Pleio

Engels | Nederlands

Als het goed is, kan het beter!

    Peter Paul J. Doodkorte
    • iedereen (publiek zichtbaar)
    • 1077
    Door Peter Paul J. Doodkorte 1535 dagen geleden Reacties (1)

     5/5 Sterren (1)

    Als het goed is, kan het beter!
    • We hebben misschien onze eigen meningen, maar waarom zouden die in de weg staan om elkaar van hart tot hart te ontmoeten? - Mohandas Gandhi

    In mijn vorige blog, "Goed zijn is streven naar het goede" hield ik een pleidooi voor minder digitaliteit in het beoordelen van de professionals die werken in de jeugdzorg. Naast de nodige positieve reacties kreeg ik ook een aantal kritische reacties.  En waar de positieve reacties ook nuance aanbrachten, was de teneur van de negatieve reacties overwegend: 'hoe kun je zo naïef zijn.'  Het mag toeval zijn, maar juist na het ontvangen van zo’n reactie hoorde ik in Studio Sportzomer een uitspraak die ik in dit verband graag quote: "Ik blijf liever naïef, totdat het tegendeel onomstotelijk is bewezen." En daarin slaagden de criticasters geenszins.

    De stijl waarin dat gebeurde was – zeer tot mijn spijt – op zijn vriendelijkst gezegd ongenuanceerd. Ik reageer – als ik reageer – naar  iedereen beleefd, ook al zijn ze onbeschoft tegen mij.  Niet, omdat zij aardig zijn, maar omdat ik dat wel ben. De wijzen begrijpen de door mij beoogde inzet.

    En ja, achteraf gezien realiseer ik mij zeer wel dat de titel van mijn vorige blog (“Goed zijn, is streven naar het goede”) misschien ook wel iets te kort door de bocht geformuleerd was. Of, zoals een van de reacties luidde:  een inspanning op zich mag toch geen rechtvaardiging zijn voor iets wat niet goed is? En ook dat is waar. Waar ik echter op wil wijzen is, dat als je 90% van je aandacht richt op de 10% die niet goed gaat, je na verloop van tijd gaat denken dat 90% niet goed gaat. En daarmee doen wij dat wat goed gaat - en de mensen die dat mogelijk maken - ernstig tekort.

    De titel van deze blog is mede daarom zo geformuleerd. Er gaat in de zorg voor jeugd en gezin veel goed. Maar dat is geen reden om tevreden achterover te leunen. Integendeel. Er blijft noodzaak tot verbetering.  Zoals ook blijkt uit een  recentelijk onderzoek onder 200 Friese gezinnen. Het werd, op verzoek van Zorg voor Jeugd Fryslân, uitgevoerd door een twintigtal studenten van de SPH-opleiding van de Steenden Hogeschool te Leeuwarden. De belangrijkste conclusie?  Het imago van de jeugdzorg is ronduit slecht. En omdat een goed imago te voet komt, maar te paard gaat, ligt daar een stevige opgave.

    Uit het onderzoek kwam ook naar voren dat de term 'jeugdzorg' zelf al een enorm beladen woord is. En al gauw vereenzelvigd wordt met (de dreiging van)  uithuisplaatsing. Dit beeld wordt ook versterkt als je  - met 'jeugdzorg' als trefwoord - op het internet googeld. Als je vervolgens op 'afbeeldingen' klikt, zie je als eerste een afbeelding van een boze meneer die een kind uit handen van de moeder rukt...

    Die negatieve beeldvorming vindt zijn oorzaak mede in de twijfel die ouders hebben bij de deskundigheid van professionele hulpverleners. Op dat punt krijgen leerkrachten en huisartsen een aanmerkelijk hogere waardering. Waarbij ouders aangeven dat zij het op prijs stellen als pedagogische ondersteuning meer verbonden zou zijn met die, meer vanzelfsprekende aanlooppunten: de school, de kinderopvang en de huisartsenpost. 

    De twijfel over dan wel aan de deskundigheid van de hulpverlener, vindt volgens de ouders zijn oorzaak onder meer in onvoldoende praktische levenservaring van de - in hun ogen vaak jonge - professionals. "Teveel boekenwijsheid" zo duidden zij hun twijfels.  Voor ouders en jeugdigen bepalen algemene  hulpverleningsprincipes, zoals zorgen voor een goede kwaliteit van de relatie kind/gezin - hulpverlener en het op een gestructureerde manier werken, in hoge mate de effecten van de hulp. Een consequentie daarvan is dat de noodzakelijke verbetering van de zorg in de praktijk vooral moet komen van:

    1. het door professionals investeren in het vestigen van een goede relatie met de op hun ondersteuning aangewezen ouders en kinderen;
    2. aansluiten bij de motivatie en mogelijkheden van ouders en kinderen;
    3. een goede structurering van de interventie (duidelijke doelstelling, planning en fasering);
    4. een goede ‘fit’ van de aanpak met het probleem en de hulpvraag;
    5. uitvoering van de interventie zoals deze uitgevoerd hoort te worden.

    Kortom, zo is de boodschap, investeer voortdurend  in de professionaliteit (goede opleiding en training) van de jeugdzorgwerkers. De inzet van meer ervaren (lees ook: oudere) professionals - in de vorm van een meester/gezel verhouding aan de voorkant kan daarbij volgens diezelfde ouders een grote dienst bewijzen.

    Een volgend punt van aandacht is de neiging tot problematisering. Ouders, en ook jeugdigen, ervaren opvoeden soms als lastig.  Die zoektocht of verwarring en niet-weten moet niet geproblematiseerd worden, alsof er iets behandeld of opgelost moet. Beter is het om aandacht te hebben voor het authentieke verlangen naar normaliseren dat uit hun zoeken spreekt. Het gaat er om samen met ouders en kinderen bij te houden of zij tevreden zijn, of er voldoende aan de doelen  is gewerkt en of er vooruitgang zit in de te leren vaardigheden of de afname van de ervaren last. Op elk van deze elementen zijn verbeteringen niet alleen mogelijk, maar ook geboden.

    Ook persoonlijke kenmerken van de hulpverlener zijn daarbij van belang: flexibel, eerlijk, ervaren, respectvol, betrouwbaar, zeker, geïnteresseerd, alert, vriendelijk, warm en open. Ouders zoeken en verwachten steun en vragen begrip. De beste manier om hen te begrijpen, is naar ze te luisteren. Kom  niet binnen met een panklare oplossing, maar begin bij het begin. De volgende vraag is dan: wat willen we bereiken? Wat zijn de mogelijkheden en wat gaan we er samen voor doen.

    Voor de professionele werkers geldt daarbij een welgemeend: Je bent niet gek als je eens iets geks doet, wel als je het zelf niet in de gaten hebt. Mensen die alleen binnen gebaande paden kunnen denken, behalen nooit uitmuntende resultaten. Geef toe als je ongelijk hebt, het is het bewijs dat je leert. Net zoals ouders en jeugdigen dag in dag uit leren elkaar beter te verstaan. Iets laten gaan getuigd van een grotere kracht dan er kosten wat het kost aan vasthouden. En, heel belangrijk: Denk niet voor de ander, maar als de ander. Stel je bij tijd en wijle eens even voor wat het voor jou zou betekenen, als jijzelf aan de andere kant van de tafel zou zitten. Als het over jouw eigen kind zou gaan. Zou je dan hetzelfde willen of doen? Te ver gaan is even slecht als tekort schieten. Luister goed naar wat er wordt gezegd; luister beter naar wat er niet wordt gezegd. En als je het even niet (meer) weet, deel dat dan met je gesprekspartners.  Behandel hen alsof ze zijn wat ze zouden willen zijn, dan help je ze te worden wat ze zouden kunnen zijn.

    Ouders willen – net zo goed als professionele werkers in de zorg voor jeugd overigens – per definitie het beste voor hun kinderen. Laat dat de basisregel zijn. En soms lukt dat (hen) niet. Het daarbij behorende gevoel van falen en schaamte (dit bleek in het hiervoor aangehaalde onderzoek voor ouders en jeugdigen de grootste drempel ) kan mensen immens onmachtig maken. Met alle schadelijke gevolgen van dien. Juist daarom ook worden van de werkers voor jeugd en gezin topprestaties verwacht. Dat vraagt gedreven professionals die dit gedachtegoed niet alleen een warm hart toe dragen, maar ook beschikken over het fingerspitzengefühl om dit in praktijk te brengen.

    Afsluitend – en daarmee kom ik ook terug bij de boodschap in mijn vorige blog – wil ik ouders, jeugdigen en professionele werkers voorhouden: niemand is perfect.  Het kan altijd beter. Net zo goed als dat ik mijn tekortkomingen heb.  Maar,  niemand zal ooit beweren dat hij een slecht mens is. Vanuit deze grondhouding van goed-zijn opereert ieder mens. Het mag echter nooit een  excuus zijn om de zoektocht naar 'beter' maar te beëindigen. Juist daarom is het goed het gesprek met elkaar gaande te houden. Een gesprek dat vooral ten doel heeft om vraagstukken te identificeren die dicht bij het dagelijks leven van ouders en jeugdigen liggen. En bij de werkpraktijk van de professionals. Nieuwsgierigheid naar elkaars motieven is de eerste stap naar een antwoord en oplossing voor de kloof die er onmiskenbaar is. Wanneer wij daarover geen bruggen weten te slaan, zal die kloof blijven bestaan en wellicht zelfs groter worden.

    Zie voor meer blogs: peterpauldoodkorte.wordpress.com/  

    Reacties

    Volgorde van reacties: Aantal: Automatisch laden:

    Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers