Pleio

Engels | Nederlands

Het is en blijft mensenwerk, ook in de toekomst!

    Peter Paul J. Doodkorte
    • iedereen (publiek zichtbaar)
    • 128
    Door Peter Paul J. Doodkorte 1030 dagen geleden

     0/5 Sterren (0)

    Het is en blijft mensenwerk, ook in de toekomst!
    • Luister niet alleen met de stethoscoop, maar ook met de ogen en oren

    Alleen goed presteren is niet genoeg voor een goede dokter. Hij/zij moet ook goed met zijn patiënten om kunnen gaan. Hij/zij moet goed naar ze luisteren; goed onderzoek doen en zijn patiënten goed informeren. Ook moet hij/zij vertrouwen uitstralen en de patiënten op de juiste manier kunnen begeleiden of er voor zorgen dat ze op de juiste manier begeleid worden. De patiënt moet de arts kunnen vertrouwen en vertrouwen in de arts hebben. Artsen en medisch personeel  doen hun uiterste best aan die opdracht zo goed mogelijk invulling te geven. Toch kan er het nodige misgaan. Voortdurende kwaliteitscontrole en kwaliteitsverbetering moet daarom een intrinsiek onderdeel zijn van hun werk. Met mijn verhaal wil ik daaraan bijdragen. Niet meer, maar zeker ook niet minder.

    Ouderdom komt met gebreken. Dat is zeker waar. Ikzelf hield mij graag voor dat ik de uitzondering op die regel ben. Totdat ik afgelopen zondagnacht wakker werd met een meer dan stevig ‘niet pluis-gevoel’. Na enige aarzeling heb ik mijn vrouw gewekt. Na enige momenten van twijfel en schroom hebben wij toch maar de huisartsenpost  gebeld. Deze is gevestigd nabij de plaatselijke Spoed Eisende Hulp (SEH-)post. De conclusie? Komt u maar even langs.

    Bij de dienstdoende huisarts deed ik rond 01.00uur die nacht mijn verhaal. Dat werd digitaal vastgelegd. De analyse – een veel te hoge bloeddruk – was gauw gesteld. Desondanks werd even contact gelegd met de dienstdoende cardioloog in de naastgelegen SEH. Die bood aan even mee te kijken. Dat aanbod werd – zonder overleg met mij – door de dienstdoende huisarts afgewimpeld. Uiteraard nadat zij eerst een uitleg had gegeven van haar observaties.

    Natuurlijk was er een moment van min of meer volledige overgave. Was ik geneigd de huisarts te volgen. Maar mijn lichaam eiste  dat ik ook zelf piketpaaltjes uitzette. Want bij alles wat ik niet wist, wist ik één ding zeker: Ik voel mij niet goed! Ik keek haar dan verwonderd aan en reageerde met een Ik dacht het niet. Ik stel toch prijs op een second opinion.” Daaraan werd gehoor gegeven.

    Bij de SEH aangekomen volgde een gesprek met een verpleegkundige, werd bloed afgenomen, werden testjes gedaan en foto’s genomen. Ondertussen mocht ik voor de derde keer mijn klachten vertellen. Drie uur later kwam de cardioloog met dezelfde conclusie als die van de dienstdoende huisarts: naar huis met een (éénmalig) extra pilletje tegen de hoge bloeddruk. Dat heb ik bij de (gelukkig naastgelegen) dienstdoende apotheek gehaald. Samen met een reservevoorraad van zes; die ik volgens het recept overigens nooit zou mogen gebruiken!

    Thuisgekomen hield het ‘niet-pluis-gevoel’ aan. Dus besloot ik op maandagochtend mijn eigen huisarts te consulteren. Hij bleek in het bezit van het verslag van de huisartsenpost, maar achtte het na mijn verhaal opnieuw te hebben aangehoord wenselijk en noodzakelijk dat ik mij nogmaals bij de (zelfde) SEH zou laten onderzoeken. Daarvoor regelde hij een afspraak met de op dat moment dienstdoende cardioloog. Die overigens geen verslag kon terugvinden van mijn nachtelijk bezoek aan zijn collega en de door hem uitgevoerde onderzoeken….

    Rond de klok van 13.00uur meldde ik mij opnieuw bij de SEH. Daar mocht ik een verpleegkundige opnieuw mijn verhaal doen, en werd – voor de vierde keer die dag –  mijn (te hoge) bloeddruk gemeten. Een coassistent aan wie ik opnieuw mocht zeggen wat er aan scheelde was de volgende in de rij. Hij zou het doornemen met de specialist. Zijn conclusie – nadat ik in aanwezigheid van de coassistent ook hem nogmaals mijn verhaal had gedaan: een stevige bloeddruk; maar niet verontrustend. Desondanks meende hij er – door mij nogmaals geattendeerd op enkele nog onverklaarde bijverschijnselen – goed aan te doen een collega op een ander vakgebied – neurologie – even te laten meekijken. Deze collega werd gebeld en verscheen rond de klok van half vier in de persoon van een coassistent. Aan wie ik weer mijn verhaal deed.

    Voor de zoveelste keer moest ik met mijn ogen een pen volgen, een lichtje in mijn ogen laten schijnen, et cetera. Het moraal van deze episode: overleg van de co met de specialist. Die bevestigde rond klokke vier de eerdere conclusies van zijn collega’s: de bloeddruk was hoog, maar niet extreem. Echter, zo voegde hij er aan toe, er waren een paar bijkomende verschijnselen die deden vermoeden dat niet de bloedruk of het hart het probleem waren. Hij duidde op de in alle eerdere gesprekken door mij beschreven uitvalsverschijnselen: verlamming in het gezicht, een scheef hangende mond, wat moeilijk spreken, een verdoofd gevoel in de linkerarm en slechter zien. Genoeg aanleiding voor een opname en nader scan-onderzoek (CT en MRI) van de hersenen en een echografie (zogenoemd Duplexonderzoek) van de halsslagaders.  

    Slotconclusie:  een gediagnosticeerde TIA (de afkorting van de Engelse naam 'transient ischaemic attack'), een tijdelijke verstoring van de hersenfunctie doordat er even te weinig bloed is in een deel van de hersenen. Het is dus eigenlijk een kortdurende beroerte, ook wel CVA (cerebrovasculair accident) of herseninfarct genoemd. Omdat TIA's niet alleen voorboden kunnen zijn van een herseninfarct, maar bovendien de oorzaken van een TIA en een herseninfarct dezelfde zijn, is het op tijd onderkennen en behandelen geboden….

    De afgelopen dagen heb ik geregeld aan mijn ervaringen teruggedacht. Getwijfeld ook aan de zin of onzin van het met u delen van die ervaringen. Ook, omdat ik van mening ben dat incidenten als deze niet tot de conclusie mogen leiden dat het slecht is gesteld met de gezondheidszorg in Nederland. Gewoon, omdat zij iets over de cultuur in gezondheidsland. Een cultuur waarvan wij bij herhaling zeggen die niet te willen, maar die onderwijl wel (te) stevig ii ingesleten in ons doen en laten. Artsen die er, goedbedoeld maar te vanzelfsprekend, van uit gaan dat hun visie de juiste is en dus wordt uitgevoerd. Net zo goed als dat patiënten er (te) gemakkelijk vanuit kunnen gaan dat de arts het maar moet weten.

    Een dokter is geen leidsman of leidsvrouw, maar een toevoegende kracht. Met een coördinerende, faciliterende en adviserende rol. Iemand die goed kan luisteren. Mensen kan aanspreken. Met een open oog en oor voor detail structuur kan aanbrengen en verbindingen kan leggen. Naast uitstekende medisch-technische vaardigheden vraagt dit eerst en vooral om communicatieve vaardigheden. Dat alles vraagt om een cultuuromslag in de zorg: de zorgverlener als coach, de patiënt als medebehandelaar. Actoren die elkaar serieus kunnen nemen, omdat ze serieus genomen worden!

    Mijn verhaal laat zien waar niet communicerend dokteren op uitloopt: de patiënt raakt verdwaald in de zorg, met peperdure overbehandeling of treurig stemmende onderbehandeling als gevolg. Daar valt, voor en door arts én patiënt nog veel winst te behalen. Tegelijkertijd laat mijn verhaal ook zien dat artsen en ziekenhuizen precies hetzelfde functioneren als de rest van de maatschappij. Geen perfectie, maar gewoon mensenwerk. En dat zal het blijven; ook in de toekomst!

    PS

    Ik lijk – gelukkig – geen blijvende schade opgelopen te hebben. Dankzij – uiteindelijk – vasthoudendheid van mijn kant en een oplettende specialist die niet alleen met de stethoscoop luisterde, maar ook met de ogen en oren!

    Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers