Pleio

Engels | Nederlands

Aanbieders kunnen er ook wat van

    Peter Paul J. Doodkorte
    • iedereen (publiek zichtbaar)
    • 551
    Door Peter Paul J. Doodkorte 758 dagen geleden Reacties (1)

     0/5 Sterren (0)

    Aanbieders kunnen er ook wat van
    • Over krokodillentranen en judaskussen bij de decentralisaties

    Rond de overdracht (transitie) binnen en omvorming (transformatie) van het sociaal domein werpen we de laatste maanden graag een kritische blik op de overheid, maar aanbieders kunnen er ook wat van. Daarom draai ik nu de zaak eens om en vertel u graag over het merkwaardige gedrag van aanbieders.

    De decentralisaties binnen het sociaal domein maken de organisatie van het sociaal domein – zorg en welzijn –  efficiënter en samenhangender. Maar er is ook veel kritiek: op het tempo, de rol van de gemeente en het feit dat de gemeenten niet weten niet wat zij moeten inkopen en daarom weigeren contracten te ondertekenen. In het debat over de transitie en transformatie verwijten aanbieders gemeenten en zorgverzekeraars vervolgens wat graag dat het bij zorginkoop vooral gaat over het geld en beheersing van de kosten. Aandacht voor kwaliteit en de mensen om wie het gaat is er niet of nauwelijks…. De noodklok daarover is de afgelopen weken bijna dagelijks te horen geweest. Daarbij werd en wordt vaak met de belangen van de kwetsbare mensen geschermd: iedereen roept, dat de behoefte en het belang daarvan centraal staat. Lekker opportunistisch! Daarom laat ik u graag een andere kant van die medaille zien. Gebaseerd op twee praktijkvoorbeelden.

    De gemeente in kwestie is druk doende de bestaande toegangsinfrastructuur voldoende op te bouwen. Zij werkt voor de gespecialiseerde zorg voor jeugd in regionaal verband samen. In dat verband wordt druk overleg gevoerd met de organisatie die op dit moment verantwoordelijk is voor de vraagverheldering en toeleiding van jeugdigen naar geïndiceerde  zorg. Terwijl dit overleg loopt, laat deze organisatie van de ene op de andere dag weten dat zij nieuwe casussen niet meer in behandeling neemt. Kinderen en hun ouders dreigen daardoor geen, onvoldoende en zeker niet op tijd de hulp te krijgen die nodig is. Onder meer omdat de betreffende organisatie (bureau jeugdzorg) tot 1 januari de aangewezen organisatie is die indicaties kan afgeven voor de geïndiceerde vormen van jeugdzorg. Zonder zo’n indicatie zijn aanbieders niet bereid om een hupvraag te accepteren. De door de gemeente ingerichte lokale toegang kan – om bureaucratische redenen – niet doorverwijzen naar een echte specialist. Het lijkt erop dat er daardoor kinderen tussen wal en schip gaan vallen. Nog voordat de eerste fase van de decentralisatie van start gaat. Ik kan mij – met de beste wil van de wereld – niet ontdoen van het gevoel dat hier een vorm van ongewenst gedrag betreft. Het gevolg van woede en frustratie over een beweging die geen succes mág worden. De "eindspurt" van de betreffende organisatie, die zich graag afficheert met ‘het kind centraal’ lijkt er vooral op gericht dat nog even fijntjes te bewijzen….

    Het kan echter nog gekker!

    Op 20 oktober jl. stuurt een aanbieder haar cliënten in een van de gemeenten waarin zij nu actief is het volgende bericht. Zonder daarover vooraf met de betreffende gemeente te hebben gecommuniceerd!

    Beëindiging zorg- en dienstverlening met ingang van 1 januari 2015

    Geachte xxx,

    Zoals u weet gaat met ingang van 1 januari 2015 een groot deel van de AWBZ zorg naar de Wmo. Dan wordt de gemeente verantwoordelijk voor deze vorm van ondersteuning. De zorg die u nu van ons ontvangt valt daar ook onder.

    Wij brengen in het kader van de Wmo niet in alle gemeenten een offerte uit. U bent woonachtig in een gemeente waar wij niet niet offreren. Wij ondersteunen te weinig cliënten in uw gemeente waardoor de ondersteuning te kostbaar gaat worden. Dit betekent dat wij vanaf 1 januari 2015 geen zorg en ondersteuning meer bieden in uw gemeente. U behoudt echter, totdat de herindicatie plaatsvindt, recht op ondersteuning. Daarom is het  belangrijk dat u zo spoedig mogelijk contact  opneemt met de Wmo-afdeling van uw gemeente en daar kenbaar maakt dat u ondersteuning nodig heeft. Zij kunnen voor u binnen de gemeente een geschikte zorgaanbieder zoeken, die de ondersteuning vanaf 1 januari van ons kan overnemen.

    De gemeente in kwestie krijgt – onder het mom van privacybescherming – van de betreffende aanbieder niet de namen en rugnummers van de cliënten die het betreft.

    Ik ben van mening dat  het beëindigen van zorg slechts mogelijk kan zijn bij zwaarwegende redenen en slechts onder voorwaarde van een adequate overdracht van cliënten en werkzaamheden. Anders gezegd: wanneer een aanbieder om bedrijfseconomische redenen besluit har werkzaamheden (deels) te beëindigen, heeft deze aanbieder zelf (ook) een plicht om de cliënten op zorgvuldige wijze aan de nieuwe aanbieder over te dragen.

    Natuurlijk, ik ben niet blind voor de vele veranderingen binnen de zorg van de laatste tijd. Ik begrijp ook dat zij  hun tol eisen. Menige zorgaanbieder (en niet alleen de kleintjes!) worstelt met zijn positie. Soms omdat zij geen antwoord hebben op de vraag welke producten en diensten zij de komende periode (mogen) gaan bieden aan hun cliënten. En daar bovenop komen niet zelden steeds strakkere eisen van financiers, die inzetten op nulgroei en in veel gevallen ook op krimp. De impact daarvan is niet gering. Strijd en woede zijn daarbij onvermijdelijk, maar het moet - onder het motto: "Zolang je vecht is nog niet alles verloren" – niet uitmonden in ongezonde afweer.

    De zorg aan kwetsbare groepen hoort in dit debat centraal te staan. Om die reden ook zijn er harde toezeggingen geëist en gegeven over continuïteit van zorg. Dat is een verantwoordelijkheid van en voor de (financierende) overheid, maar ook van de aanbieders. In heel veel gevallen gaat dit – gelukkig – ook goed. Is er aan beide kanten van de tafel sprake van werkelijke zorg voor en om de cliënten. Dat ligt – gelukkig – ook voor de hand. Het vraagt, zo leert de praktijk, van sommigen echter ook een vorm van reflectie en veerkracht. Continuïteit van zorg is immers niet alleen een kwestie van geld, maar ook van fatsoen. En dat fatsoen mag gevraagd worden van de (financierende) overheid, maar ook van de aanbieders. Cliënten in de zorg zijn – voor de een noch de ander - te zien als melkkoe. Als wij écht de cliënt centraal stellen, laten wij hen niet – onder het plengen van krokodillentranen en met een judaskus ten afscheid – in de kou staan. De oplossing? Het beste is om in onderling overleg tot een zorgregeling of omgangsregeling te komen. Het blijft immers een plicht van de overheden en aanbieders om voor cliënten de (continuïteit) van zorg op tijd en op maat zorg te borgen!

    Reacties

    Volgorde van reacties: Aantal: Automatisch laden:
      • Lia
        Lia 757 dagen geleden

        Beste meneer Doodkorte,

         

        Als gewone burger en moeder van een zoon die GGZ zorg nodig heeft ben ik achter een waarheid gekomen door een bezoek aan de directie langdurige zorg van VWS:

        Nl, dat het een heel beproefd bezuinigingsmiddel is om clienten van het ene loket naar het andere loket  te sturen voor de  financien . Dan vallen er hordes clienten tussen wal en schip. En als u denkt dat ik een negatieve inslag heb? Het tegendeel is waar: elke  negatieve kwestie buig ik om en zie ik daar ook kansen liggen!!!

         

        Lia

      Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers