Pleio

Engels | Nederlands

Wat niet lukt, is meestal iets wat losgelaten moet worden

    Peter Paul J. Doodkorte
    • iedereen (publiek zichtbaar)
    • 201
    Door Peter Paul J. Doodkorte 279 dagen geleden

     0/5 Sterren (0)

    Wat niet lukt, is meestal iets wat losgelaten moet worden
    • Loslaten is geen schutting waar je iets overheen gooit

    De overheid spreekt van ‘vermaatschappelijking’. Alsof het een beleidskeuze van de overheid zelf is. In de praktijk echter zijn het de inwoners en bedrijven of instellingen zelf die – steeds vaker - de ruimte claimen in het publieke domein. Die zelf publieke taken ter hand willen nemen en publieke verantwoordelijkheden naar zich toe trekken. Vermaatschappelijking is geen beleidsoptie of overheidskeuze, maar iets wat mensen en maatschappij vanzelf doen. Misschien deels daartoe uitgelokt door politici, bestuurders en beleidsmakers, maar vooral ook ongestuurd en ongevraagd; op eigen initiatief en ingegeven door eigen ambities.

    In ‘In het oog van de orkaan’ verhaalt Jan Rotmans over deze en andere veranderingen die zich in Nederland afspelen. Het boek laat zien hoe de veranderingen tot stand komen en hoe deze kunnen worden ‘gestuurd’ naar een duurzamere samenleving. Voor de samenleving en de mensen die er deel van uitmaken.

    Rotmans schetst een maatschappij waarin gemeenschappen, coöperaties en sociale en fysieke netwerken centraal staan. Sommigen noemen het de bottom-up samenleving, of de participatiesamenleving. De overheid noemt het ‘vermaatschappelijking’.

    Dat stelt de overheid voor stevige uitdagingen. Het zet de alles beheersende overheid op zijn retour. Passend bij de metafoor van de terreinknecht: De mensen niet langer dwingen om over een aangegeven lijn te lopen, maar het hele speelveld gunnen. Binnen de lijnen van het speelveld mag iedereen zijn eigen richting zoeken.

    Om dat alles mogelijk te maken moet de overheid ruimte en richting geven. Faciliteren heet dat. Bij faciliteren gaat het erom mensen te helpen hun doel of resultaat te bereiken. Dat vraagt een overheid die ziet en hoort waar mensen behoefte aan hebben. Die belemmeringen wegneemt. Een overheid ook, die het mogelijk maakt dat mensen ook echt zelf die initiatieven kunnen ontplooien.

    Het betekent ook dat de overheid zich minder met de uitvoering moet bemoeien en meer de rol van terreinknecht moet willen aannemen: zorgen dat het speelveld op orde is. Als partner in een netwerk. Dat is de bedoeling. Maar overheden – van gemeenten tot Rijk – moeten daar nog aan wennen.

    Het vraagt om een omslag van wantrouwen naar vertrouwen, van doelmatigheid naar aandacht en tijd, van regelzucht naar keuzevrijheid.

    Een bovengeschikte rol voor overheden past daarbij niet. In de ‘netwerksamenleving’  bepalen de partners (inwoners, bedrijf, instelling, collectief, overheid) gezamenlijk en in telkens wisselende samenstelling, welke rol de overheid vervult. Of, zoals ik eerder al eens schreef: burgerparticipatie wordt overheidsparticipatie.

    De overheid heeft daarbij niet één ideale of beste rol. Per situatie en per onderwerp zullen politiek en bestuur moeten bepalen én duidelijk maken welke rol zij voor zichzelf ziet weggelegd. Dat vraagt ook meer bescheiden profilering en geldingsdrang van politici en bestuurders.

    De vitaliteit van de samenleving krijgt meer ruimte als de overheid de overheidsparticipatietrap zo min mogelijk beklimt. Die trap kent verschillende treden: Van loslaten (geen bemoeienis) via faciliteren (mogelijk maken) en stimuleren (aanmoedigen) tot regisseren (bepalen) en reguleren (regelen in wet- en regelgeving). Kortom: een overheid doet alleen wat echt nodig is. Als er wetten of regels in de weg staan, probeert zij die aan te pakken.

    Dat klinkt heel logisch. Maar de geesten zijn daarvoor nog niet volrijpt. Oftewel: de overheid handelt nog niet als terreinknecht, twijfelt om als terreinknecht te handelen of weet niet hoe als terreinknecht te handelen. Ondanks dat de situatie wel om een terreinknecht vraagt. Kortom, de overheid is nog ernstig handelingsverlegen en daarmee institutioneel traag. Zij is gewend te denken en te doen vóór mensen.

    Die (pijnlijke) spagaat zien wij ook terug bij de wisseling van zienswijze binnen de samenleving. De mantra van 'eigen regie' of ‘eigen kracht’ wordt tenietgedaan door de strakke (organisatorische en financiële) regelgeving. Eigen kracht verwordt tot papieren tijger, wanneer je niet eigen baas kunt zijn. Oftewel: zonder macht en middelen is het een bevoogdende vorm van ‘verantwoordelijkheid voor jezelf’.

    Veranderen is lastig. Net als ‘vermaatschappelijken’. Maar ook leuk en uitdagend. De sleutel daarvoor ligt bij de publieke professionals. Politici, bestuurders en ambtenaren. Politici en bestuurders moeten hun ambtenaren – de ogen, oren en handen van de overheid – het vertrouwen en de ruimte geven de brug te slaan naar organisaties en samenleving. Ambtenaren op hun beurt moeten sturen op verbinding. Samenwerken met inwoners en maatschappelijke organisaties door veel in gesprek te zijn, te overleggen over datgene waar men tegenaan loopt, samen naar oplossingen voor problemen te zoeken. Kortom, sámen op zoek gaan naar de beste antwoorden. Want  'loslaten' is geen schutting om iets over heen te gooien. Het is  meebewegen met de kracht van de samenleving en juist daardoor hele mooie dingen kunnen doen.

    Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers