Pleio

Engels | Nederlands

Als we vooruit willen, dan moeten we terug en de kostbare waarden herontdekken

    Peter Paul J. Doodkorte
    Door Peter Paul J. Doodkorte 1544 dagen geleden Reacties (2)

     0/5 Sterren (0)

    Als we vooruit willen, dan moeten we terug en de kostbare waarden herontdekken

    (vrij naar Martin Luther King, Jr. 1929-1968, doopsgezinde burgerrechten voorvechter in deVerenigde Staten)

    • werk aan betrokkenheid, ontwikkeling én groei

    Ooit gehoord van iemand die succesvol werd in zijn werk waar hij een grondige hekel aan had? Nee, ik ook niet. Er bestaan voorwaarden om succesvol te zijn: plezier beleven is er een van. Hoe zit u uw werk? Geeft het u kracht en energie? Of vindt u het tijdverspilling en geestdodend?

    Het is een kleine 20 jaar geleden. Ik was wethouder in mijn woongemeente. Op maandagochtend stond ik, met een aantal ambtenaren, in de lift. “Zo, nog vijf dagen, en dan is het weer weekend,” verzuchtte een van hen. Het was toen dat ik mij voornam nooit in die situatie verzeild te willen geraken. Twee dagen per week ‘leven’ en voor de rest het gevoel hebben te ‘moeten’ werken. Dat is mij, tot op de dag van vandaag, gelukt. En ja, ik realiseer mij dat ik bof. Ik kán en mág werken.

    Iemand die een hekel heeft aan zijn werk, verspild energie aan verkeerde zaken. Deze energie kan beter gebruikt worden. Je bereikt meer door je energie optimaal te gebruiken. Goed voorbeeld zijn de mannen en vrouwen die succesvol zijn: zij barsten van de energie en hebben veel plezier in hun werk. Zij doen iets wat ze leuk vinden, echt leuk.

    Professionals in de zorg hebben de reputatie dat zij organisatorische veranderingen – wat mij betreft terecht - niet enthousiast ontvangen. Veel van die veranderingen komen voort uit bestuurlijke beheers drift  en leiden af van ‘het echte werk’. Het rendement van al de bestuurlijke bemoeizucht is niet alleen onzeker. Het doet ook afbreuk aan de passie van de professionals.

    De werktijd van een zorgprofessional dient eerst en vooral besteedt te (kunnen) worden aan het primaire werkproces: het bijspringen bij en meelopen met mensen die het – om welke reden dan ook – even niet zelf kunnen. De werkelijkheid is anders. Veel tijd en energie gaat zitten in het regelen van de aanvraag tot ondersteuning of hulp, het verantwoorden van de levering daarvan en andere bureaucratische rompslomp. De vele beloften over deregulering en ontbureaucratisering ten spijt. Het eigenlijke werk komt daardoor in de verdrukking. Het gevolg? De passie dooft uit.

    Hoe voelt dat om in zo’n situatie te zitten? Er is veel beweging gaande. En ja, nog niet alle raderen lijken soepel op elkaar afgestemd. De maatschappelijke roep om meer vraagsturing, lagere kosten en wat dies meer zij neemt toe. Het appel op de professionals om aan te sluiten op de beleving en behoefte van ouders en jeugdigen die ondersteuning of hulp behoeven neemt toe. En tegelijkertijd moeten wij vaststellen, dat de organisatie van de zorg daar in veel gevallen nog niet op is afgestemd. De impact van ‘het exploreren en aansluiten op de eigen kracht van mensen’ is groot, de onderlinge verhoudingen in gaan schuiven…

    De onderlinge verhoudingen gaan schuiven. Inderdaad. Maar vooral op het niveau van de relatie tussen de ondersteuning behoevende inwoners van ons land en de professionals. De rest van het stelsel beweegt niet mee. “Eigen kracht” als credo voor het nieuwe werken kan alleen tot wasdom komen, als ook de werk- en wetgevers dit principe vertalen in hun doen en laten. En, eerlijk is eerlijk, die bewegen nu niet bepaald soepel mee.  Hierdoor ontstaan breukvlakken. Op alle niveaus. Een gevaarlijk en sluipend effect is dat de betrokkenheid van professionals op het werk - en belangrijker nog: de mensen die het betreft – afneemt of verdwijnt. Dit effect kondigt zich niet aan, maar uit zich indirect en vertraagd. De teleurgestelde professional wordt minder zichtbaar. Doet steeds minder mee en investeert minder in relaties en samenwerking. ‘Ik doe gewoon mijn ding’, heet het dan. Ik noem dat desinvestering.

    De tijd en energie van een zorgprofessional is te verbeelden in drie compartimenten: tijd van waarde, tijd van voorwaarde en tijd van toegevoegde waarde. De tijd van waarde is het primaire proces. Het eigenlijke werk. Dat is waar ouders en kinderen voor komen en waarvoor de professional heeft geleerd.

    De tijd van voorwaarde gaat op aan activiteiten die min of meer worden gedicteerd door in- en externe eisen: registreren, organiseren, onderhandelen, afstemmen, programma’s volgen, beheerstaken uitvoeren, etc. En natuurlijk moet er tijd van voorwaarde worden ingeruimd. Maar wel in verhouding.

    De tijd van toegevoegde waarde, bestemd voor activiteiten die inspireren en trots maken en die professionals gaande houden,  ligt voor de meeste professionals in het optimaliseren van de tijd van waarde: het primaire proces.  Zij willen ‘het echte werk’ zo goed mogelijk doen, met aandacht voor de mensen, met hoofd en hart.

    Het probleem van de huidige ontwikkelingen is dat activiteiten die onder de noemer van ‘toegevoegde waarde’ vallen, meestal minder urgent en belangrijk lijken dan het primaire proces of het scheppen van voorwaarden. Zij moet – onder de permanente druk van meer productie in minder tijd –vaker gezocht en bevochten worden. En de toenemende complexiteit van onze stelsels en het krachtenveld waarbinnen zij  opereren, vraagt ook steeds meer tijd van voorwaarde. Hiermee wordt – naar mijn stellige overtuiging – de eigen inspiratie en ontwikkeling een ‘onderwaterhypotheek’.  

    De omvorming (transformatie) van ons zorgstelsel heeft er belang bij om voor álle zorgprofessionals condities te scheppen waarin zij toekomen aan de tijd van toegevoegde waarde. Dit vraagt het scheppen van ruimte voor kwaliteit, aandacht, service en passie. Ook in de tijd van voorwaarde kan nog meer worden gedelegeerd. En geloof mij, dat zal leiden tot efficiencyverbetering. Het geheim?  Minder overhead, minder controle en minder overleg. Wanneer wij dat mogelijk maken, kunnen wij rekenen op geïnspireerde en creatieve professionals.

    Overheden en organisaties die professionals zo ondersteunen zullen er – net als de ondersteuning behoevende inwoners – bij winnen. Want het bieden er erkennen van toevoegende waarde, zal de passie doen toenemen, de wil om te excelleren stimuleren en een bron van innovatie ontsluiten.  Iets doen waar je van houdt en waar je plezier aan beleefd is immer de sleutel tot succes. Vol energie en fluitend naar je werk en met een voldaan gevoel thuiskomen, is ideaal! Zodra jij je werk als plezierig ervaart, is het geen werk meer!

    Werk is voor veel professionals in de zorg eerder een last dan een lust geworden. Ze doen het dwangmatig, zonder plezier. Werken zichzelf voorbij en – niet zelden – raken zelfs opgebrand. Met zijn allen lopen wij hierdoor veel energie en vitaliteit mis. Werk waar professionals hun ei in kwijt kunnen en zichzelf kunnen zijn – hun passie en talenten kunnen exploreren – werkt stimulerend. Gebruik die wetenschap (en hun talenten)!

    Reacties

    Volgorde van reacties: Aantal: Automatisch laden:
      • Henk Buissing
        Henk Buissing 1541 dagen geleden

        Peter Paul,

        Je blog leidde tot mijn aanmelding en ook tot mijn 1e reactie. Deze blog kan ik goed gebuiken bij mijn inzet als vrijwilliger-webredacteur voor hockeyvereniging HBR. Kortgezegd: Zoeken naar kernwaarden, oude en nieuwe op de volgende stap te kunnen zetten. De groei van de vereniging vraagt inzet van een grotere groep kader en vrijwilligers. Die kenwaarden n het creeen van goede condities kunnen daarvoor zorgen. Ik trek de lijn van Dirkjan nog iets breder dan werk wat betreft uitdoving van passie. Het hoe daar ben ik nog niet helemaal uit. Jouw verhaal helpt zeker om mijn verhaal, het uitnodigen om talent in te zetten voor de vereniging en te ontwikkelen met de vereniging.

          

         

         

        • Dickjan Nieuwenhuizen
          Dickjan Nieuwenhuizen 1542 dagen geleden

          Beste Peter Paul,

          Ik ben je dankbaar voor deze blog. Je driedeling van de werktijd is heel helder. Je betrekt het alleen op de zorgprofessionals. Ik vraag me af of die driedeling niet geldt voor al het werk. Dat uitdoving van de passie zorgt voor opbranden van de mens wordt al in zoveel literatuur beschreven. Als we dat weten waarom doen we dan niets? Zijn de systemen dan zo sterk dat ze niet meer te veranderen zijn? Of worden door professionals op hun terrein, bijv ict, of controle en audit, systemen verzonnen die vanuit hun gezichtspunt perfect zijn (hun passie en professionaliteit) maar die voor anderen dat juist weer niet zijn? Belemmert de passie en professionaliteit van de één niet de passie en de professionaliteit van de ander? Is er niet een mechanisme aan de gang in de trant van: de vrijheid van de één houdt op waar de vrijheid van de ander begint? Zomaar wat vragen waar ik mee worstel.

        Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers