Pleio

Engels | Nederlands
Van buiten naar binnen in het ministerie van V&J

Van buiten naar binnen in het ministerie van V&J


 0/5 Sterren (0)

Gerelateerde blogs

Slim beleid maken

Slim beleid maken

In vervolg op De menselijke beslisser publiceert...
MINDSPACE model voor gedragsbeïnvloeding met beleid

MINDSPACE model voor gedragsbeïnvloeding met beleid

Gedragsinzichten voor beleid   Sinds de...
Cognitie en beleid

Cognitie en beleid

De Wereldbank behandelt in World Development...
Beter beleid met sociaal-psychologische kennis

Beter beleid met sociaal-psychologische kennis

Mooi artikel over spontane naleving / effectief...

Met kennis van gedrag beleid maken

    Hadewych
    Door Hadewych in de groep Van buiten naar binnen in het ministerie van V&J 798 dagen geleden Reacties (4)

     0/5 Sterren (0)

    Gedragswetenschappelijke inzichten werden interessant voor beleidsmakers na de privatiseringen. Die waren immers gebaseerd op economische veronderstellingen over de rationaliteit van het gedrag van consumenten. In de praktijk bleken prijsprikkels niet altijd te werken, zodat doelstellingen van privatiseringen niet werden bereikt.

    De beleidsrelevante gedragswetenschappelijke kennis (gedragseconomie, nudging, sociale psychologie) kan worden samengevat met een handvol begrippen, namelijk biases and heuristics, sociale normen, de rol van het onbewuste en ego depletion.

    De context heeft nadrukkelijk invloed op de keuzes die mensen maken. Er  is dus geen algemeen model voor keuzeprocessen dat, los van tijd en plaats, altijd geldig is en dat men zonder vooraf testen met gerust hart kan toepassen op het beleidsprobleem in kwestie. Omdat de context zo nadrukkelijk van invloed is, hoeft een aanpak die werkte in de ene context, niet per se effectief te zijn in een andere context.

    Wel zijn er bepaalde gedragsmechanismen en regelmatigheden. Het is alleen moeilijk voorspelbaar hoe welke mechanismen in welke specifieke situatie zullen uitwerken. Dit betekent dat als het gaat om gedragsbeïnvloeding van burgers, een meer inductieve vorm van beleidsvorming raadzaam is. Het is onverstandig bij voorbaat te vertrouwen op modellen en oplossingen die in het verleden bij andere beleidsopgaven werkzaam bleken.

    Mensen worden met steeds meer keuzen en beslissingen geconfronteerd, wat tot ego depletion kan leiden: in zo’n geval kan iemand al die keuzen niet meer aan en neemt hij/zij slechtere beslissingen. De overheid kan autonomie van mensen versterken door beleid gericht op de kwaliteit van hun keuzen: enerzijds door in te zetten op het vergroten van keuzecompetenties en het trainen van wilskracht, anderzijds door rekening te houden met de grenzen van menselijke mogelijkheden om keuzen te maken.

    Wanneer beleidsmakers voorbijgaan aan de lessen en de bijdragen die gedragswetenschappen kunnen leveren, bestaat een reële kans dat zij kansen laten liggen. Omgekeerd, wanneer zij zich rekenschap geven van deze lessen, kan dat resulteren in onverwachte en innovatieve beleidsoplossingen. Een sleutelwoord is het begrip ‘beleidstheorie’: het antwoord op de vraag: waarom leidt maatregel a tot effect b? Als de beleidstheorie niet klopt, is het risico groot dat het beleid mislukt.

    Gedragswetenschappelijk onderzoek kan beleidsmakers behoeden voor misschien wel (politiek) aantrekkelijke maar welbeschouwd te simpele intuïties over ‘wat werkt’, en de basis leveren voor een meer genuanceerde beleidstheorie. Voorts, om te achterhalen welke (combinatie van) maatregel(en) het meeste effect sorteert, zijn experimenten belangrijk.

    Om ervoor te zorgen dat er in de beleidsontwikkeling meer gebruik wordt gemaakt van gedragswetenschappelijke kennis, zijn er verschillende mogelijkheden:

    BIT (behavioral insights team)-eenheden inrichten; het IAK (integraal afwegingskader voor beleid en regelgeving) verbeteren; en het beleidsontwikkelingsproces aanpassen. Het uitvoeren van ex ante evaluaties en impact assessments zou verplicht kunnen worden gesteld. De ambtelijke toetsing die nu door WKB wordt uitgevoerd, zou moeten worden uitgebreid met toetsing van het voorgenomen beleid op gedragswetenschappelijke dimensies. Ook (veel) grotere openbaarheid zal helpen om de onderbouwing van beleidsbeslissingen te verbeteren. “Al met al is in Nederland weinig transparant wat in de vorming en bepaling van beleid nu precies de rol is van evidence in het algemeen en van gedragswetenschappelijke kennis in het bijzonder.”

    Het gaat er in ieder geval om de gedragswetenschappelijke kennis ter beschikking te stellen en te ontwikkelen, kritische vragen te stellen en tegenspraak te organiseren, en het meedenken en meewerken aan beleidsontwikkeling vanuit gedragswetenschappelijke inzichten bevorderen.

    Nudging’ lijkt te zijn uitgegroeid tot een generieke aanduiding voor allerhande niet-dwingende interventies die zijn gebaseerd op gedragswetenschappelijke veronderstellingen over hoe mensen ‘van vlees en bloed’ keuzes maken en de rol die informatie daarbij speelt. Nudging is in ieder geval niet traditionele ‘command en control’ sturing via wettelijke ge- en verboden, of sturing door middel van subsidies of boetes.

    (Ethische) bezwaren die worden opgeworpen tegen nudging, gelden eigenlijk voor alle vormen van overheidsbeleid: de overheid weet niet wat goed is, individuele vrijheid wordt beperkt, eigen verantwoordelijkheid wordt afgenomen. Aan het bezwaar dat nudging een vorm van manipulatie is, kan worden tegemoet gekomen door transparant te zijn en verantwoording af te leggen. Er is geen onderzoek naar de vraag of dat de effectiviteit van nudges beïnvloedt.

    “De belangrijkste boodschap van dit rapport is echter dat beleidsmakers verder moeten kijken dan alleen naar nudges. Die vormen slechts het topje van de ijsberg. Wat daar onder schuilt, is minstens zo belangrijk, en behelst veel meer dan enkel uitbreiding van het instrumentenpalet. Structurele aandacht voor gedragswetenschappelijke inzichten kan resulteren in een completere probleemanalyse, tot meer valide beleidstheorieën, verbetering van bestaand beleid, en impliceert een meer inductieve wijze van beleid maken, waarin wordt geleerd van exploratie en experiment. Bovendien vestigt de nieuwe kennis de aandacht op de mogelijkheid dat de overheid meer keuzevaardigheid en zelfcontrole bij mensen aanwezig veronderstelt dan realistisch is. Zij roept dus ook weer belangrijke nieuwe beleidsvragen op.”

    Hier een fijne animatie waarin de overtuigingstheorie van Cialdini kort wordt weergegeven.

    Hier een interview met Thaler over de betekenis van nudging en van gedragseconomie.

    Reacties

    Volgorde van reacties: Aantal: Automatisch laden:
      • Hadewych
        Hadewych 509 dagen geleden

        Robert Flos maakte een samenvatting van de NSOB-publicatie:

        Hoofdpunten uit: Nudges onderscheiden – Over de inbedding van gedragspsychologie in overheidsbeleid, Jorren Scherpenisse, Mark van Twist, Martijn van der Steen, Ilsa de Jong en Nancy Chin-A-Fat, working paper, NSOB, 30 mei 2014

        NUDGING IN OPKOMST.Kennis uit de gedragspsychologie dringt wereld van beleid en bestuur binnen met nieuwe taal als nudging, verliesaversie, veranderen default optie, keuzearchitectuur, associatief gedrag, kuddegedrag, heuristieken (vuistregels). Gedragspsychologie maakt het mogelijk ook andersoortige beleidsinterventies te ontwikkelen dan de traditionele preek, wortel en stok:
        deels door werking van deze drie mechanismes te versterken, maar ook door een vierde mechanisme te ontwikkelen: nudging, dat inspeelt op onbewuste gedragsprocessen en een ‘duwtje in goede richting’ geeft zonder dat er sprake is van dwang of uitsluiten van alternatieven. Niet de economische rationaliteit, maar de sociaalpsychologische rationaliteit verklaart het gedrag.

        Voorbeelden van nudging en/of gedragsmechanismes:

        • De Mitsubishi Outlander plug-in-hybrid bleek in 2013 de best verkochte auto. Reden: dat de subsidie (lage bijtelling) per 31 december 2013 kwam te vervallen: veel mensen wilden op laatste moment alsnog fiscale voordeel veilig stellen. Het aflopen van de regeling prikkelt waarschijnlijk nog meer dan de fiscale prikkel zelf (verliesaversie).
        • Energiebesparing: mensen met bovengemiddeld energiegebruik kregen flyer met sip kijkende smiley. Na 3 weken kan zo’n flyeractie tot 6% minder energieverbruik leiden. Zonder dat er tot energiebesparing werd opgeroepen en zonder subsidie of regel!
        • Zuiniger rijden: in elektrische auto krijgt bestuurder feedback over zijn rijgedrag en de zuinigheid van zijn rijstijl. Hoe zuiniger de rit, hoe meer groene boomblaadjes er op het display verschijnen.
        • Afval weggooien: groen voetstappen op straat richting afvalbakken reduceerde afval op straat met 46% in een experiment. In landen waar mensen hun afval niet op straat gooien en de straat dus schoon is, komt het bij niemand op om wel afval op de grond te gooien. Het gevolg (nergens rommel) is tevens de oorzaak (niemand maakt meer rommel).
        • Op Princeton kregen studenten een deel van hun ‘tuition fee’ teruggestort, de helft met de noemer “restitutie”, de andere helft met label “bonus”. Na enkele maanden bleek de resitutie-groep ‘t geld netjes gespaard te hebben, terwijl de ‘bonus’-studenten ‘t geld uitgegeven hadden. Hetzelfde bedrag voelde anders door andere labeling en had andere gevolgen.

        GEDRAGSPSYCHOLOGIE EN TOEPASSING IN BELEID. Nudges beïnvloeden gedrag niet op een rationele (top-down) manier (systeem 2) zoals bij reguleringen, vergunningen, subsidies en boetes, maar spelen in op onbewuste processen, intrinsieke motivatie en heuristieken/vuistregels (systeem 1).

        • De BOB-campagne beoogt gedragsverandering, maar de sturing zit niet zozeer in de dreiging van een boete of verleiding van een beloning voor goed gedrag (systeem 1), maar door ander perspectief te bieden op autorijden onder invloed: de ‘BOB’ is normaal geworden, wie wel onder invloed rijdt wijkt daar op negatieve manier van af (systeem 2).

        Nudging is sturing op gedragsverandering via associaties, perspectieven en beleving van mensen. Gedrag wordt in belangrijke mate beïnvloed door factoren als sociale normen, zelfvertrouwen en associaties. Sociale norm zorgt ervoor dat mensen in schone buurten geen afval op straat gooien. Door mensen die energiezuiniger willen wonen directe feedback te geven op hun ‘prestaties’, wordt direct zichtbaar gemaakt dat zij dit doel kunnen realiseren (zelfvertrouwen). Door gaming kan een beleidsdoel gekoppeld worden aan de associatie dat het gedrag leuk en uitdagend is. Nudges dwingen niet bepaalde keuze af maar verleiden mensen tot ander gedrag of een andere instelling.
        De context waarin mensen tot gedrag komen heet ook wel keuzearchitectuur. Keuzeprocessen vinden weliswaar ‘binnen de mens’ plaats maar zijn sterk afhankelijk van processen buiten de mensen om, die ook door beleid beïnvloed kunnen worden. De keuzearchitectuur betreft dus niet alleen de feitelijke keuzes/opties maar ook de wijze waarop deze gepresenteerd en gepercipieerd worden, zoals: de volgorde van opties, beelden over wat anderen doen, presentatievorm etc.
        Zo kan gezond eten in een kantine bevorderd worden door inrichting kantine, plaatsing producten etc.
        Een verantwoorde inzet van nudging betekent ook dat de inzet ervan op experimentele wijze plaatsvindt, liefst met (randomized) controlled trials: werking van nudges is immers sterk gekoppeld aan de specifieke context --> belangrijk om gedifferentieerd te nudgen.
        In een Brits experiment bij de Belastingdienst werden drie varianten van een belastingbrief opgesteld: een normale brief, een versimpelde brief en een persoonlijke brief. De laatste twee bleken veel meer respons op te leveren.

        NUDGING THE NUDGERS. Afgelopen jaar zijn er diverse rapporten uitgebracht (o.a. WRR, RLI, RMO) over vraag hoe nudging het beste kan worden toegepast door beleidsmedewerkers. De rapporten eindigden allemaal in aanbevelingen voor de overheid in de verwachting dat dit tot gedragsverandering leidt bij de desbetreffende beleidsmakers. De rapporten zelf lijken evenwel nauwelijks gebaseerd op de inzichten die erin uiteen gezet worden. Alles lijkt gericht op het rationale Systeem 1 aan te spreken, in plaats van Systeem 2. Vraag is hoe beleidsmakers het beste aangezet en in staat gesteld kunnen worden deze inzichten toe te passen, kortom: hoe worden de toekomstige nudgers van de overheid zelf eigenlijk genudged om iets met gedragskennis te doen?
        Zo bepleit de Rli een gedragsanalysekader bij het maken van beleid, een typisch voorbeeld van een cognitief redeneringsproces (systeem 2). Wel is een creatieve tool in de vorm van een kaartenspel maar de vraag dringt zich hierbij op of het leggen van kaarten de juiste nudge voor beleidsmakers is. Kennis over nudging zou dus ook ingezet moeten worden om beleidsmakers te stimuleren en in staat te stellen deze inzichten toe te passen. Als de default optie nog steeds gericht is op preek-wortel-stok dan is er dus meer nodig om tot gedragsverandering te komen.
        (1) Door het veranderen van de default opties van beleidsmakers, bijv. door het laten zien van goede, vaak kleine voorbeelden van nudges die goed werken (cfr. de ‘vlieg in de wc-pot’). (2) Of door het beïnvloeden van associaties die beleidsmakers met gedragskennis hebben, bijv. door andere termen dan ‘keuzearchitectuur’ en ‘gedragsanalysekader’. (3) Of door gamification  bij het aanreiken van voorbeelden van toegepaste gedragskennis in beleid met competitie en creatieve concurrentie.

        INBEDDEN VAN NUDGING IN BELEIDSONTWIKKELING. Inrichtingsopties voor de inbedding van nudges  in de beleidsontwikkeling volgens de lijnen van de vier p’s :

        De 4 p’s

        Dimensies

        Enkele opties

        Positionering

        Binnen of buiten Rijk; (De)centraal; verspreid/geconcentreerd; netwerk/organisatie, lijn/staf

        • Kennisfuncties buiten overheid
        • Rijks-Nudge-Unit
        • Interdepartementaal netwerk
        • Vast onderdeel beleidscyclus

        Projecten

        Adviserend/interveniërend, vooraf/tijdens/achteraf beleidsvorming, structurele/adhoc, onderzoekend/toetsend

        • Handboek ambtenaren
        • Toets bij bestaand beleid
        • Experimenten met beleidsinterventies
        • Inherent onderdeel beleidsontwerp

        Prestaties

        Zichtbaar/verborgen, stap in beleidsproces/onafhankelijk, succes vieren/anderen laten shinen, inspireren/verbeteren, gericht op beleid/politiek

        • Werking beleid aantonen
        • Anderen inspireren
        • Besparingen realiseren
        • Bijdragen aan beleidsdoelen
        • Keuzemogelijkheden burgers versterken

        Professionaliteit

        Competentie iedere beleidsmaker/speciaal team, achteraf toetsen/vooraf adviseren, wetenschappelijk/ambtelijk, uni-/multi-disciplinair, vu. inhoud/stelsel+proces

        • Vast onderdeel curriculum ambtenaren
        • Selecte groep opleiden als vliegende brigade
        • Experts die ‘kwaliteitstoets’ doen
        • Kaartenspel of checklist
        • Hadewych
          Hadewych 582 dagen geleden

          Ook de NSOB onderzocht in het essay Nudges onderscheiden hoe beleidsmakers meer gebruik kunnen maken van sociaal-psychologische inzichten.

          • Hadewych
            Hadewych 792 dagen geleden

            In dit essay met reacties wordt het idee onderzocht dat individuele burgers de overheid aansprakelijk zouden kunnen stellen voor negatieve gevolgen van nudges.

            • Hadewych
              Hadewych 792 dagen geleden

              Gedragswetenschappelijk experiment op het gebied van handhaving van verkeersregels leidt tot de conclusie dat veelplegers effectiever kunnen worden aangepakt als ze uit de anonimiteit worden gehaald. “Een zorgvuldiger selectie maakt de aanpak effectiever en deze groep verdient extra aandacht van de politie, omdat er een verband is gevonden tussen hufterig rijgedrag en criminele antecedenten.”

            Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers