Pleio

Engels | Nederlands

Schril contrast

    Peter Paul J. Doodkorte
    • iedereen (publiek zichtbaar)
    • 299
    Door Peter Paul J. Doodkorte 1795 dagen geleden Reacties (1)

     0/5 Sterren (0)

    Schril contrast
    • Je leert het probleem pas kennen wanneer je begint met oplossen, is het devies (Erik Gerritsen).

    “De schaar is een mes waar de bliksem in is geslagen. Een dolkmes met gespleten lemmet en geslepen greep, net zo dubbelhartig als de tong van de slang in het paradijs. Een tweesnijdend mes, waarvan de sneden van elkaar weg of naar elkaar toe opereren. Altijd in tegengestelde richting, draaiend om hetzelfde punt “

    A.F. Th. van der Heijden – De slag om de Blauwbrug

    Het sentiment rond de overdracht van de zorg voor jeugd aan gemeenten was deze week als het mes waarin de bliksem is geslagen.

    Terwijl ik in verschillende bijeenkomsten werd getroffen door het grote enthousiasme van uitvoerende professionals en individuele organisaties over de aan de overdracht en omvorming verbonden kansen, verschenen tegelijkertijd alarmerende berichten van koepelorganisaties en vakbonden over juist de bedreigingen. Die dubbelhartige opstelling – en de daarbij gebruikte argumentatie – roept bij mij grote twijfel aan de waarachtigheid van partijen op.

    Terwijl de ene na de andere gemeente – of regio van samenwerkende gemeenten – melding maakt van commitment voor een gedeelde visie op en gezamenlijke planning van de overdracht en omvorming, suggereren koepelorganisaties  en  vakbonden massale vrees voor diezelfde overheveling. En alle partijen hanteren daarbij hetzelfde odium:  “Met de zorg voor kwetsbare jeugd mag je geen enkel risico nemen." Waarbij organisaties die op het ene moment klagen over de ‘gijzeling door incidentenpolitiek’ diezelfde incidenten gebruiken om hun gelijk te onderbouwen. Organisaties die schande spreken over de overvloed aan hulpverleners bij een en dezelfde casus krokodillentranen huilen als er gesproken wordt over een mogelijk banenverlies als gevolg van de overdracht en omvorming van de zorg voor jeugd.

    De zorg voor jeugd die in Nederland onverantwoord complex georganiseerd en hopeloos gefragmenteerd is. De professionals krijgen daardoor niet voor elkaar wat nodig is voor kinderen. Juist door gebrek aan commitment van (hun) organisaties. Over die conclusie – verbonden aan de evaluatie van de Wet op de Jeugdzorg – was iedereen het eens. Totdat…de eigen belangen in het geding kwamen en komen. Een (telefonische) gesprekspartner van mij vertelde het mij afgelopen vrijdagochtend (21 juni 2013) onomwonden naar aanleiding van een artikel in een landelijk ochtendblad: “Ik doe mee aan de actie, maar wel onder een andere naam. Want als de lobby misloopt moet mijn eigen organisatie er geen last van hebben”. Waarop ik mijn gesprekspartner aansprak op de onwaarachtigheid van die opstelling. “U bent,” zo stelde ik – “met de beste bedoeling wellicht – te veel bezig met uzelf en uw eigen belangen.”

    Het is, zoals Erik Gerritsen, Bestuursvoorzitter van het Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam, eerder deze week in een interview opmerkte: “De mensen die het werk doen, moeten de oplossing bedenken. Het moet vanuit de leefwereld komen. Dan heb je een duurzame oplossing."

    De gevestigde orde heeft het met de daarvoor gevraagde c.q. noodzakelijke verandering overduidelijk lastig.  Zij beschouwen het proces van overdracht en omvorming als een ‘lineair’ project.  Zij hebben een concept en willen dat (projectmatig) gerealiseerd zien. Terwijl het proces waarin wij nu zitten geen gesloten systeem of project is. Net zomin als opvoeden zelf overigens. Wij hebben te maken met een beweeglijke, onvoorspelbare omgeving, waarin zich onvoorspelbare processen afspelen. Het gaat daarbij om vraagstukken die als kenmerken hebben: ongestructureerdheid, verbondenheid met veel partijen en dynamiek (probleemdefinities en percepties van oplossingen verschuiven in de tijd).

    De projectmatige aanpak leent zich prima voor het beheersen van de ‘binnenkant’ van het gesloten systeem. Maar voor het begrijpen van de context en het besturen van de omgeving is een procesmatige benadering gewenst. De daarbij behorende interactie vraagt om voortdurende beweging en perspectiefwisseling. En acceptatie van een (bovendien beoogd) verschuivend machtscentrum.

    De centrale gedachte bij de omvorming van de zorg voor jeugd is een proces dat start met een idee en vervolgens op gang komt door een uitwisseling van feiten en cijfers (factoren) enerzijds en meningen of inzichten (afkomstig van actoren) anderzijds. Dit vraagt meerdere malen na elkaar het nemen van de stappen van ruimte scheppen en ruimte invullen. Die benadering sluit aan bij de reactie van André Rouvoet, oud-minister van Jeugd en Gezin op alle commotie:  "Eventuele knelpunten zijn het resultaat van maatwerk, waar het juist om te doen is.” Om vervolgens, hoewel hij benadrukte niet te  spreken als voorzitter van Zorgverzekeraars Nederland, zelf ook weer dubbelhartig op te merken dat hij bezorgd is over het overhevelen van de jeugd-GGz. “Niet alleen als het gaat om het budget voor het werk, ook omdat ik bang ben dat het in gemeenten ontbreekt aan kennis van de geestelijke gezondheidszorg voor jongeren."

    De dubbelhartigheid waarmee de verschillende actoren bij de stelselwijziging zich deze week uitspraken staat in schril contrast met het commitment aan de stelselwijziging dat alle betrokken partijen eerder uitspraken. Zo kopt een verslag van de Jeugdpoortbijeenkomst op 28 maart 2011 nog: “Brancheorganisaties positief over stelselwijziging.” In hetzelfde verslag  verklaart vice-voorzitter Johan Brongers vn de MOgroep nog dat “teveel hulpverleners per gezin ineffectief is” en zegt Hans Kamps, voorzitter van Jeugdzorg Nederland: “Het integrale karakter wordt beklemtoond. Behoud dat!”

    Dat enthousiasme – (toen) nog niet overwoekerd door eigen belang – ontmoet ik welhaast dagelijks bij professionals en directeuren in de uitvoeringspraktijk. Behoud dat!

    Hoewel ik ervan uitga dat het niet zo bedoeld is, geeft de deze week opgelaaide discussie over tempo en inhoud van de stelselwijziging voor de zorg voor jeugd toch minstens de schijn van gedrag dat kinderen tijdens of na een scheiding kunnen vertonen: manipuleren.  Ik herinner daarom alle betrokkenen graag en van harte aan de valkuil die professionele opvoeders ouders en opvoeders vaak voorhouden: de machtsstrijd. Even afstand nemen is wenselijk. Overwegen wat je wilt bereiken, wat je werkelijke motieven en belangen bij de situatie zijn. En er over praten. Om dingen helder te krijgen. Probeer de ander eens te begrijpen!

    Zo even stilstaan kan een ander zicht geven op de situatie en op het gedrag van de ander én van jezelf. Het besef dat veranderen er niet alleen voor anderen is kan daarbij erg helpend zijn. Zo goed als de acceptatie van het feit dat de keus om de zorg voor jeugd primair bij gemeenten neer te leggen impliceert dat zij hun keuzen moeten en mogen maken.

     

    Reacties

    Volgorde van reacties: Aantal: Automatisch laden:
      • latu
        latu 1793 dagen geleden

        Hiermee de spijker op z'n kop slaande! Wat naar mijn mening nu ontbreekt is de sturing om daadwerkelijk tot verandering te komen. De jeugdproblematiek is groot, mogelijk werk voor velen, dus waarom dan bang voor je job?
        Angst is er, mogelijk terecht, met name bij de "leidinggevenden" die er, zoals in vele takken van sport , teveel zijn!
        Zie de uitdagingen en laat men die aangaan. Echter indien hier niemand opstaat met de macht en het inzicht om spijkers met koppen te slaan, zal het nog lang duren voordat de jeugdige optimaal geholpen gaat worden. Waarbij ik de individuele hulpverlener niet te kort wil doen, maar ook die zit vast in het versnipperde systeem.

      Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers