Pleio

Engels | Nederlands

Het is moeilijker een goede netwerker te zijn dan een goede tennisser

    Peter Paul J. Doodkorte
    • iedereen (publiek zichtbaar)
    • 356
    Door Peter Paul J. Doodkorte 1292 dagen geleden

     0/5 Sterren (0)

    Het is moeilijker een goede netwerker te zijn dan een goede tennisser

    •  Verwijsindex: van registreren naar activeren

    Samenvatting

    Tijdige signalering van risico’s en problemen waar burgers (en hun omgeving) mee te maken krijgen, is van groot belang. Maar net zo belangrijk – of misschien wel: belangrijker nog – is dat de systeem- en de leefwereld elkaar op alle mogelijke manieren willen en kunnen vinden. Daarbij en daarom vervult (bijvoorbeeld) de Verwijsindex Risicojongeren een cruciale rol. Mits zij tot interactie en verbinding leidt.

    De verwijsindex als ICT-instrument op zich is mooi, maar niet genoeg. En geen doel op zich. De uitdaging is de Verwijsindex als koppelplatform te gebruiken. Een instrument dat – afgestemd en gecoördineerd (1 gezin, 1 plan, 1 aanspreekpunt en – waar gewenst en mogelijk – 1 budget) – de volgende stap mogelijk maakt: het doen. Dat ‘doen’ is de essentie: het tot stand brengen van verbindingen tussen betrokkenen, het binnen die verbinding delen van (relevante) informatie en het op basis daarvan gecoördineerd zetten van vervolgstappen. Met, naast, voor en door de mensen voor wie wij werken.

    Coördinatieproblemen kunnen zo worden voorkomen en mensen hoeven niet telkens weer dezelfde gegevens en informatie te verstrekken. Zo een gebruik dan wel doorontwikkeling en inzet van de Verwijsindex maakt het instrument duurzaam. Niet in de laatste plaats, omdat hiermee ‘één gezin, één plan en één aanspreekpunt’ effectief uit de verf kan komen. Als wij daarbij dit koppelplatform weten te duiden met meer positief begrip (zoals ‘Matchpoint’ in Haarlemmermeer), kunnen wij de negatieve bijklank of gevoelswaarde (bij alle betrokkenen!) ombuigen naar de betekenis die het instrument verdient: mensen en hun mogelijkheden bij elkaar brengen. Want waar mensen vanuit hun gezamenlijke ambitie(s) hun verschillende posities, middelen, mogelijkheden, bevoegdheden, kennis en kennissen samenbrengen, kan er echte co creatie ontstaan. En het sámen met anderen creëren bouwt krachtige gemeenschappen, verankerd in gedeelde opvattingen en gedragingen en sociale identiteit.”1

    De VIR

    De Verwijsindex risicojongeren (VIR) is een instrument om de afstemming van hulp en samenwerking van professionals te verbeteren. Aan de verwijsindex worden jongeren van 0 tot en met 23 jaar gemeld waarvan hulpverleners denken dat deze jongeren een risico in de ontwikkeling van jeugdige naar volwassenheid lopen. Het systeem beoogt het bij elkaar brengen van hulpverleners door hen te ‘matchen’ indien zij beiden een melding hebben geplaatst over dezelfde jongere. Vervolgens is het de bedoeling dat hulpverleners contact met el kaar opnemen en na het uitwisselen van de ter zake doende gegevens tot afspraken over de hulpverlening komen.

    Er wordt alleen basisinformatie (naam, adres, woonplaats) gedeeld. Andere privacygevoelige informatie wordt niet in het systeem opgenomen. En daar slaan wij volgens mij de plank mis!

    Met de meeste kinderen en jongeren gaat het goed. Een klein aantal ondervindt echter problemen en heeft ondersteuning of zorg nodig. Bij de oorzaak (en de oplossing) van problemen voor de kinderen en jongeren zijn meestal ook anderen uit hun omgeving betrokken. Niet zelden ook mensen die ook gebruik maken van ondersteuning of zorg. Het is dan – voor het vinden van een adequaat antwoord zaak dat een samenhangend plan wordt opgesteld (1 gezin, 1 plan, 1 aanspreekpunt en – zo mogelijk- 1 budget. Daarvoor is het belangrijk dat organisaties die hulp verlenen aan een kind of jongere niet alleen het betreffende kind of de jeugdige kennen, maar ook de context. Alleen zo kunnen alle partijen goed en snel met elkaar afstemmen en kunnen kinderen, jongeren en hun omgeving gaan het merken dat de zorg beter is gecoördineerd. Dat vraagt echter dat de jeugdige met vragen dan wel problemen niet geïsoleerd wordt opgenomen in de verwijsindex. Waarbij hij of zij direct ook een ‘lekkere’ sticker krijgt: ‘risicojongere’.

    Van verwijsindex naar koppelplatform

    Hoe zorgen we er voor dat burgers snel hulp krijgen, of bij hen betrokken professionals snel advies? Daarvoor is goede en complete informatie nodig. Dat op haar beurt vraagt samenwerking. Dat vinden alle overheden en professionals ook belangrijk. De Verwijsindex is daarbij (een belangrijk instrument. Maar een instrument ontleent zijn echte waarde aan het gebruik ervan. Als ICT-instrument op zich is het niet voldoende.

    De transitie in de jeugdzorg en passend onderwijs, net zoals de Participatiewet en de (overgang van taken uit de) AWBZ/Wmo, en de daaraan verbonden inhoudelijke uitdaging vragen om doorontwikkeling van de Verwijsindex.

    De Verwijsindex – bedoeld als een instrument om professionals bij de ondersteuning en zorg van mensen adequaat te laten optreden – beoogt te verbinden én te schakelen. Zij kan helpen bij het inschatten van de ernst van de klachten én de mogelijkheden die vervolgens kunnen worden aangeboden. Echter, voor het bieden van optimale ondersteuning of zorg bij het vinden van een antwoord is het van belang dat wij die informatie kunnen plaatsen in de context van de betrokkenen. En weten welke professionals er in die omgeving nog meer acteren. Dat vraagt wel het (beter) vinden van de juiste balans tussen de gewenste dan wel noodzakelijke informatie over het individu en/in zijn omgeving.

    De werking en betekenis van de Verwijsindex staat of valt met de kwaliteit en de mate van compleetheid. In de wetenschap dat informatie op zich onvoldoende is. Je moet vervolgens ook wel wat met die informatie doen. Daarom is het hanteren van een ‘meldplicht’ op zich ook niet voldoende. Daar ligt ook de achilleshiel van de Verwijsindex.

    Het begrip ‘Verwijsindex’ bevat namelijk twee elementen (‘verwijzen’ en ‘index’) die precies dat weergeven wat we niet willen: ‘verwijzen’ (door te melden). Verwijzen is een actie die gericht is op ‘naar iets of iemand anders wijzen of sturen’.

    Index, of indexeren, kan als snel suggereren dat het gaat om een aanwijzer (wijsvinger, register, lijst). Bedoeld om te duiden en terug te vinden. Beide elementen zijn – wat mij betreft – een mooie basis, maar als het daarbij blijft contrair aan het feitelijke doel van de Verwijsindex. Dat doel is: interactieve verbindingen tot stand brengen.

    Van tennisser naar netwerker

    De kracht van de Verwijsindex kan aan kracht en betekenis toenemen als wij er in slagen ook een koppeling te maken tussen het individu en zijn leefwereld. De interactie van het individu met zijn leefwereld – en belangrijke mensen daarbinnen – vormt per slot van rekening de basis voor het vinden van een antwoord op (dreigende) problemen. Elk probleem immers heeft wortels. Net zoals de oplossing die wortels nodig heeft. Het gaat om de relatie tussen beiden. Om de manier waarop ze in samenhang tot betekenis, keuzes, inhoudelijke agenda’s en acties leiden. Creatieve, out of the box denkende professionals die zo gebruik maken van de Verwijsindex bieden het individu – samen met zijn of haar omgeving – zo op tijd en op maat de juiste vorm van ondersteuning of zorg.

    1 Vrije vertaling van uitspraak van Oscar Berg, Senior Consultant, Strategic IT bij Acando)

    Zie ook: http://peterpauldoodkorte.wordpress.com/2013/05/24/het-is-moeilijker-een-goede-netwerker-te-zijn-dan-een-goede-tennisser/

    Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers