Pleio

Engels | Nederlands
Van buiten naar binnen in het ministerie van V&J

Van buiten naar binnen in het ministerie van V&J


 0/5 Sterren (0)

Gerelateerde blogs

Bijzondere opsporingsbevoegdheden

Bijzondere opsporingsbevoegdheden

Om terrorisme te bestrijden zijn er de afgelopen...
Bekennen tijdens verhoor als er een advocaat bij is

Bekennen tijdens verhoor als er een advocaat bij is

Het WODC heeft een ex ante effectevaluatie laten...
Het meten van de productiviteit van de politie

Het meten van de productiviteit van de politie

Internationaal vergelijkend onderzoek naar...

Kwaliteit van de opsporing

    Hadewych
    • iedereen (publiek zichtbaar)
    • 235
    Door Hadewych in de groep Van buiten naar binnen in het ministerie van V&J 438 dagen geleden

     0/5 Sterren (0)

    Naar aanleiding van verschillende gerechtelijke dwalingen zijn in 2005 het Programma Versterking Opsporing en Vervolging (PVOV) en in 2010 van het Programma Permanent Professioneel (PP) gestart. De programma’s bestaan uit een aantal maatregelen die moeten bijdragen aan het vergroten van de kwaliteit en professionaliteit binnen de opsporing en vervolging. Deels richten de maatregelen zich op het bestrijden van tunnelvisie, een mogelijk gevolg van denkfouten en groepsdenken.

    Tunnelvisie kan ontstaan als gevolg van denkfouten of groepsdenken. Denkfouten ontstaan als het onderzoek in een bepaalde richting wordt geduwd door bij de start van een opsporingsonderzoek ongefundeerde ijkpunten te gebruiken. Ook kan het zoekgedrag van rechercheurs een éénzijdige invulling krijgen doordat informatie binnen één bepaalde context wordt geplaatst. Er kan een neiging zijn om te zoeken naar bewijs dat bestaande overtuigingen bevestigt. Mensen houden soms vast aan eerder gevormde overtuigingen ondanks tegenbewijs. Op grond van bepaalde overtuigingen kan een beeld van de gewenste uitkomst worden gevormd, waarmee het gevaar bestaat dat het eindverhaal in het onderzoeksdossier bijgesteld wordt om het in overeenstemming te brengen met de gewenste uitkomst.

    Groepsdenken kan ontstaan als het belang van de eenheid in het team voorop staat, waardoor leden hun mening aan de groep aanpassen. Groepsdenken kan leiden tot zelfoverschatting, collectieve blikvernauwing en conformeringsdruk. Teamleden krijgen dan de neiging om tegenstrijdigheden in een rechercheonderzoek uit de weg te gaan, bijvoorbeeld door na te laten om alternatieven te verkennen, of door terughoudend te worden bij het verzamelen van aanvullende informatie. Ook kan het voorkomen dat mensen informatie vertekend weergeven om tegenstrijdigheden ten aanzien van het eigen voorkeursalternatief uit de weg te gaan.

    De programma’s PVOV en PP bevatten verschillende maatregelen die barrières tegen denkfouten en groepsdenken moeten opwerpen.

    Tegen denkfouten:

    1. Beslissingen en gedachtevorming in een onderzoek dienen te worden vastgelegd in een afsprakenjournaal en een OM-journaal.
    2. De consistentie van de gemaakte afspraken en beslissingen in een rechercheonderzoek dient door de ambtelijk secretaris te worden getoetst.
    3. Tijdens een onderzoek van een ‘team grootschalig optreden’ (TGO) moet met hypothesen en scenario’s worden gewerkt. Deze hypothesen en scenario’s worden door de tactisch analist opgesteld.
    4. De kern van de rol van de tactisch analist bestaat uit het toetsen van de gekozen onderzoeksrichtingen en het weerleggen van bewijs ten aanzien van scenario’s.
    5. Bij een opsporingsonderzoek dient op en tussen elk niveau (strategisch, tactisch en operationeel) binnen de recherche reflectie plaats te vinden. De officier van justitie kan bepaalde dilemma’s en problemen in een opsporingsonderzoek voorleggen aan de reflectiekamer.
    6. Bij de dossiervorming dient naast belastend bewijs ook aandacht te zijn voor ontlastend bewijs. Bovendien moet bij de dossiervorming worden teruggegrepen op de oorspronkelijke informatiebron.

     Barrières tegen groepsdenken:

    1. De teamleider van een TGO dient een continue vorm van reflectie te bevorderen door middel van werkoverleggen, briefings, brainstormsessies en evaluaties.
    2. De teamleider richt zich tevens vanuit een kritische en objectieve positie op de strategie en tactiek van een rechercheonderzoek. De officier van justitie richt zich vanuit ‘betrokken distantie’ op het rechercheonderzoek.
    3. Officieren van justitie kunnen de eigen bevindingen uit het opsporingsonderzoek terugkoppelen en bespreekbaar maken bij het Bureau Recherche. Onderdeel van het Bureau Recherche zijn de rechercheofficier, CIE-officier, informatieofficier, forensisch officier en de kwaliteitsofficier. Zij houden zicht op de lopende zaken en op de officieren die de zaken doen.
    4. Officieren van justitie hebben de mogelijkheid om dilemma’s voor te leggen aan de reflectiekamer. Mensen die niet rechtstreeks betrokken zijn bij de zaak worden uitgenodigd om in de reflectiekamer te reflecteren op belangrijke beslispunten in de zaak.
    5. Op basis van bepaalde criteria dient tegenspraak te worden georganiseerd, waarbij de teamleider en de officier van justitie door tegensprekers van tegenspraak worden voorzien.
    6. Bij het OM wordt gewerkt met een zicht-op-zakensysteem. Gevoelige zaken met een afbreukrisico dienen door de officier van justitie in dit systeem te worden gemeld. In het regionale zaaksoverleg kunnen vervolgens de gevoeligheden worden besproken.

     

    Een adequate implementatie van deze maatregelen hangt voor een belangrijk deel af van de manier waarop een teamleider de verschillende rollen (van ambtelijk secretaris, tactisch analist, dossiermaker enz.) invult. Daar bestaat nog (te) veel variatie in. Verder is er ruimte voor verbetering van de informatieverwerking. Ook is de politiecultuur onvoldoende gericht op het waarderen en stimuleren van tegenspraak. Bij het OM is dat meer het geval, en daar is ook de Reflectiekamer geïnstitutionaliseerd. Het zou goed zijn als ook de rol van de kwaliteitsofficier steviger verankerd werd.

    Conclusie: de professionaliseringsprogramma’s hebben geleid tot kwaliteitsverbetering en toegenomen bewustzijn van het risico van tunnelvisie. Een ongewenst neveneffect is wel geweest dat de besluitvorming in ‘teams grootschalig optreden’ stroperiger is geworden.

    Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers