Pleio

Engels | Nederlands

Specialisten zijn zowel sacrale tovenaars als aardse schurken

    Peter Paul J. Doodkorte
    • iedereen (publiek zichtbaar)
    • 168
    Door Peter Paul J. Doodkorte 789 dagen geleden Reacties (1)

     5/5 Sterren (2)

    Specialisten zijn zowel sacrale tovenaars als aardse schurken

    Veel professionals aanvaarden een functie of gaan een rol spelen, en vergeten dat ze mensen zijn

    Op verzoek van de Vereeniging ter Veredeling van het Ambacht bundelde J. Spaan in 1941 zijn krantencolumns over ‘vakbekwaamheid’ tot de bundel ‘De glorie van het ambacht’. Het geschreven portret van metselaar De Rooy toont enkele karakteristieken van een vakman: materiaalkennis, ambitie, oog voor context en ook trots. De vertelling wijst ook op een grens, namelijk die tussen de ambachtsman – die louter een taak verricht – en de vakman, die iets goed wil doen omwille van het werk. Het onderscheid raakt aan een repeterend thema in teksten over vakmanschap. ‘Hand’ en ‘verstand’ strijden al eeuwenlang om de eer. Die tweedeling duikt nu ook weer in vol ornaat op binnen het sociaal domein.

    Het sociale domein staat voor de opdracht te realiseren dat u en ik – inwoners van dit mooie land – , professionals en gemeenten zo veel mogelijk samen vorm geven aan ondersteuning en zorg waar dat nodig is. Met deze omvorming (transformatie) veranderen de rollen van inwoners, professionals en overheid. Aan de inwoners de taak om ondersteuning en zorg zo veel mogelijk te realiseren in het informele steunsysteem, terwijl de overheid een stap terugzet en professionals de regie over hulp- en ondersteuningsprocessen (meer dan voorheen) eerst en vooral overlaten dan wel meer delen met burgers inwoners.

    Bij deze ‘kanteling in een veranderende context’ blijken de sociale professionals tegen rolverwarring, rolvervaging en rolvermenging aan de lopen, waardoor zij zich ongemakkelijk gaan voelen.

    Ik her- en erken die rolverwarring, rolvermenging en rolvervaging. Ook bij mijn huidige opdrachtgevers speelt hetzelfde obstakel en hebben sociale professionals moeite met hun tweede beroep. Begrijp het aan de ene kant ook wel, maar het kan mij ook mateloos verwonderen. Tot een gevoel van irritatie toe. Want hoe komt het toch dat sociale professionals – die in hun dagelijks leven meerdere en zeer diverse rollen tegelijkertijd kunnen vervullen – als zij hun ‘werkpak’ aantrekken direct ook identiteit verliezen? Het is soms onthutsend om te zien hoe hun meervoudigheid als mens transformeert naar een enge, formalistische opvatting over een ambachtsmens die louter een taak verricht.

    Over sociale (wijk)teams en de professionals daarbinnen wordt – naar mijn mening nog te veel –  gesproken alsof het om een precies omschreven organisatievorm met een duidelijke taakomschrijving gaat. Dat is niet zo. De sociale professional van nu is lid weten van een gilde (sociaal team) waarin ‘vergemeenschappelijken’ van hun kennis tot een kunde wordt en is verheven. En ja, dat leidt tot herpositionering van de betrokkenen en vraagt om een aanpassing van het huidige handelingsrepertoire. Op welke manier?

    We zijn te vertrouwd geraakt met ‘systemen’ om ons werk te kunnen organiseren en kunnen ‘management’ daarbij nauwelijks meer wegdenken. Vakgerichte doeners die focussen op meetbare doelen en processen (gesloten kennissystemen), blijken minder veerkracht te hebben dan de ambachtslieden die gezamenlijk aan het ontwerpen, produceren én toepassen van kennis slaan. De transitie en transformatie in het sociale domein vragen juist daarom om een fundamentele verschuiving van de posities van de overheden, maatschappelijke organisaties, professionals en inwoners in hun rol van bijvoorbeeld vrijwilliger, cliënt, naaste, mantelzorger of lid van een sociaal netwerk. Daarbij gaat het niet om een verschuiving waarbij alle poppetjes van plek veranderen om vervolgens een nieuwe (vaste) positie in te nemen. Het gaat om een verandering die zelf een constante factor is. Want in het samenspel van burgers, professionals en overheid veranderen de onderlinge posities ten opzichte van elkaar voortdurend.

    Louter beschikken over kennis binnen het hedendaagse sociaal domein is dan ook niet meer toereikend. De toevoegende waarde zit hem in het delen van (praktijk-)ervaringen. De bereidheid om expliciete en onbewuste kennis te gebruiken en te delen. De échte vakmens is uit op verbinden (coöperatie). Eerder dan op onderscheiden (concurrentie). Het sociale team is een ontmoetingsplek en ‘werkplaats’ voor ambachtslieden die hun eerste beroep – het vakinhoudelijk specialisme – kunnen koppelen aan hun tweede beroep: op basis van die kennis mee knutselen en schuren aan de ideeën van mensen waar het het (eigen) antwoord betreft op hun uitdagingen en problemen.

    Dat is eerst en vooral mensenwerk waarbij de sociale professional bijdraagt bij aan de vermeerdering van andermans kennis en streeft naar reproduceerbaarheid. Dat is iets heel anders dan een cliënt vertellen wat hij morgen het beste kan doen.

    De kunst en ook de lol van sociale professionals is niet dat zij hun eerste beroep verloochenen. Integendeel. Ik pleit niet voor oppervlakkige klantgerichtheid, of het weglaten van een heleboel waardevolle inhoud. Daar gaat het niet om. De sociale professional is of wordt juist ingehuurd, omdat deze goed is in zijn of haar vak en omdat juist dat nodig is voor het vinden van een adequaat antwoord. Het gaat eerder om méér: de toevoegende waarde; de kunst en de lol om er iets bij te gaan doen, iets toe te voegen aan dat eerste beroep. Dat ook maakt het werk interactiever,  relationeler en – ook dat –  subjectiever.

    Over die rolopvatting moet het wat mij betreft de komende tijd gaan. Dat leidt niet alleen tot blije(-re) sociale professionals, maar ook tot betere resultaten die anderen écht vooruit helpen. Die écht ‘impact hebben’. En dat is toch wat wij willen? Durf dus naast jouw beroepsrol ook jouw ervaringen als zoon of dochter, vader of moeder, vriend of vriendin, student of leermeester van….te vervullen. Want als je je identiteit als mens verliest met dat wat je beroepsmatig bezigt, kun je beter stoppen.

    Reacties

    Volgorde van reacties: Aantal: Automatisch laden:
      • Peter Schuttevaar
        Peter Schuttevaar 788 dagen geleden

        Dag Peter Paul,

        Mooi verwoord. Het punt is volgens mij met name dat de professional bij de overheid in het vertrouwen handelt dat zijn specialistische taak bij draagt aan het algemeen nut. Wij leven nu in tijden dat er vraagstekens bij die vanzelfsprekendheid worden gesteld, maar dat is een historische uitzondering. Normaal gesproken zijn bestuurders en managers er maar al te gedreven in om de professional in deze vooronderstelling te bevestigen. 

        Ik ben bij de overheid enkele keren als interim manager opgetreden. Er was een geval waarin ik de opdracht kreeg om een extra medewerker aan te nemen terwijl ik constateerde dat het werk best met de bestaande formatie gedaan kon worden. De reden om toch iemand extra aan te nemen was dat er anders een nieuwe functiebeschrijving gemaakt moest worden. Men kon de formatie dan niet met 'standaardfuncties' invullen en dat zou ten koste gaan van de 'vervangbaarheid' van de medewerkers. Dat is het type denken waar we mee te maken hebben.

        Er zijn dan ook maar weinig managers die hun medewerkers uitdagen om voortdurend zelf kritisch naar hun eigen taken te kijken. Om zeg maar hun "menselijkheid" daarin tot uiting te brengen. Dat wordt ook niet beloond door het hogere management of het bestuur; eerder het omgekeerde is het geval. Er zijn er dan ook veel die van hun medewerkers een nauwgezette taakuitvoering eisen en die daarin het functioneel zijn boven het menszijn verheffen.

        Dat men daar tegenwoordig zo her en der een aantal vragen bij stelt is een goede zaak, maar ik ben bevreesd voor een terugval. Een reformatie ligt op de loer. Ik vrees dat de omvang van het probleem wordt onderschat. Enkele jaren van twijfel brengen doorgaans niet vele decennia van zekerheid aan het wankelen. De waarheid is namelijk domweg dat veel van het werk dat de professional verricht geen bijdrage aan het algemeen nut levert; het algemeen belang niet dient. Vele banen zullen op de tocht komen te staan als al die activiteiten worden gestopt of omgebogen.

        Groeten van Peter

      Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers