de ander begrijpt het niet zoals het bedoelt werd en de chaos is compleet. In zulke gevallen spreekt men van een Babylonische spraakverwarring.

    Het beursbeheer en het ICT-huis van de zorg voor jeugd lijken op de toren van Babel. Een bouwwerk uit de bijbel, dat de nakomelingen van Noach wilden bouwden in de vlakte van Sinear. Deze zou 'tot aan de hemel' reiken. De toren en de stad werden nooit afgebouwd. Dit, als gevolg van een 'Babylonische spraakverwarring'.

    Ook de transitie van de jeugdzorg dreigt fundamentele bouwschade op te lopen als gevolg van een 'Babylonische spraakverwarring'. Vooral door het niet bundelen van de geldstromen en het niet tijdig beschikbaar komen van kwalitatief goede stuurinformatie. Actuele, betrouwbare en toegankelijke beleidsinformatie is daarvoor en daarvan een essentieel onderdeel. Deze beleidsinformatie is  vaak wel beschikbaar, maar veelal verbrokkeld over verschillende bronnen en verborgen in verschillende administraties en systemen.

    De transitie van de jeugdzorg is een complex proces, waarbij vele partijen betrokken zijn: meerdere departementen, alle provincies, alle gemeenten, zorgverzekeraars, aanbieders van jeugdzorg, aanbieders van GGZ- en LVB-zorg, bureaus jeugdzorg, cliënten, professionals. Er, hoewel er over het algemeen draagvlak is voor de beweging om de jeugdzorg onder één regie te brengen en dichtbij de burgers te organiseren, is er nog veel onzeker 

    Zeker, over visie op het beoogde bouwwerk is er landelijk een grote mate van consensus. Maar, terwijl gemeenten en professionals al druk doende zijn met het daaraan vormgeven, wordt er op rijksniveau nog druk gesteggeld over de samenstelling en de omvang van het budget. Presteren verschillende departementen en branches het om bij voortduring te morrelen aan het eerder overeengekomen uitgangspunt van één financieringsstroom. De verantwoordelijke bouwers van het nieuwe stelsel zorg voor jeugd verkeren daardoor in voortdurende onzekerheid. En, wat onzeker is, wordt door partijen als een risico gezien.

    De uitwerking van bovenlokale samenwerking en de inkoop en bekostiging kan daardoor nog niet worden uitgewerkt. Daardoor weten instellingen, professionals en cliënten niet concreet wat de transitie voor hen gaat betekenen. Dit vormt een risico voor het draagvlak van de hele operatie.

    De huidige geldstromen in de jeugdzorg zijn zeer complex en gescheiden. Momenteel kent de financiering van de jeugdzorg vijf geldstromen, te weten via gemeentelijke middelen, provinciale middelen, via de zorgverzekering, via de AWBZ en tot slot via het Ministerie van Justitie. Het kabinet beloofde eerder echter al deze financieringsstromen te bundelen in één geldstroom en deze te beleggen bij gemeenten. Gemeenten zouden met dit geld zelf prioriteiten kunnen stellen.

    De tegenstanders van de hele operatie koesteren en voeden ondertussen de  'Babylonische spraakverwarring' door zowel het tot stand komen van die ene geldstroom ter discussie te stellen als de bouw van een eenduidig beleidsinformatiesysteem te frustreren. Niet zelden onder het mom van de privacy van de cliënt.

    Over die de beleidsinformatie zijn in de afgelopen jaren al vaker knelpunten gesignaleerd. Enerzijds betrof en betreft het knelpunten waardoor de betrouwbaarheid ervan onder druk staat: geen eenduidig gehanteerde definities, gegevens die moeilijk uit de registratiesystemen zijn te halen, niet-gebruiksvriendelijke registratie, verschillende bekostigingssystemen, etc. Anderzijds bleek en blijkt de informatie, voor zover al beschikbaar, om diezelfde reden lang niet altijd even bruikbaar te zijn.  De verschillende spelers die actief zijn op het terrein van zorg voor jeugd en gezin hebben – en koesteren – de verschillende informatiesystemen. De koppelingen daartussen zijn buitengewoon complex.

    Gemeenten, die – om in de nabije toekomst hun rol in de jeugdzorg adequaat te kunnen invullen – grote behoefte hebben aan één financieringsstroom en eenduidige beleids- dan wel stuurinformatie, staan als gevolg hiervan machteloos. De beleidsvragen die bij gemeenten spelen, hebben betrekking op de vormgeving en bekostiging van de uitvoeringspraktijk: hoe organiseer ik de uitvoering, hoe financier ik dat en hoe doe ik dat zo kosteneffectief mogelijk,; welke partijen en waarom betrek ik daarbij en in welke rol wil ik als gemeente optreden?

    De decentralisatie en transitie van de zorg voor jeugd en de daaraan te verbinden transformatieopgave is alleen mogelijk als op tijd en op maat de beloofde bundeling van de financieringsstroom tot stand komt en adequate beleids- en stuurinformatie beschikbaar komt. Informatie die (ook) decentraal – op gemeenteniveau dus – relevant is. Dat begint met aandacht te besteden aan en het faciliteren van de kennisbehoefte bij gemeenten en eindigt bij het beter toegankelijk maken daarvan. Opdat voorkomen wordt dat zij niet of suboptimaal gebruikt wordt. Of – erger nog – dat wij halverwege de bouw van het nieuwe huis voor de jeugd moeten vaststellen dat nooit afgebouwd zal kunnen worden.

    Het is daarom de hoogste tijd dat er op rijksniveau snel een einde gemaakt wordt aan het pokerspel van die brancheorganisaties die het behoud van een eigen financieringsstroom blijven bepleiten. Bovendien dienen stevige maatregelen te worden genomen om de gemeenten te voorzien van informatie over de aard en omvang van het jeugdzorggebruik in hun gemeente. Deze kennis is van urgent belang. Ook vanwege de toegenomen verwevenheid van beleid. De consequenties daarvan van strekken zich uit over de zorg voor jeugd en hun ouders, het welzijnswerk, het onderwijs, het vrijwilligersbeleid en delen van de sociale zekerheid. Juist in die verwevenheid ook ligt hét argument voor ontschotting van de geldstromen.  Want de uitgaven ten behoeve van het ene beleidsveld kunnen directe gevolgen hebben voor het andere.  De noodzakelijke bezuinigingen - zowel de algemene als die op specifieke beleidsvelden - en de daaruit voortvloeiende inhoudelijke en financiële noodzaak uit tot heroverweging van bestaand beleid versterken nut en noodzaak ervan. Niet ten koste, maar omwille van kwaliteitsbehoud dan wel kwaliteitsverbetering.

    Reacties

    Volgorde van reacties: Aantal: Automatisch laden:
      • Jasper Groot
        Jasper Groot 1821 dagen geleden

        Goed stuk!

        • Marcel Vossestein
          Marcel Vossestein 1822 dagen geleden

          Op vrijwel alle terreinen is strake van een ontwikkeling, die aan de toerenbouw van Babel doet denken. Grootste fout is het denken in modellen van oneindige groei. Dat heeft ook geleid tot louter denken in grootschaligheid. Op te veel terreinen gaan we ervaren, hoe nadelig dat ook kan zijn. Bijkomend nadeel is de vervreemding onder burgers.

        Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers