Pleio

Engels | Nederlands

Bonuscultuur – perverse prikkels

    Peter Paul J. Doodkorte
    Door Peter Paul J. Doodkorte 1771 dagen geleden Reacties (3)

     0/5 Sterren (0)

    Bonuscultuur – perverse prikkels

    Het huidige zorgstelsel heeft ‘perverse’ prikkels. Zij leiden tot ongewenst gedrag, zoals overbehandelen. Dat moet anders. Zo moet er resultaatfinanciering komen, in plaats van de huidige aanbod- of productiefinanciering. Beloning op basis van output dus in plaats van op input. En er moeten grenzen worden gesteld aan het recht op zorg door het zorgaanbod af te bakenen. Professionals hebben vaak de neiging om alles wat mogelijk is uit de kast te halen. Beter ware het te kijken naar welke zorg effectief is en hoeveel winst er op het terrein van leefvermogen wordt geboekt. Daarbij dienen de belangen van de mensen voor wie dient- en hulpverleners werken voorop te staan, en niet de kosten of prestatieafspraken.

    Volgens experts zijn daarvoor  ‘incentives’ nodig, prikkels om gewenst gedrag te stimuleren.

    Vooral van prestatie- of competentieafspraken gaat een sturende werking - ook wel ‘prikkel’ genoemd - uit. Deze prikkel wordt sterker wanneer aan deze afspraken een variabele beloning of stijging van het vaste salaris is gekoppeld. Naarmate de in het vooruitzicht gestelde beloning in hoogte toeneemt zal ook de prikkel toenemen. Een medewerker zal dan die doelstellingen nastreven waarop hij beloond wordt. Het is daarom van groot belang waarop een onderneming stuurt. Ook in haar beloningsbeleid. Dit betekent dat uit het beloningsbeleid geen prikkels mogen uitgaan, die kunnen leiden tot een risico voor de zorgvuldige behandeling van klanten. 

    "Een verkoopmedewerker krijgt op het einde van het jaar een variabele beloning als hij zijn resultaatafspraken haalt. Deze afspraken bestaan voor een belangrijk deel uit de omzet die hij behaalt. Hierdoor wordt hij gestimuleerd om zoveel mogelijk producten te verkopen. Dit kan op gespannen voet staan met de zorgplicht die financiële ondernemingen hebben om klanten een passend advies te geven. Een passend advies kan namelijk ook betekenen dat de klant beter iets niet kan kopen, of bijvoorbeeld een goedkoper alternatief aan kan schaffen."

    Ik werk inmiddels zo’n twaalf jaar als onafhankelijk adviseur bij een adviesbureau voor overheden en zorginstellingen. De afgelopen dagen heb ik mij afgevraagd wat mijn opdrachtgevers zouden doen, wanneer mijn advies toch minder onafhankelijk zou blijken als wel verondersteld. Bijvoorbeeld, omdat mijn adviezen zouden worden ingegeven door de wetenschap van een fraaie bonus als het advies leidt tot een (vervolg-)opdracht voor mij of mijn werkgever.  Wanneer ík opdrachtgever zou zijn, dan zou ik mij ‘ver- ‘ of ‘bekocht’ voelen. En dus mag ik gevoeglijk aannemen dat een dergelijk gedrag zal leiden tot het opdrogen van mijn opdrachten en het beëindigen van mijn werkrelatie met de opdrachtgevers. 

    Fictief? Ik ga er vanuit. In de wetenschap echter, dat een soortgelijk bonussysteem in de financiële markten in het (recente) verleden  heeft geleid tot een forse oververhitting van onze economie.

    Ik kwam tot deze gedachtenoefening naar aanleiding van de nationalisatie van de SNS bank. Het resultaat daarvan is een diarree aan blogs, opiniestukken en praatprogramma’s over de bonuscultuur. Met de bonuscultuur (bron: Wikipedia) wordt bedoeld “de cultuur die binnen organisaties het toekennen en uitkeren van bonussen stimuleert. Een bonus is een buitengewone extra uitkering bovenop het loon van werknemers. Bonussen worden uitgekeerd in alle lagen van een bedrijf.” 

    Bovenstaande omschrijving riep bij mij ook herinnering op aan het rapport “Tegenkracht organiseren – lessen uit de kredietcrisis” (Raad voor Maatschappelijke Ondersteuning, januari 2012). Dit advies vertrekt vanuit een analyse van de financiële sector met speciale aandacht voor een aantal casussen: de hypotheekverstrekking aan mindervermogenden, het gebruik van risicoprofielen en het verstrekken van bonussen. Aan de hand van enkele overkoepelende observaties richt het advies zich vervolgens op sectoren als zorg, onderwijs en welzijn.

    In alle sectoren blijkt dat aanvankelijk productieve werkwijzen gaandeweg (onbedoelde) perverse effecten kunnen hebben. Het gemeenschappelijke tussen de financiële sector en andere maatschappelijke sectoren is onder meer gelegen in het falen van goede bedoelingen, in een verkeerde uitwerking van financiële prikkels en in een vereenzelviging van de werkelijkheid met allerlei classificaties.

    Wij, financiers en zowel als dienst- en hulpverleners, hebben als taak – en moeten streven naar – een bedrijfscultuur waarin het belang van de mensen voor wie wij er zijn centraal staat. Aan de basis daarvan ligt een systeem van sturing en financiering, dat dit waarborgt. Laten we er bij de transitie van de jeugdzorg dus op toezien dat wij een model van sturing en financiering ontwerpen waarvan geen perverse prikkels uitgaan.

    In de zorg zijn er inmiddels diverse initiatieven die zich daarop richten. Zo maakt een zorgverzekeraar afspraken met een zorgaanbieder over de kwaliteit van de te leveren prestatie, waarbij een koppeling wordt gemaakt met de bekostiging. Dat de verzekeraar met de zorgaanbieder in gesprek gaat over de kwaliteit van de te contracteren zorg is prima om beide partijen scherp te houden. Aanbieder en verzekeraar moeten met elkaar in gesprek blijven en een vertrouwensrelatie opbouwen. Op basis daarvan kunnen afspraken worden gemaakt over bijvoorbeeld een verbetering van de kwaliteit van zorg en over te behalen resultaten. Bij het maken van deze afspraken kan een link gemaakt worden naar geldelijk belonen voor behaalde prestaties. Dit kan zeker helpen de afgesproken resultaten te behalen, maar kan er ook toe leiden dat wordt ingezet op het behalen van de afgesproken resultaten en dat andere zorg minder aandacht krijgt.

    De beloning of incentive moet dus ook aan voorwaarden voldoen. En zij moet haalbaar zijn. Dat is niet eenvoudig, want zelfs als het werkt, is het goed om je bewust te zijn van de nadelen. Een groot nadeel van belonen, is dat de persoon of organisatie in kwestie het doet voor de beloning. Hij of het verpest zijn eigen, intrinsieke, motivatie om een doel te halen en gaat zich richten op de beloning in plaats van op zijn eigen drijfveren. Terwijl juist het behouden van die intrinsieke motivatie in de zorg- en dienstverlening zo belangrijk is.

    Reacties

    Volgorde van reacties: Aantal: Automatisch laden:
      • maria
        maria 1762 dagen geleden

        Tja, laten we voorop stellen dat zorgverlening niet vergelijkbaar is, althans op essentiele onderdelen verschilt met de financiele wereld. En ja, ik vind ook dat perverse prikkels uit het zorgstelsel (en eigenlijk uit alle systemen) geweerd moeten worden. Alleen acht ik de gegeven oplossing wel erg eenzijdig. 

        Een resultaatsverplichting is m.i. niet aan de orde in de zorg omdat het resultaat vaak niet valt te definieren. De patient die zich heeft laten behandelen in een privekliniek komt met complicaties bij de arts in een regulier ziekenhuis. Wat is het resultaat waarop wie dan kan worden afgerekend?? Een huisarts vormt een zeer effectieve en goedkope filter voor de medisch specialist en kan de nabehandeling heel goed van een specialist overnemen. Op welk resultaat zouden we  hem/haar dan moeten afrekenen?

        Er zijn al vele studies verricht over het betaalbaar houden van de zorg. Het is heel gemakkelijk om de vinger in de richting van de zorgaanbieders (specialisten/ziekenhuizen etc) te wijzen. De gedachtenoefening van Peter Paul is ook met name gericht op de zorgaanbieders/professionals. Het is gemakkelijk gezegd dat de zorgprofessional moet worden afgerekend. Er ligt echter ook een verantwoordlijkheid bij de andere partijen en met name bij de (zorg)consument zelf.

        Er valt immers veel winst valt te behalen bij meer preventie. Belangrijke oorzaken van toename van zorgkosten liggen bij een ongezonde leefstijl. De patienten worden -op jongere leeftijd- steeds dikker en het anti-rookbeleid in Nederland is halfslachtig. Als overheid zou je daarin veel meer moeten investeren. 

        Daarnaast zouden de balangen van de individuele patient niet de boventoon moeten voeren. Welke patient wil niet de allerbeste zorg? Dat heeft zijn prijs, maar die betalen we met z'n uit uit solidariteitsafwegingen. Hoe ver reikt die solidariteit?

        Anders dan de politici ten tijde van de verkiezingen in 2012 riepen, hoort de afweging om wel/geen dure ingreep of therapie toe te passen niet alleen thuis in de onderzoekskamer van de dokter. De kaders daartoe moeten worden gegeven door de overheid/samenleving en niet door een individuele zorgaanbieder. Toen het College voor Zorgverzekeringen de suggestie deed om de extreem dure therapieen voor de ziekte van Fabry en Pompe niet meer te vergoeden stond de media vol met verontwaardigde reacties. De afweging om zo'n therapie toe te passen kan en mag niet door de zorgaanbieder worden gemaakt. Het zou immers van cynisme getuigen om diezelfde zorgaanbieder dan wel af te rekenen op zijn al dan niet behaalde resultaten. zie ook :http://www.gezondheidsraad.nl/sites/default/files/Toekomstverkenning_Ethiek_en_Gezondheid.pdf

        • Harrie Custers
          Harrie Custers 1770 dagen geleden

          Precies, het gaat om die intrinsieke motivatie. Al het andere leidt er uiteindelijk toe dat "de bal uit het oog wordt verloren": een medemens helpen weer gezond te worden en te blijven. Betaal zorgverleners gewoon een redelijk (ambtenaren) loon, hun studie is ten slotte ook merendeels ten laste van de belastingbetaler betaald. En stop dus ook onmiddelijk die Numerus clausus.

          En als het dan toch anders moet. De beste maatstaf voor een goede dienstverlening, is de gezondheid van die medemens als gevolg. En wat mij betreft, daarvan afgeleid diens mening en diens waardering. Dus niet via een interne beoordeling!

          Wij leven in een gereguleerde samenleving. Anderen bepalen voor mij - diegene die weer gezond  wil worden - wat goed voor mij is, dat ik mij verplicht moet verzekeren, bij wie ik zorg kan krijgen (en bij wie niet) en wat dat moet kosten. Zonder dat de personen die de zorg verlenen een ondernemersrisico lopen. En dat durven wij ook nog marktwerking te noemen. Geen wonder dat de kosten al maar toenemen en de gezondheid afneemt want dat levert "omzet" op. Te triest voor woorden.

          Wij durven de zorg niet meer over te laten aan de medemens zèlf en aan zijn keuze door wie hij zich wil laten helpen en zijn waardering daarvan! Kortom: wie betaalt bepaalt! Daardoor verdwijnt de variatie in aanbod en de variatie in prijzen. Daardoor ook blijven de aanbieders van slechte zorg tòch in business. met als gevolg een grote te dure eenheidsworst, die niet anders dan alleen nog maar duurder zal worden.

          Nee stel je voor, de zorginstituten zouden hun monopoliepositie verliezen! En het laatste wat een mens doet is zijn eigen (luxe) boterham uit de mond stoten. Dan roepen we liever de vrije markt werkt niet, tenminste zeker niet voor de zorg. Maar oké, het huidige beloningssysteem werkt ook niet. Dus laten we maar weer een nieuw systeempje bedenken, waarmee we onze goede bedoelingen tonen en het parasiteren nog enkele jaren kunnen continueren.

          En helaas, dit geldt niet alleenvoor de zorg.

          Peter Paul, je begrijpt dat dit mij zeer aan het hart gaat. Dus bedankt voor jouw bijdrage.

          • Boudi van Vlijmen
            Boudi van Vlijmen 1770 dagen geleden

            Geheel mee eens Peter Paul! Ik vind dit filmpje altijd alles zeggend: http://www.youtube.com/watch?v=u6XAPnuFjJc

            Bovendien denk ik dat als je de kennis die inmiddels bestaat over het boven gemiddeld voorkomen van psygopaten in de leiding van grote bedrijven, men zich af moet vragen of bonussen niet juist de verkeerde leiders aan trekt. Mensen die per definitie geen oog hebben voor de mensen in een organistaie als stake holder van de organistatie?

            Geheel afschaffen dus bonussen. Winstdeling voldoet prima.

          Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers