Pleio

Engels | Nederlands

De kunst van het loslaten

    Peter Paul J. Doodkorte
    • iedereen (publiek zichtbaar)
    • 128
    Door Peter Paul J. Doodkorte 1702 dagen geleden Reacties (2)

     0/5 Sterren (0)

    De Jeugdzorg staat nog niet bij de Nederlandse gemeenten op de stoep, maar is wel onderweg (en krijgt per 2015 zijn beslag). Veel gemeenten zitten in de verkenning van deze nieuwe taak. Kunnen gemeenten het verschil maken? Nog niet iedereen is overtuigd.

    In de verschillende gesprekken rond de transformatie van de zorg voor jeugd deze week viel het op. Diverse gesprekspartners spraken hun zorg uit over het antwoord op de vraag of gemeenten de nieuwe taak op het terrein van de zorg voor jeugd wel aankunnen. “De meeste gemeenten hebben nog weinig zicht op wat ze te wachten staat.” Zo stelden ook de auteurs van het rapport  Jeugdzorg in groeifase. Ontwikkelingen in gebruik en kosten van de jeugdzorg’ dat onlangs bij het SCP verscheen.

    Wat ik bij die constatering nog zorgelijker vond, is dat er vooral gezocht wordt naar bewijzen daarvoor. Een houding die verdacht veel lijkt op de houding die veel uitvoerende hulpverleners en/of hun organisaties nog wel eens te horen krijgen: ze kunnen niet loslaten! Een houding die overigens meerdere oorzaken kent.

    Zeker is waar dat hulpverleners graag hulp willen verlenen, oplossingen bieden, adviezen geven, zeggen hoe het moet. Maar evenzeer is waar, dat hulpverleners door de huidige governance-, risk- en compliancecultuur sterk zijn gericht op regels en protocollen om risico’s in te perken. Dat wordt onder andere veroorzaakt door niet echt de verantwoordelijkheid te kunnen, te mogen of te willen nemen voor het eigen handelen.

    Of het nu de rijksoverheid, de Inspecties of de provincies betreft: zij zullen hun zorg zelf bewaarheden als zij blijven hangen in het autoriteitsparadigma: Wie mag het zeggen? Wie bepaald uiteindelijk de richting? En ook het paradigma, gericht op beheersing controle en handhaving zullen zij moeten loslaten.

    Het beheersingsparadigma omvat autoriteit: macht wordt ingezet om de beheersing te perfectioneren. In de top worden de doelstellingen, het beleid en de richtlijnen bepaald. Van daaruit worden de taken, budgetten en verantwoordelijkheden gecascadeerd naar lagere niveaus. Vanuit de beheers- en controlestructuren ontstaat een informatiestroom van operationele en financiële gegevens terug naar de top. We herkennen hierin de bureaucratische organisatie. Het beheersingsparadigma heeft het moeilijk met de complexiteit van de 21ste eeuw: haar methoden werken steeds vaker averechts. Ook de Raad voor de Maatschappelijk Ontwikkeling legde dit recentelijk bloot in het op 24 januari 2012 gepresenteerde advies “Tegenkracht organiseren - Lessen uit de kredietcrisis.”

    Al vaker signaleerde ik het risico dat organisaties en hun medewerkers zich achter regels en protocollen gaan verschuilen. Hierdoor wordt de essentie van het eigen kracht denken naar de achtergrond gedrongen.

    De professional zelf is weliswaar op uitvoerend niveau bezig is, maar deze maakt onontkoombaar deel uit van een keten die voortdurend van invloed is op de werkpraktijk. Die keten bestaat naast het eigen werk als professional met ouders en kinderen en/of burgers ook uit de organisatie waarbinnen deze werkt en de gemeente of andere overheden en financiers die meer voorwaarden stellen dan ruimte creëren.

    Het in het Bestuursakkoord 2011 – 2015 tussen Rijk, het IPO, de VNG en de UvW (Unie van Waterschappen) gezochte nieuwe inhoudelijk fundament voor de ondersteuning en zorg voor jeugdigen en/of hun opvoeders vraagt op alle niveaus de bereidheid om deze negatieve patronen te herkennen en los te laten. Deze kunst van het loslaten vraagt om “doen door niet te doen” en om een andere houding en aanpak van zowel professionals als overheid en het bestuur.

    De toegevoegde waarde van de partijen die zich nu kritisch betonen richting de gemeenten ligt niet in het identificeren van de bewijzen voor hun gelijk.  Dit zal slechts leiden tot self fulfilling prophecy, omdat zij gedaan is of wordt door partijen die door hun doen en (niet) laten zelf meewerken aan  de vervulling ervan. De toegevoegde waarde van die partijen ligt, net als die van de professionele dienstverlener, in het organiseren van activiteiten die toevoegende waarde hebben.

    Een ‘plicht tot adequaat opvoeden’ in plaats van een ‘recht op jeugdzorg’ is een wezenlijk andere benadering. Bij problemen gaat het er dan niet meer om welk etiket ‘op het kind wordt geplakt, om vervolgens via een bepaald loket bij een specifiek zorgaanbod uit komen. Maar het gaat er om welke ondersteuning het kind nodig heeft om in zijn eigen sociale context op te groeien. Deze verandering in denken wordt wel de “paradigmashift” genoemd. Zo bezien geldt het voorop stellen van de zorgplicht voor schoolbesturen (in het kader van Passend Onderwijs) of voor gemeenten (in het kader van de nieuwe wet zorg voor jeugd) als een perverse prikkel.

    Het paradigma van het eigen kracht denken vraagt om een shift van hulpverlening naar dienstverlening. De kern en denkwijze hiervan vraagt van ons dat wij niet meer spreken hier over cliënten die worden gezien als mensen die hulp nodig hebben, maar over burgers die mogelijk diensten nodig hebben. Dit vraagt een omslag in denken en doen: van ‘zorgen voor’  naar ‘zorgen dat’. De bereidheid tot een houding van toerusting is daarbij – op alle niveaus – van groot belang.

    Mensen, organisaties, institutie en overheden die denken en handelen vanuit het waardesysteem van de eigen kracht streven naar inzicht, begrip en synergie en voorkomen dat hun acties en gedrag een negatieve invloed hebben op anderen. Zij herkennen dat verandering en ontwikkeling draait om mensen met sterke intrinsieke motivaties, met een krachtige interne kompas, mensen die hun authenticiteit en zingeving als belangrijke ankerpunten hanteren bij het inrichten van hun eigen leven en van de mensen daaromheen. Dit vraagt om een open, transparante en flexibele cultuur en structuur.

    De professionele overheidsorganisatie en toezichthouder streeft naar het faciliteren van de behoeften en belangen van alle relevante stakeholders door het proces van organiseren. Door afstemming, dialoog en draagvlakvorming met alle belanghebbenden creëert zij toegevoegde waarde voor de stakeholders. Bevrijd van het dogma van het 'in control zijn' door beheersing middels regels en protocollen bindt en boeit zij zo de professionals en gemeenten en dient zij de individuele en professionele ontwikkeling van burgers en de mensen die hen in die zoektocht ondersteunen.

    Ik ben ervan overtuigd dat, als gemeenten oog hebben voor het doorvoeren van deze paradigmashift, zij in staat zullen zijn om de transformatie van de zorg voor jeugd adequaat uit te voeren. En in de slipstream daarvan ook de beoogde bezuiniging kunnen en zullen realiseren. Maar dat kan alleen als de wetgever en toezichthoudende organen ook zelf de daarbij horende houding praktiseren en de daarbij behorende voorwaarden creëren. De belangrijkste daarvan is – naast een integrale overgang van alle jeugdzorgtaken naar gemeenten én het vervangen van het wettelijk recht op jeugdzorg door een plicht tot opvoeden – de kunst van het loslaten. Kortom: geef gemeenten het vertrouwen, de vrijheid en de middelen om de zorg voor jeugd integraal uit te voeren. Gemeenten hebben bij eerdere decentralisaties, zoals die van de Wet Werk en Bijstand, ook laten zien daar uitstekend toe in staat te zijn.

    Reacties

    Volgorde van reacties: Aantal: Automatisch laden:
      • avontuur
        avontuur 1698 dagen geleden

        Beste Peter Paul, in deze publicatie http://ambtenaar20.ning.com/profiles/blogs/loslaten-vertrouwen-verbinden-door-jos-van-der-lans vind je interessante ideeën over jeugdzorg en loslaten.

        • Jose Rijnen
          Jose Rijnen 1700 dagen geleden

          Beste Peter Paul, 

          Over een aantal zaken is vrijwel iedereen het eens. Ik ook. Verandering is broodnodig. Jeugdzorg dichtbij de mensen om wie het gaat betekent per definitie een grote(re) rol van gemeenten. Gemeenten kunnen dat, zeker weten. Maar het gaat niet vanzelf. Gemeenten moeten er de tijd voor krijgen en nemen, een lange adem hebben en ruimte bieden aan meer visies en inbreng dan alleen: 'de eigen kracht' en 'de pedagogische civil society'. Gelukkig begint dat te komen en krijgen gemeenten ook oog voor de wijze waarop de 'ingewikkelde zorg' georganiseerd moet gaan worden.

          Het is te begrijpen dat er eerst enthousiast over thema's gepraat wordt die bij uitstek passen in de inrichting van het lokale preventieve domein. Jeugdzorg wordt inderdaad vaak te snel ingezet, lichte problematiek kan ook in het lokale domein opgelost worden. Er is één maar: dat domein hebben gemeenten al een hele lange tijd onder hun hoede. Dat was nooit de eerste verantwoordelijkheid van de jeugdzorg. Gemeenten hadden al lang op preventie, eigen kracht van jeugdigen en gezinnen en de civil society kunnen inzetten, de boel in eigen huis op orde kunnen hebben...zo simpel is dat dus niet.

          Het gaat ook - of juist - over jeugdzorg. Over de grote groep die het niet redt op eigen kracht, nu niet en straks niet, en waaromheen de civil society ver te zoeken is. Er is meer nodig dan preventie en eigen kracht, er is ook, ik noem het maar even een recht op zorg nodig. Want laten we elkaar niet voor de gek houden: er gaat fors bezuinigd worden. En er kan ook fors bezuinigd worden, ook daar ben ik het helemaal mee eens. Maar ik hou mijn hart vast hoe en waarop bezuinigd gaat worden. Als dat niet goed wordt voorbereid lopen de kwetsbare jeugdigen en gezinnen als eerste het grootste risico.

          Denken dat we er zijn met het stimuleren van de eigen kracht is gevaarlijk. Wie ooit echt kennis gemaakt heeft met jeugdigen en gezinnen die wel degelijk ingewikkelde problemen hebben in plaats van vragen weet dat het helaas niet zo simpel is als 'even kantelen'. En dat de maatschappij minder maakbaar is dan we zouden willen. Uitspraken zoals: 'we moeten op onze handen gaan zitten' of 'we moeten loslaten' zijn niet echt passend voor een nog steeds grote groep zwakke gezinnen. Er zijn daar nog zoveel handen nodig die niet loslaten!

          Loslaten is een belangrijk pedagogisch principe, maar vraagt een goede timing. Loslaten doe je pas als het een beetje loopt. Je kinderen laat je  los, beetje bij beetje. Bij elke stap naar zelfstandigheid, naar het op eigen benen staan een beetje meer. Eigen kracht en civil society betekenen in mijn ogen ook die zorgzame 'ouderrol' bij het loslaten (tijdelijk) over nemen en juist de handen uit de mouwen steken met elkaar, doen wat gedaan moet worden, naast degenen gaan staan die het nodig hebben. Loslaten betekent paradoxaal genoeg ook soms vasthouden, voor een langere tijd. Tot ze het zelf kunnen. En accepteren dat somigen het nooit helemaal op eigen kracht kunnen bolwerken.

          Hoe kunnen we ervoor zorgen dat er echt verbetering komt? Hoe voorkomen we dat we dezelfde fouten maken als onze voorgangers?Of die we zelf eerder gemaakt hebben? Hoe gaan we minder betuttelen en bureacratiseren? Wat moeten we gaan organiseren? Wat wil de doelgroep van de jeugdzorg zelf? Want die horen we nog veel te weinig.

          De jeugdzorg naar gemeenten is letterlijk een belangrijke stap vooruit, en biedt kansen. We gaan het gewoon doen met elkaar en met degenen om wie het gaat!

        Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers