Pleio

Engels | Nederlands

Babykamer stress

    Peter Paul J. Doodkorte
    Door Peter Paul J. Doodkorte 1135 dagen geleden

     5/5 Sterren (1)

    Babykamer stress
    • Het leven is wat je gebeurt terwijl je andere plannen maakt.

    Ohhh, zo nu en dan krijgt Nederland ineens de kriebels. Het gaat allemaal niet snel genoeg. De voorbereidingen voor de decentralisaties bedoel ik.  Van de jeugdzorg bijvoorbeeld. De toekomstige kamer moet nog volledig worden omgebouwd en geschilderd….

    Volgende diverse mediaberichten deze week zijn (sommige) gemeenten en hun raden nog niet voldoende aangehaakt bij de Jeugdwet. Uit onderzoek zou blijken dat er nog veel onduidelijk is. En dat de meeste gemeenteraden zich nog nauwelijks met het thema jeugdzorg bezighouden. Dit alles leidde – bij de betrokken onderzoekers – tot de conclusie dat de gemeenteraden nog niet klaar zijn om beslissingen te nemen over de jeugdzorg. Terwijl ze dat wel op korte termijn moeten.

    Onwillekeurig moest ik terugdenken aan de jaren waarin mijn vrouw en ik begonnen met het stichten van een eigen gezinnetje. 

    Een kindje krijgen is een mooie, en tegelijkertijd spannende gebeurtenis. De partners kunnen er verschillende gevoelens bij hebben. Word ik wel een goede papa of mama? Hoe moet ik mijn partner steunen? Ben ik er wel klaar voor? Er zweven tientallen vragen rond door de hoofden van de aanstaande ouders. Zij weten  niet precies wat hen staat te wachten. Wil hij de stinkende luiers wel verwisselen? Kan zij het gekrijs en de gebroken nachten wel aan? Tijdens de zwangerschap strijden verwachting, geloof, hoop te twijfel bij voortduring om een plekje op de voorste rij. 

    En dan is het zover: de bevalling. Na al die maanden wordt het kind eindelijk geboren. De kersverse papa en mama willen elkaar zo goed mogelijk steunen. Maar weten niet altijd precies hoe. Uit eigen ervaring herken ik die 'ben-ik-hier-wel-klaar-voor twijfels' wel. Wij zagen ze later ook weer terug bij onze kinderen. Toen zij begonnen aan hun eigen gezinnetje.   

    De 'ben-ik-hier-wel-klaar-voor twijfels' zijn dus geen bijzonderheid. Integendeel. Het is heel gewoon. Ik ben zelfs geneigd te beweren: gezond en louterend. Tegelijkertijd zijn ze – in het algemeen en gelukkig – geen aanleiding tot een voortijdige beëindiging van de zwangerschap. Dat laatste lijkt wel de conclusie die de media menen te moeten verbinden aan het jongste onderzoek van de rekenkamer(commissie)s van Breda, 's-Hertogenbosch, Eindhoven en Tilburg1. De kranten en journaals koppen gretig: “Brabant nog niet klaar voor overgang jeugdzorg”. Of “Steden niet klaar voor jeugdzorg.”

    Er is inderdaad nog de nodige onduidelijkheid. Over de landelijke wetgeving bijvoorbeeld. Die overigens vorige week door de Tweede Kamer behandeld is.  En over de budgettaire kaders. Waarover – volgens de verantwoordelijke staatssecretaris – begin december meer duidelijkheid en houvast komt. Het zijn zaken waar de gemeenten (‘de aanstaande ouders’) geen invloed op hebben. 

    De rekenkamer(commissie)s doen vervolgens de nodige aanbevelingen. Waarvan – wat mij betreft – de belangrijkste is:  Neem in de besluitvorming een eigen positie in, en stel – zelf – prioriteiten.

    Het is, alsof ik mijn vader en moeder zaliger hoorde. Toen wij ons eerste kindje verwachtten.   Natuurlijk hadden zij hun eigen opvattingen. Normen en waarden. En natuurlijk bemoeiden zij er  zich wat graag tegenaan. Zoals wij dat ook weer deden en doen met onze eigen (klein-)kinderen.  Maar zoals wij toen, zeggen onze kinderen nu: laat ons onze eigen keuzes en afwegingen maken. 

    Het advies aan de raden om doelstellingen, maatschappelijke effecten en beleidsprestaties te formuleren beschouw ik als behartigingswaardig en goedbedoeld. Net zo goed als de aanbeveling om tot beleidsmonitoring te komen. En eisen ten aanzien van de kwaliteit te stellen. Geen enkel onderdeel van de door de  rekenkamer(commissie)s geformuleerde adviezen suggereert of rechtvaardigt volgens mij echter de conclusie van een voortijdige beëindiging van de gemeentelijke zwangerschap.

    Het stellen van financiële kaders, gekoppeld aan de beoogde ontwikkeling van het zorggebruik en kwaliteit van de zorg? Ook wij moesten wel even wennen aan een veranderende financiële huishouding toen  onze eerste boreling er was. Net als bij de komst van nummer twee. En een gezamenlijke visie op de opvoeding was er wellicht op hoofdlijnen, maar ontwikkelde zich pas daadwerkelijk in en aan de praktijk. 

    En natuurlijk maakten en maken wij met enige regelmaat een soort van planning (fasering) voor de (nabije) toekomst. In de wetenschap en met de ervaring dat die planning ook de nodige flexibiliteit moet kennen. Gewoon, omdat je niet alles in eigen hand hebt of naar je eigen hand kunt zetten. In dit verband wil ik graag wijzen op het prachtig ontroerende en ontnuchterende verslag van een moeder van een ziek kind: “Dolgelukkig zijn wij” (Annemarie Haverkamp).

    “Dolgelukkig zijn wij” is een realistisch verhaal over de maakbare wereld. Een wereld waarin wij ten onrechte denken zelf de regie te hebben.

    Annemarie en haar vriend Bart hebben een kind gekregen. Maar Jobs hoofd heeft de vorm van een peer, zijn lichaam is slap, hart en darmen vertonen gebreken – er is verschrikkelijk veel mis. De baby blijkt geboren met een zeldzame chromosoomafwijking. Als Annemarie en Bart openlijk hun twijfels uitspreken over medisch ingrijpen en de kwaliteit van het leven dat hun zoon te wachten staat, lopen de spanningen hoog op. Wie heeft het recht te beslissen over de toekomst van het jonge gezin: de dokters of de ouders? En, hoe nu verder?

    Zo ook moeten wij volgens mij het advies van de rekenkamer(commissie)s van Breda, 's-Hertogenbosch, Eindhoven en Tilburg lezen: een goed bedoeld, ontnuchterend en ‘ouderlijk’ advies. Ter ondersteuning van de kader stellende en controlerende (de ‘ouderlijke’) rol van gemeenteraden. Een poging om in een tijd van overgang concrete handvatten te bieden en  de aspirant ouders te activeren in hun toekomstige rol. Daarbij gaat het er om hen in de gelegenheid te stellen zich een beeld te vormen van de eigen rol, en daaruit zo  mogelijk lessen te trekken. Niet met het oogmerk om geen, maar een betere ‘ouder’ te worden. 

    Niet voor niets duurt een zwangerschap negen maanden. De baby moet groeien en jij hebt de tijd nodig om je geestelijk voor te bereiden op het vaderschap. Er zijn ook veel praktische zaken te regelen. En dan nog: we kunnen niet alles van te voren regelen. Hoe graag we ook willen geloven in de maakbaarheid en het ideaal.

    Tegen de twijfelaars en ongeduldigen zeg ik: Er komt inderdaad veel op de gemeenten af. Het is de daarmee samenhangende onzekerheid waar we moeilijk mee kunnen omgaan.  Er zijn, voor- en achteraf, zeker zaken te benoemen die beter hadden gekund. Per saldo gaat het echt niet om een (op papier) perfecte organisatie. De essentie is dat wij – in dit geval: de gemeenten – onze verantwoordelijkheid kennen en nemen. Vooral dan, als blijkt dat het net niet zo loopt als gepland. Dus neem de tijd, maak je vooral niet te druk, maar regel wat geregeld moet worden. Niks meer, en niks minder.

    1 KLAAR VOOR DE START? - Een onderzoek naar de kaderstellende en controlerende rol van gemeenteraden rond de transitie jeugdzorg in B4-gemeenten - ISBN 978-90-5830-606-7 - Verwey-Jonker Instituut, Utrecht 2013.

    Zie ook: http://peterpauldoodkorte.wordpress.com/2013/10/25/babykamer-stress/

    Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers