Pleio

Engels | Nederlands
Van buiten naar binnen in het ministerie van V&J

Van buiten naar binnen in het ministerie van V&J


 0/5 Sterren (0)

Gerelateerde blogs

Eben Moglen: Why Freedom of Thought Requires Free Media and Free Tech

Eben Moglen: Why Freedom of Thought Requires Free Media and Free Tech

Eben Moglen: Why Freedom of Thought Requires Free...
vrede vrijheid verdraagzaamheid

vrede vrijheid verdraagzaamheid

de mond vol hebben wij van vrede en vrijheid van...
The Declaration of Independence of Internet

The Declaration of Independence of Internet

(Orgineel uit 1776 hier. Orgineel uit 1581 dat de...
Nederlands mensenrechtenbeleid

Nederlands mensenrechtenbeleid

Met kracht vooruit: reactie van de Adviesraad...

Internetgovernance voor de Nederlandse overheid

    Hadewych
    • iedereen (publiek zichtbaar)
    • 46
    Door Hadewych in de groep Van buiten naar binnen in het ministerie van V&J 998 dagen geleden

     0/5 Sterren (0)

    De Adviesraad voor internationale vraagstukken onderzoekt in Het internet: een wereldwijde vrije ruimte met begrensde staatsmacht hoe de Nederlandse overheid internetvrijheid kan beschermen. Dat is niet eenvoudig, omdat het internet een semiprivaatrechtelijke omgeving is met allerlei soorten belanghebbenden en beïnvloeders (multistakeholder). De huidige ontwikkeling van de internetgovernance roept vragen op over internationale jurisdictie en over universaliteit versus nationale soevereiniteit.

    Het begrip persoonsgegevens, en de bescherming daarvan, is inmiddels vergaand uitgehold. De AIV wijst op de context van de rechtsstaat: als het ideaal van precluded event security (het voorkomen van veiligheidsincidenten) wordt nagestreefd, kan dat leiden tot disproportionele maatregelen en kan de rechtsstatelijke balans worden aangetast. Indien, vanwege de permanente terreurdreiging, middelen worden ingezet tegen (categorieën van) personen tegen wie geen gerichte verdenking bestaat, dan is dit rechtsstatelijk alleen te rechtvaardigen als er effectief en onafhankelijk toezicht bestaat.

    Bedrijven worden primair geleid door het winstoogmerk en hebben met uiteenlopende nationale en internationale wettelijke kaders te maken. Het is de rol van de overheid om te monitoren of nieuwe software, protocollen en dergelijke inbreuk maken op de Europese interpretatie van de vrijheid van meningsuiting, privacy en dataprotectie.

    Bestaande juridische beschermingsconstructies voor vrijheid en grondrechten zijn niet langer adequaat. Juridische begrippen zijn ontworpen voor een andere technische werkelijkheid dan het huidige internet (bijvoorbeeld het begrip verwerken uit het dataprotectierecht), òf ze gaan uit van een situatie waarin een duidelijk onderscheid te maken valt tussen het transport van de boodschap en het uiten van de boodschap (uit het media- en telecommunicatierecht). De positie van internetbedrijven is juridisch niet altijd helder. Zo is in Nederland voor sociale media niet duidelijk of zij vallen onder het telecommunicatierecht of onder het mediarecht. Het antwoord op die vraag heeft belangrijke gevolgen voor de mate waarin dergelijke bedrijven kunnen worden aangesproken op de inhoud van communicaties en publicaties. Verder kunnen bedrijven klem komen te zitten tussen nationale jurisdicties met verschillende rechtsregimes.

    Ten aanzien van de jurisdictie merkt de AIV op dat het wetsvoorstel Computercriminaliteit III in ruimere bevoegdheden voorziet dan het volkenrecht toelaat.

    Niettemin blijven de nationale staten een belangrijke rol vervullen omdat de fysieke infrastructuur van het internet begint en eindigt binnen een gebied waarover zij feitelijke en juridische rechtsmacht hebben. De vragen ten aanzien van toegang en vrije en niet gecontroleerde communicatie concentreren zich dus nog steeds binnen de nationale rechtssfeer. Nationale beslissingen op het gebied van toegang, surveillance en censuur worden getoetst worden aan internationale (of regionale: EVRM en EU) verdragen. Grote internationale ondernemingen daarentegen, die een grote rol spelen bij de toegang en het vrije gebruik van het internet, vallen slechts voor een beperkt deel onder de Nederlandse invloedssfeer, namelijk alleen als het handelingen betreft die binnen de Nederlandse rechtssfeer worden verricht. Bovendien is er regelmatig discussie over wanneer dat bij internetdiensten precies het geval is.

    Gegevens van Nederlandse internetgebruikers worden vaak opgeslagen op computerservers die zich buiten de Nederlandse rechtssfeer bevinden. De staten waar die servers zich bevinden, zijn meestal bevoegd onder bepaalde omstandigheden toegang tot die gegevens te eisen. Omdat computers slecht kunnen rekenen met versleutelde gegevens en de servers waarop deze gegevens zijn opgeslagen zich vaak bevinden in jurisdicties waar Nederlanders geen rechtsbescherming hebben, is de cloud potentieel zo lek als een mandje. Safe Harbour-overeenkomsten zijn daartegen geen afdoende beveiliging, omdat ze ontoereikend zijn, slecht of niet afdwingbaar zijn en te grote uitzonderingen met betrekking tot nationale veiligheid kennen.

    De Nederlandse regering voert een beleid om zoveel mogelijk alle relaties tot de burgers in het binnenland via cyberspace te laten plaatsvinden: overheidsdossiers, registers en overheidstransacties moeten in 2017 allemaal elektronisch worden in het kader van Nederland Digitaal. Nagegaan zou moeten worden of bij de opslag en verwerking van gegevens het risico bestaat dat deze buiten de Nederlandse rechtssfeer terechtkomen, waar ze technisch en juridisch niet voldoende zijn te beveiligen. Er dienen beleidsmatige en wettelijke maatregelen te worden genomen om dat te voorkomen, althans juridische waarborgen te scheppen om toegankelijkheid van bestanden aan dezelfde rechtswaarborgen te binden als die hier gelden. Verder is van belang dat ook de rechtsbescherming voldoende is gewaarborgd.

    Nederland zou zelf beleid moeten voeren waarmee het internationaal voor de dag kan komen, en waarmee het economisch aantrekkelijk blijft voor innovatieve internetbedrijven. De in juli 2012 door de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties aangenomen resolutie The promotion, protection and enjoyment of Human Rights on the Internet, volgens welke mensen online dezelfde rechten hebben als offline, zou maatgevend moeten zijn voor het Nederlandse beleid.

     

    Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers