Pleio

Engels | Nederlands
  • BLOGS
  • MENSKRACHT
  • SAMEN UIT DE CRISIS: GAAN DE 35 REGIO'S BURGERKRACHT EN DUURZAME INZETBAARHEID STIMULEREN?
Menskracht

Menskracht

Inspiratie en ontwikkeling van professionele passie en talent

 3.7/5 Sterren (3)

Gerelateerde blogs

Ben ik een schaap als ik met e-portfolio aan de slag ga?

Ben ik een schaap als ik met e-portfolio aan de slag ga?

E-portfolio zal zo worden doorontwikkeld dat je...
Hoe de burger de energie-revolutie zelf invult!

Hoe de burger de energie-revolutie zelf invult!

Voorpublicatie over de betekenis van Menskracht...
Jong van Geest? Heeft dat toekomst?

Jong van Geest? Heeft dat toekomst?

Het overheersende cultuurpatroon is nog altijd...

Samen uit de crisis: gaan de 35 regio's burgerkracht en duurzame inzetbaarheid stimuleren?

    Henk Thielens
    • iedereen (publiek zichtbaar)
    • 3795
    Door Henk Thielens in de groep Menskracht 1569 dagen geleden Reacties (10)

     4/5 Sterren (1)

    image

    In de ‘burger aan zet’  wordt via rapportages op locatie, interviews en achtergronden de stand van de burgerkracht in Limburg in kaart gebracht.  Door de bestaande initiatieven te beschrijven wil de redactie succesfactoren  als het om burgerparticipatie gaat vastleggen, evenals manieren waarop struikelblokken kunnen worden overwonnen. De  ‘burger aan zet’ kan gevolgd worden via de Facebookgroep Samen_Leven. Deze blog sluit aan op het gedachtengoed dat met de artikelenreeks wordt ontsloten.

    Hoe kunnen we burgerkracht stimuleren?

    Vanuit de invalshoek burgerkracht is het interessant om elementen uit het centraal akkoord onder de loep te nemen omdat hiermee beoogd wordt om voor sectoren een betere ontsluiting van de regionale arbeidsmarkten te realiseren. En de werkzoekende burger heeft door de hoge werkeloosheid daar natuurlijk veel belang bij. Vraag is echter hoe die burger zelf invloed kan uitoefenen en hoe er verbinding ontstaat en gemeenschappelijk belang. Werkgevers en werknemers en overheden hebben samen een verantwoordelijkheid om werkeloosheid te voorkomen door werk te maken van duurzame inzetbaarheid. En daar kunnen verschillende adequate instrumenten bij worden gebruikt. Het is aan de 35 regio's om maatwerk te ontwikkelen, maar dit moet niet tot versnippering leiden. En voor de burgers moeten er in Nederland universeel herkenbare patronen zijn, ongeacht de regio waarin je woont. Hier ligt dus een grote uitdaging waar een creatieve oplossing voor bedacht moet worden. Verderop in deze blog zal duidelijk worden dat e-portfolio de verbindende schakel is. Door aanvullend daarop social media meer interactief te gaan gebruiken en jobruilbeurzen te organiseren ontstaat er processnelheid, betere communicatie en meer directe verbinding. En zo krijgt burgerkracht een extra stimulans en waardering.

    Op rijksniveau is onlangs op initiatief van de ambtenaren zelf een ruilbeurs gepland, een soort speed date bijeenkomst voor ‘jobruil’. Bedoeld om het voor medewerkers makkelijker te maken binnen de rijksoverheid aan hun ontwikkeling te werken door (tijdelijk) van plek te ruilen. De ruil kan zowel binnen de eigen organisatie als interdepartementaal zijn. Ruilkandidaten behouden hun contract en arbeidsvoorwaarden en zijn zelf – in overleg met hun leidinggevenden - verantwoordelijk voor een kwalitatief goede ruil. Na de ruil ga je (tenzij anders overeengekomen) weer terug naar je oude werkplek. En wat was het resultaat? Aan de eerste bijeenkomst deden 80 ambtenaren vanuit 18 organisaties mee; een goede manier om je breder op diverse functies binnen de rijksoverheid te oriënteren, te netwerken en uiteraard ook om te zoeken naar een goede match! En er zijn inmiddels diverse ruilen tot stand gekomen. Via een jobruil werk je aan je persoonlijke ontwikkeling. Het biedt kansen om ook in deze tijd van weinig vacatures nieuwe ervaringen op te doen.

    Vervolgstappen Centraal Akkoord.

    De Stichting van de Arbeid heeft een actieteam voor de crisisbestrijding aan het werk gezet om cao-partijen op decentraal niveau ondersteuning te geven bij de invulling van hun aanpak. In verschillende brieven heeft minister Ascher de Tweede Kamer over de richting en inhoud geïnformeerd. Zo is er een inspanningsverplichting om de jeugdwerkeloosheid te bestrijden. In 2014 moeten 2.500 jongeren werkervaring kunnen opdoen. In 2015 gaan de afspraken officieel in en zullen 5.000 jongeren aan werk worden geholpen. Dit getal zal stapsgewijs oplopen naar 10.000 structureel in 2020 en zelfs tot 100.000 in 2025. Op deze wijze vullen sociale partners de kwantitatieve doelstelling in met niet-vrijblijvende afspraken, die ook tot afspraken in cao’s en op bedrijfsniveau zullen moeten leiden. 

    De afspraken worden strak gemonitord. Als eind 2016 uit de monitoring blijkt dat de afgesproken ambitie niet wordt gehaald en er geen externe verklaarbare factoren zijn voor het niet realiseren van deze ambitie, dan zal na overleg met sociale partners een verplicht quotum aan de orde zijn.

    De werking van het totale pakket zal in beginsel jaarlijks worden gemonitord en in 2020 definitief worden geëvalueerd. De infrastructuur voor het aan het werk helpen van jongeren, dat wil zeggen de Werkbedrijven alsmede de ‘ontzorging’ van werkgevers, moet nu allereerst op orde komen. Het ligt dan ook in de rede niet eerder dan eind 2016 een eerste evaluatie uit te voeren op het realiseren van de uitgesproken ambitie voor op dat moment 11.000 jongeren. De Stichting van de Arbeid zal nauw bij deze monitoring worden betrokken.

    Bedoeling van het kabinet is om in augustus een stimuleringsregeling in de Staatcourant te publiceren zodat er sectoraal, regionaal en intersectoraal analyse, gedachtevorming, planvorming en zoals beoogd, gecoördineerde inspanningen zullen worden gepleegd.

    Werkkamer of zweetkamer ?

    Er is een zogenaamde ‘Werkkamer’ gevormd waarin de sociale partners samen met de VNG binnen drie maanden het ontwerp ontwikkelen voor de regionale arbeidsmarktinfrastructuur. Dit ontwerp zal ingaan op de toekomst van de 35 arbeidsmarktregio’s. De aansturing en verantwoordelijkheidstoedeling van regionale overheden en marktpartijen, de financiering(sbronnen), de betrokkenheid van regionale werkgevers en vakbonden en dergelijke zullen dan in kaart worden gebracht. Het overleg zal ook betrekking hebben op de inrichting, opdracht, financiering en taakstelling van de Werkbedrijven.

    Dit laatste lijkt een 'tour de force', waarbij je kunt afvragen of dit de hoogste prioriteit moet hebben omdat veel samenwerkingsverbanden er al enige tijd heel intensief mee bezig zijn. Het zou er toe kunnen leiden dat er minder aandacht is voor andere belangrijke elementen uit het centraal akkoord.

    Vraag is ook hoe het proces met zo’n veelheid van partijen, verschillende belangen en organisatie- en werkculturen slagvaardig zou kunnen worden ingevuld. En voor de 35 regio’s geldt dezelfde tijdsdruk: “want die het eerst komt, die het eerst maalt”.

    Zelfs in regio’s waar men al eerder samen een gemeenschappelijk traject heeft doorlopen kan het zomaar gebeuren dat de emotie het van de ratio wint als ego’s onder de druk van de omstandigheden gaan botsen en de spanningen oplopen omdat men inhoudelijk overeenstemming moet bereiken en verdeelsleutels moeten worden bepaald m.b.t. de eigen bijdragen. Onderhandelaars zullen heel creatief en inventief moeten zijn want ook als deze hobbel kan worden genomen zijn er nog de voorwaarden van de rijksbijdrage die ook niet 'mals' zijn:

    1. Eén organisatie dient namens een consortium een plan in als hoofdaanvrager.
    2. Het plan bevat een knelpuntenanalyse sectoraal en intersectoraal, waarbij niet alleen aandacht is voor de huidige arbeidsbehoefte, maar ook naar de toekomst wordt gekeken.
    3. Het plan beschrijft concrete maatregelen voor het wegnemen van de knelpunten met daaraan gekoppeld kwalitatieve en kwantitatieve doelstellingen. Er wordt aangegeven hoe de maatregelen worden gefinancierd door het consortium. Het plan beschrijft wat wordt verwacht van de overheid. Als om cofinanciering wordt verzocht, wordt aangegeven waarom dit nodig is en waarom dit een effectieve besteding van overheidsgeld is.

    In een tijd waar gemeenten met decentralisaties en rijksbezuinigingen worden geconfronteerd en taakverzwaring en formatiekrimp hoogtij viert zal het moeilijk worden om aan al die voorwaarden en inhoudelijke eisen te voldoen.

    Het risico bestaat als men “het hoofd niet koel houdt” dat het proces stagneert. De kansen en mogelijkheden om samen uit de crisis te komen zullen dan sterk ingeperkt worden. Partijen zouden moeten proberen om zich te focussen op een pragmatisch insteek die op korte- en middenlange termijn soelaas biedt en waar een breed maatschappelijk en politiek draagvlak voor is.

    Waar zou men in de 35 regio’s rekening mee moeten houden?

    De effecten van vergrijzing en ontgroening bij gemeenten zijn duidelijk zichtbaar als gekeken wordt naar de ontwikkeling van de bezetting in de afgelopen vijf jaar. Waar het aantal 60 plussers met bijna 80% is toegenomen, is het aantal medewerkers dat jonger is dan 35 met 20% afgenomen. Zeker in vergelijking met de rest van de beroepsbevolking loopt de gemeentelijke sector daarmee stevig uit de pas. Dit blijkt duidelijk uit de personeelsmonitor van het A en O fonds gemeenten. De teruggelopen werkgelegenheid bij gemeenten komt vooral tot uiting in de verhouding tussen instroom en uitstroom. Nog maar vijf jaar geleden hadden gemeenten een instroompercentage van meer dan 10 procent en een uitstroompercentage dat daar een paar tienden procentpunten onder lag. Inmiddels is die situatie totaal omgekeerd. Het instroompercentage is minder dan 4 procent en het uitstroompercentage is teruggelopen tot 6,6 procent. Waar er vijf jaar geleden per saldo nog mensen binnenkwamen is de instroom nu vrijwel volledig opgedroogd en gaan er per saldo mensen uit. Degenen die uitstromen zijn voornamelijk oudere medewerkers die met pensioen gaan. Vijf jaar geleden waren de meeste uitstromers nog tussen de 35 en 45. Inmiddels is de grootste groep uitstromers 60 plusser. De vervangingsvraag bij gemeenten wordt daarmee niet volledig ingevuld en op die manier bezuinigen gemeenten op hun formatie.

    De belangrijkste feiten op een rij:

    • Het aantal 60 plussers is in vijf jaar bijna met 80 % toegenomen en het aantal medewerkers dat jonger is dan 35 jaar is met 20 % afgenomen.
    • Het aandeel van de personele bezetting jonger dan 25 jaar is nog maar 1% terwijl het aandeel van die groep in de Nederlandse beroepsbevolking 10% is.
    • De grootste groep van ambtenaren van 33,6% is die met een leeftijd van 45-55 jaar.
    • De gemiddelde leeftijd van de Nederlandse beroepsbevolking ligt op 41,2 jaar maar bij gemeenten op 46,9 jaar.
    • De personele bezetting bij gemeenten bestaat inmiddels voor het overgrote deel (96%) uit medewerkers met een vast contract, waarvan 74 % in de hoogste periodiek van hun salarisschaal. Van die groep is bijna 46 % langer dan tien jaar in dienst.
    • Stage- en traineeprogramma’s blijven redelijk lopen maar leiden niet tot instroom van jongeren.
    • De arbeidsmarkt zit op slot: er vertrekken per saldo meer ambtenaren dan er binnen komen.
    • De instroom van jongeren is geheel gestopt.
    • De bezetting wordt steeds minder flexibel en de externe inhuur lijkt zich te stabiliseren rond 10%.
    • Tijdelijke contracten worden niet verlengd en nog maar 4% heeft een tijdelijke aanstelling en de facto geldt een vacaturestop.
    • Het doorstroompercentage bedraagt 4% en samen met de teruggelopen externe inhuur is het moeilijk om de noodzakelijke flexibiliteit tot stand te brengen.

    De uitdaging voor gemeenten is dan ook om de eigen medewerkers in beweging te krijgen en dat kan alleen door een heel stevige draai aan de carrousel te geven”.

    Hoe zou je er mee kunnen dealen?

    Uit onderzoek gepubliceerd in Gemeente Nu blijkt overigens dat 1 op de 3 ambtenaren een andere baan wil.  Mobiliteitsbevordering moet dus een extra impuls krijgen. Dat kan door ouderen die dat willen te laten uitstromen in organisaties waar door de vergrijzing zaken nu muurvast zitten.  Ook vanwege de demografische ontwikkeling en de hoge (jeugd)werkeloosheid is het noodzakelijk om mobiliteit/doorstroming als een topprioriteit te zien en zal alleen uitstroom voor noodzakelijke beweging kunnen gaan zorgen. Los daarvan kunnen gemeenten op korte termijn veel financieel voordeel behalen als ambtenaren die zestig jaar of ouder zijn versneld met pensioen gaan.

    In de gemeente Terneuzen moeten veertig tot vijftig voltijdse arbeidsplaatsen van de loonlijst om een bezuiniging van 2,5 miljoen euro te realiseren. Als alle zestig plussers met vervroegd pensioen gaan, dan kost dat 4,1 miljoen euro aan financiële tegemoetkomingen. Dit geld wordt binnen twee jaar terugverdiend. De bedoeling is de ambtenaren te stimuleren voor de uitgang te kiezen. Van dwang is echter geen sprake. Er is een berekening gemaakt van het totaal salaris vanaf datum uittreden ABP keuze pensioen tot aan de AOW- leeftijd. Op dit totaalbedrag werd een percentage tussen 35 en 45 %  gehanteerd. E.e.a. is afhankelijk van de salarisschaal. Dit percentage is dan de aanvulling van de werkgever. Gelet op het feit dat er nu sprake is van vervroegd pensioen is, is rekening gehouden met het percentage van 52% eindheffing (regeling voor vervroegde uittreding) over de uitkering per medewerker. Er waren 50 medewerkers die voldeden aan het criterium en 38 medewerkers gaan de organisatie verlaten, zonder dat er sprake is van herinvulling. Taken worden intern herverdeeld, m.u.v. een aantal specialistische functies (bankwerker/lasser en een docent).  Deze insteek leidt in eerste instantie niet tot nieuwe instroom maar zal natuurlijk wel een behoorlijk  stevige impuls geven aan de interne mobiliteit. Door digitalisering en modernisering van processen blijft de dienstverlening aan de burger minimaal gelijk en is het traject voor de gemeente Terneuzen in meerjarig perspectief financieel zeer aantrekkelijk. En over enige tijd kan de gemeente als ze er beter voor staat waarschijnlijk vrij eenvoudig voldoen aan een (eventueel van bovenaf opgelegd) quotum voor jongeren/gehandicapteninstroom. 

    Voordeel waar iedereen beter van wordt.

    Een aantal bedrijven heeft overigens het fiscale voordeel van partieel vroegpensioen al eerder onderkend en men heeft er zelfs een doorwerkspaarregeling voor ontwikkeld. Die speelt handig in op de behoefte van oudere werknemers om korter te gaan werken en toch nog pensioen op te bouwen voor de tijd die ze nog zouden willen doorwerken. Ze komen dan in dienst van een uitlener die ze terugplaatst in dezelfde functie bij hun oude werkgever.  Ze behouden dezelfde rechten en plichten en arbeidsvoorwaarden. Per saldo levert dit voor de werkgever en de werknemer een win-win situatie op. De werkgever heeft lagere loonkosten en kan er voor kiezen om geheel of gedeeltelijk te vervangen waardoor nieuwe instroom mogelijk is en waardoor er ook bezuinigd kan worden. De werknemer kan door minder uren te gaan werken in een lager belastingtarief vallen, iets wat fiscaal zoveel voordeel oplevert dat men hetzelfde netto inkomen behoudt. Dit terwijl er toch 50% korter en mede daardoor ook meestal langer doorgewerkt kan worden. Iets wat de pensioenbouw ten goede zal komen. En tegelijkertijd wordt er ook nog geld gespaard dat in een fonds wordt gestopt wat fiscaal gunstig is. Ouderen kunnen jongeren in zo’n situatie inwerken en geleidelijk de werkomvang afbouwen. Als sociale partners en de gemeenten met elkaar zouden afspreken om één aparte entiteit als regionale organisatie en werkgever te laten fungeren en zij daar samen in participeren, dan zou deze constructie voldoende waarborgen en rechtszekerheid kunnen bieden voor een substantiële deelname en daarmee wordt een stevige impuls gegeven aan instroom, doorstroom en duurzaam doorwerken.

     De verbindende schakel

    Mobiliteitsbevordering en flexibilisering is vanwege de vergrijzing en beperking van scholingsmiddelen ook uit een oogpunt van duurzame inzetbaarheid een must. Iedereen moet er zich van bewust zijn dat het individu, de burger zelf meer betrokken moet worden en ruimte en mogelijkheden moet krijgen om actief aan de slag te gaan met de eigen duurzame inzetbaarheid en de carrièreontwikkeling. Sociale partners en overheid doen er goed aan om in de 35 regio's in te zetten op burgerkracht en die te benutten door uniforme instrumenten te gebruiken zoals de leerkaart en e-portfolio.

    Zo komt er meer eenduidigheid en uitwisselbaarheid van gegevens, kan transparantie ontstaan en is sturing en inhoud structureel veel beter verankerd omdat mensen in hun kracht aangeven wat ze gedaan hebben en waar ze mee bezig zijn. Op de voorgrond staat niet meer wat mensen niet kunnen (de traditionele insteek door beoordeling op grond van functie-eisen en/of competenties). Het accent komt veel sterker te liggen op wat mensen wel kunnen en wat hun leervermogen is (omdat talenten en ervaringen veel beter zichtbaar worden). En doorstroming en mobiliteit krijgen dan een heel sterke impuls als werkgevers het instrument op hun waarde schatten en het gebruik er van zelf gaan stimuleren. Internationaal, in de Euregio en in Limburg zijn er goede praktijkervaringen mee opgedaan. Zo konden in Limburg, door de inzet van wat toen nog portfolio's waren, massa-ontslagen bij Volvo worden voorkomen en werden mensen snel en adequaat van werk naar werk begeleid. E-portfolio's zijn inmiddels voor vrijwel alle doelgroepen  in ruime mate beschikbaar en kunnen omdat er in toenemende mate open standaarden worden gebruikt makkelijk gevuld worden met allerlei soorten gegevens en informatie. Omdat de regie ligt bij de burgers bewaken zij zelf hun privacy.

    Bouwstenen voor sectorplannen.

    Om een inzicht te krijgen in de ontwikkeling en knelpunten in de regionale arbeidsmarkt kan dankbaar gebruik gemaakt worden van publicaties en bronnen bij het UWV, het CBS en eigen onderzoeksrapporten die sectorale partijen hebben geproduceerd. Het toekomstbeeld m.b.t. de (inter) sectorale arbeidsbehoefte kan via (strategische) personeelsplanning in kaart worden gebracht door de kwantitatieve uitstroomcijfers en de verwachte vervanging bijvoorbeeld in een Excelbestand te plaatsen en die gegevens dan onderling met elkaar te gaan delen. Voordeel is dan dat je niet hoeft te verzanden in de aanschaf van dure websoftware en/of andere systemen en dat formats snel en eenvoudig onderling kunnen worden uitgewisseld.  

    Partijen zullen in de analyse en aanpak zich op tenminste twee van onderstaande thema’s dienen te focussen:

    1. Arbeidsinstroom en begeleiding jongeren, 2. Behoud oudere vakkrachten, 3. Arbeidsinstroom van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, 4. Mobiliteit en duurzame inzetbaarheid, 5. Scholing, 6. Van-werk-naar-werk van met ontslag bedreigden (sectoraal en intersectoraal), 7. Goed werkgeverschap en goed werknemerschap.

    Vraag is of het handig is om de focus te richten op slechts twee aspecten in hun onderlinge samenhang, of dat er vanwege de sterke verbanden en onderlinge relaties niet meer synergie kan ontstaan als 1,2,3,4,5 en 6 integraal via een uniforme verbindende schakel als e-portfolio worden ingevuld. Zelfs punt 7 zou als ‘vreemde eend in de bijt’  hierin geïntegreerd kunnen worden als er een werkgeversonderdeel komt, iets wat nu vaak nog is onderbelicht.

    Als je kijkt naar de voor subsidie in aan aanmerking komende maatregelen dan kun je enkele voor de hand liggende instrumenten in het sectorplan al benoemen:

    1. scholing (inclusief loopbaanscan, EVC en betere beheersing Nederlandse taal),
    2. arbeidsbemiddeling en outplacement, werkervaringsplaatsen en stages en ondersteuning bij het in dienst nemen van kwetsbare groepen,
    3. maatwerk om bijvoorbeeld oudere werknemers wat minder productieve uren te laten maken, onder andere in ruil voor begeleiding door hen van jongeren op werkervaringsplaatsen, of om werknemers een deel van hun productieve uren in te laten zetten voor het volgen van scholing en/of het opdoen van werkervaring elders.

    Tenslotte wil ik nog verwijzen naar een aantal randvoorwaarden waar aan voldaan zal moeten worden om voor rijkssubsidie in aanmerking te komen.

     

    Reacties

    Volgorde van reacties: Aantal: Automatisch laden:
      • Henk Thielens
        Henk Thielens 1487 dagen geleden

        Het leek er aanvankelijk op dat het geld van de sectorplannen van Ascher in het kader van het begrotingsakkoord wegbezuinigd zou zijn. Dit blijkt echter niet te kloppen. Zie http://www.stvda.nl/nl/thema/actieteam-crisisbestrijding/sectorplannen.aspx

        De afspraken die het kabinet 11 oktober 2013 gemaakt heeft met de oppositiepartijen D66, ChristenUnie en SGP over de aangepaste begroting 2014 hebben navolgende gevolgen.
        Afgesproken is dat in 2014 en 2015 een derde van het beschikbare budget wordt ingezet voor jeugdwerkloosheid. Dat betekent niet dat er geld af gaat bij de sectorplannen en naar andere maatregelen wordt gesluisd. Het betekent dat SZW bij de beoordeling van sectorplannen erop let dat over alle goedgekeurde sectorenplannen heen ten minste een derde van de middelen wordt ingezet voor bestrijding van jeugdwerkloosheid. De maatwerkgedachte van de sectorplannen blijft gehandhaafd. Immers, afhankelijk van de analyse en knelpunten zal de ene sector meer dan de andere inzetten op bestijding jeugdwerkloosheid. Een tweede wijziging is dat voor nieuwe sectorplannen vanaf het volgende aanvraagtijdvak (2014 en verder) geldt dat er geen financiering meer is voor vervroegde uittreding.  

        Regio's/organisaties zullen dus aan de aanpak van de jeugdwerkeloosheid hoge prioriteit moeten geven.  

        Aansluiten bij  lopende Europese (Efro-)programma’s is natuurlijk niet verkeerd.

        Zie bijvoorbeeld  https://ec.europa.eu/digital-agenda/en/about-smart-cities

        https://www.digivaardigdigiveilig.nl/digivaardig/activiteiten/werkgroep-e-cf/P0

           

        • Henk Thielens
          Henk Thielens 1504 dagen geleden

          De "Menukaart" cofinanciering maatregelen in sectorplannen is uit.

          Het doel van deze menukaart is om handvatten aan te reiken voor sectoren om maatregelen in hun sectorplan vorm te geven. De menukaart is een hulpmiddel met mogelijke subsidiabele maatregelen. Deze menukaart kan gewijzigd worden wanneer hier aanleiding toe is. Aan deze menukaart kunnen geen rechten worden ontleend. De genoemde maatregelen zijn voorbeelden en geen limitatieve opsomming van de mogelijkheden. Buiten de maatregelen op de menukaart staat het sectoren vrij om voorstellen te doen voor andere maatregelen. Vanzelfsprekend moeten de gekozen maatregelen afgestemd zijn op de behoeften van de sector (op basis van een analyse van de sectorale arbeidsmarkt, de specifieke knelpunten en de oplossingsrichtingen). Voor meer informatie over de eisen, zie de Regeling cofinanciering sectorplannen (Stcrt-2013-22962).

           Klik hier om te openen

          • Henk Thielens
            Henk Thielens 1513 dagen geleden

            In Binnenlands Bestuur staat een bericht dat de ABVA KABO de oudere minder wil laten werken.

            Omdat er bij gemeenten weinig tot geen ruimte is om nieuwe mensen aan te nemen, zal het vooral van het huidige, vergrijsde personeel moeten komen. De grootste vakbond in de publieke sector, Abvakabo FNV, werkte samen met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten aan een pact dat de gemeentelijke arbeidsmarkt flexibeler moet maken. De kern daarvan is dat oudere ambtenaren de kans wordt geboden om minder te gaan werken. Vakbondsbestuurder De Haas: ‘Oudere werknemers worden minder belast, waardoor ze het werk langer vol kunnen houden. En er ontstaat ruimte voor nieuwe, jonge mensen.’ Op korte termijn zullen de kosten voor gemeenten oplopen, omdat zij regelingen zullen moeten treffen met huidige werknemers. ‘Maar op lange termijn bespaart het geld, omdat jongeren goedkoper zijn.’

             Regionale pool

            Vakbondsbestuurder De Haas wil nog een stap verder gaan. ‘Sommige taken bij een gemeente zijn tijdelijk, bijvoorbeeld in de ict of planning. In plaats van een dure externe kracht in te huren zouden gemeenten in regionaal verband iemand aan kunnen stellen. Als je zo’n werknemer plaatst in een regionale pool deel je het risico. Dat zal uiteindelijk  altijd goedkoper uitpakken dan de inhuur van externen.

            Zie voor meer informatie http://www.binnenlandsbestuur.nl/ambtenaar-en-carriere/nieuws/ambtenaren-raken-gedemotiveerd.9109891.lynkx

            • Henk Thielens
              Henk Thielens 1514 dagen geleden

              Regeling cofinanciering sectorplannen

              De Regeling cofinanciering sectorplannen is op 14 augustus 2013 gepubliceerd in de Staatscourant. In de Q&A’s treft u veelgestelde vragen die zijn beantwoord. De recent gepubliceerde antwoorden verduidelijken bepalingen in relatie tot andere bepalingen en in het licht van het doel van de regeling zoals het kabinet met de sociale partners in de Stichting van de Arbeid heeft afgesproken.

              klik op de hyperlink om de vragen en antwoorden te lezen.

              • Henk Thielens
                Henk Thielens 1528 dagen geleden

                Het UVV past rolportfolio toe in haar professionele werkpraktijk.

                 

                Zie het filmpje 

                • Henk Thielens
                  Henk Thielens 1559 dagen geleden

                  Theo ik hoop van harte dat we in onze regio goede keuzes gaan maken en geloof dat we ons er vooral  moeten richten op pilots en voorbeelden die laten zien wat werkt. E-portfolio is daarin als verbindende schakel erg belangrijk. En ik denk dat er kansen zijn als mensen enthousiast vanuit eigen kracht zaken tot ontwikkeling brengen via sociaal ondernemerschap. Zie o.a.de blog https://www.pleio.nl/blog/view/20612642/ben-jij-een-sociaal-ondernemer-die-op-zoek-is-naar-een-uitdaging 

                  Het kabinet zet daar in haar beleid ook op in. Zie http://www.rijksoverheid.nl/nieuws/2013/07/09/kabinet-overheidsparticipatie-bij-doe-democratie.html

                  Ik ben er van overtuigd dat als we hierin synergie en verbinding kunnen leggen dat er dan mooie dingen kunnen ontstaan en we samen uit de crisis kunnen komen.

                   

                  • Theo Mensen
                    Theo Mensen 1559 dagen geleden

                    #petjeaf voor jouw bijzonder uitvoerige blog, beste Henk. Ook heb ik veel waardering voor jouw snelle en doeltreffende reactie op de discussiebijdrage van Zomers. Over wat Nederland allemaal verkeerd doet, zullen we het met z'n allen wel niet snel eens worden. In de New York Times schrijft Nobelprijswinnaar Paul Krugman bijvoorbeeld, dat Nederland 'exact het verkeerde doet'. De redenering van Krugman wordt als volgt samengevat:"Liever geen regering (zoals België 1,5 jaar) maar wel verstandige stimulatie en hogere groei, dan wel een regering die weloverwogen verkeerd beleid voert, namelijk bezuinigen in recessie". Sweder van Wijnbergen heeft daarop in NRC Handelsblad van gisteren -16augustus2013- gereageerd met een overtuigende vergelijking van onze 'prestaties' met die van de Belgen. Deze cijfers tonen het ongelijk van Krugman aan. Maar het ongelijk van Krugman betekent niet, dat er Nederland wel goed beleid wordt gevoerd. Op een aantal fronten gaat het mis, aldus Van Wijnbergen. Daarom loopt de werkloosheid op. Zo stelt Asscher 600 miljoen beschikbaar, maar "wacht op ideeën uit de sector". Die heeft hij kennelijk zelf niet, sneert Van Wijnbergen. Aanpassen van het al zeer stringente immigratiebeleid of emigreren naar Luxemburg, zoals Zomers aankondigt als remedie, zal weinig zoden aan de dijk zetten. De discussie zou hier moeten gaan over maatregelen die dat wél doen. Daarbij reken ik ook op de creativiteit en de kracht van partijen die gezamenlijk verantwoordelijkheid gaan nemen voor stimulerende maatregelen in de werkgelegenheidsplannen van de 35 arbeidsmarktregio's.

                    • Henk Thielens
                      Henk Thielens 1564 dagen geleden

                      @Zomers Dienstverlening. 

                      Burgerkracht impliceert dat er maar één wereld is en mensen "grenzen" verkennen en overbruggen. Zie https://www.facebook.com/photo.php?fbid=595623610482671&set=gm.615362468504378&type=1&theater

                      • Zomers Dienstverlening
                        Zomers Dienstverlening 1565 dagen geleden

                        Waarom de crisis hier erger is /wordt dan in de ons omringende landen?

                        ====================================================

                        Onze overheid heeft de fout gemaakt (en nu nog) veel te veel kansarme migranten in NL te huisvesten.

                        Wij vinden het normaal dat een asielzoeker hier een gratis woning, zorg en een levenslange uitkering krijgt.

                        Wie wil dit niet in deze wereld?

                        Wat er nu binnenkomt is voor 90% afkomstig uit moslimlanden omdat daar veelal geweld en onderdrukking heerst. Eenmaal een verblijfsvergunning dan probeert men via gezinshereniging en het binnenhalen van landgenoten via bruidsmigratie (veel van hun kinderen trouwen met iemand uit hun land) kennissen en familie ook naar NL te halen.

                        Op deze wijze komen er ieder jaar pakweg 70.000 (veelal kansarme moslimmigranten) naar NL, die we allemaal een woning, zorg en een eventuele uitkering moeten verstrekken.

                        Dit is financieel en maatschappelijk niet meer verantwoord.

                        Hou mij ten goede, dit is geen verwijt naar de nieuwkomer - die doet wat hij moet doen en dat is hierheen komen, u en ik zouden precies hetzelfde doen, wetende dat een gratis woning, zorg en een uitkering mijn deel is.

                        Eenmaal hier dan zou ik ook van alles proberen mijn arme familie en kennissen naar NL te halen via gezinshereniging danwel als bruidsmigrant.

                        Onze overheid (de politiek) maakt een economisch herstel onmogelijk.

                        Het enige wat wij de nieuwkomer nu kunnen bieden is een gratis woning, zorg, onderwijs en een uitkering - want werk is er niet.

                        Neem een voorbeeld aan Luxemburg!

                        Dit kleine land heeft maar 950.000 inwoners - zij zeggen, wij kunnen onmogelijk iedere asielzoeker levenslang gratis voorzieningen en uitkering verstrekken. Maximaal 6 maanden en dan moet men zichzelf kunnen bedruipen middels werk of via familie of kennissen..... danwel naar NL verhuizen. Luxemburg is mooi rustig gebleven en daar zijn onze problemen m.b.t. achterstandswijken en kansarme migranten vrijwel onbekend...... Luxemburg is het welvarendste land van de EU. In Luxemburg wonen 4000 moslims, in Nederland meer dan een miljoen en dit aantal stijgt met de dag.

                        De politiek / onze overheid (Den Haag) brengt met haar laatmaarkomenbeleid ons land financieel en maatschappelijk naar de afgrond. Dit duurt al ongeveer 50 jaar en is begonnen via de komst van de gastarbeider in de jaren zestig - zij kregen een permanente verblijfsvergunning en middels de methode van gezinshereniging, grote gezinnen en bruidsmigratie (uithuwelijking) is een groep van pakweg 40.000 Turkse en Marokkaanse gastarbeiders nu uitgegroeid tot meer dan 800.000 in pakweg 50 jaar tijd - iets wat we in onze vaderlandse geschiedenis nog nooit hebben meegemaakt.

                        Deze methode wordt ook toegepast door andere migranten, kan ze geen ongelijk geven..... maakt niet uit of het Afghanen, Irakezen, Somaliers of Syriers zijn - iedereen probeert om zoveel mogelijk arme familieleden en kennissen naar NL te halen.

                        Wij zouden precies hetzelfde doen, wetende dat een gratis woning, zorg en een eventuele uitkering in NL op ons staan te wachten - onze overheid draait heel ons land naar de Filistijnen..... zowel financieel als maatschappelijk.

                        Ik ben 61 en voornemens over twee jaar naar Luxemburg te verhuizen......           voor onze huidige en toekomstige allochtone en autochtone kinderen wordt het een ramp - armoede, onvrede, werkloosheid, criminaliteit, angst, onlusten en uitzichtloosheid.

                        De schuld ligt voor 100% bij Den Haag en ook Brussel, die met hun laatmaarkomenbeleid veel te veel kansarme migranten naar NL hebbengehaald............... dit komt niet meer goed.

                        Nederland is al veel te ver heen..... de kansarme migranten die hier wonen, blijven proberen om hun arme familie of kennissen naar NL te halen (legaal of als illegaal).

                        Crisis of geen crisis, dat maakt geen donder uit..... U en ik zouden dit ook doen, wetende dat een gratis woning, zorg en een levenslange uitkering in NL staan te wachten.

                        Mark Rutte en Samsom moeten nu de lasten, accijnzen en heffingen constant verhogen en de voorzieningen gaan inkrimpen. Met als gevolg dat steeds meer mensen nu in Duitsland, Belgie en Luxemburg gaan tanken, bier, wijn en rookwaar gaan kopen. Ook krijg je dat in de nabije toekomst (mede vanwege de toenemende criminaliteit)  gegoede Nederlanders, ondernemers en bedrijven naar het buitenland zullen vluchten.

                        Wat we hier overhouden zijn een heleboel ambtenaren en kansarme migranten - maar met geen cent te makken.

                        DEN HAAG is hier voor 100% zelf schuld aan ! ! !

                      Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers