Pleio

Engels | Nederlands

Tussen waarheid en leugen ligt een glibberig pad

    Peter Paul J. Doodkorte
    • iedereen (publiek zichtbaar)
    • 142
    Door Peter Paul J. Doodkorte 1749 dagen geleden

     0/5 Sterren (0)

    Jongeren en ouders die te maken met jeugdzorg missen waarheidsvinding in de dossiers die hen aangaan. Zij maken zich zorgen over hoe hulpverleners en andere medewerkers in de jeugdzorg omgaan met de gebeurtenissen zoals zij die zelf vertellen en zoals anderen die over hen bespreken. Het ontbreekt hen in veel gevallen aan mogelijkheden om rapportages en onderzoeksverslagen aan te passen of te wijzigen. In 2011 hebben cliënten uit de werkgroep waarheidsvinding van de Landelijke Cliëntentafel gesprekken gevoerd met professionals in en om de jeugdzorg om dit probleem met hen te bespreken.

     

    Uit deze gesprekken zijn veel thema's naar voren gekomen en zijn aanbevelingen opgesteld die bureau's jeugdzorg, instellingen voor jeugd- en opvoedhulp en andere instanties kunnen hanteren om te voorkomen dat cliënten zich onheus bejegend voelen in rapportages en onderzoeksverslagen. Deze thema's en aanbevelingen zijn te vinden in de flyer "Waarheidsvinding in de Jeugdzorg".

     

    Waarheidsvinding is een principe van beschouwing en onderzoek dat feiten belangrijker of op zijn minst gelijkwaardig acht aan ervaring of opportuniteit. Dit principe speelt een rol in allerlei vormen van onderzoek; ook in de zorg voor jeugd.

     

    In het algemeen wordt de zin van het zoeken van de waarheid niet betwist. Wel vindt discussie over de aard en zin van dit principe plaats in het kader van sociaal onderzoek zoals dat door gedragswetenschappers wordt gedaan. Zo is de plaats van waarheidsvinding in onderzoek van de Raad voor de Kinderbescherming, zelf weer onderwerp geweest van onderzoek. Ook in het onderzoek naar onderzoeken speelt de kwestie van waarheidsvinding een grote rol.

     

    "Moeder ervaart vader als een bedreiging, de kinderen ook; conclusie geen omgangsregeling" is een bekende vorm van redeneren in kinderbeschermingscasuïstiek. Dat moeder dit ervaart kán ze gezegd hebben, dat kán weer betekenen dat dit haar ervaring beschrijft, en het zou kunnen betekenen dat de vader iets bedreigends heeft gedaan. Tussen deze drie mogelijke constateringen staan drie momenten van waarheidsvinding; a. Is opgeschreven wat gezegd is, b. Beschrijft het gezegde de emotie van de moeder in kwestie. c. is deze emotie een gevolg van (slechts) een bepaald handelen van de vader.

     

    De meeste voorstanders van waarheidsvinding beschouwen vooral stap c. Tegenstanders van waarheidsvinding in dit soort gevallen zeggen dat waarheid altijd relatief is, er twee (of drie of...) waarheden zijn. Overigens leidt het schrijven van rapporten over waarheidsvinding weer tot een nieuw metaniveau van waarheidsvinding (wat zegt dit beleidsonderzoek over de werkelijkheid van casuïstiekrapportage).

     

    Ik vind dat de onderzoekers op een reële manier materiële feiten en existentiële, instinctieve of emotionele waarheden naast elkaar moeten zetten. Daarna kan interpretatie volgen.

     

    FEITEN OF MENINGEN?

    Ouders die in het jeugdrecht hun zaak volledig uit de hand zien lopen hebben weinig tot geen enkele mogelijkheid om dingen recht te zetten. Wijzen ouders toch op de onjuistheid van de beschuldigingen dan krijgen zij niet zelden te horen: "Daar gaat het niet om in het jeugdrecht. Waarheidsvinding behoort niet tot onze taak". Dit wordt vervolgens weer gerechtvaardigd met de opmerking: "Bij de verslaglegging worden de verschillende meningen niet gepresenteerd als feiten maar is sprake van een duidelijke bronvermelding".

     

    Dit is, ook voor zover dat gebeurt, een drogreden. Dit is geen rechtvaardiging voor het presenteren van regelrechte verzinsels. En verder: bronvermelding brengt de waarheid niet automatisch dichterbij als de bron zelf niet deugdelijk is.

     

    Meestal hebben fouten geen ernstige gevolgen of kunnen ze later alsnog worden rechtgezet. Maar als de belangrijke taak van waarheidsvinding is toebedeeld aan personen die daarvoor geen passende opleiding hebben genoten is de schade niet zelden aanzienlijk.

     

    Wij allen verwachten van nogal wat mensen dat ze vooral “zorgvuldig” met ons omgaan. Lijkt me niet meer dan logisch en terecht. Toch is onzorgvuldigheid aan de orde van de dag. Ikzelf mocht dat de afgelopen week ervaren. Zoals heel Nederland door ongecontroleerde uitlatingen van neurochirug Kees Tulleken over de gezondheidstoestand van Prins Friso volstrekt op het verkeerde been werd gezet. Het bracht mij er toe u – ter lering en reflectie – onderstaand overzicht van veronachtzaamde argumentatieve fouten1 – die vaak gemaakt worden – te presenteren:

    1. De Verleiding van de Coïncidentie: 'Dat kan geen toeval zijn!' We zien gebeurtenissen bijna ogenblikkelijk en automatisch in termen van oorzaak en gevolg.
    2. De verleiding van passend bewijsmateriaal: 'Het loopt toch allemaal prima?' We gaan er vanuit dat passend bewijsmateriaal laat zien dat onze voorstelling van het gebeurde waarschijnlijk juist is. We hebben het idee dat dit passende bewijsmateriaal aantoont dat we op de goede weg zitten. Dat hoeft echter niet het geval te zijn wanneer de beschikbare gegevens even goed passen in andere (plausibele) scenario’s.
    3. De verwaarlozing van potentieel ontlastend onderzoek: 'Moet dat nou?' Wanneer een onderzoek lekker loopt en er steeds meer bewijsmateriaal wordt gevonden dat in het eigen scenario past, dan lijkt potentieel ontlastend onderzoek op masochisme. ‘Wat een tijdverspilling. We hebben toch al genoeg bewijs dat we de goede kant op gaan! De zaak is bijna rond!’
    4. 5.        Cognitieve blindheid voor cirkelredenering: 'De triomf van het eigen gelijk'

    4.        Cognitieve blindheid voor immuniseren: 'Kop ik win, munt jij verliest.'

    Immuniseren is een door Popper geïntroduceerde term uit de wetenschapsfilosofie. Daarbij past men de eigen hypothese zodanig aan dat deze immuun wordt tegen mogelijke weerleggingen. Je garandeert door de aanpassing dat je theorie altijd bevestigd zal worden, en je praat iedere weerlegging recht.

    Verdachten worden geregeld van leugenachtigheid beticht als ze hun misdaad ontkennen. Met andere woorden, het OM en de rechter willen nogal eens uitgaan van het eigen gelijk om vervolgens op basis van dat gelijk de verdachte leugenachtigheid te verwijten. Deze vermeende leugenachtigheid kan worden gebruikt als een nieuw argument tegen de verdachte.

    1. 6.        Illusie van de naaktheid van de feiten: 'De feiten hebben gesproken..'

    Het alledaagse ideaal van objectieve waarheidsvinding houdt in dat je de feiten voor zichzelf laat spreken, zonder kleuring en vertekening. Je moet de naakte en zuivere feiten onbevooroordeeld beschouwen, dan zie je wat waar is. Dit is echter een misvatting. De feiten spreken pas in het licht van een achterliggende theorie. Of een bepaald gegeven qua waarheidsvinding relevant is en een conclusie bevestigt of tegenspreekt, is mede afhankelijk van deze theorie.

    1. 7.        Het Magisch Oog: 'Je moet ze recht in de ogen kijken.'

    Overal in de strafrechtcontext is het Magisch Oog aanwezig: zich beroepend op hun ervaring menen de dames en heren te kunnen zien wie liegt, wie de waarheid spreekt en wie de dader is. Een Amerikaanse rechter onthulde na een geruchtmakende zaak zijn strategie: ‘You need to look them in the eye.’

     

    1Ontleend aan “7 cruciale argumentatiefouten van juridische waarheidszoekers” door Ton Derksen –Tijdschrift Skepter, Jaargang 22, nummer 1, 2009.

     

    Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers