Pleio

Engels | Nederlands

M-m-mooie p-p-parels, f-f-fijne p-p-parels en (vooral) k-k-kleine parels!

    Peter Paul J. Doodkorte
    • iedereen (publiek zichtbaar)
    • 464
    Door Peter Paul J. Doodkorte 1167 dagen geleden Reacties (1)

     0/5 Sterren (0)

    M-m-mooie p-p-parels, f-f-fijne p-p-parels en (vooral) k-k-kleine parels!
    • Wie zal de bewakers bewaken?

    Kent u ze (nog)? Pipo de Clown en Mamaloe. Pipo woont met zijn vrouw Mammaloe en dochter Petra in een woonwagen, waarmee ze volgens eigen zeggen de hele wereld rondtrekken en verschillende avonturen beleven. Over eigen kracht gesproken! In de vijfde serie afleveringen – Pipo en de Waterlanders – verschenen voor het eerst de boeven "Snuf en Snuitje", de pareldieven, gespeeld door Rudi Falkenhagen en Will Spoor.

    In de afgelopen dagen moest ik regelmatig aan Snuf en Snuitje denken. En dan vooral aan de "M-m-mooie p-p-parels, f-f-fijne p-p-parels," waarover zij altijd vol waren.

    De m-m-mooie p-p-parels, f-f-fijne p-p-parels van het sociaal domein zouden, volgens de oorspronkelijke decentralisatieplannen van de rijksoverheid, het beste in handen zijn van de lokale overheden. En dus worden zij aan hen overgedragen. Daarbij werd gemeenten de nodige vrijheid beloofd waar het de wijze van omgang met die m-m-mooie p-p-parels, f-f-fijne p-p-parels betrof.

    Inmiddels zijn wij alweer een tijdje bezig met het proces van overdracht. Maar het besef dat Nederland daarmee aan de vooravond staat van de grootste herziening van de verzorgingsstaat ooit dringt onvoldoende door in het politieke en publieke debat. Het zorgstelsel wat wij in de afgelopen jaren hebben ontwikkeld heeft zich – gelijk Dikke Deur (de circusdirecteur uit de eerder aangehaalde televisieserie Pipo de Clown en Mamaloe) stevig overeten. Er moet dus een stevig afslankprogramma worden gehanteerd. De gemeenten nemen die taak serieus. Mr, hoe nadrukkelijker de gemeenten het heft in handen nemen, hoe nadrukkelijker blijkt dat het rijk – zoals ooit Snuf en Snuitje – wel erg gehecht zijn aan die m-m-mooie p-p-parels, f-f-fijne p-p-parels van het sociaal domein. Gemeenten krijgen wel de vrijheid om het anders te gaan doen, als dat andere maar vooral veel lijkt op dat wat wij tot nu toe kenden. De ‘fundamentele omkering in het denken over de rolverdeling tussen burgers en overheid in onze samenleving komt daarmee stevig onder druk te staan. Het rijks-devies en advies aan gemeenten is: “Beschouw uzelf  als een doorgeefluik. Doe niet alsof je het beter weet.”

    Met en na de decentralisaties blijkt het Rijk zich juist meer te gaan bemoeien met de lagere overheden. De monitoren waarmee gemeenten worden gevolg stapelen zich in recordtempo op. Elke monitor is een stap naar verdere bemoeizucht. Daarbij lijkt – ik citeer Paul Frissen – een verborgen agenda een grote rol te spelen, vooral bij het ministerie van Binnenlandse Zaken. Zij menen dat grotere steden de decentralisaties beter handen en voeten kunnen geven. M-m-mooie p-p-parels, f-f-fijne p-p-parels zijn wat dat ministerie betreft vooral ook g-g-grotere parels….

    Met Frissen ben ik van mening dat klein of groot niet uitmaakt. En als het wel uitmaakt, dan zijn juiste de kleine gemeenten beter af. Onderzoek rond schaalgrootte maakt duidelijk dat dé optimale schaal voor vanuit een bedrijfsmatig perspectief niet bestaat. Anderzijds biedt een goede analyse van het behoeftepatroon van de bevolking, de lokale politieke ambities en de natuurlijke schaal van handelen wel perspectief. En gegeven de diversiteit tussen gemeenten, kunnen die per gemeente verrassend verschillend uitpakken ( zie ook: De mythe van de schaal, Divosa – november 2007).

    De kritiek op de aanpak van de decentralisaties –momenteel weer in volle hevigheid losgebarsten, komt van mensen die alles in een schema op een tekentafel willen zien. Dan klopt het voor ze. Een net geordende wereld als ideaal! Waarbij dan overigens wel randvoorwaarde is dat de cijfers en feiten die gebruikt worden eenduidig en transparant zijn. En juist daar laat het rijk forse steken vallen. De obesitas waaraan ons zorgstelsel leidt, lijkt niet in de laatste laats veroorzaakt door een

    rijksoverheid die haar boekhouding bij lange na niet op orde heeft. Met andere woorden: het systeem dat zekerheid moet bieden aan de ontvangende gemeenten sluit niet goed! Hetgeen mij brengt bij een vraag die oud-Tweede Kamerlid Marcus Bakker (SP) al eens opriep: Wie bewaakt de bewakers?

    Autonomie voor gemeenten vraagt om dappere politici. En om een overheid die los durft te laten. Op dit moment echter is het juist de lokale overheid die aan alle kanten wordt ingeperkt in haar ruimte om van de nieuwe taken een succes te maken.

    Vanaf de jaren zeventig heeft de overheid de zorg eerst geprofessionaliseerd. Daarna is zij vermarkt.  Nu is de vraag of een deel van de zorg in eigen kring kan. Dat wordt maar al te graag geframed als teruggrijpen op oude waarden. Die ‘goeie oude tijd’. Ook hier citeer ik graag een gekende autoriteit: Kim Putters: “Je kunt niet zomaar ‘terug naar vroeger’, naar nabuurschap.” Dat is helemaal waar. Want daarvoor zijn wij te sterk geïndividualiseerd. Mensen zijn nog wel betrokken maar anders en laten zich minder dwingen. En toch…vroeger was het zo gek nog niet!

    Waar is de tijd gebleven dat we nog echt eens de tijd namen voor een goed gesprek met elkaar. Waar is de tijd gebleven dat we onze buurman en buurvrouw nog kenden? Waar is de tijd gebleven dat een ouder alleen het geld kon verdienen? Vind je het dan gek dat bepaalde kinderen ontsporen, want ouderlijk gezag voor sommigen een bijzaak lijkt geworden? Waar is de tijd gebleven om even lekker te kunnen ontspannen?

    Ik zit niet op te wachten om terug te gaan naar hoe het was! Als dat van toen zo goed was, zouden wij nu waarschijnlijk niet geconfronteerd worden met de huidige problemen. Door het verleden te romantiseren negeren wij de oorzaken. Iets wat ons niet gaat helpen in het oplossen van de problemen.

     

    Erin geloven dat alles wel op zijn pootjes terecht zak komen dan? Ik denk dat ook dat niet goed uitpakt. We moeten ons ieder voor zich en gezamenlijk afvragen: Hoe wil ik dat de toekomst eruit ziet? En dat zal nooit meer hetzelfde zijn.

     

    Vervolgens moeten wij ons toewijden aan werkzaamheden die nodig zijn om de weg naar morgen te plaveien. En dat kan niet zonder een vorm van verbondenheid. Dáárin ligt ook de bron voor de zoektocht naar de menselijke maat. Dat vraagt vastberadenheid, kennis en hard werken om de bal aan het rollen te brengen. Zorg die in vrijheid ontstaat lijkt het meest kansrijk. In buurt- en bewonersinitiatieven is een toename van vrijwilligers, zijn er ouderen die onderling dingen regelen. En ja, er komen andere samenlevings- en samenwerkingsverbanden. Andere omgangsvormen. Dat zal ook een proces van vallen en opstaan zijn. Juist daarom moeten wij de m-m-mooie p-p-parels en  f-f-fijne p-p-parels van het sociaal domein koesteren. Maar vooral de k-k-kleine parels die gemeenten en hun inwoners nύ kweken. Geef ze dáárvoor de ruimte in plaats van als Pipo de Clown ooit de roepen: “Dag kindertjes, uit is de pret, ik ga dr weer vandoor (met de m-m-mooie p-p-parels en  f-f-fijne p-p-parels!).

    Reacties

    Volgorde van reacties: Aantal: Automatisch laden:
      • André Verburg
        André Verburg 1165 dagen geleden

        Eens dat de decentralisatie gepaard gaat met een vrij forse hoeveelheid bedilzucht. Tegelijk geldt dat een aanpassing als nu voor de deur staat, voor de gebruikers verregaande consequenties kan hebben. Die zijn niet zo maar op te vangen door andere netwerken. Eerst moet duidelijk zijn wat er gaat veranderen en dan moeten de gebruikers van voorzieningen in staat zijn om - waar nodig met hulp - de bakens te verzetten. Daar is erg weinig aandacht voor.

        Het is zeker zo dat bepaalde voorzieningen zo genereus werden aanbevolen dat er door gebruikers en aanbieders niet kritisch gekeken werd naar de beste én goedkoopste oplossing. Maar de idee dat er generiek veel te veel gebruik gemaakt wordt van voorzieningen, of het nu in de thuiszorg is, de jeugdzorg of het speciaal onderwijs, is ook onzin. Ik kan me nog goed herinneren dat achter in mijn klas kinderen gestald werden voor wie het onderwijs niet zo effectief was en die daar hun tijd doorbrachten totdat ze naar LTS of Huishoudschool konden en dan gaan werken. Het speciaal onderwijs heeft daarvoor echt heel veel opgeleverd.

        Ik geloof zeker dat er door andere, kleinschaliger en lokaal verankerde initiatieven, een ander en beperkter beroep op voorzieningen kan ontstaan. Maar daar is ook tijd voor nodig. Het succes van de Buurtzorg laat ook zien dat je niet in een keer dat in heel Nederland moet uitrollen, maar het overzichtelijk moet houden, 'organisch' groeien.

        Waar ik mee worstel, is wat het gaat betekenen dat er verschillen gaan ontstaan tussen wat wel en niet en voor wie wel of niet wordt aangeboden in de ene of de andere gemeente. Het zou toch zacht gezegd zuur zijn als iemand eigenijk maar naar een buurgemeente moet verhuizen omdat daar een voorziening wél wordt aangeboden.

        (Marcus Bakker zou zich in zijn graf omdraaien als hij wist dat hij SP-er werd genoemd; het was een onvervalste communist en voorman van de CPN)

      Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers