Pleio

Engels | Nederlands

Wanneer men de ezel niet slaan kan, slaat men de stok

    Peter Paul J. Doodkorte
    • iedereen (publiek zichtbaar)
    • 169
    Door Peter Paul J. Doodkorte 877 dagen geleden

     0/5 Sterren (0)

    Wanneer men de ezel niet slaan kan, slaat men de stok

    Een systeem helpt niet. Alleen mensen kunnen dat.

    Driekwart van de medewerkers in de jeugdhulp geeft de overgang van de jeugdzorg naar gemeenten een onvoldoende. Dit blijkt uit een ledenonderzoek van FNV Zorg & Welzijn. Terechte kritiek of een schaamlap die de onmacht van opvoeders moet maskeren, of –  in het slechtste geval – hun gemakzucht? Ik wil de critici dringend verzoeken om ook eens achterom te kijken hoe het in het verleden allemaal ging met de zorg en de zorgverandering vooral de kans en de tijd te geven om zich te bewijzen. Een toontje lager zingen lijkt mij daarbij op zijn plaats.

    Waarom? Omdat ik In de berichtgeving rond de overgang van taken en bevoegdheden binnen het sociaal domein grofweg twee stromingen zie: ‘rules-based’ versus ‘principles-based’. In de eerste visie functioneert het systeem het best als mensen door slimme regels en prikkels op het juiste pad worden gehouden. Dit heeft zich in het verleden verankerd in een organisatiestructuur, gekenmerkt door aan regels en controlelijstjes onderhevige procedures, verdeling van verantwoordelijkheid, hiërarchie en onpersoonlijke relaties. In de ‘principles-based visie leren en faciliteren wij mensen zelf  koers te houden. Regels en prikkels zijn secundair.

    Ik ben – voor zover u dat nog niet wist – voorstander van sturing op principes. De geest van de wet en het daarop gebaseerde systeem gaat boven de letter; menselijke moraliteit boven pientere prikkels; eigen verantwoordelijkheid boven het systeem.

    Wanneer ik nu de berichtgeving rond de overdracht van taken en bevoegdheden binnen het sociaal domein tot mij neem, doemt niet zelden het beeld op van (enkel of vooral) incompetente overheden. Die als systeemfetisjisten bovendien niks klaar krijgen. De berichtgeving rond het hiervoor aangehaalde onderzoek preludeert graag op het bijbehorende sentiment: de controle van gemeenten op de jeugdzorg faalt.

    Moet ik het onderzoek dan niet serieus nemen? Zeker wel! De punten van aandacht en zorg zijn herkenbaar. Maar het gemak waarop dat alles verklaard wordt door de overgang van verantwoordelijkheden gaat mij te ver. 'Het is niet mijn schuld, het is het systeem', is mij te gemakkelijk. Mij komt dit kritiek te veel over als een handige schaamlap voor de onmacht of –  in het slechtste geval – de gemakzucht van professionals zelf.

    Volgens het hiervoor bedoelde  onderzoek vindt een meerderheid van de jeugdzorgmedewerkers dat kinderen die acuut hulp nodig hebben niet tijdig in beeld zijn, waardoor zij in de knel raken. En ja, de praktijk van alledag bevestigt dat beeld vaker dan gewenst. Maar dat dit komt door het ‘systeem’ of ‘de gemeenten’ – de nieuwe regievoerders – alleen? Dat waag ik te betwijfelen. Een systeem helpt niet. Alleen mensen kunnen dat. En dan draait het om de échte professional.

    De doelgroep binnen het sociaal domein bestaat uit kwetsbare burgers, zoals gezinnen met huiselijk geweld, verslaafden, dak- en thuislozen, tienermoeders, mensen met een psychiatrische achtergrond, zwerfjongeren, geïsoleerd levende ouderen en ongedocumenteerden. Hun omstandigheden kunnen tijdelijk of permanent zijn, leiden tot enkelvoudige of meervoudige problemen. De oorzaak daarvan kan binnen of buiten het gedrag van deze burgers liggen en de gevolgen kunnen zichtbaar (bij voorbeeld bij overlast) of juist verborgen zijn (eenzaamheid) voor de samenleving. Dat het mensen zijn die vaak moeilijk te bereiken zijn, komt omdat deze zelf vinden dat ze geen hulp nodig hebben (hoewel hun buren of familie daar anders over denken). Of omdat ze de weg niet weten in de systeemwereld van sociaal werk met zijn regelingen, loketten en spreekuren. Of omdat ze daar geen vertrouwen meer in de hebben.  Te gemakkelijk worden hier de zwaarwegende eigen verantwoordelijkheden van de persoonlijke en professionele of morele sfeer verschoven naar de al dan niet perverse prikkels van ‘het systeem’. Op deze manier geven de ‘change agents’ juist dat stukje autonomie, overtuiging en waardigheid weg dat ze als professional juist moeten opeisen.

    Bij een ‘principles-based’ werkwijze horen begrippen als eigenaarschap, verantwoordelijkheid en professionele ruimte. Zij staan bij de omvorming van onze stelsel dan ook volop in de belangstelling. Maar hoe geef je hier nu concreet vorm aan? In ieder geval niet door jezelf te beschouwen als machteloze slachtoffers van ‘het systeem’? En dat is – jammer genoeg – nog wel te vaak de praktijk. Naarmate de situatie van mensen aangrijpender, ernstiger en complexer is, maakt de bereidheid (het eigenaarschap) om zich ‘menselijk’ te gedragen (grenzen stellen, ingrijpen en aandacht geven) niet zelden plaats voor de schuilplaats van regels en verwijzingsprocedures of – erger nog – het masker van professionele privacy!

    Als het gaat om jeugdigen (en dat geldt ook voor ouderen) met forse problemen die vaak moeilijk zijn te motiveren en die zorgmijdend zijn, vraagt dit van de professionals een outreachende (er op uitgaan) werkwijze. In laats van te roeptoeteren dat ‘het systeem’ niet deugt, zouden juist zij zich meer moeten bewegen tussen de systeemwereld van instanties en bureaus en de leefwereld van kwetsbare burgers. Komen op de plaatsen waar deze mensen zijn, bijvoorbeeld thuis, (soms) op school of op straat. Zo een werkwijze draagt dragen aan een completer beeld van de doelgroep en daardoor betere zorg. Zo’n werkwijze vormt ook een betere voorpost voor ‘de Toegang’ die veel mensen inderdaad niet op tijd weten te of willen vinden. Het geeft – zo blijkt ook uit het aangehaalde onderzoek – ook meer voldoening. Jeugdzorgmedewerkers die in zulke wijkteams werken, beoordelen de samenwerking, samenstelling en de kennis binnen het team veel positiever dan anderen.

    Professionals klagen over meer administratie en bureaucratie en geven aan dat zij minder kwaliteit van zorg kunnen bieden. Jeugdzorgmedewerkers hebben daarnaast veel kritiek op de manier waarop gemeenten de jeugdzorg organiseren. Het is veelal onduidelijk hoe gemeenten toezicht houden op de kwaliteit van de zorg en ook weten gemeenten volgens een meerderheid niet welke zorg nodig is. Het moet volgens hen weer gaan om goede zorg in plaats van geld.

    Waar mijn zorg en irritatie op dit punt ligt? Op de weinig kritische houding onderling van de professionals. Bij de – te vaak voorkomende – houding van aanbieders die zeggen: “geef ons gewoon de macht (en het geld) en we regelen het goed voor de cliënt”. De blanco cheque die en het blinde vertrouwen dat (sommige) professionals zo vragen is mij toch echt teveel van het goede. Natuurlijk – en gelukkig – zijn er ook witte raven, maar die zijn – helaas – eerder de spreekwoordelijke uitzondering.

    (zie ook:  https://peterpauldoodkorte.wordpress.com/2015/05/23/voor-een-gek-is-een-wijze-gekker-dan-een-gek-voor-een-wijze/).

    En de werkdruk dan, die volgens het onderzoek ook een groot probleem is? Ook hier vind ik dat de criticasters verzuimen de hand (ook) in eigen boezem te steken. Als je een professionele professional bent, dan laat je je toch niet koeioneren door systemen? Dan maak je toch geen ‘onverantwoorde keuzes’? En dan geef je toch zaken steeds de ‘aandacht die ze verdienen’, in plaats van te jammeren over het tegenovergestelde? Wie klaagt als productiemedewerker te worden bejegend, die is het ook. En als die onverantwoorde keuzes dan kennelijk gemaakt worden, trek dan eens aan de bel. Met namen en rugnummers graag!

    Samenvattend

    Nederland is meer dan ooit in de ban van de transitie (overdracht) en transformatie (omvorming) van ons zorgstelsel en het sociaal domein. Dat de doeltreffendheid daarvan een punt van nationale discussie is, verdient ook alle lof. Maar de krampachtigheid waarop dit gebeurt roept echter net zoveel vraagtekens en discussies op als de overdracht en omvorming zelf. De berichtgeving daarover vraagt om enige reflectie; bij alle betrokkenen.

    Om te kunnen voldoen aan de opdracht waar wij samen voor staan is het van belang om te kiezen voor een fundamenteel andere aanpak: een geïntegreerde kijk op mensen om eerder, beter en sneller hulp en ondersteuning te geven. Die verandering vormt ook een mooi moment om de werkwijze en de resultaten van ons eigen doen en laten eens goed tegen het licht te houden. Wordt er voldoende efficiënt en effectief gewerkt, maar vooral ook samengewerkt? Werken wij inderdaad toe naar een ‘op de maat van mensen’ gemaakte toekomst, of blijkt dit na verloop van tijd gereduceerd tot een talentenjacht voor ‘de beste schaamlap voor het eigen disfunctioneren’, waarin iedereen de ander mag overtuigen van het eigen gelijk?

    Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers