Pleio

Engels | Nederlands

Schuren, knutselen en schooieren

    Peter Paul J. Doodkorte
    Door Peter Paul J. Doodkorte 671 dagen geleden

     5/5 Sterren (1)

    Schuren, knutselen en schooieren
    • We doen wat we anderen zien doen omdat we bang zijn uit de toon te vallen.

    De zorgsector maakt zware tijden door. De overdracht van taken, de daarmee samengaande bezuinigingen en de noodzaak tot omvorming zijn dagelijks voelbaar.  Voor de inwoners (cliënten) en voor de professionals en hun organisaties. Het besef dat ‘vroeger niet meer terugkomt’ daalt langzaam in. Terwijl de betekenis daarvan nog lastig te overzien valt – voor alle betrokkenen – schuurt het in de uitvoering. Bijna dagelijks.

    De idee van de transitie (overdracht) en transformatie (omvorming) klopt, maar de praktijk is weerbarstig. Het moet – en kan! – allemaal anders. Goedkoper, doelmatiger en integraler. Het daarvoor bedacht antwoord: schuiven met taken, verantwoordelijkheden en geld is echter maar een deel van het (noodzakelijk) antwoord.  Natuurlijk. het verplaatsen en verschuiven van taken, verantwoordelijkheden en geld kán bijdragen aan de gewenste verandering. Maar de echte verandering is mensenwerk! En dus niet in een keurslijf te vatten.

    De omvorming van het sociaal domein is een energieke mix van verantwoordelijkheid, actie en bewustzijn. Het draait om onderling respect, verantwoordelijkheid nemen en waardering voor de talenten van elk mens. Het concreet invullen ervan is een weg die je moet afleggen. Mensen gaan de transformatie en de daaraan verbonden belofte pas merken als zij het daarvoor benodigde doen ook in de praktijk (mogen en durven) brengen.

    We praten graag en eindeloos over de transformatie. Maar omvormen gaat niet vanzelf; is geen kwestie van een decreet dat je afkondigt.  Het vraagt om daarop aansluitende morele kwaliteiten en deugden, ingebed in daarop ingerichte maatschappelijke en organisatorische kaders.

    Deze deugden zijn terug te vinden in alle facetten van de beroepspraktijken van sociaal werk. Voor het omgaan met de complexe praktijk van het leven is professionele wijsheid daarbij van doorslaggevend belang. Voor het professionele contact met cliënten wijst professionele wijsheid op de toevoegende waarde van zorg, respect en betrouwbaarheid. Voor het functioneren in samenwerking zijn moed, integriteit en rechtvaardigheid van belang. Sociale professionals die deze deugden weten te verwerven en te integreren in hun persoonlijkheid, bezitten inderdaad een voortreffelijke beroepshouding.

    Deze benadering is echter niet alleen niet populair maar staat ook haaks op het nog altijd dominante paradigma binnen het sociaal domein: beheersing. Dit paradigma is gericht op beheersing, op controle en handhaving van de stabiliteit. Terwijl de transformatie de nadruk legt op het individu en zijn talenten.

    Het gedrag dat mensen vertonen is niet alleen een kwestie van de juiste houding maar ook sterk afhankelijk van de feitelijke omstandigheden. Anders gezegd:  de transformatie moet niet alleen in personen maar ook in de context worden verankerd.

    Voor sociale professionals betekent dit dat zij bij de opgave tot omvorming niet alleen moeten (mogen) werken aan hun eigen beroepshouding, maar dat ze ook moeten kunnen vertrouwen op de organisatiecultuur en op de maatschappelijke kaders voor de inbedding van hun activiteiten. Uitdagend gesteld: het werk deugt alleen wanneer het wordt uitgevoerd door professionals die deugen binnen organisaties die deugen.

    Dit alles roept de vraag op hoe de beweging naar meer zelfredzaamheid en eigen verantwoordelijkheid in het sociale domein kan worden verbreed. Met het creëren van voorwaarden en aansturing nemen overheden en management daarbij een sleutelpositie in. Verandering schuilt in het zichzelf anders opstellen en leren wat werkt.  Onzekerheid en angst kunnen hierbij heel verlammend en dus vertragend werken. Zo leert ook de dagelijkse praktijk. Daar blijft het verhaal vaak steken bij de vraag wie waarover moet gaan, wat de (elkaar niet zelden uitsluitende) regeltjes zeggen en naar wie er het eerst wordt gekeken wanneer er iets fout gaat. Dit – welhaast universele gevoel van kwetsbaarheid doet veel handelingsverlegenheid (op bestuurlijk- , management- en uitvoeringsniveau ) om  de hoek kijken. Uitgerekend op momenten dat acties juist nodig zijn.

    Er is geen discussie over de problemen: te duur, niet doelmatig, wachtlijsten, te laat ingrijpen en noem maar op. Maar de ironie is dat de oorzaken hiervan vooral worden gezocht in de sfeer van maatregelen. Als antwoord worden nieuwe maatregelen en structuren bedacht. Worden, in het beste geval, grenspalen verschoven. Hetgeen de grensconflicten niet oplost, maar slechts verschuift. En zo blijven we aan de gang. Het maakt de betrokkenen – van inwoners tot bestuurders en van professionals tot politici moe en onzeker. En daarmee de transformatie kwetsbaar.

    De paradigma’s binnen het sociaal domein komen en gaan. De motor achter de beoogde vernieuwing en versterking van het sociaal domein is het paradigma van de eigen kracht. De sterkte en houdbaarheid van dat paradigma wordt bepaald door de hoeveelheid problemen – van een toenemende complexiteit – die effectief kunnen worden opgelost. De uitdaging daarbij zit daar, waar oud en nieuw – beheersing en ontwikkeling – elkaar raken. Daar schuurt het en doet het pijn. Daar komen zorgen én ambities van de uitvoeringsprofessionals het meest pregnant naar voren. Is dat erg?

    Nee! Het is als in de wetenschap: er moet een spanning zijn tussen theorie en praktijk. Het moet schuren, en het liefst op het randje van prettig en vervelend. Omdat het niet vanzelf gaat, ontstaat spanning én creativiteit. Beide werelden moeten een gezonde weerzin hebben om elkaar verder te helpen. Die kloof is er niet om gedicht te worden, maar juist om de spanning productief te maken. Zo bezien is de transformatie c.q. omvorming van het sociaal domein een kwestie van intellectueel, vindingrijk schuren, knutselen en schooieren.  Het appelleert aan esthetiek, ontroering, verbinding en identiteit. En aan talentontwikkeling: het vrijmaken van reeds aanwezig potentieel. Mensen kunnen nu eenmaal meer dan ze denken en vaak zitten ‘slechts’ denkpatronen hen in de weg. Daarin ligt ook de taak voor bestuurders, managers en directeuren: inwoners, professionals en organisaties de ruimte, de steun en het vertrouwen geven om te leren anders met elkaar en de mogelijkheden om te gaan. Het spanningsveld dat hierdoor ontstaat vormt het fundament voor een schatkamer aan inspiratie en levert zo een bron voor transformatie.

    Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers