Pleio

Engels | Nederlands

Goed zijn is streven naar het goede

    Peter Paul J. Doodkorte
    Door Peter Paul J. Doodkorte 1537 dagen geleden

     0/5 Sterren (0)

    Goed zijn is streven naar het goede

    Wie nooit gevallen is, heeft geen juist besef van wat er nodig is om vast te staan (Multatuli).

    “Jeugdzorg liet veel steken vallen”, “Jeugdzorg/ amk blundert door onzorgvuldig handelen”, “Jeugdzorg in de fout”. Zomaar een aantal krantenkoppen over de jeugdzorg. Het mediabeeld van de jeugdzorg is niet best. Het wordt bovendien gedomineerd door incidenten. Uitvoerende instanties komen daarbij snel onder vuur en vergrootglas te liggen. Denk aan de afschuwelijke incidenten rond het meisje van Nulde (2001), Savanna (2004) of de brand te Roermond (2002). Bij al deze gezinnen was jeugdzorg betrokken en vormden de gezinsdrama’s aanleiding voor politiek debat en Kamervragen. De zorgen over het functioneren van de jeugdzorg zijn momenteel aanleiding om het stelsel van de jeugdzorg ingrijpend te gaan veranderen.

    De  vraag is, of al deze kritiek terecht is. Uitzonderingen daargelaten, ben ik van mening dat wij uitvoerende jeugdzorgwerkers te kort doen. Bij die kritiek is er naar mijn mening te weinig aandacht en oog voor de niet zelden onvoorstelbare dilemma’s waarvoor uitvoerende werkers bij het maken van keuzes worden gesteld. Het collectieve gevoel van onmacht, schuld of schaamte vertalen wij graag digitaal: is er iemand die de schuld kan krijgen?

    Het voorkomen of beperken van schade aan kinderen is de basis voor het handelen van elke jeugdzorgwerker. Dat geldt voor gezinsvoogden, jeugdbeschermers, pleegouderbegeleider, kinderpsychiaters enz. Maar het voorkomen of beperken van schade is niet af te doen met digitale afwegingen.

    Zo is er deze weken (weer!) volop discussie over mazelenvaccinatie. Deze ziekte breidt zich in ons land uit en maar beperkt zich voornamelijk tot de regio waar streng gereformeerde mensen weigeren zichzelf of hun kinderen te laten inenten. Tegen welke ziekte dan ook. Hun voornaamste overweging is dat hun lichaam hen door God te leen is gegeven en dat zij daaraan niets mogen veranderen. Ze moeten het lichaam wel goed onderhouden, maar moeten het accepteren zoals het hen is gegeven. De voor de Volksgezondheid verantwoordelijke minister, Edith Schippers vindt niet inenten tegen mazelen 'onverantwoord'. Zij roept ouders die hun kinderen niet laten inenten tegen de mazelen op, daar nog eens goed over na te denken. Maar ze voelt niets voor verplicht vaccineren (lees: ingrijpen):  ''We leven in een vrij land en ouders kunnen dit doen bij de gratie van andere ouders die wel laten inenten.'' En de (vele) discussies ten spijt: niemand die er aan denkt haar te kapittelen.

    Mogen mensen die vinden dat zij zich niet te weer mogen stellen tegen besmettelijke ziektes met hun mening anderen – in het bijzonder hun en andermans kinderen – in gevaar brengen? Want hoewel de mazelen een kinderziekte is, kan de ziekte wel degelijk gevaarlijk en zelfs dodelijk zijn en kost ze de gemeenschap handenvol geld. Een moreel dilemma!

    Hoe vaak denkt u, krijgen werkers in de jeugdzorg dat argument niet van ouders dan wel jeugdogen voor de voeten geworpen:  ''We leven in een vrij land en als ouder bepaal ik zelf wel wat goed of fout is voor mijn kinderen.” En dan heb ik het nog niet over (v)echtscheidingen waarbij beide ouders met exact hetzelfde argument opkomen voor dat wat volgens hen het beste is voor hun (zijn/haar) kind. En dan wordt van jou, als jeugdzorgwerker, gevraagd om een keuze te maken. Een duivels dilemma!

    Het dilemma: hieronder versta ik de onzekerheid over de vraag welke beslissing genomen moet worden in een situatie waarin verschillende belangen tegenover elkaar staan en die belangen en principes even zwaar tellen.

    Is het bijvoorbeeld – vanuit het perspectief van de jeugdzorgwerker, die als opdracht heeft “de ondersteuning van en hulp aan jeugdigen en hun ouders bij opgroei- en opvoedingsproblemen van geestelijke, sociale of pedagogische aard die de ontwikkeling naar volwassenheid belemmeren” – verantwoord dat ouders zelf de keuze voor niet vaccineren maken, of moet hij – om het risico op eventuele schade te voorkomen – besluiten in te grijpen?

    De dagelijkse praktijk leert dat het niet altijd eenvoudig is om vast te stellen of kinderen schade ondervinden in een gezin en of ingrijpen moreel en juridisch te rechtvaardigen is. De professional loopt het gevaar óf te vroeg óf te laat in te grijpen. Er moeten niet zelden keuzes gemaakt worden waarbij meerdere belangen en personen een rol spelen. Het afwegen is niet eenvoudig, want resultaten zijn niet met zekerheid vast te stellen; gedragsregels kunnen met elkaar in conflict komen; gezinssituaties zijn complex en interventies hebben vaak zowel positieve als negatieve opvoedperspectieven.

    Daarom houd ik al die stuurlui – en de beste staan altijd aan de wal – graag en met enige regelmaat voor:  “De opvoeding is het moeilijkste vraagstuk dat de mens is voorgelegd. Dat het dus wel eens fout gaat, mag niet verwonderen. Jeugdzorg is daarvan niet de oorzaak, maar het gevolg!”

    De jeugdzorg staat onder grote maatschappelijke druk door de aandacht voor gezinsdrama’s en de roep om krachtiger op te treden in de privésfeer. Professionals hebben daarbij of het gevoel van op eieren te moeten lopen of opgejaagd te worden. Ze voelen zich onder druk gezet door de negatieve beeldvorming van de jeugdzorg, de grote aandacht voor gezinsdrama’s en het gebrek aan tijd.  Maar, als je achter de voordeur wilt kijken moet je stevig in je schoenen staan. En mandaat hebben. In het debat over de stelselwijziging vraagt dit vooral interesse en oog voor de soms Gordiaanse knoop waarvoor wij onze jeugdzorgwerkers stellen. Daaraan werken heeft – wat mij betreft – de grootste prioriteit voor het welslagen daarvan.

    De transitie (overdracht) en transformatie (omvorming) van de jeugdzorg (en dit geldt wat mij betreft voor het bredere zorgterrein) biedt veel kansen. Er is echter ook een serieuze uitdaging: het dichten van de kloof tussen de leefwereld van mensen aan de ene kant en de doorgeschoten hang naar maakbaarheid, de sterke gerichtheid op het (kunnen) afrekenen en het denken denken in tegenstellingen. Het zijn allemaal valkuilen die vragen om een stevig gesprek. Een gesprek tussen inwoners, professionals, (lokale) media en bestuurders (gemeenteraadsleden, de vooruitgeschoven post van de inwoners). De inzet daarbij moet zijn het verkrijgen van gedeelde overeenstemming over (morele) uitgangspunten. Niet een beetje van dit en beetje van dat, maar aan een werkelijke integratie. Autonomie én verbondenheid, invloed uitoefenen én grenzen erkennen. En daarbij eerst kijken naar wat ons verbindt. Het is daarbij van het grootste belang die mensen niet aan hun kant van de kloof te laten staan, maar hen de hand te reiken om deze kloof over te steken. In het besef dat wie nooit gevallen is, geen juist besef heeft van wat er nodig is om vast te staan (Multatuli).

    Zie voor meerdere blogs: peterpauldoodkorte.wordpress.com/



    Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers