Pleio

Engels | Nederlands

Ieder zingt zijn eigen lied – en verstaat de ander niet

    Peter Paul J. Doodkorte
    • iedereen (publiek zichtbaar)
    • 287
    Door Peter Paul J. Doodkorte 885 dagen geleden

     0/5 Sterren (0)

    Ieder zingt zijn eigen lied – en verstaat de ander niet
    • Apen kunnen niet zingen, maar zij proberen het tenminste ook niet…

    In de hulpverlening aan multi probleemgezinnen is sprake van ketenaanpak wanneer hulpverleners signaleren, oppakken of doorgeleiden en terugkoppelen. Een voorwaarde voor goede ketenaanpak is het gezamenlijk opstellen van de probleemanalyse en het plan van aanpak. Het gaat hierbij om een brede blik van de ketenprobleemanalyse (dus niet vanuit het perspectief van elke instelling afzonderlijk) en een inzet op de verschillende domeinen, zoals werk, inkomen en schuld; onderwijs/kinderen; sociaal psychologische vraagstukken, verslaving, huiselijk geweld; criminaliteit. Het vraagt ook om regie: één hulpverlener is verantwoordelijk voor het gezin en één plan per gezin. Deze contactpersoon dient enthousiast en betrokken te zijn en onder meer goede sociale en communicatieve vaardigheden en doorzettingsvermogen te hebben. Is hiervan geen sprake, dat schaadt dit het vertrouwen.  

    Bij de aanpak van de diverse en uiteenlopende problemen binnen multi probleemgezinnen ontbrak het hier nogal eens aan. Onder andere als gevolg van een sterk versnipperde wet- en (financiële) regelgeving, een lappendeken aan instellingen, enzovoort. Om de mogelijkheden van coördinatie en de samenwerking te versterken bedacht de overheid een (wijs) antwoord: de decentralisaties van alle ondersteuningstaken voor inwoners naar gemeenten.

    Gelet op de aard en de omvang van de te decentraliseren taken en middelen gaat het daarbij om een majeure operatie die verder strekt dan een overheveling van taken van het Rijk naar de gemeenten. De taakoverheveling gaat gepaard met een verandering van verantwoordelijkheden, bezuinigingen en veranderende aanspraken van inwoners op zorg. Tegelijkertijd staan gemeenten voor de uitdaging in te spelen op de vraag naar de wenselijke en noodzakelijke bestuurlijke schaal om deze nieuwe taken doelmatig te gaan uitvoeren.

    Met de decentralisatie in het sociale domein worden gemeenten de eerst verantwoordelijke overheid voor de terreinen werk, jeugd en zorg. Een prachtig uitgangspunt voor de gewenste én noodzakelijke coördinatie en samenwerking. De samenspraak met en de nabijheid van het lokale maatschappelijke middenveld en bedrijfsleven dragen daar aan bij.

    De voordelen van decentraal beleid treden echter alleen op bij een voldoende mate aan beleidsvrijheid. En juist daar nu dreigt het – net als bij de ondersteuning van veel probleemgezinnen – uit de rails te lopen. De aanpak en begeleiding van de decentralisaties begint inmiddels zelf stevig te lijden onder een veelvoud aan ‘hulpverleners’. Talloze instanties en instituties bemoeien zich ermee. Nederland kent er rond de decentralisaties bijna net zoveel als zangers zangeressen van het Nederlandse lied. En ieder zingt zijn eigen lied…

    Omdat tenslotte iedereen toch het liefst zijn eigen lied zingt – en dat is meestal niet het lied dat de ander had bedacht – leidt dit tot een oogverblindende en oorverdovende kakofonie van beeld en geleid. Het welslagen van de hele operatie dreigt zo ten onder te gaan aan een Babylonische spraakverwarring. Er zijn daarbij ook van die liedjes – zoals ooit Manuele (Jacques Herb, 1971) en Dokter Bernhard  (Bonnie St. Claire & Ron Brandsteder, 1976) – die vanwege hun dramatisch gehalte lang in het hoofd blijven rondzingen. Ramspoed doet het nu eenmaal beter dan een succesverhaal!

    Ergens pik je zo’n liedje op. Soms weet je nog waar, maar vaak ook niet. Je zingt argeloos mee en voor je het weet staat je hele doen en laten in het teken van dat liedje.

    De vele adviesorganen, transitie-commissies en -autoriteiten weten dat. Net als de talrijke belangen- en koepelorganisaties van organisaties en beroepsgroepen. Rond en over de transitieopgave – waar samenzang gewenst is – zingt ieder zijn of haar eigen lied. Het bewijzen van het eigen gelijk lijkt daarbij niet zelden de belangrijkste drijfveer. Tot een gedachtewisseling, niet om het eigen gelijk te bewijzen, maar om te luisteren naar anderen, om vast te stellen wat zij belangrijk vinden en daarmee het eigen begrip te vergroten, komt het zelden tot nooit.  Heb je meer nodig voor een fiasco? Vraag het maar eens aan die multi probleemgezinnen. Zij lopen zich stuk tegen dit soort muren van onwil, eigenbelang en miscommunicatie.

    De Algemene Rekenkamer pleitte in mei 2014 voor één onafhankelijke (tijdelijke) autoriteit die integraal toetst. Die suggestie werd direct overgenomen. Alleen – geheel volgens 'de Wet van de Bestuurlijke Drukte' – kwam deze autoriteit niet in de plaats van bestaande commissies, adviesorganen en autoriteiten, maar er bovenop.

    Ongetwijfeld kan de nieuwe Transitie Autoriteit – net als de Transitiecommissie Stelselherziening Jeugd (TSJ), de Dentank Transformatie Jeugdstelsel – goed werk doen met betrekking tot de onafhankelijke beoordeling.  Keerzijde van deze ontwikkeling is echter opnieuw toenemende bestuurlijke drukte en dreigend verlies van overzicht. Sceptici hebben het al over bestuurlijke spaghetti. Met (de werkvloer van) de zorg als "speelbal van een politiek prioriteitenspel".

    De bestuurlijke drukte rond de decentralisaties is zo inmiddels uitgegroeid tot een behoorlijk tot groot probleem. Zij gaat gepaard met agendadruk, veel intern en extern overleg –  waarbij niet meer duidelijk is wie waar over gaat – stroperige besluitvorming en elkaar overlappende agenda’s. Met – per saldo –  (te) weinig zichtbare resultaten.

    De omvorming van ons sociale stelsel brengt risico’s met zich. En die roepen tegenkrachten op. Het werkt echter averechts als het de goede ontwikkelingen frustreet of tegenhoudt. Vooruitgang vereist creativiteit, ondernemende activiteiten en risico lopen. Als het goed is, gaan er altijd een paar dingen fout. Risico’s zijn onontkoombaar, niet vanuit nalatigheid en opzet, maar als gevolg van verantwoord gedrag. Die risico’s moeten in beeld gebracht en beheerst; met behulp van goed risicomanagement. Dat doe je niet met de instelling van bezwering uitsprekende commissies en autoriteiten. Die leiden vaker tot veel en  lelijk geluid en theatrale onrust. Het vraagt vooral om heel veel (doorzettings)vermogen en geduld. Het vraagt om dienstbaar leiderschap, samenzang en koordirectie. Om ambachtelijke en artistieke kwaliteiten. Om heldere communicatie, netwerken en samenwerken; En een zeker overwicht en (zelf-)vertrouwen. Het vraagt ook om een mooie galm en een goede spraakverstaanbaarheid. Daarom ook laten wij apen niet zingen: zij kunnen het niet.

    Mijn tip aan de verantwoordelijke bewindslieden: neem een rustig liedje met een prettige niet al te ingewikkelde tekst en laat het steeds opnieuw klinken totdat het nog wel ergens in je aanwezig is maar je niet meer afleid van alle dingen die wij nog moeten doen. Voor mij werkt “It’s such a Perfect Day”!

    Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers