Pleio

Engels | Nederlands

Elke verandering begint met een andere manier van kijken

    Peter Paul J. Doodkorte
    Door Peter Paul J. Doodkorte 1189 dagen geleden

     4/5 Sterren (1)

    Elke verandering begint met een andere manier van kijken
    • Een ravijn oversteken doe je niet met kleine sprongetjes

    Wie het nieuws volgt, weet dat er de komende tijd veel gaat veranderen in de jeugdzorg. Veel verantwoordelijkheden verschuiven van het rijk naar de gemeenten. De daarvoor bestemde Jeugdwet was deze week (eerste week september 2013) onderwerp van een hoorzitting in de Tweede Kamer. De Kamer hoorde een groot aantal organisaties en personen uit de jeugdzorg, waaronder cliënten, zorgaanbieders, onafhankelijke deskundigen, gemeenten en brancheorganisaties.

    De verslaggeving over de hoorzitting is – op zijn zachtst gezegd – nogal divers. “Jeugdwet leidt tot problemen” (Abvakabo) en  “Veel kritiek op Jeugdwet tijdens hoorzitting” (Artsennet) zijn net als “Nog veel haken en ogen aan nieuwe Jeugdwet” ronduit negatief van toonzetting. Terwijl het IPO juist berichtte: “Weinig kritiek op hoofdlijnen nieuwe Jeugdwet”!

    Wat mij opvalt, is de felheid waarmee er stelling wordt genomen tegen de (concept) Jeugdwet. Terwijl tegelijkertijd het belang van de beweging wordt benadrukt. De felle reacties van de (landelijke) koepelorganisaties en – in het bijzonder – de GGz-sector – geven aan dat het onderwerp als een pijnlijke onderhuidse ontsteking is:  als die wordt aangeraakt roept dat overgevoelige reacties op.

    De tegenstrijdige berichtgeving noopte tot een nadere bestudering daarvan. Zij leert dat er eigenlijk weinig nieuws onder de zon is. Gemeenten zijn – over het geheel genomen – best tevreden over het concept voorstel van de Jeugdwet. De echte weerstand blijkt – zoals vooraf te verwachten – vooral te komen vanuit de landelijke koepels en de medische (GGz-)hoek.

    Het IPO – de koepel van de provincies en één van de belangrijke huidige financiers en verantwoordelijke bestuurslagen – kan beschouwd worden als ‘de latende partij’. Van hen mag je dus een kritische houding verwachten jegens de voorgenomen decentralisatie van de verantwoordelijkheid voor de zorg voor jeugd en gezin naar gemeenten. En juist haar weergave van dat wat besproken werd was uiterst ‘rustig’ en genuanceerd.

    Het IPO constateert dat in de hoorzitting ter voorbereiding op de behandeling van de nieuwe Jeugdwet weinig kritiek te horen was op de hoofdlijnen van de wet.  Veel sprekers vragen (terecht) aandacht voor zorgvuldigheid tijdens de operatie, maar er werd niet gevraagd om uitstel van de decentralisatie. Sterker nog: nagenoeg alle genodigden zagen in de wet en de decentralisatie kansen voor verbeteringen. Met uitzondering dus van de brancheorganisatie voor de jeugd-GGZ. En die weerstand is ‘oud’ nieuws.

    De ketelmuziek van de criticasters staat in schril contrast met de ervaringen op decentraal niveau. Zo bleek mij ook deze week weer. Bij een regionale bijeenkomst (Midden-Holland) over de overgangsmaatregelen (het zogenaamde ‘Transitiearrangement’) bleken gemeenten en aanbieders eensgezind over nut en noodzaak van beleidsvrijheid van en voor gemeenten – net als voor uitvoerende professionals overigens. Deze is cruciaal om de jeugdzorg in goede resp. betere banen te leiden. Ook burgers en uitvoerende professionals zelf hebben kennelijk minder last van deze overgevoeligheid. Uit menig gesprek met hen over de basisfilosofie kun je afleiden dat deze hen aanspreekt en – zo leren ook proeftuinen – dat zij succesvol is.

    En ja, de overdracht (transitie) van bevoegdheden heeft alleen zin, als deze gepaard gaat met een omvorming (transformatie). Die omvorming vereist gedragsverandering. En iedereen die kinderen heeft, weet dat daarvoor geduld nodig is. Echte veranderingen immers, veranderingen die ook tastbaar worden in gedrag van mensen, uiten zich pas na langere tijd.

    De paradigmashift die de Jeugdwet beoogt, heeft inderdaad heel wat voeten in de aarde. De echte veranderingen echter zullen bij uitstek in het handelen van burgers en professionals zichtbaar (moeten) worden. Om de omvorming te laten slagen, is ruimte voor gezond verstand een belangrijke voorwaarde.  Uitvoerende professionals omarmen die wetenschap al veel langer. Het borgen daarvan wordt echter ernstig belemmerd door de organisatiereflex van politici en brancheverenigingen. De ‘dit-nooit-weer-reflex’ van politici na incidenten voedt deze zorg extra. Want het effect daarvan zou inderdaad wel eens kunnen zijn dat de nu in de concept wetstekst opgenomen beleidsruimte voor gemeenten en uitvoerenden weer stevig dichtgeregeld gaat worden.

    Een groot risico daarbij is dat de overdracht en omvorming vooral vanuit een financieel en systematisch kader wordt ingezet. En het gesprek hierover zich beperkt tot de landelijke spelers op dit vlak; de stuurlui op de wal. Een zorgvuldige en kwalitatieve implementatie van de opdracht is gebaat bij het gesprek hierover met de burgers zelf en de uitvoerende professionals. Zeker als het gaat om en over de vertaling ervan naar de dagelijkse praktijk. Het stimuleren van zelfredzaamheid en meer samenhang met de leefomgeving van de burgers moet immers een vaste plek krijgen in hún doen en laten!  

    In de randvoorwaarden voor de overdracht en omvorming moeten nog veel stappen worden gezet. Maar de discussie focust zich op dit moment teveel  op het uitwerken en vasthouden van de aanspraak en bekostiging van de zorg. Natuurlijk mogen deze facetten in het rijtje van randvoorwaarden niet ontbreken. Maar een succesvolle overdracht en omvorming vraagt eerst en vooral betrokkenheid van burgers en professionals. Die betrokkenheid is cruciaal. Praat dus niet over hun rol, maar praat met hen over hún toekomst.

    In dit laatste pleidooi herken ik ook  de conclusies van een – eveneens deze week gepubliceerd – onderzoek van het  Centrum voor Economische Evaluatie van het Trimbos-instituut.  In meerdere strategische verkenningen voor de sectoren onderwijs, werkgevers, zorg en gemeente signaleren zij het belang van het investeren in het mentaal vermogen van mensen. Als wij daarin niet investeren, zullen steeds meer mensen uitvallen of problemen ontwikkelen. Door het ontwikkelen van het mentale kapitaal – de mentale fitheid, veerkracht en weerbaarheid van mensen – is zowel op korte als langere termijn veel winst te behalen. Onder meer in de sfeer van gedrags- en emotionele problemen. Met het daarvan voorkomen zijn veel kosten te voorkomen én te besparen.

    Tijdens de eerdere aangehaalde regionale bijeenkomst in Midden-Holland bekroop mij een toenemend gevoel van trots op de deelnemers. Bestuurders en ambtenaren van gemeenten, in gesprek met bestuurders, uitvoerende professionals en cliënten(vertegenwoordigers) slaagden er in om het gesprek te voeren over de beoogde inhoudelijke ontwikkeling. Dit werd mogelijk gemaakt werd door de gebundelde krachten te richten op het verwezenlijken van de gedeelde visie. “Als wij kiezen voor zorg dicht bij onze burgers, versterking van de eerste lijn en preventie, moeten wij daarvan ook de consequenties (durven) nemen”, zo was de sfeer.

    Alle deelnemers bleken zich te beseffen dat – als gevolg van de overdracht en omvorming – er sprake is van een veranderende omgeving. Met de focus op de jeugdige en zijn gezin in de eigen sociale context. Zij realiseren zich dat dit  nieuwe verhoudingen met zich brengt. Het zou de landelijke brancheverengingen en politici sieren als zij zich dat ook durven te realiseren. En hoe ze van daaruit zekerheid en toegevoegde waarde kunnen bieden. Niet door te sturen of te dwingen, maar door verbindingen te leggen. En ja, dat vraagt om een verruimde blik, uit gaan van eigen kracht en je niet laten leiden door onzekerheid, politiek opportunisme of eigen belang.

    Of dat lukt? Spannend wordt het de komende periode zeker. Dan moet blijken wat de waarde is van de oorspronkelijke visie en aanleiding tot de overdracht en omvorming. Vormen zij daadwerkelijk de agenda voor de toekomst en inrichting daarvan? Is de nieuwe Jeugdwet het kader en gaat we er in gezamenlijkheid uitvoering aan geven? Of nemen de verschillende partijen – en hun belangen – de ruimte zelf afspraken te interpreteren en is alleen behoud van het financiële kader het doel?

    Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers