Pleio

Engels | Nederlands

Wie angst heeft voor de toekomst, heeft die toekomst al half bedorven

    Peter Paul J. Doodkorte
    • iedereen (publiek zichtbaar)
    • 378
    Door Peter Paul J. Doodkorte 811 dagen geleden Reacties (1)

     0/5 Sterren (0)

    Wie angst heeft voor de toekomst, heeft die toekomst al half bedorven
    • Veranderen is (er niet alleen voor) voor anderen

    In de zomervakantie van dit jaar las ik “Veroordeeld”. De Amerikaanse thrillerschrijfster, Karin Slaughter stort zich daarin op (de politie in) Atlanta in de jaren zeventig. De jaren zeventig waren van enorme veranderingen. Sociale veranderingen, emancipatie van vrouwen, de eerste zwarte burgemeester, etc. Een bekende grap uit die jaren vertelt over een winkelende vrouw. Zij belt het alarmnummer. ‘Ik zie een vrouw een politieauto stelen! Dat was dan een vrouwelijke agent die met een dienstauto vertrok. Zo vreemd was het toen nog om vrouwelijke agenten te zien’. Hét centrale thema in dit boek  is daarmee annex: ‘angst’ versus ‘moed’.

    Dat thema zie ik ook als een rode draad terug in het debat over de transities (overdracht van taken en bevoegdheden) en transformatie (omvorming van de uitvoeringspraktijk) binnen het sociaal domein. Met de decentralisatie van de jeugdzorg, de WMO/AWBZ en participatiewet beoogt de overheid de fragmentarische ondersteuning van kwetsbare doelgroepen in de samenleving tegen te gaan, de zorgkosten in te dammen en in te zetten op de ‘eigen kracht’ van de burgers zelf. Dat vraagt een wijk- dan wel gebiedsgerichte aanpak, waarin de eigen omgeving (lees: wijk, sociaal netwerk) van de doelgroep participeert. Het leggen van dwarsverbanden is daarbij van belang om te komen tot een integrale aanpak.

    De stelling dat voor het onderwijs, welzijn en zorg een transitie nodig is, vindt (nog) steeds gehoor. Maar het oorspronkelijk breed gedeelde enthousiasme over de visie, strategie en uitwerking .... heeft inmiddels wel flinke averij opgelopen. De oorzaak daarvan? In toenemende mate realiseren partijen zich dat de gevraagde verandering niet alleen voor andere geldt. De angst voor het verliezen van de controle over het bestaande is voor (te) veel van de bestaande instituties en posities een verschrikkelijk doembeeld. Angst – voor verandering, voor verlies, voor het onbekende – heeft een verlammende uitwerking op het proces en tast het vermogen aan om helder te denken. Je angsten onder ogen zien en overwinnen – weet de echte professional – is een van de moeilijkste dingen; voor anderen… De echte transformatie in sociaal domein laat daardoor nog op zich wachten.

    Is alle kritiek dan onzin? Ik zal de laatste zijn om dat te willen beweren. Natuurlijk is er kritiek, dat en die begrijp ik wel. ... Net zo goed als dat ik de onzekerheid bij de burgers heel goed kan begrijpen. Tegelijkertijd  weet ik dat het de overheid noch de marktpartijen in de zorg lukt om de overconsumptie en inefficiënties in het zorgstelsel op te lossen.

    De oplossing – de participatiesamenleving – biedt kansen, mits het denken en doen wordt en is ingebed in een samenleving waarin ook lokaal hulp en zorg aan elkaar wordt gegeven. Dat vraagt om veranderende verhoudingen tussen overheid, instituties en burgers. In dat licht bezien vertonen de verwoede pogingen van ‘de oude garde’’  om controle te houden, pathetische trekjes. Narcisten gelijk nemen zij de toevlucht tot ongelooflijke strategieën en mechanismen. Zij verzamelen informatie met de bedoeling om het later tegen de gewenste beweging of verandering te gebruiken. Alsof het wel helpt om mensen voortdurend bang te maken met doembeelden. Zij idealiseren het bestaande om omvorming of verandering te demoniseren. Zij reageren met opperste dan wel hautaine verbazing (of woede zelfs) op de nieuwlichterij. Soms, bij wijze van variatie, knuffelen zij het modernistische denken vakkundig dood. Deze steeds verschuivende gedragscodes hebben wij de afgelopen jaren met regelmaat gehanteerd zien worden door vertegenwoordigers van allerlei genootschappen.

    Natuurlijk: Ik – en met mij vele anderen – zullen bij de omvorming voor voorspelde of onverwachte verrassingen komen te staan. Niet alles zal vlekkeloos verlopen.  Daarom is het goed als sommigen verrassende posities innemen, spiegels voorhouden en ideeën aandragen. Maar zij mogen het proces niet doelbewust destabiliseren door bij anderen hun wereldbeeld te slopen. Met andere woorden: zij moeten afstappen  van de idee dat ZIJ de enige stabiele entiteit in het leven van anderen zijn. Op de lange termijn zal een dergelijke omgeving de eigen kracht van mensen, het zelfvertrouwen en de eigenwaarde aantasten.

    Een houdbaar en levenskrachtig sociaal domein vraagt – zo leert onderzoek ons bij herhaling – om (h)erkenning van het belang van sociale relaties en interactie tussen mensen. Dat belang is groter dan de betekenis van instituties en systemen. De rollen moeten dus omgedraaid: of wij nu willen of niet. De verticaal georganiseerde zorgketen maakt langzaam maar zeker plaats voor meer horizontale verhoudingen tussen burgers, instituties en overheden. Dit betekent dat de burger ook ruimte neemt en krijgt om eigen initiatieven te ontwikkelen en dat de overheid, instituties en professionals een meer faciliterende rol moeten aannemen en steeds meer taken moeten loslaten. Burgers zullen verantwoordelijkheid willen en moeten nemen, desnoods door echte posities binnen instituties in te nemen.

    Gemeenten worden verantwoordelijk voor de jeugdzorg, de AWBZ en de participatiewet. Drie pittige extra taken, waarbij gemeenten de klus moet zien te klaren met een kleiner budget. Met deze opdracht valt een win-win situatie te creëren als overheden en instituties met de burgers en hun directe omgeving weten samen te werken en daarbij gezamenlijk de diezelfde burger als vertrekpunt nemen.

    Noem het naïef, wereldvreemd, nostalgisch of een beetje gek. Maar net als de meeste mensen heb ik de behoefte om te geloven in empathische vaardigheden en een goed hart van anderen. Ik voel me verantwoordelijk voor de mensen om mij heen en mijn omgeving. Denk en doe met mijn hoofd én hart. als ik om mij heen kijk en kennis neem van de talloze kleinere en grotere initiatieven van mensen voor mensen, dan verkeer ik wat graag in die wereld. Een wereld die het vermogen van mensen zich aan te passen en een eigen regie te voeren uitdaagt en stimuleert. En ja, dat vraagt een open oog, oor en hart voor mensen die nieuwe ideeën spotten en om cultuurdragers die niet op voorhand gericht zijn op zekerheid, perfectie en eenduidigheid. En dat, dat lijkt het moeilijke in deze tijden: idealen, dromen mooie verwachtingen laten opkomen en niet gelijk neersabelen of wegredeneren.

    Veerkracht en zelfregie moeten worden gezien als een onlosmakelijk onderdeel van de levenskunst. Hoe je  dat voor elkaar krijg? Hét centrale thema van deze tijd is ‘angst’ versus ‘moed’. Angst, weten wij, is een slechte raadgever. Een probaat tegengif is moed. Zoals de moed die de twee vrouwelijke agenten Kate en Maggie in “Veroordeeld” betonen. Zij moesten zich, zoals velen voor en na hen, verzetten tegen behoudzucht en angst.

    Reacties

    Volgorde van reacties: Aantal: Automatisch laden:
      • Tom van Doormaal
        Tom van Doormaal 810 dagen geleden

        Ha Peter Paul,

        Met je betoog heb ik op zich geen moeite, maar ik mis een beetje de praktische gevolgtrekkingen. Zeker, het Rijk heeft geen ongelijk als het wil strijden tegen de institutionele verkokering en de muren tussen de disciplines. Dat kost veel geld dat beter voor de client kan worden ingezet.

        Maar hoe doe je dat vervolgens? In de participatiesamenleving moeten we de basis meer invloed geven op de besluiten over hoe de zorg wordt ingezet. Dat kan ik ook goed volgen. Alleen: hoe doen we dat dan?

        We praten over schaarse middelen, die via de belasting worden verzameld en die gezaghebbend moeten worden herverdeeld. Dat de gemeente daarin een zware rol opeist is misschien niet handig, maar wel te snappen. Tenslotte zal de gemeente verantwoordelijk worden gehouden voor de werking van het geheel.

        We praten ook over het betrekken van zorgvragenden: dat zijn vaak niet de mondigste leden van onze samenleving. Dat moet dan veranderen? Vertel eens hoe ik mijn buurvrouw van 83, nu in een verpleeghuis na een valongeluk, kan betrekken bij deze zorgdiscussie? Zij is niet veerkrachtig of dapper meer, maar juist wel een zorgvrager.

        Het lijkt mij een soort functioneel opbouwwerk van een tamelijk lastige soort, een vak dat we in de jaren zeventig en tachtig hebben afgeschaft en wegbezuinigd. Mensen die deze maatschappelijke vragen onderkennen en in handelen kunnen vertalen zijn schaars geworden. Ook de politieke moed om door de belemmeringen heen te breken en de regeltechnische bezwaren (in ons hoofd) ter zijde te schuiven, is wat schaars geworden.

        Kortom, wel eens, maar wat nu? Ik probeer in mijn gemeente een innovatie-soos te ontwikkelen, waarin perspectief op deze vragen wordt ontwikkeld. Het zou goed zijn als we wat praktische lijnen zouden kunnen vinden.

        gr. Tom van Doormaal

      Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers