Pleio

Engels | Nederlands

Wat kan je wel, niet wat kan je niet

    Peter Paul J. Doodkorte
    • iedereen (publiek zichtbaar)
    • 42
    Door Peter Paul J. Doodkorte 1493 dagen geleden

     0/5 Sterren (0)

    Wat kan je wel, niet wat kan je niet

    Elke dinsdagavond eten onze kinderen en kleinkinderen bij ons thuis. Na het eten willen de kleinkinderen graag even stoeien met opa. Maar ook de tafel moet afgeruimd en de vaatwasser ingeruimd. Opa onderhandelt dat simpel uit: eerst samen de tafel afruimen en de vaatwasser inruimen en dan is er tijd om te stoeien. En zo steken Noa (5) en Joshua (bijna 2) ook de handjes uit de mouwen.

    Het principe van de wederkerigheid is al zo oud als de weg naar Rome. De Romeinen zeiden het al: quid pro quo. Inderdaad: voor wat, hoort wat. Kort gezegd komt het neer op het volgende:

    • Als je een ander iets geeft, zal die ander proberen te vergoeden wat hij heeft verkregen.

    Het woord ‘onderhandelen’ komt van ‘wederkerig handelen’. Dus handelen in wederzijds belang. Dit principe gaat nog veel verder terug dan Rome. Sociologen en antropologen beschouwen het zelfs als een van de fundamenten van beschaving. Als je er immers op kunt vertrouwen dat een ander iets voor je terug doet, kan er zoiets ontstaan als een gelijkwaardige relatie en zelfs samenwerking. Deze belangrijke kenmerken – gelijkwaardigheid en samenwerking – zijn ook nauw te relateren aan de aan de transformatie van onze jeugdzorg verbonden opdracht: het realiseren van een nieuw inhoudelijk fundament.

    Ouders en/of jeugdigen ontvangen nog te vaak zorg zonder dat aan hen is gevraagd wat ze nou precies willen of nodig hebben. Die zorg verbetert aanmerkelijk, wanneer zorgverleners meer oog krijgen voor de wederkerigheid in de zorgrelatie.

    Ook al wordt de meeste zorg met de beste bedoelingen gegeven, ontvangers van die zorg kijken daar toch vaak anders tegenaan. Niet zelden werkt de zorg daardoor gewoon niet. Het besef van afhankelijkheid of van falen, kan sterk knagen aan het zelfbeeld en de eigenwaarde van opvoeders. Door een verminderde controle over het eigen leven komen autonomie, zelfstandigheid en zelfredzaamheid zwaar onder druk te staan. Wordt in zo’n situatie vooral je afhankelijkheid benadrukt – ook al gebeurt dat niet bewust – dan kun je makkelijk helemaal afhaken.

    Ook uit onderzoek blijkt dat zorg juist veel beter wordt geaccepteerd en effectiever is, als in de zorgrelatie ruimte bestaat voor wederkerigheid. Zorg dat ouders en/of jeugdigen niet uitsluitend hoeven te ontvangen, maar ook kunnen geven. Maak hen minimaal deelgenoot van de interventie. Of beter nog: geef hen de regie! Instellingen en professionals moeten niet regelen dat jongeren en ouders kunnen meedenken, meepraten en meebeslissen over de ondersteuning of zorg die zij nodig hebben, maar regelen dat  jongeren en ouders hen laten meedenken, meepraten en meebeslissen. Het lijkt een nuance, maar de benaderingswijze verschilt enorm.

    In het eerste geval neem je de ouders en/of jeugdigen op sleeptouw, in het laatste geval benadruk je de autonomie en keuzevrijheid van hen. Met die laatste aanpak verminder je het besef van afhankelijkheid en het gevoel dankbaar te moeten zijn. Als u dus leest, hoort of ziet dat jongeren en ouders waar mogelijk ook een plek in de hulp hebben, moeten de alarmbellen gaan rinkelen. Eigen kracht als vertrekpunt bij alle vormen van ondersteuning – van bijspringen tot meelopen – vraagt er om dat wederkerigheid  (gelijkwaardigheid, samenwerking, respect) een essentiële rol speelt. Sociale en opvoedingsondersteuning werken minder effectief als die ondersteuning de eigen kracht van ouders en kinderen bedreigt.

    Cialdini1 ontdekte dat wederkerigheid een zeer sterk beïnvloedingswapen is. Zo is onze drang om een gift of dienst naar evenredigheid te vergoeden sterker dan onze afkeer van de persoon bij wie we dat moeten doen. Bovendien werkt het principe ook bij ongevraagde gunsten. Dat geldt voor elke relatie; ook voor een zorgrelatie.

    Wederkerigheid in de zorg biedt een nieuwe invalshoek om effectievere zorg te ontwikkelen, zeker als het gaat om (psycho) sociale en opvoedinterventies. Het wérkt, of we nou willen of niet. Oprechtheid speelt hierbij wel een sleutelrol: wie vermoedt dat hem een gunst is gedaan vanwege de te verwachten tegengunst, dwingt geen wederkerigheid af. Échte wederkerigheid laat zich niet alleen niet dwingen, zij bestaat bij de gratie van gelijkwaardigheid.

    Protocollen en richtlijnen staan die wederkerigheid en de mogelijkheden om aan te sluiten bij de eigen kracht van ouders hun kinderen niet zelden in de weg.  Waar ouders en jeugdigen ondersteuning wensen die aansluit op het eigen leven, het eigen sociale milieu en op basis van het eigen perspectief, botst dit niet zelden met het gelijkheidsbeginsel waarop onze stelsels zijn gebaseerd. Het aanbod sluit daardoor niet aan bij de vraag als gevolg van het ontbreken van sturingsmogelijkheden op individueel niveau. De huidige regelgeving houdt zo de gewenst ontwikkeling tegen Vraaggestuurd werken vraagt om ruimte om verder te kunnen en te mogen kijken dan de eigen grenzen.

    De transformatie van de zorg voor jeugd brengt met zich, dat de relatie van de professional met ouders en jeugdigen verandert. Zij wordt gelijkgetrokken. Die nieuwe positie van ouders en jeugdigen vraagt ook om het overdragen van verantwoordelijkheden van de overheid en professionals naar de ouders en jeugdigen. Zeker, dat brengt risico’s met zich, maar de daarmee te creëren grondslag van wederkerigheid  biedt ook nieuwe stimulansen en uitdagingen. Juist daarom pleit ik er ook voor om het aanleren van wederkerige vaardigheden in opleidingen ruim aandacht te geven.

     1.   Robert B. Cialdini is hoogleraar Psychologie en Marketing aan de Arizona State University en bekend van o.a. het  gezaghebbende boek 'Invloed'. Daarvan zijn wereldwijd meer dan een miljoen exemplaren verkocht. Cialdini geldt als autoriteit als het gaat over het oevertuigen van mensen.

    Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers