Pleio

Engels | Nederlands

Veel gespin, maar weinig wol

    Peter Paul J. Doodkorte
    • iedereen (publiek zichtbaar)
    • 29
    Door Peter Paul J. Doodkorte 140 dagen geleden

     0/5 Sterren (0)

    Veel gespin, maar weinig wol
    • Beep, beep - bla bla

    Vanaf vandaag, 1 juli 2017 – gaan ze definitief met pensioen, na 57 jaar trouwe dienst. De  ANWB-praatpalen. De 3300 palen -  model 'konijn' - worden nauwelijks nog gebruikt; iedereen heeft tegenwoordig een mobieltje. De gele konijnen krijgen, voordat ze worden verwijderd, een zak over hun kop. Ooit waren deze praatpalen ons geluk bij pech en ongeval onderweg. Vormden zij de verbinding met redders in penibele tijden. Inmiddels staan zij veelal veelzeggend nietszeggend in het vaderlandse wegenlandschap.

    Van de 3.300 gele praatpalen die vanaf zaterdag buiten werking worden gesteld, zijn er 500 beschikbaar voor verkoop aan geïnteresseerden. De palen zijn vanaf dat moment te bestellen via koopeenpraatpaal.nl voor 299 euro.

    Ik vroeg mij af, waarom ik zo’n praatpaal zou willen kopen. Want bijna dagelijks wordt mijn huiskamer vanuit de radio en via de televisie overspoeld door praatpalen!

    Voor haast alle onderwerpen zijn specialisten te vinden. Maar die formuleren vaak niet lekker. Of zijn geneigd tot nuancering. Dat is niet sexy. Daarvoor zijn onverveerde generalisten meer geschikt. Zij kunnen als  praatpaal over een breed scala van onderwerpen meepraten en schrikken niet terug voor een krachtige opinie over allerlei kwesties. Politieke en maatschappelijke gebeurtenissen worden zo in de nieuws- en talkshows steeds vaker besproken door een panel van duiders. Dat kunnen (ex-)politici zijn, maar ook journalisten, columnisten, cabaretiers en acteurs. Eigenlijk kan iedereen een praatpaal worden. De lat ligt niet zo heel hoog.

    Er zijn altijd wel mensen te vinden die in steeds spreektijd heel veel praten, maar weinig tot niks zeggen. En tegelijkertijd zijn zij moeilijk te beteugelen. Deze veelpraters, ook wel babbelaars, kletsers of zwetsers genoemd, gedragen zich over het algemeen als de bekende stuurlui op de wal. Dit soort van showfiguren heeft de mond vol over wat anderen allemaal wel of niet goed of beter kunnen doen. Zij weten precies te duiden waarom iets niet werkt, maar komen ook (vooral) niet met eigen oplossingen.

    Dit type praatpalen zie ik ook veel rond het speelveld van zorg en welzijn. Zij misvormen de beeldvorming over de zorg en ons welzijn. Blatend over incidenten menen zij dat je verbetering per decreet kunt bevorderen. Met zevenmijlslaarzen gaan zij – in het gunstigste geval – voorbij aan het vele dat dagelijks door duizenden vrijwilligers, mantelzorgers en professionals voor en door mensen wordt gedaan. Niet zelden echter ook vertrappen zij – in hun spindrift – die inzet. Zo verworden al die praatpalen stiekempjes tot een soort van gijzelsoftware voor zorg en welzijn.

    Als de hele Tweede Kamer zich druk maakt over een overleden baby bij een gezin in de jeugdzorg of over een agressie-incident in de gehandicaptenzorg dan denk ik: schei toch uit, hebben jullie niets belangrijkers te doen? Natuurlijk is het afschuwelijk, maar werken met en voor mensen is ook een vak met risico’s. Dat er dingen fout gaan, kan te maken hebben met gebrek aan professionaliteit, maar dat is heus niet altijd het geval. Hoe goed ze ook zijn, de professionals hebben iedere dag met moeilijke beslissingen te maken en ze zijn niet helderziend.

    Juist de overkill aan aandacht voor het incident heeft tot gevolg dat het systeem ‘op slot’ gaat. Al dat “het is onbestaanbaar dat… en ongelooflijk dat…” leidt tot onrust en onzekerheid bij de mensen die dagelijks – met hart en ziel – hun beste beentje voorzetten. Geen wonder dat zij op tilt slaan.

    Je hebt altijd rotte appels, maar ik denk dat 98 procent van al die mensen die in de zorg werken, ontzettend bevlogen te werk gaat. En wat die professionals, samen met de mensen voor wie zij werken, niet allemaal bedenken om hun werk naar een hoger plan te tillen. Het zou terecht zijn als we veel meer vertrouwen zouden hebben in de zorg.

    Natuurlijk moeten wij, samen met inspecties, bestuurders en politici de vinger aan de pols houden en oog hebben voor wat er wel of niet goed gaat. Moeten wij reageren op signalen die duiden op zaken die niet goed lopen. Maar laten wij dat doen met de juiste focus en met verstand van zaken ons richten op de patronen achter incidenten.

    Solide pechhulp, zo leerde ook de ANWB, gaat met haar tijd mee. Daarom ruimt zij haar praatpalen op. Solide berichtgeving over zorg en welzijn vraagt om critici die zich in het openbaar kritisch, informerend, opiniërend en waarschuwend kunnen uitlaten over misstanden die de samenleving raken. Maar wel met een open oog voor het belang van de professionals en de mensen voor en met wie zij werken. Dat belang is erin gelegen dat zij niet lichtvaardig worden blootgesteld aan suggestieve, ongenuanceerde en onjuiste uitlatingen. Welk van deze belangen, die in beginsel gelijkwaardig zijn, de doorslag behoort te geven, hangt af van de omstandigheden van het geval. Een open oog daarvoor vraagt eerder om een solide beschouwing, dan om praatpalen of roekeloze generalisten die overal een krachtige opinie over hebben.

    • De auteur, Peter Paul J. Doodkorte, is als senior adviseur verbonden aan Vondel & Nassau, een landelijk werkend adviesbureau voor sociaal domein en overheden.

     

     

     

    Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers