Pleio

Engels | Nederlands

Doemdenken: geen oplossingen verzinnen, maar problemen scheppen

    Peter Paul J. Doodkorte
    • iedereen (publiek zichtbaar)
    • 383
    Door Peter Paul J. Doodkorte 1014 dagen geleden

     0/5 Sterren (0)

    Doemdenken: geen oplossingen verzinnen, maar problemen scheppen
    • Pessimisme kan ik begrijpen, gebrek aan optimisme niet.

    ‘Op 1 januari gaan we improviseren in de jeugdzorg. De loyaliteit van de zorgmedewerkers zal de doorslag geven als het gaat om continuïteit in de jeugdzorg.’ Dat zei Martin Dirksen, directeur van Bureau Jeugdzorg Overijssel onlangs in Zorg+Welzijn (nr. 11, november 2014). Om te vervolgen: ‘De transitie van de jeugdzorg per 1 januari 2015 baart iedereen zorgen. Het wordt noodverbanden aanbrengen.’

    Ik ken Martin als een integer en betrokken jeugdzorger. Toch heb ik de behoefte zijn opmerking over ‘improviseren’ te voorzien van enkele kanttekeningen.

    De eerste is, dat loyaliteit van opvoeders altijd de doorslag geeft – en heeft gegeven – als het gaat om (zowel) de continuïteit als de kwaliteit van zorg. Dat verandert niet door of met de decentralisatie van de jeugdhulp. Net zo goed als dat opvoeden – sinds mensenheugenis – een kwestie van improviseren is. Een zaak van trial en error.

    Vanaf de eerste dag dat ik mijn oudste – eerst een pleegzoon en daarna een zoon ‘van onszelf’ –  in handen kreeg tot aan de dag van vandaag is mijn opvoeding een proces van trial-and-error gebleken, een afstemmen op wie mijn kinderen zijn. Ze zijn veel minder te (be)sturen dan ik had verwacht. Diezelfde ervaring had ik eerder al opgedaan als groepsopvoeder en mentor van kinderen en adolescenten. In essentie verschilden en verschillen zij niet van mijn kinderen.

    Natuurlijk kon en kan ik doelen stellen voor de opvoeding, dat zal ik niet ontkennen. Alleen heb ik moeten leren die doelen aan te passen aan hoe mijn (inmiddels ook klein-)kinderen waren en zijn. Een verlegen kind vraagt om een heel andere aanpak dan een kind dat initiatiefrijk is, om maar iets te noemen.

    Ik schrijf dit alles, omdat ik eigenlijk redelijk verbaasd kan raken over de doemscenario’s die professionele aanbieders van zorg graag schetsen: het zou door de decentralisaties wel eens verschrikkelijk fout kunnen gaan. Om zich vervolgens te beroepen op (zogenaamde) evidence based methodieken en praktijken. Waarbij ze gemakshalve zwijgen over de vragen de gesteld kunnen worden  bij die vermeende expertise, de toepassingsmogelijkheden in de praktijk en de effectiviteit daarvan.

    De regel is hier dat de resultaten van die zogeheten ‘evidence based methodieken en praktijken’  in de praktijk bijna altijd bescheidener zijn dan verwacht zou mogen worden op basis van de uitkomsten van ‘klinische’ trials. De onderzoeken waaraan gerefereerd wordt, vinden in het algemeen plaats onder strikt gecontroleerde omstandigheden en geven antwoord op de vraag naar het effect van de interventie, onder het constant houden van alle andere factoren en onder de aanname dat de desbetreffende interventie precies volgens het boekje wordt uitgevoerd en dat ook de persoon op wie de interventie zicht richt zich helemaal houdt aan de voorschriften.

    De resultaten blijken afhankelijk van talrijke factoren, zoals het gebruik van alternatieve interventies, mensen die afhaken, hulpverleners die niet helemaal consequent zijn, et cetera. Wat er altijd werkte? Aandacht, aandacht en aandacht!

    Het veel – ook door Dirksen – gebezigde argument dat de tijd te kort is om een goede overheveling van taken naar de professionele teams in de gemeenten voor elkaar te krijgen, is net zo’n gotspe. Elke beginnende ouder weet dat! De voorbereiding kan nog zo mooi en ideaal zijn: het échte werk – en wat er bij komt kijken – begint pas, als je kind er is. Daarbij wordt geen handleiding, geen protocol of handreiking meegeleverd.

    Opvoeden is geen lijstje met tips volgen. Zij maken de verwarring alleen maar groter. Net zoals boekenkasten vol protocollen en richtlijnen goede professionals gek kunnen maken. Want zonder te begrijpen waarom het wel of niet werkt zijn ze inhoudsloos en vergeet je ze in de dagelijkse hectische opvoedpraktijk direct weer. Natuurlijk, sommige van die, vooral op gedragsbeïnvloeding gerichte tips, kunnen  handig zijn.  Geven je in de dagelijkse (opvoed)hectiek iets concreets in handen. Maar het zijn en blijven  hulpmiddelen om echt ongewenst gedrag in goede banen te leiden.

    Ook zorgverzekeraars en inkopers van zorg – die de taak hebben erop toe te zien dat iedere euro in de zorg goed besteed wordt en mede daardoor de solidariteit van ons stelsel overeind moeten houden – worstelen daarmee. Zij willen van een behandeling weten of het helpt en welke behandeling het best past bij de zorgvraag. Best gerechtvaardigde vragen, maar in de  praktijk is er nog niet zoveel van te zeggen.

    Een studie in het kader van het Programma Effectieve Jeugdzorg van het Nederlands Jeugdinstituut (2010, Algemeen en specifiek werkzame factoren in de jeugdzorg - Stand van de discussie) bevestigt dit. Ik citeer: “De effectiviteit van de jeugdzorg is voor verbetering vatbaar. Er is discussie over de vraag of implementatie van dergelijke methodieken verbetering biedt.” Om er vervolgens direct aan toe te voegen: “Er is weliswaar een duidelijke trend die laat zien dat de algemeen werkzame factoren verhoudingsgewijs een sterk effect lijken te hebben, maar de rol van specifieke methodieken is nog onvoldoende ontrafeld. Daar komt bij dat het beeld van de dominante algemeen werkzame factoren is gebaseerd op het verleden.” Ik noem dat ‘lenen van toekomst om het niet te bewijzen ongelijk van het verleden onderuit te halen.’

    Begrijpt u mij goed: Ik zie het spanningsveld ook en erken dat we het evenwicht nog niet hebben gevonden. Daarom vind ik het goed dat elkaar deelgenoot maken van onze worstelingen. Want opvoeden was, is en blijft maatwerk. Dat geldt in het algemeen. Sterker nog geldt het voor kinderen die door omstandigheden – in zichzelf of in de omgeving gelegen – juist daarop niet kunnen rekenen. Kinderen grootbrengen – ook professioneel – is een kwestie van aanvoelen en improviseren. Begrijpen dus waarom je iets doet en desnoods improviseren om je doel te bereiken, daar gaat het over. Als juist dat talent nu tot ‘risico’ wordt verheven is er inderdaad reden tot grote zorg en is argwaan over de oprechte bedoeling daarvan op zijn plaats.

    Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers