Pleio

Engels | Nederlands

Niet de problemen zelf maken het ons moeilijk, maar de manier waarop we er tegen aankijken

    Peter Paul J. Doodkorte
    Door Peter Paul J. Doodkorte 1440 dagen geleden Reacties (1)

     4/5 Sterren (1)

    Niet de problemen zelf maken het ons moeilijk, maar de manier waarop we er tegen aankijken
    • Negatieve dingen kun je alleen oplossen door ze positief te agenderen

    Voor de omvorming van het sociaal domein beschouwen velen– van gemeenten tot professionals – laagdrempeligheid als een bepalende factor voor succes . Ook ik her- en erken dat.  Tegelijkertijd blijkt juist die laagdrempeligheid in de praktijk lastig concreet te maken. Het was eerder bij de vormgeving van het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) al een worsteling. En ook bij de doorontwikkeling van het CJG – meestal in de vorm van wijk- of gebiedsgericht werken – blijkt dit een struggle. Regelmatig wordt daarbij behoud van laagdrempeligheid bepleit met een hartstochtelijk pleidooi voor het loslaten van de koppeling tussen vrijwillige en gedwongen hulp. De ontkoppeling van vrijwillige hulp en gedwongen hulp zou bij ouders de angst dat zij niet capabel worden gevonden, en dan snel hun kinderen kwijt zijn, kunnen wegnemen. Dát zorgt voor laagdrempeligheid!?

    Opvoeden is een leuke, maar soms ook lastige klus. Het valt niet altijd mee om voortdurend positief en opgewekt te blijven. Een van de grootste valkuilen daarbij is, dat wij vooral focussen op wat er níet goed gaat. Ook voor mij als papa en opa geldt dat.

    Ik wil graag een goede vader en opa zijn. En bij het groter groeien en opvoeden – zo heb ik geleerd – is straffen soms onvermijdelijk. Bijvoorbeeld om verkeerd gedrag af te leren.  Maar ben en blijf ik als papa en opa dan wel laagdrempelig genoeg? Of doe ik er verstandig aan om – wanneer dat aangewezen is – mijn (klein-)kinderen voor corrigerende of disciplinerende maatregelen door te verwijzen naar de buren? De  politie of de rechter?  Want stel je voor dat mijn reactie de (klein-)kinderen afschrikt?

    Voor mij is goed vaderschap ook echte vriendschap: De herkenning van of bekendheid met de persoonlijkheid van de ander. Het heeft te maken met een gedeeld gevoel van zorg en interesse voor elkaar, een verlangen om elkaar te zien groeien en ontwikkelen en een hoop dat de ander in alle aspecten van het leven zal slagen. Die vriendschap heeft ook met acties te maken: iets voor een ander doen terwijl je er niets voor terug hoeft te krijgen; het delen van gedachten en gevoelens zonder bang te hoeven zijn voor veroordeling of negatieve kritiek. Het betekent ook : elkaar de waarheid kunnen vertellen. Duidelijk maken welk gedrag je wel of niet accepteert. En waarom dat zo is.

    Opvoeden is adequaat bijspringen, meelopen of confronteren. Vertrouwen is daarbij essentieel. Vertrouwen staat aan de basis daarvan. Vertrouwen bouw en onderhoud je, door te doen wat je zegt en hierin consistentie te zijn. Voorspelbaar zijn dus. Jouw (klein)kinderen moeten ongezegd kunnen aflezen wat voor reactie ze kunnen verwachten als er sprake is van gewenst of ongewenst gedrag.

    Ouders of kinderen die – om welke reden dan ook –  ‘in de knel’ zitten, hebben – net als iedereen – mensen nodig waarmee ze hun gedachten, gevoelens en frustraties kunnen delen. Zonder dat zij zich er zorgen over te hoeven dat het delen daarvan ‘misbruikt’ wordt. Trouw en loyaliteit vormen daarbij de sleutel. Zonder dat kunnen ouders – net als kinderen – zich ‘in de steek gelaten’ of ‘verraden’ voelen. Trouw en loyaliteit bieden geen ruimte voor achterklap of afwijzingen. Het vraagt om elkaar de waarheid te vertellen. Dat moet kunnen. Het vereist ook factoren die met verantwoording (vragen en geven) te maken hebben.

    In menig gesprek over opvoed- en opgroeivraagstukken vertellen professionals wat graag, dat ouders zich het bovenstaande – of variaties daarop – moeten realiseren. Dat élke reactie voor bijvoorbeeld kinderen een straf of een beloning is. Om zo min mogelijk te straffen, zo houden zij ouders voor, moeten zij kritisch nadenken over de eisen die ze aan hun kinderen stellen.

    Disciplinair zijn gaat er niet alleen om dat je je kinderen straft als ze een fout hebben gemaakt. Het gaat er ook om dat je ze beloont als ze iets goed hebben gedaan, zodat ze worden aangemoedigd en het gedrag willen herhalen. Ik ben het daar van harte mee eens. Omdat het de ‘bereikbaarheid’ en de ‘benaderbaarheid’ van de opvoeder  ten goede komt. Met laagdrempeligheid als gevolg.  

    Laagdrempeligheid van ondersteuning en hulp is daarom volgens mij niet zo zeer gebaat bij ontkoppeling van vrijwillige ondersteuning en hulp van hulp in het kader van ‘dwang’ of drang’. Dat pleidooi vloeit volgens mij voort uit het feit dat het in Nederland niet heel gewoon is om te praten over vragen en problemen rond opvoeden en opgroeien. Als het al gebeurt, is dat vooral vanuit een probleemgericht perspectief.

    Ons denken en doen rond ‘laagdrempeligheid’ wordt mede daardoor in de loop der jaren beheerst door een gegroeide (en op basis van incidenten gevoede) beeldvorming en daarmee samenhangende dynamiek: als je het als ouders niet goed doet – en dat raakt bekend – dan raak je je kinderen kwijt. Ons antwoord – de ontkoppeling – zal naar mijn mening die ‘dynamiek’  van dat denken en doen eerder versterken dan verminderen.

    Als wij de gegroeide argwaan – hoe juist of onjuist deze ook mag zijn – jegens de professionele zorg voor jeugd en gezin willen wegnemen, dan moeten wij haar doorbreken. Niet, door op het ‘wantrouwen’ te anticiperen, maar door aan het ‘vertrouwen’ te bouwen. Dat vraagt om partnership. Met ouders zowel als met (hun) kinderen.

    Partnership vraagt om een inzet, gericht op het willen begrijpen van de ander. Daarbij hoort (wederzijds) ook het lef om (voor de ander) de angst te benoemen. De angst voor wat het doen of laten van ouders voor een kind kan betekenen. Wat die angst met jou als professional doet en voor jou betekent. En daarover het gesprek te voeren. Net als over de (ervaren) angst van ouders dat zij het kind kunnen kwijtraken. Het vraagt om het met begrip en respect luisteren en bespreken van de ideeën en de gevoelens van de ander. Met de bereid om de ander te helpen.

    Daarbij gaat het er niet om, het er maar ‘bij te laten zitten’ als ouders – om welke reden dan ook – zelf onvoldoende activiteit ondernemen om een einde te maken aan een onveilige situatie voor hun kinderen. Het gaat er – net als bij kinderen – om, niet langer alleen gericht te zijn op de tekorten en problemen,. Het vraagt, eerst en vooral, ook de sterke kanten en hulpbronnen (meer) in ogenschouw te nemen. Zoals bijvoorbeeld Signs of Safety dat doet. Deze werkwijze vraagt geen speciale faciliteiten of organisaties, maar is gericht op samenwerking met het gezin (en het netwerk daar omheen). En duidelijkheid over wat de consequenties zijn van ongewenste of ontoelaatbare handelingen. Dat vraagt om en is een proces, waarbij de betrokken partijen medeproducent – en daarmee mede-eigenaar – worden van de oplossing. Om een proces van co-creatie dus, gebaseerd op positieve agendering van negatieve dingen.

    Zie ook: http://peterpauldoodkorte.wordpress.com/ of http://deoverkant.wordpress.com/ 

    Reacties

    Volgorde van reacties: Aantal: Automatisch laden:

    Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers