Pleio

Engels | Nederlands

Met de koevoet van rekenmeester voor (on-)rust zorgen

    Peter Paul J. Doodkorte
    • iedereen (publiek zichtbaar)
    • 14
    Door Peter Paul J. Doodkorte 805 dagen geleden

     0/5 Sterren (0)

    Met de koevoet van rekenmeester voor (on-)rust zorgen
    • Een hand op de knip is goedkoper - een hand op het hart duurzamer

    Ons huidige zorgsysteem is onbetaalbaar. Het moet anders. Grote delen van de zorg worden daarom gedecentraliseerd naar de gemeenten. Zij moeten hun nieuwe taken met minder geld gaan uitvoeren dan waar het nu voor gebeurt. De oplossingen daartoe die het meest gehoord worden, zijn eigen kracht, meer preventie, ambulantisering, innovatie van producten en synergie tussen de verschillende decentralisaties. Toch is dat niet genoeg.

    De zorg die over is gekomen naar de gemeenten blijkt moeilijk beheersbaar qua uitgaven. Zij is georganiseerd vanuit verschillende systemen met verschillende bekostigingsvormen en – niet zelden – verkeerde prikkels. De afgelopen jaren is er dan ook bij voortduring sprake van groeiende zorgkosten. Kabinet en gemeenten hebben in dat verband grote verwachtingen van de decentralisaties. Gemeenten staan – veel meer dan het Rijk – dicht bij de mensen en hebben daardoor beter zicht heeft op wat zij nodig hebben. Inwoners moet je – zo is het uitgangspunt – alleen en daar waar dat nodig is ondersteunen. Daardoor – zo is de daaraan verbonden aanname – zijn gemeenten beter in staat om zorg en ondersteuning efficiënter te organiseren en effectiever te regelen. Daarom ook geldt dat de nieuwe zorgtaken met afnemende middelen moeten worden uitgevoerd. De verantwoordelijkheid voor het budget en de verantwoordelijkheid voor de inzet van de zorg moeten daartoe zo dicht mogelijk bij elkaar worden gelegd. Wat houdt dat in en wat zijn de gevolgen ervan?

    Zorg- en welzijnsinstellingen bestaan bij de gratie van standaarden. Standaarden zijn te calculeren en te organiseren. Zij zorgen ook voor beschikbaarheid, continuïteit en kwaliteit. Daaruit rolt een prijs, waarin dit alles meegenomen. Wie buiten deze standaarden geïmproviseerde arrangementen mogelijk maakt, ondermijnt het economische bestaan van de aanbieders.  En daarmee, zo willen zij ons doen geloven, ook de beschikbaarheid, continuïteit en kwaliteit van zorg. De met de overdracht van zorgtaken aan gemeenten beoogde transformatie (omvorming) echter gedijt het beste bij gezond krappe middelen. Dat brengt spanningen met zich. Tussen standaarden, routine, regelvastheid aan de ene kant en improvisatie, creativiteit en onorthodoxie aan de andere kant. 

    De kunst is om daarin een nieuw en duurzaam evenwicht te vinden. Zover zijn wij echter nog lang niet. Want terwijl de vele ontwikkelingen in de zorg vragen om een meer bedrijfsmatigere aanpak, ontbeert menig hulpverlener de daarvoor benodigde vaardigheden. De belangrijkste taak en plicht van hulpverleners is immers – en uiteraard – de plicht tot adequate hulpverlening. 

    De (verdere) verschuiving van hun rol en taak naar vraaggericht werken binnen het sociaal domein stelt echter ook aanvullende eisen aan hun financiële kennis en kunde. Anders gezegd: wie van de decentralisaties serieus werk wil maken – echt wil transformeren en meer maatwerk mogelijk wil maken – moet ook met de rekenmachine overweg kunnen. Kortom, professionele hulpverleners moeten zich ontwikkelen tot integraal zaakgelastigden. Dat wil zeggen: ook sparringpartner zijn voor en bij de kosten en de bekostiging van noodzakelijke ondersteuning en zorg van en voor mensen.

    Slimmer, beter, en voordeliger. Inwoners moeten eigen regie kunnen voeren en eigen kracht gebruiken. Maar het betekent ook dat er aan het systeem iets moet veranderen. De belangrijkste verandering? De (natuurlijke) reflex van hulpverleners om zorg te verlenen als er een vraag komt. Dat moet anders! En ja, het zijn niet de inwoners, maar de hulpverleners die daarbij extra prikkels nodig hebben. Zij moeten zowel getraind worden om naar inwoners resp. cliënten  te luisteren en tegelijkertijd de ruimte weten en zoeken om ‘andere’ oplossingen te bedenken en te faciliteren. Oplossingen die als dat nodig is – vaker dan gedacht – buiten de gebaande paden kunnen gaan. De resultaten van zo een aanpak? Opzienbarend! Zowel in de beleving en ontwikkeling van de hulpvragers zelf als van hulpverlenenden en financiers van de zorg. 

    De sleutel tot de echte transformatie ligt dus (ook) in de handen en de portemonnee van de hulpverleners. Andere denkwijzen, ruimte voor reflectie en creatieve oplossingen zorgen er voor dat mensen het zelf kunnen oplossen. Het versterken van het kostenbewustzijn van inwoners en hulpverleners stimuleert – zo leert de praktijk – niet alleen het anders denken en doen. Het leidt tot andere – niet zelden kwalitatief betere – oplossingen en andere keuzes dan voorheen.

    Maar hulpverleners die praten over geld? Zij moeten bij hun werk toch niet gehinderd worden door kostenoverwegingen? Bij ondersteuning van en zorg voor mensen gaat het toch (vooral) over deskundigheid en medemenselijkheid? Dat is mensenwerk. Geen rekenwerk… Dat er stevig onderhandeld wordt over tarieven, producten, inkoopprijzen, afrekenrelaties enzovoort, is iets wat buiten het blikveld van professionals plaatsvindt. En inwoners/burgers of cliënten belast je er al helemaal niet mee; toch?

    Ik ben een andere mening toegedaan. Kansen op betere kostenbeheersing, en kansen op betere zorg bijten elkaar niet. Sterker: zij gaan hand in hand. Het verleggen van de budgetverantwoordelijkheid naar de persoon die de ondersteuning of zorg behoeft en/of de hulpverlener zal veel ten goede veranderen. Voor de zorgfinancier, de zorgaanbieder, de professional die het uitvoert, maar vooral ook voor de cliënt. Die extra vaardigheid van professionals levert hen en de mensen voor en met wie zij werken veel vrijheid van handelen op. 

    Daarom is de tijd rijp om professionals van een rekenmachine te voorzien. Zeker bij ingewikkelde (en dat zijn altijd dure) kwesties.  Elke oplossing gaat immers om een som geld, waarvan je steeds kunt afvragen of die niet ook op een andere manier besteed kan worden. Je kunt je bijvoorbeeld bij een dreigende woninguitzetting van een gezin afvragen of de omvang van de huurschuld wel opweegt tegen de vervolgkosten: herhuisvesting, jeugdzorg voor betrokken kinderen, etc. Als je de huurschuld nu eens voorschiet en het – door het vermijden van vervolgkosten – uitgespaarde geld gebruikt als hefboom voor een duurzame oplossing? De standaard kosten van maatschappelijke opvang (ca. 25.000 euro) bieden interessante vensters voor het bedenken van goedkopere oplossingen. Verzin ze maar en ontdek dat het vergaren en verspreiden van kennis rond de kosten van en voor de zorg via de meest efficiënte weg de kwaliteit van het antwoord kan verbeteren. Tegen (fors) mindere kosten. 

    Kortom: wie van de decentralisaties serieus werk wil maken, wie echt wil transformeren en meer maatwerk mogelijk wil maken, moet met de koevoet van de rekenmeester voor stevige onrust zorgen.

    Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers