Pleio

Engels | Nederlands

Wie niet bereid is iets op zich te nemen, die weet niet wat plicht is

    Peter Paul J. Doodkorte
    • iedereen (publiek zichtbaar)
    • 1512
    Door Peter Paul J. Doodkorte 1183 dagen geleden Reacties (1)

     5/5 Sterren (1)

    Wie niet bereid is iets op zich te nemen, die weet niet wat plicht is
    • Opnieuw leren risico te nemen

    De meeste van ons leerden lopen, we hielden vol, ondanks de risico’s. Een makkelijk voorbeeld, da’s waar. Lopen zit in de aanleg en er is nauwelijks iets dat met kiezen te maken heeft. Oké, maar later dan? Leren fietsen, zwemmen, de straat uitlopen en naar een onbekende plek trekken, likken aan een batterij van 9 volt (smerig was dat, hè?), koffie leren drinken en alcohol. Kortom, de meeste van ons waren ooit ervaren in het nemen van risico’s. Maar we leerden het af.

    Elk denkbaar risico proberen we te voorkomen met allerlei maatregelen. Iedereen, en kinderen in het bijzonder, heeft een veilige omgeving nodig. Als er een gevoel van onveiligheid is door een (mogelijke) lichamelijke of psychische dreiging moeten wij er alles aan doen die situatie te veranderen. Dat gevoel van veiligheid is een vangnet waarop kinderen altijd moeten kunnen terugvallen. En toch…

    Het leven kent naast aangename ook onaangename verrassingen. Het is dan onze dure burgerplicht om te zorgen voor een veilige omgeving. Sommige ouders slagen erin om zelfs in een onveilige omgeving hun kind een veilig gevoel te geven. Een mooi voorbeeld daarvan vind je in de film "La vitta e bella" waarbij een vader in een concentratiekamp zijn kind een veilig gevoel geeft.

    Het nieuws in de afgelopen week maakte weer duidelijk hoe wij als samenleving collectief in die opdracht kunnen falen. Het zoveelste gezinsdrama is een feit. Een 47-jarige vader heeft zijn drie zoontjes vermoord en daarna de hand aan zichzelf geslagen.

    Hoewel ik de betrokkenen niet ken, bekroop mij toch weer een gevoel van machteloosheid. Want, hoewel ik ervan overtuigd ben dat wij dit soort drama’s met de beste wil ter wereld niet kunnen voorkomen, toch doet het wat met mij. Dat wij maar niet in staat zijn dit soort van verschrikkelijkheden te voorkomen.

    De eerste vraag die direct op de lippen van velen lag luidde (natuurlijk): was de vader of zijn gezin bekend bij jeugdzorg? Bureau Jeugdzorg Groningen – waar direct na het nieuws ongetwijfeld direct de dossiers nagelopen zijn – laat weten dat dit niet het geval is. Gelukkig maar. Voor hen. Want alle media kopten het de volgende dag. Jammer voor hen. Want wie kunnen zij nu ‘de schuld’ geven?

    Mogen de media die vraag dan niet stellen? Natuurlijk wel. Vanzelfsprekend moet dat worden uitgezocht. Om ervan te leren. Niet (primair) om iemand de schuld te kunnen geven. Want, hoe akelig deze gebeurtenis ook is, ik ben en blijf ervan overtuigd dat niemand dit bewust gewild heeft. Als er al sprake zou zijn van gemaakte fouten, dan is deze terug te geleiden naar een onjuiste inschatting van de zorgbehoefte.

    De reflex van de Nederlandse samenleving om direct een beschuldigende vinger uit te steken naar ‘Het Instituut Jeugdzorg’ vind ik langzaam maar zeker beschamend. Want, anders dan menigeen als vanzelfsprekend aanneemt: zij zijn niet bij uitstek verantwoordelijk voor dit soort van gruwelijke excessen. Sterker nog: ik ervan overtuigd dat – waar ook maar even mogelijk – zij er alles aan doen dit soort van excessen te voorkomen. Maar als zij die verantwoordelijkheid nemen, loert er direct een ander gevaar om de hoek. Als de jeugdzorg ouders het heft uit handen neemt, staat de media met de messen geslepen klaar. Dan kopt bijvoorbeeld HP/De Tijd: “Als Jeugdzorg kinderen ophaalt, kijkt iedereen weg.“ Ouders krijgen dan volgens de criticasters niet eens (voldoende) de kans hun eigen plan met oplossingen te maken.

    De drie kinderen in Schoonlo waren een tweeling van 10 jaar oud en een peuter van 2 van twee verschillende moeders. Beide moeders wonen in Groningen, waar de tweeling ook naar school ging. Een van de tweelingbroers was echter bij zijn vader woonachtig. Wat mij vervolgens puzzelt is de vraag of er in de verschillende omgevingen van hen niemand is geweest die dit heeft zien aankomen. Was er geen familie, geen vrienden, geen buur, geen onderwijzer, geen agent of werkgever die iets hadden kunnen zien of vermoeden?

    Begrijpt u mij goed. Ik wil helemaal niet zwartepieten. Ik ga er van uit dat dit drama voor iedereen een volstrekt onverwachte gebeurtenis is. Anders was het gezin wel bekend geweest bij de jeugdzorg.  En was er wel ingegrepen. Waar het mij om gaat is dat wij  als samenleving net zo goed een verantwoordelijkheid dragen. En wanneer we gaan onderzoeken hoe situaties als deze zo kunnen escaleren, moet je daar volgens mij de hele omgeving in meenemen. Samen verantwoordelijkheid willen dragen en werken aan een pedagogische civil society betekent immers ook: samen niet goed hebben gezien - of erkend - dat het misliep in dit gezin. Of de andere kant op hebben gekeken; in plaats van te handelen en verantwoordelijkheid te nemen. Omdat je niet wist – of liever niet wilt – dat dat van jou (als burger, vrijwilliger of eerstelijns professional) verwacht werd. En dan nog. Zelfs als eenieder zijn of haar plicht doet, dan nog kan het schrikwekkend uit de hand lopen.

    In mijn pleidooi voor meer nuance voel ik mij geruggensteund door de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. In het onlangs in het verschenen advies ‘Toezien op publieke belangen’ doet deze raad interessante aanbevelingen. Signaleert zij een onevenwichtige omgang met toezicht. Vooral na ‘maatschappelijk schokkende incidenten’ klinkt de roep om méér toezicht, strikte handhaving van wet- en regelgeving en om een schuldige. Met de WRR ben ik van mening dat het gedrag dat alle actoren moeten vertonen om hun taak naar behoren uit te voeren de norm moet zijn. En dan bevinden juist ‘de gewone mensen’ zich in de ‘unieke’ positie dat zij juist door nabijheid eerder en vroegtijdiger dan professionals (verwachte) problemen kunnen signaleren.

    Opmerkelijk is de hoge verwachting die wij Nederlanders hebben van de overheid en de door haar ingestelde instituties. Wij verwachten dat de overheid in staat is alle risico's af te dekken. De individualisering van de samenleving heeft dat versterkt. Maar door de vele regels en de daarbij behorende controlemechanismen wordt de samenleving juist ontregeld. Dit vraagt om een tegendraadse benadering. Een, waarbij we radicaal afscheid moeten nemen van het idee van de maakbare samenleving. Risico hoort bij het leven en we zullen moeten leren er goed mee om te gaan. Het streven (laat staan: de verwachting) alle risico uit te kunnen bannen, leidt tot schijnzekerheid. Die discipline verwacht ik ook van politici. In plaats van "Yes, we can", zouden zij af en toe moeten durven roepen "No, we can not."

    Ik hoop en wens voor al onze kinderen dat wij als ouderen bij onszelf te rade gaan. Ons blijvend realiseren dat wij onze ogen en oren open moeten houden. En, als dat nodig is, de moed moeten hebben om onze zorgen te uiten. Niet om de beschuldigende vinger te kunnen wijzen. Niet om de schuldvraag uit de weg te gaan of te beantwoorden. Maar om ervan te leren. In de wetenschap dat er risico’s blijven bestaan die niet door wet- en regelgeving worden afgedekt.

    En voor de nabestaanden van de vader en zijn drie zoons: Het is onbegrijpelijk dat zo dicht onder onze ogen dit soort dingen kunnen gebeuren. Voor zover het mij als ‘toeschouwer’ past dit te zeggen: ik ben stil en verbijsterd. Woorden van troost heb ik niet. De woorden die ik zou willen bezigen, schieten altijd tekort. Zoals wij allen tekort schoten.

    Reacties

    Volgorde van reacties: Aantal: Automatisch laden:
      • Mariette van Brandenburg
        Mariette van Brandenburg 1181 dagen geleden

        Beste Peter Paul,

        Bedankt voor dit stuk; het is mij uit het hart gegrepen. Ik zou je willen vragen het aan de landelijke kranten/media aan te bieden. Ik ben benieuwd of ze het integraal plaatsen. In het kader van de transitie en transformatie zou dat zeer zinvol zijn, vanuit bovenstaand besef zouden ook gemeenten hun taak naar de jeugdzorg vanuit vertrouwen en een lerende en faciliterende houding vormgeven. Dat zal kansen geven voor een 'tegendraadse benadering'. Zelf werk ik 33 jaar bij jeugdzorgaanbieders. de laaste 6 jaar bij Juzt in West Brabant, als Hoofd Kwaliteit en Innovatie.  Voor degene die geinteresseerd zijn zal ik onderstaand een document weergeven, waarin we voor onze eigen medewerkers enerzijds uiteenzetten dat een geheel veilig bestaan niet bestaat, maar ook duidelijk maken wat we allemaal WEL doen om een zo veilig mogelijk pedagogisch klimaat voor de kinderen en werkklimaat voor onze medewerkers te realiseren.  reacties zijn welkom: m.vanbrandenburg@juzt.nl

        r

        Een geheel veilig bestaan, bestaat dat?

         

        27 mei 2013

        Missie veiligheidsbeleid Juzt

        Leven brengt risico’s met zich mee. Elk mens, maar ook dier, probeert zich daartegen zo goed mogelijk te beschermen, dat doen wij instinctief, omdat we willen voortbestaan. Als er gevaar dreigt gaan we vluchten, vechten en soms vallen we helemaal stil, we noemen dat ‘bevriezen’. Denk aan een shock. Als kinderen klein zijn kunnen zij zichzelf niet beschermen, daar hebben ze volwassenen voor nodig waarmee zij een band op bouwen, in wie ze het vertrouwen hebben dat ze er zijn bij gevaar en de veiligheid waarborgen. Een kind heeft veelal zelfs twee personen die hem kunnen beschermen en anders dan bij de meeste dieren duurt die periode van afhankelijkheid lang!  Als een levend wezen zich veilig voelt kan hij zich stap voor stap ontwikkelen binnen de eigen mogelijkheden, klaar voor een volgende generatie.

        Voor ouders en andere opvoeders  betekent dit permanent afwegen tussen ruimte, en dus vertrouwen geven en begrenzen voor de eigen veiligheid van het kind; de balans zoeken tussen steunen, stimuleren en sturen. Keuzes maken is spannend, want je hebt nooit alle omstandigheden in de hand! (voorbeelden: een kind kan goed alleen naar school fietsen en wordt tóch aangereden; een puber moet contacten met leeftijdsgenoten hebben, maar tijdens het uitgaan kan er van alles gebeuren..). Maar als je kind geen ruimte krijgt, leert hij zichzelf niet beschermen. Kennen we niet allemaal dit opvoeddilemma? 

         

        Ook de samenleving heeft een beschermende functie naar haar burgers, en een organisatie heeft een beschermende functie naar haar medewerkers; beide functies  zijn ook terug te voeren op het heel basale voortbestaan en het ruimte en vertrouwen bieden voor groei en ontwikkeling.  

        De jeugdzorg, en in dit geval Juzt, heeft bij uitstek de taak om kinderen en jongeren te beschermen tegen geweld, in welke vorm dan ook, en het recht van het kind op opgroeien in een veilige, niet bedreigende opvoedsituatie, te bewaken.  Dit geldt zowel voor de thuissituatie van kinderen, die helaas niet altijd veilig is, als voor het geval kinderen (tijdelijk en/of deels) onder de zorg van Juzt vallen. Juzt spant zich in en wil aanspreekbaar zijn op het realiseren van een zo veilig mogelijk pedagogisch klimaat voor jeugdigen en werkklimaat voor haar medewerkers. Want als een opvoeder zichzelf niet veilig voelt en geen vertrouwen heeft en krijgt in zijn eigen opvoedmogelijkheden kan hij er moeilijker zíjn voor een kind. Maar ook de jeugdzorg ontkomt niet aan het opvoeddilemma: ruimte en vertrouwen geven versus risico’s vermijden. De balans zoeken tussen steunen, stimuleren en sturen.

         

        Terug naar het begin: een geheel veilig bestaan bestaat niet, en helaas ook jeugdzorg is niet almachtig, dus kunnen jeugdigen, ouders en medewerkers ook tijdens de hulp nog in aanraking komen met geweld, verwaarlozing en/óf andere gevaren, maar Juzt zal alles wat redelijkerwijs binnen haar mogelijkheden ligt inzetten om dit risico zo klein mogelijk te laten zijn.   

         

        Veiligheidsbeleid in zeven thema’s

        Juzt heeft de veiligheidsmissie uitgewerkt in een ‘Veiligheidsbeleid’ en een ‘Veiligheidsplan’.

        In het ‘Veiligheidsbeleid’ is veiligheid beschreven vanuit het niveau van respectievelijk cliëntsysteem, medewerkers, organisatie, methoden en externe samenwerking.

        Eens per twee jaar wordt op basis van dit Veiligheidsbeleid een Veiligheidsplan vastgelegd waarin de speerpunten voor de betreffende twee jaar zijn vastgelegd.  Daarin zijn voor een omschreven periode alle acties gebundeld met betrekking tot veiligheidsbeleid. 

         

        Veiligheid is aandachtspunt in veel onderdelen van beleid en moet dus op veel plaatsen bij Juzt aan de orde zijn. Ter bevordering van het inzicht heeft Juzt daarom ‘veiligheid’ geordend in zeven aandachtsgebieden (zie blz. 2).


         

        Bijlage bij ‘Missie Veiligheidsbeleid’

         

        Zeven aandachtsgebieden van veiligheidsbeleid

        Stand van zaken mei 2013

         

         

        1              Versterken veiligheidsbewustzijn bij jeugdigen en ouders

         

        Juzt verwacht van haar medewerkers dat er voortdurend oog is  voor de mate waarin kinderen veilig kunnen opgroeien en het stoppen van kindonveiligheid. Daarbij zijn een aantal vaste acties te onderscheiden die de hulpverleners van Juzt doen om onze verantwoordelijkheid te nemen. Als hulpmiddels beschikken de hulpverleners over het document ‘ Werken aan veilig opgroeien Juzt’ (HB[1]) .

        -       Kennismakingsgesprek: maatschappelijke opdracht van jeugdzorg aangaande veiligheid wordt besproken.

        -       Informatie van en over netwerk en netwerkonderzoeken pleegzorg

        -       Hulpverleningsplan (en bijstellingen) waarin veiligheidafspraken worden vastgelegd

        -       Zorgovereenkomst paragraaf over veiligheid

        -       Omgangsregels vaststellen in dialoog  met jongerenraden en medewerkers

        -       Contacten met vertrouwenspersoon

        -       Uitkomsten veiligheidsbarometer bespreken met jongeren raden

        -       Crisisontwikkelingssignaleringsplan ter vergroting van zelfcontrole van jeugdigen

        -       Psycho-educatie over belang van veilige gehechtheidsrelaties voor opvoeders

        -       Kindtrainingen op gebied (seksuele) weerbaarheid en agressieregulatie e.a.

         

         2         Veiligheidsbeleid en veiligheidsregels voor medewerkers in het omgaan met cliënten

         

        Juzt geeft haar medewerkers duidelijke kaders en ondersteunt hen in het omgaan met clienten op verschillende manieren. Middels codes, protocollen, richtlijnen, maar ook met de aanwezigheid van aandachtsfunctionarissen die te consulteren zijn i.c. geconsulteerd moeten worden in bepaalde situatie. Er is sprake van aandachtsfunctionarissen  Kindonveiligheid (kindermishandeling) seksualiteit en middelengebruik. 

         

        -       Veiligheidsbeleid en twee jarig veiligheidsplan (HB.)

        -       Gedragscode (HB)

        -       Verklaring Omtrent Gedrag en integriteitsbepaling

        -       Pedagogische visie en pedagogisch klimaat Juzt (HB)

        -       Visie op seksualiteit (12+ en 12-) inclusief omgangsregels seksualiteit en intimiteit (HB)

        -       Protocol voorkomen van seksueel misbruik  (HB)

        -       Werkinstructie handelen bij seksueel grensoverschrijdend gedrag tussen jongeren onderling

        -       Richtlijn professioneel omgaan met agressie en conflicten  (HB)

        -       Meldcode vermoeden van kind(on)veiligheid (HB)

        -       Checklist indicatoren veiligheid kind in (netwerk)pleegzorg (HB)

        -       Werken aan open pedagogisch klimaat (onderzoek Samen Sterker)

        -       Protocol Medicatie (HB)

        -       Handleiding voeding en hygiëne (HB)

        -       Protocol alcohol en drugs (HB)

        -       Veiligheid dossierbeleid en informatisering

         

         

         

         

        3          Veiligheid  van medewerkers

         

        Juzt spant zich in binnen een zo veilig mogelijk werkklimaat voor haar medewerkers te realiseren, en ziet  dit als randvoorwaarde waarbinnen zij hun werk zo goed mogelijk kunnen te verrichten. Tegelijk realiseert Juzt zich dat, gezien de doelgroep, hier ook risico’s zijn. Deze veiligheid wordt ook vergroot door ruime aandacht voor training en opleiding en natuurlijk door de rol van de leidinggevenden.

         

        -       Arbo beleid (HB)

        -       Periodieke RI&E

        -       Veilige fysieke werkomgeving

        -       Protocol Bloed overdraagbare aandoeningen (HB)

        -       Protocol Bestrijding agressief gedrag (HB)

        -       Toerusten van nieuw personeel voor zwaarste doelgroepen via Juzt Selekt.

        -       Beschikbaarheid Team Complexe Problematiek ter consultatie (HB)

        -       Regeling medewerkersvertrouwenspersoon en klachtenregeling (HB)

        -       Themadag veiligheid jeugdzorg plus

        -       Vragenlijsten aangaande werkklimaat (Samen Sterker)

         

        4          Rol leidinggevenden

         

        De zorgmanagers zijn, onder verantwoordelijkheid van de unitmanagers, uitvoeringsverantwoordelijk voor de veiligheid voor jeugdigen en medewerkers. In het Management Development Programma voor deze functiegroep is dit onderdeel opgenomen. De ondersteunende diensten vervullen een faciliterende rol bij de ondersteuning van het management, het doen van metingen en het analyseren van de resultaten.  De unitmanagers nemen voortgang op veiligheidsdoelstellingen en/of verbeterpunten op in kwartaalrapportages.

         

        5          Training en opleiding

         

        Juzt beschikt over een breed scala aan incompanyscholingsmogelijkheden; onder andere om medewerkers toe te rusten op veiligheidsaspecten

         

        -       Training bespreekbaar maken van signalen van onveiligheid

        -       Basisscholing seksuele ontwikkeling inclusief normatief kader (vlaggensysteem) ook voor pleeg- en gezinshuisouders

        -       Signs of Safety (veiligheidsplan maken)

        -       Trainingen Communicatie en Conflicthantering (inclusief veilig fysiek inperken voor JZ plus)

        -       Training omgaan met jongeren met suïcidaal gedrag (HB)

        -       BHV scholing

        -       Scholing drugconsulenten

        -       Medicatie instructie

         

        6          (Meet)instrumenten

         

        Juzt heeft, naast de  reguliere werkoverleggen, teambegeleiding, werkbegeleiding, intervisie en leergroepen, die altijd dienen om knelpunten en risico’s te signaleren en op te pakken nog andere instrumenten ter beschikking om systematische feedback op veiligheidsaspecten te verkrijgen. Welke kunnen leiden tot bepaalde aanpak en/of verbeteractie.

         

        -       Interne en externe audits (DNV)

        -       Medewerkers Tevredenheidsonderzoek

        -       Functioneringsgesprekken

        -       Klachten en ongenoegens voor cliënten

        -       Veiligheidsbarometer aangevuld met vragenlijst over seksueel grensoverschrijdend gedrag voor jongeren v.a. tien jaar.

        -       Licht Instrument Risicotaxatie Kindonveiligheid (inclusief screeningsvragen)

        -       Re-Act metingen (digitaal instrument registratie afwijkingen van zorg- en dienstverlening; registratie incidenten, o.a. van invloed op veiligheid)

        -       Veiligheidschecklists pleegzorg

        -       2 jarig Veiligheidsplan en jaarlijkse voortgangsrapportages

         

        7          Meldingen

         

        -       Externe meldingen incidenten en calamiteiten (HB)

        -       Meldingen seksueel grensoverschrijdend gedrag tussen jongeren onderling (procesverslagen worden opgeslagen bij afdeling K&I)

        -       Kwantitatieve analyses per kwartaal; kwalitatieve analyses op team - / unit niveau

         

                   

         


        [1] HB betekent opgenomen in voor alle medewerkers toegankelijk digitaal handboek

         

      Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers