Pleio

Engels | Nederlands

Als we goed gegokt hebben, zal het morgen anders zijn

    Peter Paul J. Doodkorte
    • iedereen (publiek zichtbaar)
    • 380
    Door Peter Paul J. Doodkorte 1056 dagen geleden

     0/5 Sterren (0)

    Als we goed gegokt hebben, zal het morgen anders zijn
    • Voorspellen is moeilijk, vooral als het om de toekomst gaat

    U kent deze zin ongetwijfeld: “Resultaten behaald in het verleden, biedt geen zekerheid voor de toekomst.” Of woorden van gelijke strekking. Menig verkoper van financiële producten schermt ermee om haar verantwoordelijkheid af te houden. De prospectus over het product is vaak ondoorzichtig, maar dit zinnetje laat aan duidelijkheid niets te wensen over.

    Ik moest aan dat zinnetje denken toen ik mij eerdere deze week voorbereidde op een bijeenkomst met een drietal gemeentelijke ondernemingsraden. Ik mocht hen – op hun verzoek – bijpraten over de ontwikkelingen binnen het sociaal domein. Dat gesprek viel bovendien samen met de VNG-ledenraadpleging over het overlegresulaat rond de decentralisatie van AWBZ-taken.

    Ik bedacht mij mede daarom dat ik er wellicht wijs aan deed in mijn presentatie wel enig voorbehoud te maken. Want de zekerheden waarmee gemeenten in 2011 (!) begonnen aan de omvorming van het sociaal domein, zijn sedertdien bij voortduring aan wijzigingen onderhevig geweest. En zo titelde ik mijn presentatie met een disclaimer: “Voorspellen is moeilijk, vooral als het om de toekomst gaat.“ Immers, ten aanzien van de ontwikkelingen binnen het sociaal domein is wel gebleken dat de zekerheid van vandaag een gok op de situatie van morgen blijft!

    Zo leert ons ook een blik terug in de tijd. Te beginnen met het Bestuursakkoord 2011 – 2015. Dat beloofde ons een krachtige, kleine en dienstverlenende overheid; een overheid die zich tot haar kerntaken beperkt en waarbij taken zo dicht mogelijk bij de burger worden belegd. Dat is waar Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen volgens het bestuursakkoord 2011 – 2015 voor stonden en tekenden. Voor gemeenten ging het toentertijd om de decentralisatie van de jeugdzorg, de extramurale begeleiding uit de AWBZ en de nieuwe regeling Werken naar vermogen (Wwnv). Deze overdracht zou het dienstverlenende profiel voor gemeenten versterken.

    Maar de inkt van het Bestuursakkoord en de daarin vastgelegde ambities was nog niet droog of het Kabinet Rutte I viel (23 april 2012). Het daarop volgende Lenteakkoord draaide een aantal eerder genomen besluiten terug. Zo werden de huishoudinkomentoets in de Wet werk en bijstand (WB) afgeschaft en de bezuinigingen op het PGB en het passend onderwijs (deels) teruggedraaid. De Wet werken naar vermogen (WWNV) – waarvan de invoering voor 1 januari 201 3 stond gepland – werd opgeschort. Net als de overheveling van de begeleidingsfuncties uit de AWBZ naar de WMO. Over de decentralisatie van de jeugdzorg werd in het Lenteakkoord niet gesproken.

    Na het Lenteakkoord volgden een Tussenregeerakkoord, een Regeerakkoord 1, een Regeerakkoord 2, een Woningakkoord, een Maartakkoord en een Zorgakkoord. Met een Sociaal Akkoord wordt het inmiddels april 2013. Gemeenten zijn dan een jaar verder en – ondanks de met groot enthousiasme opgepakte uitdagingen – ook een groot aantal toezeggingen en illusies armer. Want maatregelen uit het ene akkoord werden en worden in het volgende akkoord net zo makkelijk weer naar de prullenbak verwezen, ingetrokken, naar de toekomst verschoven of technisch gesproken zo hopeloos ingewikkeld gemaakt dat zelfs de brave juristen van de Raad van State door de bomen het bos niet meer zagen of zien. 

    Ondanks alle ontwikkelingen en onzekerheden gaan gemeenten onverdroten voort op de weg die zij zijn ingeslagen. Zij blijven de beweging om taken op het gebied van werk, zorg en jeugd (het sociale domein) over te brengen naar gemeenten steunen. Het enige wat zij van het kabinet vragen is samenhang in wetten, regels en geldstromen. Geen verkokerde wetsvoorstellen, maar standvastige samenwerking op basis van partnerschap en vertrouwen in elkaars capaciteiten. Gewoon, omdat de organisatie van het sociale domein beter kan. Dichterbij de mensen kan meer worden bereikt. Tegen lagere kosten, zo hebben gemeenten dat eerder al laten zien bij de bijstand en bij de maatschappelijke ondersteuning. Door het rijk aangespoord tot en aangesproken op grote(re) spoed lopen zij op de punten van hun tenen. Om vervolgens door datzelfde rijk op de inmiddels pijnlijke tenen te worden getrapt. Want het rijk creëert voortmodderend voor gemeenten met nieuwe deelakkoorden met zorgverzekeraars, bureaus jeugdzorg enzovoort een poel van schijnzekerheid. Dras, waarin de ideologie uit het Bestuursakkoord van 2011 langzaam maar zeker dreigt vast te lopen in het drijfzand van voortdurend polderen met en tussen institutionele belangen.

    Ik denk dat de decentralisatie van jeugdzorg, jeugd GGZ en de veranderingen in de Wajong/arbeidsparticipatie en de WMO kansen bieden. Denk aan arbeid, onderwijs, jeugdwerk, passend onderwijs, WMO, hulp bij het huishouden, formulieren invullen, hulp bij het dagelijks functioneren. Als wij het slim aanpakken, kunnen gemeenten straks schotten slechten, en financieringen bundelen in één breed sociaal domein. Met veel minder bureaucratie, minder indicatiestellingen, minder en eenvoudigere verantwoording, en ruimte voor de professionals om op te treden, te interveniëren, te ondersteunen, naar gelang zij dat nodig en het beste vinden. Die boodschap heb ik ook met de gezamenlijke ondernemingsraden gedeeld. En zij werd enthousiast onthaald. Desondanks moest ik afsluiten met die hiervoor aangehaalde disclaimer: “In het verleden behaalde resultaten, bieden geen zekerheid voor de toekomst.”

    Heb ik mijn geloof verloren? Integendeel. Ik ben en blijf positief over de beweging. Maar ik maak me tegelijkertijd grote zorgen over gevolgen van de dikke mistgordijn van onzekerheid dat het rijk bij voortduring optrekt. Het is en blijft daarom oppassen geblazen voor de uitkomsten van de vele overlegcircuits waarin een hoge mate van politiek opportunisme de ideologie en belangen van gemeenten en hun inwoners laat ondersneeuwen. Want ondanks mijn geloof in de beweging en haar mogelijkheden: het zou mij niet verbazen wanneer vandaag of morgen het satirische VARA-programma ‘Kanniewaarzijn’ ook in Den Haag neer strijkt. Zeker als het rijk door gaat met haar onnavolgbare spatsies en de bestuurlijke bezigheidstherapie ons uiteindelijk in 2015 blijkt te hebben gebracht naar waar wij in 2011 vertrokken.

    zie ook: http://peterpauldoodkorte.wordpress.com/ of www.doodkorte.nl

    Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers