Pleio

Engels | Nederlands
Van buiten naar binnen in het ministerie van V&J

Van buiten naar binnen in het ministerie van V&J


 0/5 Sterren (0)

Gerelateerde blogs

Ontwikkelingen in het strafrecht

Ontwikkelingen in het strafrecht

Twintig jaar na het verschijnen van de Integrale...
The preventive gaze

The preventive gaze

Rik Peeters, The preventive gaze; How prevention...
Criminaliteitspreventie via big data

Criminaliteitspreventie via big data

De politie van Chicago gebruikt big data als...
Fraude bestrijden met gedragsinzichten

Fraude bestrijden met gedragsinzichten

Door slim gedragsinzichten toe te passen kunnen...

Kanttekeningen bij forensische psychologie, neurobiologie en preventie

    Hadewych
    • iedereen (publiek zichtbaar)
    • 52
    Door Hadewych in de groep Van buiten naar binnen in het ministerie van V&J 493 dagen geleden

     0/5 Sterren (0)

    Inzichten uit de neurofysiologie, neurobiologie en genetica zouden mogelijk detectie-, interventie- en beoordelingspraktijken beter en effectiever maken. (Zie ook de lezing van Vaske die door het WODC werd georganiseerd.) Er zijn echter ook beperkingen en ethische en maatschappelijke implicaties.

    Er is meestal sprake van een complex samenspel van omgevings- en genetische factoren bij onaangepast of crimineel gedrag. Genetische testen hebben beperkte voorspellende waarde. Het ‘agressie-gen’ bestaat niet. Omgevingsfactoren, zoals voedselgebrek en verwaarlozing, ook bij vorige generaties, kunnen zogenoemde epigenetische veranderingen teweegbrengen, waarbij veranderingen in de expressie van genen worden vastgelegd.

    Genetische of (neuro)fysiologische screening  met het oog op risico’s van gedragsstoornissen is op dit moment niet goed mogelijk. Bovendien zou het screening van alle kinderen vergen als het de bedoeling is antisociaal gedrag te voorkómen.

    Bezwaren tegen screening en vroegpreventie:

    • Jonge kinderen dragen wel de lasten van screening (o.m. stigmatisering) terwijl het hen niks oplevert
    • Beslisbevoegdheid van ouders over hun kinderen kan worden ondergraven door druk om te screenen in het belang van ‘veiligheid’
    • Kinderen bij wie een verhoogd risico wordt geconstateerd kunnen worden gestigmatiseerd en gediscrimineerd
    • Processen van labeling en stigmatisatie kunnen een negatief effect hebben op de zelfperceptie en identiteitsontwikkeling van betrokken kinderen
    • Biomedische benaderingen kunnen leiden tot een explosieve toename van het gebruik van psychofarmaca, met alle mogelijke negatieve neveneffecten
    • De ‘wat werkt’ benadering kan aanleiding geven tot het snel opgeven van moeilijk behandelbare (callous-unemotional) kinderen
    • Als kinderen die genetisch kwetsbaar zijn voorrang krijgen bij hulpverlening (bij mishandeling bijvoorbeeld), gaat dat mogelijk ten koste van kinderen die hulp behoeven maar geen risicofactoren voor antisociaal gedrag hebben.

    Belangen van kinderen en van de maatschappij vallen niet altijd samen. Daarom is het onvoldoende om zich uitsluitend te richten op de vraag welke factoren een rol spelen en hoe deze te beïnvloeden zijn. Een primaire vraag is om te bepalen wat in dit verband de belangrijkste doelen zijn (individueel welzijn en autonomie of sociale veiligheid), en wiens belang, dat van het kind of de maatschappij, wanneer en waarom prioriteit heeft.

    Behalve voor preventieve screening van kinderen, kunnen neurobiologische of genetische testen worden gebruikt bij verdachten van ernstige vergrijpen. Wanneer er een ernstig feit is gepleegd lijkt het aangewezen om te streven naar een neurobiologisch gefundeerde aanvulling en verbetering van methoden voor forensische beoordeling, vaststelling van toerekenbaarheid, inschatting van de kans op recidive en maatregeladvies voor behandeling. Ook hiermee zijn echter problemen:

    • Generaliseerbaarheid en betrouwbaarheid van testen zijn twijfelachtig, doordat biocriminologisch onderzoek nog in de kinderschoenen staat en op kleine aantallen proefpersonen is uitgevoerd
    • Er is nog te weinig valideringsonderzoek gedaan om kansen op groepsniveau te vertalen naar beoordelingen op individueel niveau
    • Voor duiding van biologische kenmerken naar oordelen over toerekenbaarheid en recidiverisico is wetenschappelijke evidentie niet toereikend
    • Verwachtingen kunnen fout-positieve conclusies in de hand werken
    • De strafmaat kan beïnvloed worden doordat rechters de mogelijkheden van (neuro)biocrimonologie overschatten
    • De psychologische impact (motivering of fatalisme) van testen die alleen een genetische kwetsbaarheid aangeven is onbekend

     

    Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers