Pleio

Engels | Nederlands

Gerelateerde blogs

Pleio: verzamelaar of verbinder?

Pleio: verzamelaar of verbinder?

Pleio blijft groeien. Rond de 60.000 mensen...
Hoe kan de overheid haar potentieel beter inzetten?

Hoe kan de overheid haar potentieel beter inzetten?

De overheid bezuinigt. We moeten met minder...
Pitch: Een platform voor ondernemende ambtenaren!

Pitch: Een platform voor ondernemende ambtenaren!

De overheid bezuinigt. We moeten met minder...
Privacy rechten niet meer via het het recht

Privacy rechten niet meer via het het recht

<Webwereld column> Het lijkt de laatste...

De toekomstige i-omgeving van de overheid

    Davied van Berlo
    • iedereen (publiek zichtbaar)
    • 462
    Door Davied van Berlo 1380 dagen geleden Reacties (2)

     0/5 Sterren (0)

    Informatietechnologie heeft een steeds belangrijker rol bij het uitvoeren van publieke taken en het oplossen van maatschappelijke problemen. Ontwikkelingen in de techniek en die in de samenleving gaan daarbij steeds meer parallel lopen. Technische vernieuwingen beïnvloeden de samenleving en vice versa. Hoe zien de ontwikkelingen in de ict eruit vanuit het perspectief van overheid en samenleving? Om de techniek te benutten moeten we haar eerst begrijpen immers.
     

    A. Het web is het platform


    Ontwikkeling 1. De verwebbing van ict

    Internet betekent een fundamentele verandering voor de ict-wereld. Internet is niet alleen een infrastructuur voor het verbinden van bestaande systemen, het is tevens een applicatieplatform (de cloud) en steeds vaker de dominante interface (visualisatie) voor gebruikers, beheerders en ontwikkelaars. Wereldwijd is ict aan het verwebben en om inzicht te krijgen in die ontwikkeling moet je inzicht hebben in het karakter van het web.

    Voorwaarde: toegankelijkheid vanuit het internet en gebruik van webinterfaces.

    Ontwikkeling 2. De vernetwerking van ict

    Het web is plaats- en tijdsonafhankelijk. De locatie van informatie, een applicatie, een interface of een gebruiker is niet meer relevant. Elke combinatie kan naar behoefte en per direct worden samengesteld (on the fly). Dat vraagt wel om een open netwerk en om open standaarden om verbindingen te kunnen leggen. Op die manier is een platform ontstaan dat gestandaardiseerd is en integraliteit mogelijk maakt en tegelijkertijd decentraal en specifiek is.

    Voorwaarde: gebruik van open standaarden.

    Ontwikkeling 3. Integralisering en individualisering

    Deze eigenschappen zorgen enerzijds voor een versimpeling en voor meer efficiëntie omdat hergebruik mogelijk is en onderdelen maar één keer ontwikkeld hoeven te worden, bijvoorbeeld databronnen, applicaties en interfaces. Anderzijds zorgen deze eigenschappen voor modulariteit waardoor onderdelen die decentraal tot stand komen kunnen worden samengevoegd in een samenstelling en in een omgeving die voor iedereen of elke situatie specifiek is.

    Voorwaarde: geen hergebruik door te kopiëren, maar medegebruik van dezelfde bron.

    Trend: standaardisering aan de achterkant (efficiëntie door schaalvoordeel) en personalisering aan de voorkant (diversiteit door modulariteit).

     

    B. De organisatie als applicatie


    In eerste instantie werden computerprogramma’s gebouwd als één geheel. De gegevens die nodig waren voor het programma, de applicatie die iets met die gegevens deed en de interface waarmee een gebruikers het programma kon bedienen zaten allemaal samen in een doos, te weten het computerprogramma. Dat zorgde ervoor dat het programma zelf wellicht goed werkte, maar dat uitwisseling met andere programma’s binnen de organisatie lastig was en duur.

    Bouwstenen

    De oplossing daarvoor was om een dienstgerichte architectuur (service oriented architecture of SOA) op te zetten waarbij de gegevensbronnen, de verwerkende applicaties en de interface van elkaar gescheiden werden. Door gebruik te maken van standaard koppelingen en goede afspraken te maken over de gegevens was het mogelijk om gegevens uit de ene databank te gebruiken in een andere applicatie en het resultaat in weer een andere omgeving te tonen.

    Knooppunten

    Door deze opzet was het ook mogelijk om diverse gegevensbronnen met elkaar te combineren, meerdere applicaties naast elkaar te zetten en verschillende interfaces te bouwen voor verschillende doelgroepen (beheerders, gegevensinvoerders, gebruikers intern, gebruikers extern, etc.). Als het systeem te complex dreigde te worden, werden knooppunten (service bus) ingericht die bijvoorbeeld gegevens uit verschillende bronnen combineerden.

    Koppelingen

    Binnen elke overheidsorganisatie vond deze ontwikkeling op min of meer dezelfde wijze plaats. Databanken, applicaties en interfaces werden binnen de organisatie allemaal met elkaar verbonden. Daarmee werd elke organisatie zelf echter weer een afgesloten doos. Om maatschappelijke problemen aan te pakken was steeds vaker samenwerking tussen organisaties nodig, maar dat vroeg weer om nieuwe en dure koppelingen.

    Trend: verbindingen zijn geen onderdeel van de gecontroleerde, maar van de ongecontroleerde wereld, tussen overheden, met de buitenwereld en tussen applicaties.

    Dubbelingen

    Om die samenwerking in de keten mogelijk te maken werden verbindingen aangelegd tussen de systemen van verschillende organisaties en afspraken gemaakt over de informatie die doorgestuurd (gekopieerd) kon worden. Elke organisatie bouwde zo een kopie op van alle gegevens die nodig waren om het eigen onderdeel van het proces uit te voeren. Daardoor werden gegevens meervoudig opgeslagen en ontstonden verschillen en fouten.

    Voorbeeld: in het rapport iOverheid van de WRR staat beschreven hoe deze fouten een wezenlijk probleem zijn gaan vormen voor zowel uitvoerbaarheid als rechtszekerheid.

    Kolommen

    Aangezien elke organisatie probeert om ict intern te organiseren ontstaan er (behalve de fouten en de dure koppelingen) twee problemen. In de eerste plaats worden dezelfde gegevens op meerdere plekken beheerd en in de tweede plaats schaffen meerdere overheidsorganisaties dezelfde applicaties aan om dezelfde functie te vervullen op een andere plek. Het resultaat is dat overheidsbreed te veel geld wordt uitgegeven en samenwerking word belemmerd.

    Voorbeeld: elke overheidsorganisatie heeft intranetten, documentmanagementsystemen en zaakafhandelingssystemen met grotendeels dezelfde functionaliteiten.

    Voorbeeld: voor de OV-chipkaart en het rekeningrijden zijn binnen hetzelfde ministerie aparte omgevingen gecreëerd met daarin dezelfde functies, zoals gebruikersbeheer.

    Politieke eis: vermindering van de uitgaven.

    Politieke eis: integrale samenwerking tussen overheden en met externe partijen.

     

    C. Integralisering: de overheid als één organisatie


    Voordat internet beschikbaar was als betrouwbare infrastructuur en applicatieplatform was de organisatie en het organisatienetwerk de grootste schaal voor het organiseren van de ict en kon niet verder worden gekeken dan die grens. Door internet zijn de grenzen tussen organisaties echter weggevallen en moet opnieuw worden gekeken hoe de ict het meest efficiënt en doelmatig ingezet kan worden. Wat zijn de nieuwe grenzen?

    Trend: nieuwe grenzen zijn niet gebonden aan een organisatie, maar aan de inhoud van de informatie, namelijk gevoeligheid (staatgeheim), doelgroep en privacy.

    De overheid als applicatie

    De bril van de dienstgerichte architectuur kan nu dus op de hele overheid worden toegepast. Gegevens hoeven niet meer te worden gekopieerd, maar worden waar nodig aangeleverd vanuit een basisregistratie. Per functionaliteit is overheidsbreed nog maar één applicatie nodig die de verwerking doet voor meerdere organisaties en processen. Informatie en applicaties worden aangeboden in een omgeving die voor de gebruiker het handigste is.

    Voorbeeld: bij Dienst Regelingen is een generiek uitvoeringsplatform ontwikkeld dat geschikt is voor allerlei processen, ook van andere overheidsorganisaties.

    Trend: er vindt een specialisatie plaats bij ict-organisaties om de overheidsbrede leverancier te worden van een specifieke gegevensbron, applicatie of interface.

    Vraag: wie wordt de leverancier van profielen, van reputatie, van identiteit, van opdrachten, van opleidingen, van contacten, etc.?

    Flexibiliteit

    Op die manier kan overheidsbreed een integratie plaatsvinden van informatie en informatiebronnen, van applicaties en bijbehorende beheerorganisaties en van interfaces, namelijk door informatie en modules bij elkaar te brengen in portalen en werkomgevingen en door apparaatonafhankelijke toegang mogelijk te maken (via pc, tablet, telefoon of andere manieren). Op die manier ontstaat een flexibel in te richten i-omgeving.

    Trend: het aantal apparaten die toegang moeten hebben tot dezelfde gegevens en applicaties neemt toe.

    Cocreatie

    Die i-omgeving neemt de vorm aan van een netwerk waarbij gegevens, applicaties en interfaces via internet met elkaar zijn verbonden in één geheel. Dat betekent onder meer dat processen (bijvoorbeeld in een keten) niet meer perse volgordelijk zijn. Er wordt geen informatie meer van a naar b naar c gestuurd, maar door verschillende partijen toegevoegd aan een centraal dossier. Het dossier (casus, persoon, onderwerp) komt daarmee centraal te staan.

    Voorbeeld: voor de registratie van kinderopvangbedrijven beheert DUO de applicatie, waar andere partijen in de keten informatie uit hun proces aan toevoegen.

    Trend: ketensamenwerking is niet meer volgordelijk, maar waar mogelijk gelijktijdig, zodat de doorlooptijden van processen kunnen worden verkort.

     

    D. Personalisering: de overheid is er voor mij


    Het dossier bevat gegevens uit verschillende bronnen, zit gekoppeld aan applicaties die die gegevens verwerken en er zijn verschillende interfaces, bijvoorbeeld voor de verschillende partijen die een rol vervullen in een procedure, keten of proces. Daarnaast zijn echter interfaces mogelijk naar buiten, bijvoorbeeld voor de persoon of het bedrijf over wie het dossier gaat of een interactieve omgeving waar over het onderwerp gediscussieerd kan worden.

    Voorbeeld: in het ondernemersdossier van EZ kunnen ondernemers hun gegevens toevoegen en toegang geven aan overheidsorganisaties voor bijvoorbeeld inspectie.

    Trend: e-participatie en verbindingen met partijen buiten de overheid zijn een standaard onderdeel van de i-omgeving van een genetwerkte overheid.

    Politieke eis: meer verantwoordelijkheid bij de samenleving.

    Modulariteit

    Elke burger, ondernemer en medewerker heeft een uitwisseling met de overheid en heeft dus een interface waarin informatie en applicaties van de overheid getoond worden. Voor een medewerker is dit een werkomgeving, voor burgers en ondernemers is dat zijn dossier of een portaal. Via modulaire interfaces (widgets) kan die informatie of applicatie worden getoond in een overheidsomgeving of in een eigen omgeving, zoals je eigen dashboard of een site.

    Voorbeeld: Google biedt de mogelijkheid om de agenda te tonen in een mobiele telefoon, maar ook als widget in iGoogle of geëmbed in een site.

    Trend: de gebruiker bepaalt in welke context informatie en applicaties beschikbaar zijn.

    Personalisatie

    Doordat informatie en applicaties als modules worden aangeboden, kan de gebruiker zelf bepalen in welke omgeving hij de informatie tot zich neemt of de applicatie gebruikt (bijvoorbeeld op welk apparaat) en kan hij zelf de samenstelling bepalen van zijn dashboard of werkomgeving. Zo kan een medewerker een dashboard samenstellen met informatiestromen van binnen en buiten de organisatie, een bedrijfsapplicatie en zijn mailbox.

    Voorbeeld: in Pleio is een dashboard te maken met widgets uit verschillende bronnen, maar ook met tabbladen die toegang kunnen geven tot een bedrijfsapplicatie of mailbox.

    Individualisering

    Op basis van deze modulaire opzet van gegevensbronnen, applicaties en interfaces kunnen de gebruikers daarvan flexibele processen en omgevingen inrichten die op maat gemaakt zijn naar behoefte. Voor de procesontwerper is dat een modulair proces met databronnen en applicatiefuncties, voor de medewerker een modulaire omgeving met widgets en instrumenten. Deze keuze is individueel geworden. De ict-afdeling biedt alleen bouwstenen.

    Trend: flexibele toegang tot gegevens en applicaties vraagt om schillen van beveiliging en toegang en daarbij behorende niveaus van autorisatie en authenticatie.

     

    E. Van organisatie naar organisch


    De uitdaging voor de ict-afdeling is om door middel van de modulaire opzet van bronnen, applicaties en interfaces belemmeringen weg te nemen voor gebruikers op elk niveau om ruimte te geven aan hun creativiteit. De dynamiek die daarmee ontstaat maakt het mogelijk om naar een hoger niveau van functionaliteit te komen, waarvoor de modulaire i-omgeving het platform is. Door voortdurend te verbeteren ontstaat een organische ontwikkeling naar vernieuwing.

    Verbonden

    Dat vraagt om een open systeem dat verbindingen mogelijk maakt tussen bronnen, tussen applicaties en tussen mensen. Het combineren van informatiebronnen (bijvoorbeeld via open data) leidt tot nieuwe dienstverlening, het verbinden van applicaties leidt tot een verdergaande automatisering en het bij elkaar brengen van mensen leidt tot nieuwe samenwerkingsverbanden. Dergelijke kruisbestuivingen leiden tot innovatie en 1+1=3 - situaties.

    Trend: keuze voor een voortrekkersrol of specialisatie biedt kansen voor meerwaarde en groei (bijvoorbeeld open data voor de economie, big data in Almere en Heerlen).

    Voorbeeld: de staat California heeft in de wet- en regelgeving ruimte gemaakt voor onbemenste voertuigen, waardoor Google zijn onderzoek in die staat uitvoert.

    Zelfstandig

    Door het weghalen van controle ontstaat de mogelijkheid van onverwachte verbindingen, van natuurlijke beweging en organische ontwikkeling. Voor die ontwikkeling kan ict het platform zijn. Technologie kan ons verheffen naar een nieuw niveau van inzicht en organiseren. De analyse van gegevensverzamelingen (big data) leert ons over patronen en geeft richting aan beslissingen. Kennis en inzet organiseert zich rond maatschappelijke thema’s.

    Trend: data-analyse is een groeimarkt en ontwikkelt zich als specialisme binnen de overheid, bijvoorbeeld het NFI.

    Voorbeeld: door het combineren van gebruikersinformatie op Pleio kan matching van vraag en aanbod van kennis plaatsvinden over grenzen van organisaties heen.

    Extern

    Niet alleen in het gebruik van gegevens (open data) en interfaces kan de verbinding worden gelegd met externe partijen, dat kan ook voor applicaties. Door gebruik te maken van open standaarden en koppelvlakken kan een ecosysteem ontstaan van applicatiebouwers die functionaliteit toevoegen aan systemen van de overheid en kan gebruik worden gemaakt van de creativiteit in de markt.

    Voorbeeld: Facebook biedt applicatiebouwers via Opengraph de mogelijkheid om apps te bouwen op het eigen platform en daar gegevensbronnen van Facebook bij te gebruiken.

     

    F. Ethische grenzen


    Tegelijkertijd roept het wegvallen van grenzen en de nieuwe mogelijkheden die daardoor ontstaan vragen op en ethische dilemma’s. Nieuwe grenzen zijn nodig en moeten bewust worden aangebracht en ingebouwd in het systeem, bijvoorbeeld rond privacy en toegangsbeperkingen, eigenaarschap van data, publieke waarden en de afhankelijkheid van systemen. De behoefte hieraan loopt vooruit op de maatschappelijke discussie erover.

    Trend: de ethische begrenzing van de technische mogelijkheden is een verantwoordelijkheid van de voorlopers en ontdekkers.

    Reacties

    Volgorde van reacties: Aantal: Automatisch laden:
      • Davied van Berlo
        Davied van Berlo 1375 dagen geleden

        Erik, dank voor je uitgebreide commentaar. Mijn reactie:

        Ad A: Goede aanvulling. Belangrijkste punt is dat de interface niet meer lokaal is maar gemeenschappelijk.

        Ad B/C: Meervoudig met een goede functionele reden is in ieder geval niet dubbelop. Dat is de omslag waar het om gaat.

        Ad D: Dat vermindert de modulariteit niet! ;-)

        Ad marktconcentratie: de centralisatie van interfaces maakt de afhankelijkheid van die partijen groter, maar aan de andere kant was de situatie met Windows niet anders. Frappant genoeg is daar een sterk opensourcealternatief ontstaan, met name in de serverwereld (Apache). Op dit moment zijn er meerdere interfaces (Google, Apple, Windows, Facebook, etc.) en is er een opensourcealternatief (Ubuntu). Het probleem ligt niet in het aantal concurrenten, maar in het feit dat de invloed en kennis van deze bedrijven veel dieper is dan ooit bij Microsoft/Windows. Ik ben het zeker met je eens dat die ontwikkeling vraagt om strategische aandacht vanuit de overheid, bij voorkeur Europees. Die kunnen we toevoegen aan F.

        Ad 'machine2machine': Klopt, niet specifiek genoemd want dergelijke 3.0-netwerken liggen voor een groot deel onder dit verhaal (zie ook 'vernetwerking' en 'integralisering'). 

        Ad 'Europa': Europese dimensie is nog niet meegenomen inderdaad en maakt de ontwikkeling complexer, zie ook mijn commentaar bij 'marktconcentratie'.

        Goede aanvullingen, Erik. Super!

        • ErikJonker
          ErikJonker 1376 dagen geleden

           

          Ad A. De ICT is aan verwebben ? Geen lekker woord, zeker omdat het "web" in tradtionele vorm zijn langste tijd heeft gehad, we zijn op weg naar multi-sensor input (spraak, gedachten, beweging etc.), ambient technology etc., ik heb nog geen beter woord overigens ;-) 

          Ad B/C, gegevens worden meervoudig opgeslagen, ook in het internettijdperk. Het uitgangspunt zou moeten zijn "nee, tenzij" (mbt meervoudig opslaan). Soms vragen werkprocessen namelijk om bevragingen die technisch niet kunnen worden ingevuld middels online bevragingen. Concreet voorbeeld: het nieuw handelsregister (NHR) beheert een seperate kopie voor de belastingdienst die deze gebruikt voor bevragingen uit haar werkproces. Waarom, het gaat om dermate grote aantallen bevragingen dat online praktisch onmogelijk is. Dat geldt helemaal mbt Big Data toepassingen die ook vaak werken met lokale bestanden.

          Ad D: iGoogle is er volgens mij niet meer ;-)

           

          Wat mist in het stuk is dat de interface met de consument/burger/mens wordt beheerst door een beperkt aantal partijen. Zeg voor het gemak Facebook, Apple, Google. Deze partijen bepalen in potentie wat je ziet, hoe je consumeert, hoe je betaalt, waar je uit kunt kiezen en waaruit niet etc. Ook hebben ze een superioriteit opgebouwd door hun omvang en innovatiekracht waardoor ze voor burgers altijd een aantrekkelijker platform zullen vormen dan de overheid. Hoe ga je om het gegeven dat Pleio nooit de functionaliteit en innovatie vermogen van een Facebook of Google zal kunnen bijhouden. Hoe positioneer je jezelf vanuit de publieke zaak/overheid ten opzichte van deze spelers. Daar zijn we te weinig mee bezig. Terwijl we gelijk sterk afhankelijk zijn van genoemde partijen. 

          Verder mist de machine2machine component, het belangrijkste verkeer in de toekomst, hoe kijken we daar tegenaan vanuit verantwoording en bescherming van de burger. Wat als "machines" zoals neurale netwerken beslissingen nemen, hoe passen die in ons huidige raamwerk van openbaar bestuur ? etc.

          En europa, is het reeel te veronderstellen dat een iOverheid iets "nederlands" is terwijl al onze informatiestromen en gegevensuitwisseling internationaal en wereldwijd zijn of moeten we "nederlands" herdefinieren ?

        Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers