Pleio

Engels | Nederlands

Gemengde gevoelens

    Peter Paul J. Doodkorte
    • iedereen (publiek zichtbaar)
    • 165
    Door Peter Paul J. Doodkorte 219 dagen geleden

     0/5 Sterren (0)

    Gemengde gevoelens
    • Doe beter een kleinigheid goed dan veel beneden de maat

    Afgelopen week was ik (opnieuw) het doelwit én slachtoffer van een  propjesschieter. Met een korte crash van mijn ‘harde schijf’ – ook wel ‘grijze cellen’ genoemd – als gevolg. De veroorzaker hiervan is nog voorvluchtig resp. nog niet geïdentificeerd. Het lopende onderzoek leverde mij – als cliënt nu – al diverse inkijkjes in ons zorgstelsel op. Daar doorheen bladderend heb ik gemengde gevoelens.  Van trots, verbazing, ongeloof en kippenvel. 

    Trots over en op de passie waarmee ik professionals hun werk zie doen. Mijn huisarts, die mij serieuzer nam dan ikzelf. De verpleegsters op de Spoedeisende Hulp (SEH), die mij snel en vakkundig doorheen verschillende onderzoeken leidden. Het geduld ook van de verpleegkundigen op de verpleegafdelingen. Ook ten opzichte van patiënten die daarop – wat mij betreft – geen recht hadden. Ware ik niet aan bed en monitor gekluisterd geweest! Dan had ik een enkele patiënt graag geconfronteerd. Het onhebbelijk onredelijke en soms ronduit beledigende gedrag van medepatiënten heeft mij meerdere malen vervuld met ongeloof en verbazing.

    Kippenvel kreeg ik van mijn laatste kamergenoot. Een heer op leeftijd. Rond 23.00uur (wisseling van de wacht) vertelt hij de avondzuster het koud te hebben. Zij schudt het bed een beetje op en laat de man weten dat hij – als hij dat wil – de nachtdienst om een extra deken kan vragen. De goede man, oud, maar niet gek, reageert ad rem: ik kan dat dus ook aan u vragen. Wat hij doet. Om 00.15 uur hoor ik mijn buurman aan de nachtzuster opnieuw om diezelfde deken moeten vragen…..

    Kippenvel kreeg ik ook van de vasthoudendheid waarmee verpleegkundigen zich vastbeten in een noodzakelijk gevonden oplossing. Een oudere man op de afdeling Neurologie was na een omzwerming via meerdere ziekenhuizen en ambulances hier beland. Hij is van buitenlandse komaf, spreekt gebrekkig Nederlands en is tijdens zijn omzwervingen al zijn persoonlijke bezittingen (geld, sleutels woning, ID-kaart, etc.) kwijtgeraakt. Volgens de een verloren, volgens de ander gestolen. Aangifte van verlies of diefstal is mogelijk, maar bij het politiebureau in zijn woonplaats (Den Haag). Best lastig als je vanuit de regio Rijnmond  zonder geld of identiteit moet reizen. De verpleegkundigen brachten uiteindelijk de eigendommen van de man weer boven tafel. Dat kostte heel wat telefoontjes, frustraties en overredingskracht. Hoe ik dat weet? Mijn kamer lag tegenover de balie van de afdeling. Ik had daar het eerste bed bij de deur en kon dus de vele gesprekken die gevoerd werden bijna woordelijk volgen. Zoals ik heel veel – te veel – tijdens mijn verblijf kon volgen.

    Privacy was en is ver te zoeken. Dat was ook na meerdere eerdere opname in dit ziekenhuis al mijn conclusie. Die bevindingen heb ik vaker en op verschillende wijze met hen gedeeld. Zonder merkbaar resultaat. Tot nu toe.

    Op de SEH was ook deze keer nog sprake van een zekere privacy. Eenmaal ‘op zaal’ was daarvan geen sprake meer. Letterlijk werd mij – en de patiënten die na mij werden opgenomen – het hemd van het lijf gevraagd. Zelf als je niet wilt horen moet je als kamergenoot wel meeluisteren. Wat voelde ik mij ‘naakt’ en – later, jegens mijn medepatiënten – beschaamd.  Ik hoef niet te horen dat het broekje van mevrouw aan de overkant verschoond moet worden omdat er kennelijk iets mis gegaan is bij het ontlasten.

    Veel van dat wat mij gevraagd werd, staat in mijn medisch dossier. Ik heb toestemming gegeven, dat deze informatie door mijn artsen gedeeld mag worden. Het LSP (Landelijk Schakelpunt) zorgt daarvoor. Dat mag alleen als het nodig is voor mijn behandeling. Andere zorgverleners kunnen dan mijn actuele medische gegevens opvragen. Zo beschikken zij snel over de juiste informatie en kunnen ze mij de juiste zorg geven. Van die toestemming bleek geen gebruik te worden gemaakt. Waardoor informatie over mij – uit recent en relevant onderzoek in een ander ziekenhuis – niet gebruikt werd. Mijn afdronk van dit alles? Wat niet gedeeld hoort te worden, wordt overmatig gedeeld. Wat gedeeld mag worden, wordt dood gezwegen. Of alle onderzoek dat ik dezer dagen heb ondergaan daarmee ook overbodig was? Ik weet het niet, maar ik heb wel mijn twijfels. De getekende ontslagbrief – inclusief nieuwe medicatie – zag ik, wachtend op mijn MRI-scan – zat al in mijn dossier….

    De twijfel over doelmatigheid wordt verder versterkt door de gang van zaken rond mijn medicatie. Die krijg ik steeds voor drie maanden voorgeschreven. Via het eerdere genoemde LSP kan direct worden vastgesteld wat ik nog in huis kan hebben. Of wat moet worden aangevuld. In mijn geval – zo blijkt bij mijn ontslag uit het ziekenhuis – moet een van mijn huidige medicijnen vervangen worden door een ander. En dus volgt een recept. Alleen voor het nieuwe medicijn? Zou je denken. Ik krijg voor alle medicijnen een recept mee; voor een maand. Terwijl ik – zo blijkt later bij mijn apotheker, die wel het LSP raadpleegt – van alle medicijnen nog voor ruim twee maanden in huis heb!

    Ik ben inmiddels ruim 40 jaar, vanuit vier verschillende functies, nauw betrokken geweest bij de ontwikkelingen binnen ons zorgstelsel. Zo’n ziekenhuisopname is een mooi moment van reflectie. Die reflectie leidt tot verwondering zowel als bewondering. Ik heb geen medische achtergrond, en daarom des te meer respect voor het werk dat artsen, verpleegkundigen en alle andere beroepsbeoefenaren dagelijks verrichten. Maar er is ook reden tot verwondering. Voor een relatieve buitenstaander blijft de zorg een gesloten bastion, met eigen regels en een eigen logica. Dat zich weinig gelegen laat liggen aan de rest van de samenleving. Bezoekuren die worden ingekort ten faveure van de rust voor de patiënten. Het klinkt mooi en plausibel. Maar als ik – in mijn ziekenhuisbed gelegen – bijna doorlopend de slaap niet kan vatten vanwege luidruchtige verpleegsters, wordt dat al gauw kwestieus.

    Voor de mensen die mij dreigen mis te verstaan: Met alles wat nog beter kan – en dus moet – ben ik trots op de werking van en de professionals binnen dit stelsel. Heb ik grote bewondering voor de medici, verpleegsters en aanverwante ondersteuning die in de hectiek van alledag  hun werk (moeten) doen. Juist daarom irriteert het mij dat de kwaden het werk van de goeden te grabbel gooien. Ik zal dat, ook vanuit mijn functie als patiënt, kritisch blijven volgen. Om de successen gevierd te krijgen. En de fouten, net als mijn propjesschieter, opgespoord en geëlimineerd te krijgen.

    Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers