Pleio

Engels | Nederlands

Je gaat er (misschien) niet over, maar het gaat je wel aan

    Peter Paul J. Doodkorte
    • iedereen (publiek zichtbaar)
    • 401
    Door Peter Paul J. Doodkorte 621 dagen geleden

     0/5 Sterren (0)

    Je gaat er (misschien) niet over, maar het gaat je wel aan
    • Bemoei je met je eigen zaken

    Deze week mocht ik een bijzondere bijeenkomst leiden. Een ontmoeting van een gemeenteraad met medewerkers van een sociaal (gebieds-)team. Tijdens deze meeting bleek dat het toepassen van het transparantiebeginsel – ‘een passende mate van openheid’ – goede mogelijkheden biedt om weg te komen uit de wurggreep waarmee menige gemeenteraad worstelt: het invulling geven aan de kaderstellende rol van de raad.

    Hoe om te gaan met de wisselwerking gemeenteraad – college van B&W? Of, hoe geef je invulling aan de beleids- en besluitvorming in de dagelijkse praktijk? Die discussies komen nadrukkelijk (ook) naar voren bij de bespreking van het kaderstellend debat voor de raad met betrekking tot sociaal domein. Met graagte wordt gesteld dat de raad zich daarbij vooral met kaderstelling moet bezighouden, en zich niet moet bemoeien met de uitvoering.

    Politicologische beschouwingen over de decentralisaties binnen het sociaal domein gaan regelmatig over de plaats en positie van de gemeenteraad. Bijna steevast gaat het over de vraag hoe je met afstand het meest nabij kunt zijn. Want er moeten belangrijke besluiten worden genomen over de inrichting van decentrale zorgstelsels. Afspraken over prijs, kwaliteit en toegang tot de zorg, en de wijze waarop aanbieders nieuwe zorgarrangementen kunnen uitvoeren.

    De gemeenteraad vervult daarbij 3 rollen: de raad is volksvertegenwoordiger, de raad is kadersteller en de raad is controleur. Deze 3 rollen houden natuurlijk duidelijk verband met elkaar. Met heldere opdrachten (met meetbare doelen) aan het college kan tijdens de uitvoering en na afloop ook beter gecontroleerd worden. Zo ook kan de politieke verantwoording beter plaatsvinden.

    De Nederlandse gemeenten worstelen met die kaderstellende rol van de raad.  In het dagelijks leven van een raadslid betekent dat voornamelijk: de ruimte die van de raad wordt gevraagd bij opdrachten aan het college. Het college vraagt daarbij niet zelden ruime(-re) kaders. Gewoon, omdat de omvorming van het sociaal domein daarom vraagt. Om zo de gedecentraliseerde taken in de dagelijkse praktijk te kunnen afstemmen op de wensen en behoeften van de mensen.

    Dit proces roept allerlei vragen op. Niet alleen over de positie van gemeenteraden, maar ook over de zeggenschap van zorgbehoevenden of werkzoekenden. En, hoewel het een misvatting is dat raadsleden alles tot in detail moeten (willen) weten, het gaat haar wel aan! Daarom moeten raadsleden het speelveld kennen en weten waarover het gaat; zich tot op een bepaalde hoogte bekwamen en informeren dus. En zich niet als incompetent laten wegzetten.

    Een zorgzame raad is een kwaliteit. Als zij verantwoordelijkheidsgevoel heeft, is zij zich ervan bewust dat de taken of plichten van zowel haarzelf als anderen naar behoren moeten worden uitgevoerd. Maar een overbezorgde raad is een sta in de weg. Want een raad met een overmatig verantwoordelijkheidsgevoel kan heel moeilijk dingen loslaten. Zij ziet overal problemen en straalt uit dat het nooit echt lekker werkt. Zo een tergend kritische raad bemoeit zich steeds met de uitvoering; het werk van anderen. Dat veroorzaakt niet alleen veel stress in de werkuitvoering. Het maakt ook de gewenste kanteling onmogelijk. Simpelweg, omdat de inwoners en de mensen die hen ondersteunen zich niet serieus genomen voelen.

    Gemeenten worden niet meer alleen vanuit het gemeentehuis bestuurd. Burgers, maatschappelijke organisaties en bedrijven trekken steeds meer hun eigen plan. Overal worden initiatieven ontplooid om gezamenlijk maatschappelijke doelen te bereiken. De participatiesamenleving vraag dat de overheid moet veranderen om die samenleving ruimte te geven. Niet alleen om te bezuinigen, maar vooral omdat de overheid haar taken niet kan uitvoeren zonder gebruik te maken van de kennis en ervaring van anderen.

    Een gemeenteraad die dat snapt verwacht in ruil daarvoor transparantie. Transparantie, zo leerde ook deze ontmoeting – draagt bij aan het kennen van de feiten. Door raadsleden daarover goed te informeren kun je terughoudendheid, vertrouwen en loslaten terugvragen. Het resultaat is een cultuur van vertrouwen die – aan beide kanten – een enorme energie en enthousiasme teweeg brengt.

    Op papier staat dat heel mooi, maar in de praktijk van alledag is het wel ingewikkelder. Een uitspraak als; ‘Ik heb er vertrouwen in, maar….’ zal voor velen herkenbaar zijn.

    Punt is dat het opbouwen van een relatie van vertrouwen naast tijd ook openheid vraagt. Het vraagt om verdieping in de drijfveren van de ander op basis van wederzijds respect. Kortom: openstellen voor de ander om van elkaars talenten en denkbeelden te ‘genieten’. Dit geldt voor de medewerkers net zo goed als voor de besluitvormers.

    “Houd niets achter, maar vertel ons maar gewoon wat er aan de hand is. Als iets niet goed genoeg is, dan is dat gewoon zo. Je kunt wel rekening houden met onze gevoelens, maar daar schieten we weinig mee op. Laat ons gewoon weten waar we staan, zodat we daar morgen mee verder kunnen. Zeg dus wat je doet. Wees eerlijk!”  

    Dat verzoek van de raad aan de uitvoerende professionals bleek tijdens de ontmoeting een mooie opmaat naar een omgekeerd even mooie uitnodiging aan de raad:  “Stel ons in staat om nieuwe dingen te leren. Laat uw angst los dat we het niet kunnen. Geef ons ruimte, stel ons in staat om te experimenteren en volg ons op afstand; zonder u er dagelijks mee te bemoeien. Leer los te laten en vertrouw ons. Faciliteer ons zodanig dat we kunnen performen en geef ons back up wanneer dat nodig is. We zullen er ook om vragen. Bovendien kunnen wij u ook zaken leren, omdat wij de feiten kennen; en willen delen!”

    Tijdens de meeting bleek dat een raad die het lef heeft de regie uit handen te geven juist daardoor heel goed kan (blijven) sturen.  En ook dat dat meer grip in tijden van loslaten vraagt om meer inhoudelijk en to the point met elkaar te communiceren, zo bleek. De daarvoor benodigde transparantie is makkelijker te bereiken als er geen afrekencultuur heerst. Realiteitszin is nodig, net zoals de ruimte je te laten leiden door de vraag: is dit goed voor de mensen in een knelpositie?

    En nee, grip op het sociale domein is hiermee niet opeens een gelopen race. Ook het transparantiebeginsel is slechts een – innovatief – stuk gereedschap in handen van de raad en uitvoerenden. Maar het kan wel de kwaliteit en de resultaten van het sociaal domein bevorderen. En daarmee het wantrouwen en de narrigheid van betrokkenen jegens elkaar even duidelijk verminderen.

    Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers