Pleio

Engels | Nederlands

Ruimte voor innovatie, creativiteit en ervaring: heerlijk!

    Peter Paul J. Doodkorte
    • iedereen (publiek zichtbaar)
    • 235
    Door Peter Paul J. Doodkorte 980 dagen geleden

     0/5 Sterren (0)

    Ruimte voor innovatie, creativiteit en ervaring: heerlijk!

    Zorg is als een puzzel – elk stukje past, wat niet betekent dat het daar thuishoort…

    Goede zorg is geen kopie van succesvolle concepten, maar het resultaat van een op maat gesneden oplossing voor die ene persoon in/en zijn omgeving. Daarvoor is er behoefte aan een sterk samenspel tussen de opdrachtgever (de zorgvrager), de ondersteuner (hulpverlener) en andere betrokkenen. Daar kunnen fraaie en functionele resultaten uit voortkomen.

    ‘Zorg’ is ook versnipperd. Als gevolg van verschillende geldbronnen (van Wet maatschappelijke ondersteuning tot zorgverzekeraars) en  een doorgeslagen determinatiedrift. De ene partij zorgt voor mantelzorg, de ander voor thuiszorg, weer een ander voor voorzieningen, enzovoort. In de verschillende domeinen, van participatie tot en met (jeugd)zorg is dit niet anders. Het gevolg? De mensen worden niet als geheel gezien, maar het ‘probleem’ wordt afgezonderd en op zichzelf beschouwd en behandeld. Hierdoor wordt er veel meer ondersteuning en zorg gegeven dan nodig is. Dat is kwalitatief niet goed, het is inefficiënt. Dat moeten (en kunnen) wij veranderen.

    De bovenstaande analyse deed mij denken aan een tafel vol met schuifspelletjes. U kent ze vast: spelletjes die een puzzeltje bevatten dat bestaat uit 8 of meer stukjes binnen een speelveld van 9 of meer vlakjes. Het de bedoeling dat jij – door te schuiven met de stukjes – de puzzel oplost. Dan pas ben je klaar!

    Veel mensen vinden het vaak moeilijk om schuifpuzzels te maken. Niet in de laatste plaats vanwege de beperkte – en daardoor lastige –  ‘schuifruimte’.

    Wanneer wij binnen de zorg elk domein of specialisme als zo een schuifspelletje beschouwen, wordt ook duidelijk dat het vinden van een passende oplossing heel wat geschuif vraagt. Juist, vanwege die beperkte manoeuvreerruimte. Niet onmogelijk, maar vaak wel omslachtig en tijdrovend.  Wanneer je echter meerdere van die schuifspelletjes aan elkaar zou klikken, ontstaat automatisch meer schuifruimte. Een schuifspelletje met 16 stukjes in een speelveld van 18 vakjes immers geeft veel meer combinatiemogelijkheden! En daarmee een sneller resultaat.

    Als je dit kunstje doorhebt resp. ziet, is het aanpakken van de versnippering binnen de eigenlijk verrassend eenvoudig. Bijvoorbeeld ook om in de toekomst de bekostiging van de jeugdhulp volhoudbaar te houden. Het gaat daarbij om de kunst van ‘loslaten’ van de onderdelen, om het geheel beter ‘in de hand te houden’.

    In het kader van de omvorming van het stelsel wordt jeugdhulp gezien als een zorgcontinuüm. Naar gelang de behoefte aan of noodzaak tot moet op- en afschalen mogelijk zijn. De focus wordt daarbij meer gelegd op de eigen kracht van de jeugdige, het gezin en het sociale netwerk daaromheen. Jeugdhulp wordt binnen die benadering gezien als het stimuleren en faciliteren in plaats van overnemen. Intentie hierbij is om tegelijkertijd meer ruimte aan professionals te bieden, zodat zij flexibel zorg op maat kunnen bieden.

    Als aansluiten en bijspringen op de eigen mogelijkheden van de opdrachtgever (hulpvrager) een belangrijk vertrekpunt is, moeten opdrachtnemers (hulpverleners) goed en eenvoudig kunnen schakelen. Ook tussen de domeinen van leren, wonen, werken, recreatie, et cetera. En ja, dat vergt goede antennes om in te schatten wanneer opschaling naar meer gespecialiseerde hulp vereist of afschaling naar minder mogelijk is. Dit stelt dus ook eisen aan de expertise van de professionals. Belangrijke voorwaarden is dus (ook) het beschikbaar zijn van professionele richtlijnen (van beroepsverenigingen), goede opleidingen en mogelijkheden voor consultatie, intervisie en supervisie.

    De kern van deze gedachtenlijn? Creëer ‘schuifruimte’! Oftewel: de mogelijkheid voor opdrachtgevers (zorgvragers) en opdrachtnemers (aanbieders) om de verschillende schuifpuzzeltjes met en aan elkaar te verbinden. Dit vraagt om het loslaten van de focus op de gekende systemen van financiering. Deze zijn gebaseerd op afspraken over capaciteit, bezettingsgraad, functies en/of prestaties.

    Wanneer we een overstap maken van dit op productie geënt bekostigingsmodel – gebaseerd op een combinatie van bekostigingseenheden en zorgaanspraken – naar een op outcome (resultaat) geënt bekostigingsmodel – gebaseerd op het geheel (uitgedrukt in trajecten dan wel cliënten (mensen) – ontstaat die ruimere schuifmogelijkheid. Eenheid van taal en uniformeren van de bekostigingssystematiek binnen – en vervolgens tussen – de verschillende deelsectoren is daarvoor wenselijk. Zonder die uniformering is het voor gemeenten niet tot nauwelijks mogelijk te komen tot en te sturen op integraal beleid.  

    De invoering van een model van traject- of cliëntfinanciering biedt de mogelijkheid de stuurkracht van alle actoren te versterken en daarbij tegelijkertijd de risico’s voor de financier beheersbaar te maken. De aanbieders van jeugd- en opvoedhulp aan de andere kant zijn daarmee te prikkelen tot betere prestaties op het gebied van doeltreffendheid, doelmatigheid, kwaliteit, vraaggerichtheid en innovatie. Toetsing van legitimiteit van ondersteuning behoeft daarbij niet noodzakelijkerwijs aan de voorkant (toegang) plaats te vinden. Dit kan ook tussentijds of achteraf en al dan niet steekproefsgewijs plaatsvinden. Voor sturing op prijs – kwaliteit maakt dit nauwelijks verschil. Ook voor de individuele jeugdige en/in zijn gezin is deze toetsing niet echt relevant. Zij zijn meer gebaat bij een deskundig multidisciplinair overleg en een ondersteuningsplan op maat.

    De ‘bouwstenenbenadering’ van de schuifspelletjes kan voor gemeenten zowel als aanbieders een instrument zijn om gemakkelijker te komen tot integraal beleid en uniformering van bekostiging tussen deelsectoren. Door de mogelijkheid de afzonderlijke schuifspelletjes als legoblokjes met elkaar te koppelen tot bouwblokken ontstaan meer combinatiemogelijkheden. Ruimte dus voor -  op de maat van de opdrachtgever toegesneden – arrangementen. Zeker waar het gaat om meervoudige ondersteuningsvragen is dit van essentieel belang. Relaties en verbindingen met andere domeinen als wonen, werk en vrije tijd zijn dan ook gemakkelijker te leggen.

    Samenvattend

    Het nu nog versnipperde werkveld voor de jeugdhulp komt onder één bestuurlijke en financiële regie. De gemeente, nu al verantwoordelijk voor het preventieve jeugdbeleid, krijgt in 2015 tevens verantwoordelijkheid voor alle jeugdhulp. Het doel daarvan is enerzijds het alsmaar toenemende beroep op de gespecialiseerde zorg in te dammen, en anderzijds het stelsel eenvoudiger te maken, onnodige bureaucratie tegen te gaan en professionals meer ruimte te geven. Dit vraagt om duidelijke sturing, naast ruimte voor professionals i.c. minder overheidsbemoeienis.

    Een model van traject- of cliëntfinanciering biedt hiertoe de mogelijkheid. Het is administratief simpel en doeltreffende in en door te voeren. Het biedt de mogelijkheid tot een sterk vereenvoudigd toegangsmodel, omdat een onafhankelijke positionering daarvan zowel minder voor de hand liggend als noodzakelijk is. En er ontstaat ruimte voor de inbreng van jeugdigen en / of ouders vanuit hun individuele situatie en van generalisten en specialisten vanuit hun professionaliteit. In de dialoog daarover en de schuifmarges daarvoor zit de ruimte om tot een effectief en efficiënt ondersteuningsplan op maat te komen.

    Het model staat ruimte voor nieuwe aanbieders en nieuwe ontwikkelingen niet in de weg. Net zomin als de vaak gewenste ‘keuzevrijheid’ voor opdrachtgevers. Het werken met één cliënt- dan wel trajectprijzen maakt ook een eventueel noodzakelijke verrekening met of tussen gemeenten/regio’s/aanbieders van jeugd- en opvoedhulp eenvoudiger en wellicht (op onderdelen) zelfs onnodig.

    Kortom: een ‘omvorming’ van de bekostiging van de jeugdhulp naar een model waarbij de regio/gemeenten ‘cliënttrajecten’ inkopen tegen een vooraf bepaald effect en clusterprijs’ en de aanbieders verantwoorden op nader af te spreken prestatie-indicatoren biedt ruimte voor innovatie, creativiteit en ervaring en leidt desondanks tot stuurbekrachtiging. Voor alle actoren.

    Meer weten? Bel (0653 165 996) of mail (pp.doodkorte@vondel-nassau.nl) eens!

    Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers