Pleio

Engels | Nederlands

Gerelateerde blogs

De overheid als matrixorganisatie

De overheid als matrixorganisatie

De grenzen tussen overheidsorganisaties worden...
Hoe kan de overheid haar potentieel beter inzetten?

Hoe kan de overheid haar potentieel beter inzetten?

De overheid bezuinigt. We moeten met minder...
Innovatie binnen de overheid ... DLG's aanpak

Innovatie binnen de overheid ... DLG's aanpak

Innovatie van publieke dienstverlening is in deze...
Leren door doen; overheidsparticipatie in een energieke samenleving

Leren door doen; overheidsparticipatie in een energieke samenleving

NSOB en PBL hebben door middel van bijeenkomsten...

Humberto’s paradox

    Davied van Berlo
    Door Davied van Berlo 1374 dagen geleden

     0/5 Sterren (0)

    Gepubliceerd in Tijdschrift Bestuurskunde, jaargang 22, nr. 1: De Grote Samenleving

     

    Enige tijd terug besteedde radiozender BNR aandacht aan het conflict tussen de Arbeidsinspectie en de politie. De politie kreeg door de Arbeidsinsprectie een boete opgelegd omdat te weinig was gedaan om de hoeveelheid overwerk van medewerkers te beperken. De zender vond het een voorbeeld van overheidsorganisaties die elkaar bezig houden. Presentator Humberto Tan vroeg zich vertwijfeld af: "Moet de overheid niet ingrijpen?"

    Twee beelden van de overheid lopen in deze situatie door elkaar heen, namelijk van overheidsorganisaties die bepaalde taken uitvoeren en dus ook in een verhouding tot elkaar staan, maar ook de perceptie van de overheid als één instantie die staat voor het algemeen belang. Ik noem het Humberto’s paradox: De overheid is tegelijkertijd één organisatie èn een verzameling van organisaties met eigen doelen en taken.

    Thorbecke anno nu

    Organisatorisch bestaat de Nederlandse overheid momenteel uit elf ministeries, twaalf provincies, 415 gemeenten en 26 waterschappen. Verschillende uitvoeringsorganisaties, diensten, agentschappen, zelfstandige bestuursorganen, etc. werken echter in meer of mindere mate zelfstandig en de lijst wordt verder aangevuld met een groot aantal onderwijsinstellingen, zorgorganisaties en veiligheidsdiensten op verschillende niveaus. Daarnaast zijn er diverse samenwerkingsverbanden waar weer nieuwe organisaties voor zijn opgericht.

    Intern hebben al die organisaties grotendeels dezelfde opzet: een hiërarchische structuur met afdelingen naar onderwerp en een aantal ondersteunende eenheden. Zo heeft elke overheidsorganisatie heeft een afdeling inkoop, personeelsadministratie en ict (inclusief de managementlagen, ondersteuning en systemen die daar weer bij horen) en elke gemeente heeft grotendeels dezelfde kennis in huis, want de onderwerpen zijn overal hetzelfde.

    Zou Thorbecke het zo bedoeld hebben? Als hij de inrichting van het Nederlandse bestuur op dit moment zou moeten ontwerpen, zou hij dat op dezelfde manier doen? Laat ik het anders stellen: Kijkend naar de samenleving en de mogelijkheden van dit moment, hoe zouden we Nederland nu bestuurlijk inrichten? Zouden we weer uitkomen op een systeem met drie bestuurslagen of zouden we een ander model verkiezen? Ik denk het laatste.

    Nieuwe fundamenten

    In de eerste plaats zou zo’n overheid meer geïntegreerd zijn in de samenleving. Het hiërarchische, bureaucratische model van de overheid heeft politici in de 20e eeuw het vermogen gegeven om een groot maatschappelijk effect te bereiken. In de netwerksamenleving moeten we echter op zoek naar nieuwe modellen om politieke visies om te zetten in maatschappelijk resultaat, namelijk in een taakverdeling met andere maatschappelijke partijen. Dat is het hoofdthema van mijn nieuwe boek “Wij, de overheid” (zie boek.ambtenaar20.nl).

    Ten tweede zouden we een andere verdeling maken tussen wat “nationaal” wordt georganiseerd en wat “lokaal”. In een digitale samenleving is een andere verdeling mogelijk tussen wat specifiek en persoonlijk moet zijn en wat generiek en overheidsbreed. Een overheid in de 21e eeuw zou flexibel en schaalbaar zijn zodat elke taak op het juiste schaalniveau opgepakt zou kunnen worden: persoonlijk als het moet en generiek als het kan. En met het voorbeeld van Humberto Tan in het achterhoofd: verbindingen leggen waar het kan en tegenstellingen creëren waar het nodig is.

    Nieuwe modellen

    Op dit moment wordt die schaalbaarheid belemmerd omdat de overheid een vaste indeling heeft naar onderwerp (in organisaties) en schaalniveau (in bestuurslagen). Deze indeling was logisch in een tijd van beperkte communicatie- en samenwerkingsmogelijkheden, zoals de 19e eeuw, en in een periode waarin werd ingezet op een grote maakbaarheid van de samenleving via bureaucratische organisaties, zoals de 20e eeuw. Die omstandigheden zijn echter veranderd.

    Nu verwacht ik niet dat de inrichting van bestuurlijk Nederland spoedig zal veranderen. We hebben niet de luxe dat we als een 21e-eeuwse Thorbecke een volledig nieuw model kunnen schetsen voor de overheid. Met de huidige structuur zullen we het nog even moeten doen, een aantal fusies en samenwerkingsverbanden daargelaten. We kunnen echter wel zoeken naar nieuwe modellen en kijken hoe we die ondanks de huidige structuur in de praktijk kunnen brengen.

    Cocreatie en platformen

    In dit artikel wil ik op basis van “Wij, de overheid” twee ontwikkelingen schetsen die richting kunnen geven aan een manier waarop de overheid flexibeler gebruik kan maken van haar bestaande potentieel en beter kan schalen tussen persoonlijk niveau en generieke voorziening, waarbij digitale samenwerking zorgt voor een fundamenteel nieuwe werkwijze. Deze twee ontwikkelingen zijn in het kort:

    1. Cocreatie: Door te werken in netwerken kunnen rond een thema of casus de juiste mensen uit verschillende delen van de overheid en uit de samenleving bij elkaar worden gebracht om gezamenlijk tot maatschappelijk resultaat te komen;
    2. Platformen: De digitalisering van werk maakt het mogelijk om taakverdeling en samenwerking via online platformen te organiseren en zo te komen tot een bredere kennisuitwisseling en een verfijndere inrichting van cocreatie.

    Hieronder zal ik aangeven hoe deze twee ontwikkelingen vorm krijgen in de samenleving en in de overheid. In de conclusie zal ik de ontwikkelingen bij elkaar brengen en vertalen naar een perspectief op de participatieve overheid van nu, een overheid in de netwerksamenleving.

    Cocreatie: maatschappelijke samenwerking

    De term ‘netwerksamenleving’ is in 1991 bedacht door Jan van Dijk van de Universiteit Twente. Van Dijk gebruikt in het nieuwe, derde deel van The Network Society# de volgende definitie:

    “A modern type of society with an infrastructure of social and media networks that characterizes its mode of organization at every level: individual, group/organizational and societal. Increasingly, these networks link every unit or part of this society (individuals, group and organizations). In western societies the individual linked by networks is becoming the basic unit of the network society.”

    Netwerken hebben altijd bestaan, maar in de netwerksamenleving vormt het netwerk en vormen genetwerkte individuen de basis voor elke vorm van organisatie. Dat is de stap die we aan het maken zijn. Internet versnelt die ontwikkeling doordat verbindingen gemakkelijker gelegd en transactiekosten verlaagd worden: sneller, plaats- en tijdonafhankelijk en met eindeloos veel mensen tegelijk. Internet verhoogt het platform voor netwerken, voor samenwerking en voor organisatie.

    Digitalisering van netwerken

    Door internet worden netwerken niet alleen digitaal maar veranderen ook van karakter. Doordat meer mensen betrokken kunnen worden en contacten sneller verlopen, wordt ook de organisatiekracht van netwerken groter. Er kan sneller nieuwe kennis worden aangetrokken, taken kunnen worden afgestemd en resultaten samengevoegd. De opensourcebeweging# is het mooiste voorbeeld van de nieuwe productiekracht van netwerken.

    Internet verandert de manier waarop we ons organiseren in ons persoonlijk leven, op organisatieniveau en in de samenleving. Het levert nieuwe vormen van organisatie op en maakt kleinere, meer verfijnde samenwerkingsverbanden mogelijk. Manuel Castells# wordt in Wikipedia als volgt aangehaald:

    “The definition, if you wish, in concrete terms of a network society is a society where the key social structures and activities are organized around electronically processed information networks. So it's not just about networks or social networks, because social networks have been very old forms of social organization. It's about social networks which process and manage information and are using micro-electronic based technologies.”
     

    Platformen voor cocreatie

    Behalve over het netwerk als samenwerkvorm en het individu dat daar zijn rol in speelt is er dus een derde dimensie die belangrijk is om de werking van netwerken te begrijpen: het platform. Er is altijd een plaats of omgeving waar de verbindingen tussen individuen kunnen worden gelegd en waar het netwerk in contact kan staan en activiteiten kan ontplooien. Zo’n plaats of platform kan stimuleren of belemmerend werken voor uitwisseling of samenwerking.

    Door een platform in te richten voor cocreatie kunnen individuen elkaar vinden en kunnen netwerken en samenwerkingsverbanden worden gevormd. Door het platform te verbeteren (bijvoorbeeld door digitalisering) kan de samenwerking worden verbeterd en het netwerk naar een hoger niveau worden getild. Daarmee hebben we de drie bouwstenen op een rij die nodig zijn om de netwerksamenleving te begrijpen: netwerken, individuen en platformen.

    Drie bouwstenen van cocreatie

    Samenwerking wordt vaak gezien als het overbruggen van een kloof tussen twee partijen. In de netwerksamenleving ziet het plaatje er anders uit. Partijen die daadwerkelijk samen willen werken komen juist in het midden bij elkaar en vullen op die manier de ruimte in. Werken in een netwerksamenleving vraagt dus om een ander perspectief. Dat perspectief laat zich onderverdelen in drie uitgangspunten, drie met elkaar samenhangende blikken op de wereld:

    • Denken in netwerken: Niet de organisatie staat centraal, maar het onderwerp. Rond dat onderwerp (opdracht, probleem, dossier, casus) komen betrokkenen bij elkaar en vanuit die betrokkenheid leveren ze een bijdrage. Het kan gaan om online netwerken die voor kortere of langere tijd samenwerken en informatie uitwisselen, maar denken in netwerken is ook een organisatieprincipe om het onderwerp als uitgangspunt te nemen voor de inrichting van samenwerking en niet de grenzen van een organisatie;
    • Denken vanuit het individu: Individuele medewerkers vormen de schakels tussen de organisatie waar ze bij horen en de netwerken waarin ze actief zijn. Zij zijn de ambassadeurs die de organisatie vertegenwoordigen en op basis daarvan hun rol invullen in het netwerk. Zij zijn de professionals die met hun kennis en eigenschappen het verschil moeten maken. Om hen succesvol te laten zijn hebben ze ondersteuning op maat nodig. Dat is het tweede organisatieprincipe: organiseren vanuit het individu;
    • Denken in platformen: Om te kunnen samenwerken in netwerken zijn plekken nodig waar die netwerken bij elkaar kunnen komen. Een platform maakt verbindingen mogelijk en biedt een ondergrond voor samenwerking. Door te investeren in platformen kunnen verbindingen worden geïntensiveerd en kan de samenwerking naar een hoger plan worden gebracht. Het creëren of faciliteren van platformen is een manier om cocreatie in de publieke zaak te stimuleren.
       

    De cocreërende overheid

    De netwerksamenleving biedt nieuwe mogelijkheden om de publieke zaak en publieke dienstverlening vorm te geven: een beter werkende overheid, andere soorten samenwerkingsverbanden, verbinding met kennis en energie in de samenleving. We kijken over het algemeen naar “de overheid” om invulling te geven aan de publieke zaak en publieke dienstverlening, maar in de netwerksamenleving wordt meerwaarde gecreëerd door cocreatie van verschillende partijen die een kleinere of grotere bijdrage leveren.

    Om effect te hebben in de netwerksamenleving en om te kunnen reageren op initiatieven uit de samenleving moeten ambtenaren en overheidsorganisaties leren hoe de netwerksamenleving werkt, hoe netwerken werken en hoe ze kunnen werken via netwerken. Om de netwerksamenleving te begrijpen zul je echter ook iets los moeten laten: de idee dat een organisatie nodig is om iets te organiseren, dat de samenleving overzichtelijk kan worden ingedeeld in structuren en dat grenzen bepalend zijn voor samenwerking.

    De samenleving als zwerm

    Deze manier van werken wordt steeds actueler voor overheidsorganisaties. Op meer en meer terreinen is de overheid niet meer als enige aan zet, maar wordt in cocreatie aan oplossingen gewerkt. Rondom thema's (bijvoorbeeld maatschappelijke problemen) komen de betrokken personen en organisaties bij elkaar en zoeken samen een oplossing, met of zonder de overheid. Denk bijvoorbeeld aan het initiatief Wonen 4.0#.

    René Jansen (Universiteit van Amsterdam, Winkwaves) stelt# dat onze samenleving nu al zo complex is dat we er beter naar kunnen kijken als organisme dan als organisatie. De maatschappij is een zwerm en als overheid moeten we leren mee te vliegen. Lees: bijdragen aan andermans initiatieven en medestanders verzamelen voor onze eigen plannen. Een netwerksamenleving vereist van de overheid om een netwerkorganisatie te worden, een cocreërende overheid.


    Platformen: werken als één overheid

    De afgelopen jaren heeft de Rijksoverheid een grote verandering ondergaan. In plaats van een wildgroei aan logo’s en vormgeving is er nu één Rijkshuisstijl, zodat de hele Rijksoverheid herkenbaar is onder één vlag. Vervolgens is alle informatie van het Rijk bijeengebracht op één internetsite, www.rijksoverheid.nl. Daarnaast wordt geprobeerd om de informatie van andere overheden te verzamelen op www.overheid.nl.

    Voor het vinden van overheidsinformatie is dat een stap vooruit. Achter die façade blijven de afzonderlijke organisaties en bestuurslagen echter grotendeels bestaan. Elk van die organisaties heeft een eigen ict-omgeving en samenwerking en kennisuitwisseling gaat moeizaam. Dat zorgt voor veel inefficiëntie en dubbel werk. Als je bijvoorbeeld iemand wil vinden van een andere overheidsorganisatie, dan is LinkedIn de enige oplossing.

    Aan die interne verkokering moet een einde komen. De overheid moet overal verstand van hebben, maar moet tegelijkertijd inkrimpen. Dat betekent dat minder mensen meer moeten weten en meer moeten bereiken. Dat is niet onmogelijk, maar dat kan alleen als we efficiënter gaan werken. De overheid heeft een enorm potentieel van kennis en kunde in huis, maar gebruikt dat potentieel maar mondjesmaat. De kennis is immers verdeeld over honderden organisaties.

    Overheidsbreed en individueel

    Door internet kan die kennis wel bij elkaar worden gebracht. Grenzen tussen organisaties vallen weg en samenwerking vindt meer en meer plaats rond thema’s en tussen mensen van verschillende organisaties en achtergronden. Er ontstaan platformen voor overheidsbrede cocreatie of juist binnen een wijk of rond een cliënt. Overheidsorganisaties zijn steeds minder de bepalende manier om de publieke zaak te organiseren.

    Via online platformen is het immers mogelijk om overheidsbreed te werken en kennis uit te wisselen en tegelijkertijd om op individueel niveau ondersteuning te bieden en kennis bij elkaar te brengen. Internet stelt de overheid in staat om schaalbaar te zijn, het maximale uit beschikbare kennis te halen en die zo gericht mogelijk in te zetten voor een maatschappelijke uitdaging of bij een casus. Zowel op overheidsbreed als op individueel niveau zijn er nieuwe mogelijkheden:

    1. Overheidsbrede kennisuitwisseling: Platformen verbinden individuen met elkaar over organisatiegrenzen heen zodat overheidsbrede kennisnetwerken ontstaan en gewerkt kan worden als één overheid;
    2. De werkplek wordt sociaal: Individuen kunnen laagdrempelig met elkaar samenwerken rond een thema of casus doordat ict-voorzieningen verhuizen naar de cloud en de werkplek steeds meer “sociaal” wordt.
       

    1. Overheidsbrede kennisuitwisseling

    De aanwezigheid van overheidsbrede samenwerkmogelijkheden maakt dat er een overheidsbreed perspectief mogelijk is. Niet elke vraag hoeft of kan bij elke organisatie apart beantwoord te worden. We kunnen naar de overheid als één geheel kijken. Door platformen te bieden (via internet, maar ook offline) kunnen overheidsbreed mensen bij elkaar worden gebracht om kennis en ideeën uit te wisselen. Voorbeelden zijn platformen over aanbesteden op PIANOo, over ruimtelijke ordening op StadSPOORT en over werk en inkomen op Naleving.net.

    Je kunt je afvragen waarom niet elke beroepsgroep binnen de overheid zo'n platform heeft. De mogelijkheden van platformen en marktplaatsen worden wel steeds vaker ingezet. Zo kunnen overheden bij Overbijdeoverheid.nl computers, meubilair, etc. uitwisselen en is voor het Rijk onlangs de Rijksmarktplaats geopend. Ook voor het uitwisselen van ideeën binnen en tussen organisaties is een marktplaats ingericht: Ideeëncentrale.nl.

    Het zijn niet altijd overheidsorganisaties die overheidsplatformen oprichten. Soms, zoals bij Overbijdeoverheid.nl, zijn het individuele initiatieven. Deelstoel.nl is een site waar overheidsorganisaties werkplekken (met koffie en wifi) beschikbaar kunnen stellen aan ambtenaren van andere organisaties. Via Trainjecollega.nl wordt een cursusweek georganiseerd waar ambtenaren iets waar ze zelf goed in zijn kunnen leren aan collega’s.

    2. De werkplek wordt sociaal

    Voor de meeste mensen is dat echter niet de omgeving die ze zien als de computer opstart. Ambtenaren leven in hun mailbox en hun Word-documenten. Af en toe slaan ze er een intranetpagina op na en gaan ze het internet op. Samenwerkfunctionaliteiten zoals Yammer staan voor de meeste mensen nog een stap verder weg, op weer een andere site. Langzaamaan worden deze mogelijkheden echter geïntegreerd in de bestaande werkomgeving.

    De werkomgeving verhuist namelijk van de personal computer naar de cloud, waardoor werk niet meer afhankelijk is van de locatie van het product. Online software maakt het mogelijk om gezamenlijk te werken aan één product, in groepen te werken met meerdere mensen en over grenzen heen te werken rond een thema. Een online platform kan de cocreatie in netwerken verbeteren door een versnelling van de uitwisseling, een verbreding van het netwerk en de verzameling van alle bijdragen.

    Van een persoonlijke naar een groepswerkplek

    In overheidsorganisaties vindt het meeste werk plaats in de vorm van groepen of teams: een afdeling, een projectgroep of een dossier. In de offline wereld is dat de manier waarop we nu al samenwerken rond thema’s. Die manier van werken wordt echter niet ondersteund door de huidige ict-voorzieningen en ook in de online Office-pakketten die nu ontwikkeld worden ontbreekt het nog aan zo’n collectieve omgeving.

    Dat was een belangrijke aanleiding om van start te gaan met Pleio. In Pleio is het mogelijk om per afdeling, team of dossier een groep te openen met daarin verschillende functionaliteiten om samen te werken en kennis uit te wisselen. Een dergelijke groepswerkplek maakt het mogelijk om als team integraler samen te werken, maar ook om integralere teams samen te stellen. Ook betrokkenen van buiten de eigen organisatie kunnen immers deelnemen.

    Een ontwikkeling naar cocreatie

    De ontwikkelingen op softwaregebied ondersteunen zo de trend naar meer samenwerking en meer cocreatie over grenzen heen:

    • Online werken. Steeds meer software wordt via internet aangeboden, zowel nieuwe functionaliteiten als de bestaande kantoorautomatisering. Daardoor is het mogelijk om te werken vanaf meerdere locaties en met verschillende apparaten, zoals een tablet of telefoon. Google heeft zelfs een laptop uitgebracht die direct contact maakt met internet en opstart in een browser in plaats van in Windows;
    • In groepen werken. Als applicaties en gegevens via internet toegankelijk zijn, is het mogelijk voor meerdere mensen om daar tegelijkertijd gebruik van te maken. Er ontstaat ‘collaboratieve software’, waarmee het mogelijk is om in groepen samen te werken aan een gezamenlijk product. Op die manier wordt de samenwerking en kennisuitwisseling binnen organisaties en in bestaande teams verbeterd;
    • Over grenzen heen werken. Online software is niet alleen toegankelijk binnen een organisatie, maar kan ook beschikbaar worden gesteld aan mensen van buiten. Daardoor kunnen ook teams worden gecreëerd met mensen uit andere organisaties. Zo ontstaan samenwerkingsverbanden over organisatiegrenzen heen en kan een platform worden geboden voor cocreatie rond een specifiek thema.

    De werkomgeving van ambtenaren wordt de komende tijd steeds socialer en samenwerking over organisatiegrenzen heen steeds gemakkelijker. Dat is althans de technische ontwikkeling. Samenwerking vraagt echter meer dan een platform en bijbehorende faciliteiten. Het is mensenwerk en dat betekent een nieuwe manier van werken. We kunnen echter wel beginnen om de mogelijkheden voor die nieuwe manier van werken aan te bieden.

    Werken via platformen

    Platformen kunnen worden ingezet om mensen in verbinding te brengen en vervolgens te laten samenwerken en kennis uit te wisselen, maar ze kunnen ook de werkverdeling organiseren. Als mensen kunnen samenwerken over organisatiegrenzen heen, dan zijn ze ook niet afhankelijk van het werk dat alleen binnen hun organisatie of afdeling beschikbaar is. Het is mogelijk om werk overheidsbreed te organiseren en te verdelen, via een online marktplaats.

    Marktplaatsen op internet

    Door internet ontstonden ook nieuwe mogelijkheden om vraag en aanbod bij elkaar te brengen over grote afstanden. Internet biedt een laagdrempelig platform en is wereldwijd toegankelijk. Het was dan ook logisch dat er al snel online marktplaatsen ontstonden. Omdat de online marktplaats niet afhankelijk is van locaties en iedere internetgebruiker kan deelnemen, is de potentie enorm. De voorwaarde is dat je het slim weet te organiseren.

    De meest succesvolle voorbeelden zijn het Amerikaane eBay en Craigslist en het Nederlandse Marktplaats.nl (ondertussen overgenomen door eBay). Op die marktplaatsen kan iedereen alles verhandelen. Maar er ontstonden ook meer gespecialiseerde marktplaatsen, bijvoorbeeld voor auto's of huizen. Ook vacatures stonden al snel online, bijvoorbeeld op Monsterboard of Werkenbijhetrijk.nl.

    Marktplaatsen voor werkverdeling

    De ontwikkeling van de online marktplaats is echter nog niet ten einde. Nog steeds ontstaan er nieuwe concepten die voortbouwen op de mogelijkheden van internet. Zo zijn er diverse voorbeelden waarbij niet alleen vacatures en beschrijvingen van banen online worden gezet, maar waarbij werk en taken daadwerkelijk worden verdeeld via online marktplaatsen. Via internet kun je immers sneller kennis uitwisselen en zijn taakverdelingen verder te verfijnen.

    Enkele voorbeelden: Bijdragen aan Wikipedia of reacties op een discussieforum zijn allemaal kleine bijdragen aan een artikel of oplossing. Daarnaast zijn er bedrijven die crowdsourcing inzetten om ideeën of specifieke kennis te vinden. Op de site Mechanical Turk# kunnen digitale werkzaamheden worden uitbesteed aan 500.000 “medewerkers” en via de app Roamler# kunnen microtaken worden verdeeld die deelnemers in hun omgeving kunnen uitvoeren..

    Thomas Malone, managementprofessor aan het MIT, ziet in dergelijke marktplaatsen zelfs de toekomst van het werk. Werknemers concentreren zich op steeds kleinere niches waarin ze excelleren: hyperspecialisatie. Het werk wordt opgeknipt in kleine taken die via online marktplaatsen op de beste (of goedkoopste) plek wordt uitgezet, waarna het resultaat van al die deeltaken door de opdrachtgever wordt samengevoegd.

    Online werkverdeling binnen de overheid

    Ook binnen de overheid biedt deze werkwijze kansen, bijvoorbeeld om ervoor te zorgen dat beschikbare kennis en capaciteit overheidsbreed flexibeler ingezet kunnen worden. Als specifieke kennis bij een andere overheidsorganisatie gevonden kan worden, is er minder externe inhuur nodig. Daarnaast kunnen werknemers die bij hun eigen organisatie boventallig zijn aan de slag bij andere organisaties en blijft hun kennis behouden voor de overheid.

    Er zijn al verschillende vacaturesites binnen overheidsorganisaties of regionaal georganiseerd, maar een online marktplaats hoeft niet perse volledige functies aan te bieden. Door taken en projecten online inzichtelijk te maken kunnen ambtenaren gedeeltelijk voor andere organisaties gaan werken, bijvoorbeeld door één dag in de week specialistische kennis toe te voegen aan een project in een buurgemeente of door mee te werken in een online teamruimte.

    Werken op internet

    De komende jaren zal steeds meer werk plaatsvinden in online werkomgevingen en online dossiers. Als projectleider zoek je de juiste mensen voor je team bij elkaar via een digitale zoekopdracht en vervolgens werk je samen in een online teamruimte. Als medewerker draag je je kennis bij aan een aantal van dergelijke projectgroepen en indien nodig boor je je netwerk van vakgenoten aan om een lastige vraag te beantwoorden.

    Op deze manier verzamelen mensen en kennis zich rond een casus of opdracht. Medewerkers bewegen zich van taak naar taak en voegen steeds in een andere context hun kennis of competenties toe aan een project of proces. Hun kennis “vloeit” op deze manier door de overheid en kan op meerdere plaatsen een bijdrage leveren aan de publieke zaak. En is de kennis niet intern aanwezig, dan kan net zo gemakkelijk kennis van buiten worden betrokken.

    Conclusie: de schaalbare overheid

    De samenleving individualiseert en tegelijkertijd zijn er meer verbindingen en sociale verbanden dan ooit. Ook dat klinkt als een paradox, maar is het niet. De samenleving wordt diverser en door internet zijn verbindingen gemakkelijker te leggen. Daardoor kiezen we ons eigen palet aan contacten op basis van onze interesses van dat moment. Aangezien iedereen “individualiseert”, is ook iedereen op zoek naar nieuwe contacten en vinden ze die ook gemakkelijker. Castells heeft die tegenstelling als volgt beschreven#:

    "Our societies are increasingly structured around the bipolar opposition of the Net and the Self"; the “Net” denotes the network organisations replacing vertically integrated hierarchies as the dominant form of social organization, the Self denotes the practices a person uses in reaffirming social identity and meaning in a continually changing cultural landscape."

    Hetzelfde geldt voor Humberto’s paradox. Juist doordat de uitvoering van de overheid steeds verder verfijnt, is het mogelijk om beter te gaan werken als één overheid, namelijk door te organiseren rondom maatschappelijke thema’s, dossiers of uitdagingen en cocreatie dan wel tegenstellingen te creëren waar die nodig zijn. De overheid van de toekomst moet schaalbaar zijn om efficiënter te werken en effectiever te kunnen bijdragen aan de netwerksamenleving.

    Van participatie naar cocreatie

    In dit artikel heb ik proberen aan te geven hoe die schaalbaarheid tot stand kan komen door te werken en werk te verdelen via online platformen, zowel binnen de overheid als met kennis uit de samenleving. Daardoor vervaagt de scheidslijn tussen “intern” en “extern” steeds meer. Kennis is fluïde en de publieke zaak is dat ook. Het initiatief ligt niet meer bij de overheid en succes ligt in het zo goed mogelijk combineren van de juiste kennis en betrokkenheid.

    De uitvoering van publieke taken is een cocreatie, waarbij netwerken van partijen in de overheid en de samenleving samenwerken om een specifieke taak in te vullen of een gezamenlijk doel te bereiken. Soms wordt het initiatief daartoe genomen vanuit de samenleving, soms vanuit de overheid. Het kan gaan om een cocreatie op nationaal niveau, op wijkniveau of rond een persoon en het kan leiden tot een gezamenlijk kopje koffie of tot een geheel nieuwe organisatie.

    De rol van overheden en organisaties verandert van uitvoerder naar deelnemer aan initiatieven van anderen. De overheid participeert in de samenleving: geen publieksparticipatie, maar overheidsparticipatie dus. Het gaat daarbij niet om een zwart-witoplossing. De overheid kan voorzieningen niet uit handen laten vallen of verantwoordelijkheden over de schutting gooien. Het gaat om het vinden van een nieuwe balans op een glijdende schaal.

    Wij, de overheid

    De ontwikkelingen op internet die ik hierboven heb geschetst zijn daarvoor zowel een instrument als een metafoor. Internet biedt nieuwe mogelijkheden om samen te werken en cocreatie in de publieke zaak te organiseren, maar geeft ook inzicht hoe de organisatie van de overheid zich moet ontwikkelen om maximaal gebruik te maken van die mogelijkheden en aansluiting te houden bij een samenleving die dat al doet.

    Deze nieuwe overheid zal niet haar vorm krijgen door middel van een reorganisatie. We kunnen immers de mogelijkheid van internet gebruiken om dwars door organisaties heen te werken. Dat is waar ik in 2013 aan wil gaan werken: een schaalbare overheid die de juiste mensen bij elkaar kan brengen en de energie in de samenleving en van publieke professionals als uitgangspunt heeft. Wie helpt er mee?

    Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers