Pleio

Engels | Nederlands

Olifantenpaadjes

    Peter Paul J. Doodkorte
    Door Peter Paul J. Doodkorte 2031 dagen geleden Reacties (3)

     0/5 Sterren (0)

    Olifantenpaadjes

    Het (organisatorische) olifantenpaadje is wellicht niet de kortste route, maar veelal wel een beste. Bovendien, ze leiden altijd ergens heen.

    We kennen allemaal wel het spontaan aangelegde pad door een grasperk, het zogenoemde olifantenpaadje. Olifantenpaadjes – vernoemd naar (natuurlijk) olifanten – nemen altijd de kortste (meest logische) weg en wijken waar nodig af van de bestaande paden. Deze olifantenpaadjes, of desire lines, ontstaan overal en als je erop let zie je niets anders meer.

    Olifantenpaadjes zijn er in verschillende vormen: Fysieke olifantenpaadjes, sociale olifantenpaadjes (gedragspatronen die we niet verwachten of gepland hadden) en olifantenpaadjes in organisaties, waar mensen bewust de regels omzeilen.

    In de afgelopen weken heb ik meermalen stilletjes gedacht – en allengs hardop uitgesproken – dat het voor de transitie van de jeugdzorg en de door de overheden gewenste nieuwe inhoudelijke grondslag (transformatie) voor het sociaal domein, wenselijk zou zijn dat wij op zoek gaan naar en oog hebben voor die olifantenpaadjes.

    In die gesprekken was de paradox tussen het denken in structuren en het denken vanuit het resultaat – en een daarvan afgeleide proces- en organisatiestructuur – een soms tenenkrommend terugkerend thema. Niet zelden stonden en staan beide manieren van kijken recht tegenover elkaar. Het nadenken over de beste verdeling van functies, taken en verantwoordelijkheden vanuit wet- en regelgeving en bestaande instituties – en het behoud daarvan – was en is vaker leidend dan het – intentioneel wel onderschreven – denken vanuit het door of voor de eindgebruiker beoogde resultaat.

    Wetgevende en bestuurlijke macht tot en met uitvoerende dienstverlenende organisaties organiseren en regelen het liefst op basis van wet- en regelgeving, domeinen, en structuren. Maar is het niet zo dat de dienstverlening dient aan te sluiten bij een behoefte in de markt, bij de afnemers of – in dit geval – de burgers? En dat wet- en regelgeving, organisatiestructuren en processen die benadering moeten ondersteunen en mogelijk maken?

    De vraag is nu hoe we de daarvoor binnen het sociaal domein gewenste beweging mogelijk maken en steeds verder uitbreiden. Een beweging die zeker niet per definitie losstaat van het bestaande, maar wel erkent dat de oplossing niet zit in een blauwdruk voor 'hoe het moet'. Wat nodig i, is een model dat het gemeenten en organisaties en – vooral – burgers en professionals mogelijk maakt het waarom, hoe en wat te herleiden vanuit het gewenste resultaat en de toevoegende waarde. Met daarbij eerst en vooral het perspectief van en resultaat voor de eindgebruiker als vertrekpunt.

    De grootste opgave daarbij is om de organisatie van het sociaal domein niet primair te bezien vanuit de beheersmatige verdeling van de werkzaamheden tussen overheden, instellingen,  disciplines en domeinen (= structuur denken). In mijn visie vragen transitie en transformatie juist om een andere visie op het organiseren van het bijspringen en meelopen op de eigen kracht van mensen. Geen op de tekentafel vastgelegde blauwprint, maar een meer organisch groeiend systeem waarin gezond verstand, kritische discussie en openheid centraal staan. Gewoon, omdat plannen die met zekerheid leiden tot een van te voren te bepalen resultaat niet bestaan.

    Stapje voor stapje leren wat wel werkt, vraagt om het uit je ‘comfort zone’ stappen. Wegkomen uit de bestuurskamers en je oor te luisteren leggen bij de mensen om wie het gaat en die je (wellicht) nog nooit eerder gesproken hebt. Kijken in je dode hoek nieuwsgierig zijn naar de ideeën die leven onder de mensen voor en met wie wij het doen. Voortbouwen op de ideeën en ervaringen die zij hebben en durven je te laten verbazen met het feit dat het ook nog eens anders kan.

    De transformatie van het sociaal domein vraagt daarom om het ruim baan geven aan zieners en  zoekers. De zieners die, soms als een olifant in de porseleinkast, met aanlokkelijke vergezichten nieuwe perspectieven schetsen bieden. En zoekers die nauwgezet willen en durven af te tasten wat mogelijk is en wat werkt. Zo ontstaat ruimte voor nieuwe antwoorden en oplossingen en voorkom je dat vastgelegde protocollen en harde systemen hindernissen plaatsen en andere onmogelijkheden creëren.

    En als u nu denkt dat ik lak heb aan de gebaande paden of een weerstand heb tegen heersende regels? Niet per definitie. Maar tegelijkertijd stel ik met grote regelmaat vast dat in organisaties waar denken en doen sterk gescheiden zijn (dit zie je veel in bureaucratische organisaties), mensen vanzelf op zoek gaan naar (meer) keuzevrijheid. En daar waar veel processen zijn die niet goed aansluiten bij het te bereiken resultaat, ontstaan buiten het proces om organisatorische olifantenpaadjes.

    Juist daarom – en omdat innovatieve denkwijzen ontstaan daar waar mensen buiten de gebaande paden durven treden – ga ik graag van het pad af of creëer ik graag een eigen olifantspaadje. Omdat het vaak anders kan dan op de uitgestippelde planmatige manier. En, omdat het zorgt voor of

    • een mogelijke verbetering binnen de dienstverlening;
    • een betekenisvolle vereenvoudiging van bestaande processen;
    • zorgt voor (een gevoel van) terreinwinst voor de eindgebruiker.

    Olifantenpaadjes ontstaan dus niet voor niets. Laat ze dus toe, paraat erover en vertrouw op de logica van het organische. Geef daarmee bovendien het denkvermogen en de verantwoordelijkheid weer terug aan de mensen en/in hun eigen (werk)omgeving. Dat ook is bouwen met eigen kracht: van onderop!

    Reacties

    Volgorde van reacties: Aantal: Automatisch laden:

    Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers