Pleio

Engels | Nederlands

Sterker worden van 'op je bek gaan'

    Peter Paul J. Doodkorte
    • iedereen (publiek zichtbaar)
    • 19
    Door Peter Paul J. Doodkorte 512 dagen geleden

     0/5 Sterren (0)

    Sterker worden van 'op je bek gaan'
    • Hoe meer tegenkrachten er zijn, hoe gemakkelijker de verandering gaat.

    Er was eens een man die samen met zijn zoon een lange tocht moest ondernemen. De man bepakte zijn ezel en zette er zijn zoon op. De opmerkingen waren niet van de lucht: “kijk nou toch eens wat een slechte zoon, hij laat zijn vader in deze brandende hitte lopen, terwijl hij zelf lekker zit. “. Na verloop van tijd voelde de zoon zich, alsof hij een slechte zoon was, dat moest wel, iedereen zei immers dat hij een slechte zoon was. Hij vroeg zijn vader om op de ezel te gaan zitten en zo trokken zij verder. Ook nu werd er commentaar geleverd. “kijk nou toch eens wat een slechte vader, laat zijn zoon lopen terwijl hij lekker kan zitten”.Ook de vader voelde zich na verloop van tijd alsof hij wel een zeer slechte vader was. Na overleg besloten ze beiden op de ezel te gaan zitten. Zij trokken veel bekijks en weer volgde er op-en aanmerkingen “Arme ezel, in die hitte met die bepakking en dan nog twee mensen moeten dragen, het is een schande”, dierenbeulen! Zowel de zoon als de vader voelde zich zeer beschaamd en er ontstond het gevoel dat zij dierenbeulen waren.Zij besloten dan maar naast de ezel te gaan lopen. De eerstvolgende personen die passeerden gniffelde besmuikt “wat een dwazen, hebben ze een ezel bij zich en gaan ze er naast lopen “.

    “Het is niet goed of het deugt niet”. Ik moet vaak aan bovenstaande parabel denken als ik luister naar, lees over of kijk naar de gespletenheid waarmee overheden, professionals en inwoners spreken over de veranderingen binnen het sociaal domein. Het heeft iets van het weerpraatje. Omdat er elke dag zowel letterlijk als figuurlijk sprake is van weer, valt er altijd wel een opmerking over te maken. Daarbij komt dat het een onderwerp is met een zekere onvoorspelbaarheid. Ook, al denken sommige mensen dat ze het weer wél kunnen voorspellen en zijn er instanties die zich daar dag en nacht uitgebreid mee bezig houden. Die voorspellingen en het niet altijd uitkomen daarvan, maakt het onderwerp mysterieus. Maar er is altijd wel iemand voor wie het te koud, te nat, te droog of te warm is.

    Binnen het sociaal domein hebben wij ook zo’n onderwerp: transformatie.

    Lokale overheden en professionals staan – samen met de inwoners – voor een grote uitdaging. De overheveling van taken en verantwoordelijkheden – de transitie – naar gemeenten zorgde in de eerste plaats voor een verandering en herpositionering van de relaties tussen overheid/financiers en het werkveld/professionals. Omdat bovendien de overheveling gepaard gaat met bezuinigingen – die kunnen oplopen tot circa 15% van het totale budget – moeten er slimmere, snellere en goedkopere antwoorden of oplossingen bedacht worden. Dit zet de verhoudingen onder druk.

    Kortom, we zitten als samenleving in een overgang. Dingen worden anders. Dit impliceert naast de overdracht (transitie) ook een transformatie (omvorming) binnen en herontwerp van het sociaal domein. Dat zorgt logischerwijs ook voor veel drukte, commotie en onzekerheid.

    Belangrijk uitgangspunt van de transformatie is dat er veel meer moet worden uitgegaan van de eigen kracht van mensen. Hulpverleners moeten ondersteuning en zorg niet overnemen, maar zo veel mogelijk versterken en waar nodig mensen versterken in hun eigen handelingsrepertoire om gewenste of noodzakelijke ondersteuning in goede banen te leiden. Dit uitgangspunt wordt breed onderschreven, maar roept ook heel veel vragen op.

    Hoe dragen professionals bij aan de eigen kracht van mensen, welke competenties zijn daarvoor nodig en op welke wijze dienen zij professionals aan te sturen om dit uitgangspunt te realiseren? Welke vormen van ondersteuning en scholing zijn hiervoor nodig? Tegelijkertijd worden ook vragen gesteld over de beperkingen en grenzen van eigen kracht van burgers. Hoe schat je dit als professional juist in? Hoe borg je daarbij de veiligheid van mensen ? Wanneer grijp je in?

    Het antwoord op deze vragen kent vele meningen. Optimisten en pessimisten staan niet zelden lijnrecht tegenover elkaar in hun waardering van de opgave. Moet het via geleidelijke stappen, die we zelf in gang kunnen zetten of is het dat het ons “overkomt”?

    Samenvattend blijkt dat vrijwel iedereen de achterliggende visie van de transitie en de transformatie onderschrijft. De vraag ‘of’ staat niet ter discussie. De praktijk is het erover eens dat meer integraal werken en vooral samenwerken onontkoombaar is, dat eigen kracht en het eigen netwerk in de eigen omgeving beter benut kunnen worden en dat dit vraagt om structurele, organisatorische veranderingen. Over het ‘hoe’ bestaat echter veel onzekerheid.

    Die onzekerheid leidt niet zelden tot tekentafelgedrag. De opgave waarvoor we staan echter draait om vernieuwing van zowel de inhoud van de zorg en ondersteuning als de onderliggende structuren, processen en werkwijzen. Dit kunnen we niet vanachter een tekentafel realiseren. Veel keuzes moeten in de praktijk verder worden uitgewerkt. Daaro moet vooral in de praktijk moeten samengewerkt, geëxperimenteerd en geïnnoveerd. Dit proces moet lokaal ingevuld en zal in tempo en inhoud ook verschillen. En ja, het gaat altijd gepaard met vallen en opstaan. Dat hoort erbij, dat is normaal! 

    Voor het beleid en de daarbij passende werkwijze vraagt dat om een daarop afgestemde elastische geest. De transformatie komt tot stand door een juiste verhouding tussen ‘remmers’ en ‘gasgevers’. En daar wil het nog wel eens fout gaat: op één gasgever in dit land hebben we negen remmers. Hierdoor tekent zich een tegenstelling tussen een open hervormingsgezinde oriëntatie en een meer naar binnen gerichte en behoudende mentaliteit af. Er ligt het risico op de loer dat als het weer wat beter gaat, partijen vervallen in oude patronen. Juist als het vertrouwen in de vernieuwing nog zo broos is, is dat fnuikend voor het vertrouwen. Die neiging bij overheden en professionals om in de schulp te kruipen als je in de media voortdurend op je kop krijgt, is heel begrijpelijk. Maar toch. Als je al bezig bent met veranderingen is het niet altijd even gemakkelijk te zien of er voldoende wordt verbeterd. Dat vraagt nog meer om het openen van deuren voor het tegengeluid. Hoe meer tegenkrachten er zijn, hoe gemakkelijker de verandering gaat.

    Even voor de duidelijkheid: Ik ben positief over de beweging op veel terreinen, zoals klantbelang centraal en de vindtocht naar de mogelijkheden van eigen kracht. Dat zijn goede stappen. Tegelijkertijd is de implementatie daarvan een taai proces. Het ontbreekt nog te vaak aan flexibiliteit die nodig is om de echte verandering te realiseren en te borgen. Mede door de verwevenheid van belangen. De handelingsvrijheid van de overheden wordt bovendien vaak beperkt door de afhankelijkheid van expertise van en bij professionele hulpverleners. Daarnaast blijkt de angst voor incidenten een meer dan gezonde voedingsbodem voor de regel- en risicoreflex.

    Natuurlijk, de kwetsbaarheid van mensen en samenleving  eist een proactieve omgang met onzekerheden. Maar de beste en betere kansen van dit voorzorgsbeginsel ontstaan in de dialoog met de co-producenten van de transformatie. Met mensen uit vrijwilligersorganisaties, zelfhulporganisaties, ouderinitiatieven, collectieve en individuele belangenbehartigers en clientenraden tot aan uitvoerende professionals. Zij willen en kunnen uitgaan van de eigen kracht en de eigen regie, en uitgaan van de hele persoon in plaats van diagnoses, problemen of risico’s al wij een vrijplaats creëren waarin de gewenste samenleving op eigen kracht kan worden vormgegeven. Niet vanaf de ‘tekentafel’ en van bovenaf gestuurd. Maar vanuit het werkelijke leven en de werkelijke ervaring van betrokken burgers zelf. Dat is een zaak van lange adem en tevreden zijn met kleine muizenstapjes. Van kunnen gaan met teleurstellingen en die weten om te zetten naar positieve energie om iets anders uit te proberen. Van sterker worden van op je bek gaan.

    Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers