Pleio

Engels | Nederlands

In de hand houden wat je uit handen geeft

    Peter Paul J. Doodkorte
    • iedereen (publiek zichtbaar)
    • 232
    Door Peter Paul J. Doodkorte 1628 dagen geleden

     0/5 Sterren (0)

    In de hand houden wat je uit handen geeft

    Het hervormen van het sociale domein is een opgave waar iedere gemeente voor staat. Deze hervorming is één van de grootste opgaven ooit voor gemeenten. Mensen moeten veel meer op eigen kracht problemen oplossen. En gemeenten moeten kijken of collectieve voorzieningen het veel duurdere maatwerk kunnen vervangen.

    Een goed – en op deze opgave afgestemd - sturingsmodel is voor gemeenten de sleutel om de transformatie van het sociaal domein vorm te kunnen geven. De bestaande resp. gekende sturingsmodellen zijn, mede door de verkokerde basis daarvan,  daarvoor niet toereikend.   Het huidige stelsel van ondersteuning en zorg bevat bovendien (te) veel prikkels die leiden tot een alsmaar toenemende productie en consumptie van zorg; waarschijnlijk zelfs tot een overproductie en overconsumptie. Datzelfde stelsel leidt ook tot een natuurlijke beweging naar specialistische ondersteuning. En om die volumegroei te beheersen is vervolgens weer een (bureaucratisch) stelsel van indicaties ontwikkeld.

    Het handen en voeten geven aan een eigentijds sturings- en financieringsmodel is geen sinecure. Want in het samenspel tussen burger en bestuur en de afzonderlijke domeinen is sprake van meerdere paradigmawisselingen:

    •              van klantdenken naar burger-/partnerdenken;

    •              van cliënt- naar overheidsparticipatie;

    •              van zorgen naar borgen;

    •              van voorschrijven naar mogelijk maken;

    •              van producten naar oplossingen;

    •              van protocollen naar vakmanschap;

    •              van ketens naar netwerken.

    En tegelijkertijd: hoewel de algemene beleidstrend voor de gewenste situatie er is een van overstappen van voorschrijvend naar faciliterend, is de rationele beleidstrend er een van dictaat en beheersing.

    Een belangrijke uitdaging bij het (her)ontwerp van de het sturings- en bekostigingsmodel is dus om meer ruimte te geven aan zelfbeheer door burgers. Zij moeten - en willen soms ook – immers meer zelf doen.  Overheden en professionals krijgen daarbij andere rollen. Dat proces is volop aan de gang. Tegelijk is er voor alle betrokkenen sprake van een zoekproces  naar daarop afgestemde  identiteiten, rollen, taken en verantwoordelijkheden. Routines, oude arrangementen, de reflex om te willen regisseren, en de moeite om “los te laten” staan daarbij niet zelden in de weg.

    Een veerkrachtig sociaal domein – gegrondvest op de eigen kracht van burgers in/en hun sociale context –  vraagt naar mijn mening om het (zo dichtbij als mogelijk) bij de burger leggen van het budgetrecht. In de wetenschap en overtuiging dat tegelijkertijd recht gedaan moet worden aan waarden van good governance (zoals effectiviteit), van behoorlijkheid (zorgvuldigheid, transparantie, rechtvaardigheid, proportionaliteit, rekenschap e.d.) en tegenwicht (tegenkracht, evenwicht door tegenwicht en een gelijk dan wel eerlijk speelveld).

    Gemeenten kunnen de neiging hebben om vanuit een traditionele manier van werken zelf de kar te willen trekken. Zelf het voortouw te willen nemen terwijl zij tegelijkertijd de burger in actie wil brengen. Deze organisatiereflex moet her- en erkend, en vervolgens geruimd worden. Daarbij moet de regievoering van technisch beheer overstappen naar een meer procesgerichte benadering.

    Het beleidsproces van gemeenten moet aldus gericht zijn op én het bevorderen van de zelfredzaamheid en de participatie van de burger én op de kwaliteit van de samenleving. Het gaat immers ook om een verschuiving van meer overheidszorg naar meer zelfredzaamheid. In dit verband is het denkbaar – en wenselijk – dat de burger de komende jaren veel minder gebruik zal maken van het zorgaanbod in de huidige vorm en veel meer zelf de zorg gaat inkopen (al dan niet via een zorgmakelaar). Voor gemeenten vertaald dit zich in een paradigmaverschuiving van zorgplicht naar compensatieplicht.

    Dit alles zal leiden tot een andere relatie resp. verhouding tussen gemeenten, instellingen en burgers: horizontaal partnership. Gemeente, inwoners en uitvoerende partijen zijn binnen die verhouding gelijkwaardig, maar erkennen dat ieder werkt  vanuit een ander perspectief. De gemeente als 'bepaler en betaler' en de inwoners en hen ondersteunende instellingen/ professionals als 'expert van de uitvoering'.

    Bij horizontaal partnership bepaalt de gemeente resp. financier  het 'wat' en bepalen de inwoners en de hen ondersteunende instellingen/professionals het 'hoe'. Dit gebeurt in en vraagt om nauwe samenspraak. Ook, omdat eenieder vanuit de eigen optiek en belangen ook een mening over het domein van de ander heeft. 

    Horizontaal partnership vraagt naast een daarop gerichte visie en dialoog ook om een daarop afgestemd sturings- en bekostigingsmodel. De eerste stap op de weg naar zo een  sturings- en bekostigingsmodel, waarbij gemeente in handen kunnen houden wat zij uit handen geven, is het identificeren en vastleggen van de uitgangspunten. Deze uitgangspunten – te ontlenen aan de visie – vormen het ijkpunt waarop sturing en bekostiging vervolgens opnieuw kunnen worden ingericht.

    Het antwoord op de vraag hoe het sturings,- en financieringsmodel er moet uitzien, vraagt duidelijkheid over wat het moet kunnen. Relevante vragen daarbij zijn:

    1. Waarom willen we sturen.
    2. Hoe willen we sturen?
    3. Wat willen we sturen?

    Tenslotte

    In de hand houden wat je uit handen geeft is een ingewikkelde opgave. Het kan alleen slagen als alle betrokkenen zich op voorhand committeren aan een innovatieve, co-creërende benadering. En iedereen volstrekt transparant wil zijn.

    Welk model voor sturing en bekostiging een gemeente ook kiest: het moet bij de betreffende gemeente en haar visie op het sociaal domein passen. En daarom is het goed te weten dat het onderscheid is tussen faciliteren en voorschrijvende sturing.

    • Faciliterende sturing gaat over het mogelijk maken van interacties tussen partijen. De gemeente stelt zich op als  procesregisseur en neemt eventuele belemmeringen weg om de vrije interactie tussen burgers en instellingen te bevorderen. Er wordt uitgegaan van een (grote) zelfredzaamheid en eigen kracht van de burgers en van instellingen die daarop inspelen.
    • Een voorschrijvende sturing dicteert regels rondom kwaliteit, toegang, output, etc. Door inhoudelijke regels op te stellen wordt de toegang tot voorzieningen en de financiering geregeld.

    Kortom, gemeenten, maar ook hun samenwerkingspartners dienen gematigd en terughoudend te zijn in hun sturingsambities en sturingspretenties. Sturing en toezicht kunnen nu eenmaal niet goedmaken wat in het primaire proces verkeerd gaat. De bekostiging vervolgens moet 'goed gedrag' stimuleren: de juiste ondersteuning of het juiste arrangement wordt aangeboden en aanbieders slagen erin eigen kracht van burgers te benutten of te versterken.

    zie ook: www.peterpauldoodkorte.wordpress.com


    Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers