Pleio

Engels | Nederlands

Voor de hand liggend is vanzelfsprekend en daarom verboden

    Peter Paul J. Doodkorte
    • iedereen (publiek zichtbaar)
    • 151
    Door Peter Paul J. Doodkorte 546 dagen geleden

     0/5 Sterren (0)

    Voor de hand liggend is vanzelfsprekend en daarom verboden
    • De meeste mensen voelen zich beter met oude problemen dan met nieuwe oplossingen

    “Zo simpel kan het zijn.” Ergert u zich ook zo aan mensen, instanties en overheden die ‘moeilijk doen’ tot een kunst hebben verheven? Welkom in Nederland, het land waar het makkelijk is om moeilijk te doen.

    Nederland kent steeds meer daklozen. In 2010 kwamen er 55.230 mensen bij de opvang terecht en in 2013 waren dat er 60.550. Dat is een stijging van tien procent, blijkt uit cijfers van Federatie Opvang.

    De groep 65 plus kent relatief de grootste stijging: er zijn nu drieduizend ouderen. Dat is 43 procent meer vergeleken met 2010. Ook is er een grote stijging te zien van het aantal zwerfjongeren; er zijn ruim zesduizend jongeren zonder thuis. Dit is een stijging van 14 procent. Voor kwetsbare jongeren, die een grote kans lopen om dakloos te raken en die geen deel uitmaken van een gezin, stemmen de cijfers nog somberder: nog niet de helft van de gemeenten beschikt over mogelijkheden om deze jongeren op tijd op te vangen.

    Het zijn schrikbarende cijfers. Te meer daar de oplossing van dit probleem – verhoudingsgewijs – simpel en voor de hand liggend is. Maar, ‘voor de hand liggend’ lijkt in Nederland synoniem met ‘verboden’.

    Simpel, effectief en goedkoop. Wat wil je nog meer? Uit een pas gepubliceerd artikel over minihuisjes (Cobouw, 2 juni 2016) blijkt (weer eens) hoe eenvoudig dakloosheid is aan te pakken. Hoe wij met eenvoudige ingrepen indrukwekkende maatschappelijke winsten kunnen behalen. Als alternatief voor de vaak dure, arbeidsintensieve ingrepen die wij gewend zijn. Maar ja, dat vraagt krachtige interventies.

    U denkt wellicht: hier  zijn gedachten aan het wandelen gegaan. Is iemand aan het dagdromen geslagen. Wellicht. Maar met effectgroottes die, zo merk ik fijntjes op, wel een stuk hoger liggen dan wij gewend zijn of ‘normaal’ vinden.

    “Soms moet je een gek plan een kans geven.” Die gedachte bekroop mij toen ik deze week dat artikel in Cobouw las: “Het is klein en je kunt er in wonen… (maar het mag niet).”

    Het artikel vertelt over de mogelijkheden van minihuisjes. Voor 35.000 euro kunnen de bouwers een complete woning bouwen, met woonkamer, keuken, badkamer en slaapzolder. Geen dure caravan, maar een HUIS waarin je kunt wonen. Maar dat mag niet. De regelgeving staat het niet toe. Zwervers die slapen onder bruggen, in parkjes en op straten van de grote steden. Dat mag wel. Politie en hulpverleners hebben er weliswaar hun handen vol aan, maar allee, een kniesoor die daar op let.

    Menige gemeente probeert het probleem aan te pakken. Onder het motto dat alle daklozen de straat af moeten, regelen wij dure opvang. Maar de meest voor de hand liggende oplossing  - minihuisjes of zwerverswoningen - laten wij links liggen. Waarschijnlijk, omdat het werkgelegenheid kost. Want wat blijkt: het uitdelen van adequate (goedkope) woonruimte is een snoeiharde bezuiniging. Een zwerver op straat kost ons al toch al gauw zo’n € 25.000 per jaar kost (zorg, politie, justitie). Het sommetje is dus snel gemaakt. Als wij slim zijn, is er in 2020 geen beroepszwerver meer te vinden in Nederland. En hebben wij tegelijkertijd een fortuin bespaard.

    Maar nee, in Nederland betalen gemeenten grof geld voor braakliggende bouwgronden. In de jaren voor de recessie gekocht voor de bouw van nieuwe woningen. Dit bleek achteraf vooral luchtfietserij. Veel grond ligt nu braak en miljoenen aan rente en honderden miljoenen aan afschrijvingen vloeien weg. Die gronden – meestal met een beoogde bouwbestemming – blijven tot in lengte van jaren braak liggen en brengen geen cent op. Maar er moet wel rente worden betaald over de leningen waarmee ze zijn aangeschaft. Wat kost dat allemaal kost!

    Als wij het lef zouden hebben die (beoogde) bouwbestemming te koppelen aan een zinvolle investering tegen dakloosheid zouden er vele winnaars kunnen zijn. Daklozen die door het uitnutten van overtollige bouwlocaties over een minihuisje (zo nodig tegen een behapbare woninglast) kunnen beschikken. Gemeenten die verlost worden van jaarlijks op te hoesten rentelasten die anders nooit worden terugverdiend. Miljoenen voor de maatschappelijke opvang die de overheid zich jaarlijks kan besparen. Het zijn verdomd interessante ingrediënten voor een goede business case.  Simpelweg door – heel voor de hand liggend – al die honderden miljoenen aan verdampend vermogen te koppelen aan een daadwerkelijk maatschappelijk vraagstuk voor mensen met (niet eens) een smalle beurs. Daarenboven is er nog de mogelijkheid het woonconcept van de minihuisjes als ‘statiegeld-‘-woning voor nieuwe toetreders op de woningmarkt interessant te maken.

    Ambitieus? Wellicht, maar minder doorgeschoten dan het optimisme dat heerste in de jaren voordat de recessie inzette. En veel zinvoller. 

    Het is daarom tijd om in actie te komen. In een wereld waar alles om geld draait, kunnen we zo samen het verschil maken voor hen die nu - al dan niet door hun eigens schuld -  geen dak boven het hoofd hebben.

    Dakloosheid is een goudmijn die handenvol geld kost. Denk eens aan: gratis onderdak, hulpverlening, het verstrekken van heroïne, preventie, enzovoorts. Er is geen investering die beter rendeert dan een investering in een zwerver. Iedere euro voor de bestrijding en preventie van dakloosheid verdien je twee tot drie keer terug met besparingen op zorg, politie en justitie. Minihuisjes zijn eigenlijk minikredietjes met een hoog (maatschappelijk) redement.

    Zie ook:

    https://inspirituals.wordpress.com/2015/05/25/waarom-bouwen-wij-zo-weinig-oplossingen/

    en

    https://peterpauldoodkorte.wordpress.com/2015/06/04/wonen-en-geen-verblijfplaats-hebben-in-de-tijd/

    Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers