Pleio

Engels | Nederlands

Iedereen vertrouwen is dwaas, niemand vertrouwen is nog dwazer.

    Peter Paul J. Doodkorte
    • iedereen (publiek zichtbaar)
    • 303
    Door Peter Paul J. Doodkorte 949 dagen geleden

     0/5 Sterren (0)

    Iedereen vertrouwen is dwaas, niemand vertrouwen is nog dwazer.
    • Een open deur verschaft toegang tot vertrek

    Voor 1 januari 2015 staat de invoering van een drietal omvangrijke decentralisaties gepland. De gemeente wordt in één klap verantwoordelijk voor de Jeugdzorg, uitbreiding Wmo met begeleiding en dagbesteding, en de participatiewet. Daarnaast zijn er diverse veranderingen binnen het Passend Onderwijs, die 1 augustus 2014 van kracht worden. Deze decentralisaties zijn de directe aanleiding voor een discussie over de organisatie van de integrale én onafhankelijke toegang tot ondersteuning. De opdracht en uitdaging om te komen tot een minder versnipperd en minder bureaucratisch stelsel dat uitgaat van wat mensen (en hun omgeving) zelf nog kunnen, vraagt echter het lef om andere keuzes te maken. Bijvoorbeeld een keuze om de onafhankelijke indicatiestelling dan wel toegang te schrappen. Niet in de laatste plaats ook, omdat de onafhankelijke indicatiestelling en toegang nauwelijks – of slechts met de nodige bureaucratie en vertraging – aanpassingen toelaat als de ondersteuningsvraag verandert.

    Ik wil er dan ook bij gemeenten voor pleiten om bij de inrichting van het sociale domein niet de fout maken om door en met een (zogenaamd) ‘onafhankelijke’ toegang in feite gewoon door te gaan op de oude weg. Een ‘onafhankelijke’ toegang is immers feitelijk ‘slechts’ een synoniem voor de ‘onafhankelijke’ indicatiestelling? De maatschappelijke kosten die dat met zich meebrengt zullen een veelvoud vragen van de investeringen die nodig zijn om die kosten te voorkomen.  

    Hoe de toegang georganiseerd wordt en verloopt heeft een grote invloed op wie, waar, welke vorm van hulp dan wel ondersteuning ontvangt. Indicatiestelling heeft daarbij altijd een belangrijke rol vervuld. Zij is gericht op voorzieningen die van te voren zijn bepaald en gerubriceerd, terwijl deze voorzieningen niet altijd (hoeven te) passen bij de specifieke situatie van de inwoner en/in zijn context. Het levert bovendien  levert veel bureaucratie op en is tamelijk inflexibel.

    Bij de omvorming van het stelsel wordt hulp en ondersteuning binnen het sociaal domein als een continuüm waarbij – naar gelang de behoefte – op- en afschalen mogelijk is c.q. moet zijn. Bovendien ligt de focus meer op de eigen kracht van de inwoners en het sociale netwerk daaromheen. Ondersteuning en hulp wordt daarbij gezien als stimuleren en faciliteren in plaats van overnemen. De intentie daarbij is om tegelijkertijd meer ruimte aan professionals te bieden. Dit kan leiden tot meer op de persoon afgestemd maatwerk en vermindering van bureaucratie. 

    Door Stam en Doodkorte (Van denken naar doen; 2011) worden ten behoeve van de jeugdhulp zeven niveaus van interventies onderscheiden. Deze niveaus vormen als het ware het bedoelde zorgcontinuüm. Het betreft:

    1. Universele preventie: nieuwe welzijn, zelfhulpgroepen, etc.;

    2. Selectieve preventie: adviesgesprekken, ouderavonden, selectieve voorlichting;

    3. Lichte opvoedhulp: korte oudertraining of kortdurend interventies (tot vijf contacten);

    4. Intensieve opvoedhulp: langdurig laagfrequente hulp en casemanagement (5-12 contacten);

    5. Specialistische opvoedhulp: gespecialiseerde oudertraining en behandeling (tot 25 contacten) Specialistische intensieve opvoedhulp: multiprobleeminterventies (meerdere malen per week);

    6. Excluderende vormen van hulp: dagbehandeling, pleegzorg, residentie, etc.

    Deze ordening laat zich eenvoudig naar het bredere sociaal domein vertalen. Preventie en de lichtere vormen van ondersteuning en hulp (tot en met niveau 4) kunnen daarbij geboden worden door meer generalistisch werkende professionals en de gespecialiseerde hulp (vanaf niveau 5) door de gespecialiseerde professionals/aanbieders. Bij de meer generalistisch werkende professionals is eigen kracht een belangrijk vertrekpunt. Zij moeten goed kunnen schakelen tussen domeinen (leren, wonen, werken, recreatie, et cetera) en tegelijkertijd ook goede antennes hebben om in te schatten wanneer opschaling naar meer gespecialiseerde hulp vereist is. Dit stelt hoge eisen aan de expertise van deze professionals.  

    Voor de toegang tot specialistische hulp kunnen casussen worden ingebracht in een ‘gespecialiseerd overleg’ waarin de inwoners en specialismen zijn vertegenwoordigd. Dit overleg heeft dan het karakter van een multidisciplinair team. Voor een adequate oordeelsvorming over de aangewezen hulp is de expertise van professionals cruciaal. Belangrijke voorwaarden bij deze expertise zijn het beschikbaar zijn van professionele richtlijnen (van beroepsverenigingen), goede opleidingen en mogelijkheden voor consultatie, intervisie en supervisie.

    Voor de toegang tot de zwaardere problematiek hoeft toetsing van de legitimiteit van de geboden hulp niet noodzakelijkerwijs aan de voorkant van het cliënttraject plaats te vinden. Dit kan ook tussentijds of achteraf en al dan niet steekproefsgewijs plaatsvinden. Voor sturing op prijs – kwaliteit maakt dit nauwelijks verschil.  

    Voor de individuele inwoners en/in zijn sociale omgeving is deze toetsing niet direct relevant(1). Zij zijn meer gebaat bij een deskundig multidisciplinair overleg en een hulpplan op maat. Wanneer in het toewijzingsmodel ook de huisarts de bevoegdheid krijgt om inwoners te verwijzen naar de lichtere vormen van hulp (niveau 1 t/m 4) en om inwoners op de agenda te plaatsen voor het multidisciplinaire overleg voor zwaardere hulp (niveau 5 t/m 7) kan samenhangend beleid worden bevorderd en bereikt.

    1. Waar het gaat om jeugdbescherming en jeugdreclassering kan alleen de kinderrechter besluiten tot een kinderbeschermingsmaatregel. Dit, na beoordeling door de Raad voor de Kinderbescherming. Door de bestuurlijke en financiële verantwoordelijkheid voor jeugdbescherming en jeugdreclassering bij de gemeente te beleggen, krijgt één bestuurslaag de regie op het gehele zorgcontinuüm (inclusief het gedwongen kader). In deze opzet ligt de prikkel besloten te investeren in preventie, zelfredzaamheid, et cetera en  daarmee duurdere hulp zoveel mogelijk te beperken. Gemeenten kunnen met het multidiciplinair team hiervoor een eenduidige een platform creëren.

    Een sturingsparadigma gebaseerd op deze uitgangspunten biedt ruimte en neemt veel belemmeringen voor het zo snel mogelijk toeleiden van inwoners naar de juiste ondersteuning of hulp weg. Bovendien kan veel dubbel werk tussen aanmelders, indicatiestellers en de uiteindelijke ondersteuners worden voorkomen.  Daarbij komt dat het stellen van de juiste indicatie gezien de complexe aard van de problematiek een welhaast permanent zoekproces is, mede omdat de omstandigheden van de betrokken inwoners zelf door de jaren heen ook veranderen. Met als meest extreme uitwas dat de indicatiestelling verouderd is op het moment dat de daadwerkelijke hulp een aanvang neemt en dus eerst weer een nieuwe indicatiestelling nodig is. Natuurlijk, de indicatiestelling zelf kan ook aanzienlijk worden vereenvoudigd. Dat is een route die door velen – in combinatie met het (sociale) wijkteam gezien wordt als dé oplossing. Ik meen echter dat zelfs de meest vergaande vereenvoudigde indicatiestelling nog te veel bureaucratie oplevert.  Met bovendien het risico van alle gevolgen onnodig verergerende problematiek. 

    De doelstellingen van kostenbeheersing en het voorkomen van aanbodgerichtheid zijn terecht. Zij kunnen echter met een ander sturingsparadigma (ook én) eenvoudiger worden gerealiseerd. In essentie gaat het daarbij om een omslag van georganiseerd wantrouwen naar georganiseerd vertrouwen. Professionals krijgen daarbij voldoende discretionaire ruimte om situatie afhankelijk de meest optimale besluiten te kunnen nemen. Dit kan alleen als professionals dit vertrouwen ook waarmaken door zich te ontwikkelen, transparant te werken en open staan om te leren en te verbeteren.

    Als onverhoopt zou blijken dat professionals systematisch verkeerde diagnoses stellen en ondersteuning of hulp inzetten die niet tot doelrealisatie leiden dan wordt dit richting de politieke/publieke opdrachtgever/financier gesignaleerd die dan kan beslissen tot het opleggen van forse sancties: high trust = high penalty. Die dreiging is wellicht ook nodig om politici en vooral ministers en wethouders van financiën er van te overtuigen dat het kostenbeheersingsinstrument van de indicatiestelling dan wel onafhankelijke toegang zonder risico kan worden losgelaten.

    De door mij beoogde maatregelen mogen (wat mij betreft) worden gelabeld als gewaagd. Maar het zijn wel maatregelen die ver weg blijven van de contraproductieve organisatie van de zorg in de afgelopen jaren. En dat is pure winst. 

     

      

     

     

     

     

    Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers