Pleio

Engels | Nederlands

Wijkzuster Duraceel

    Peter Paul J. Doodkorte
    Door Peter Paul J. Doodkorte 177 dagen geleden

     0/5 Sterren (0)

    Wijkzuster Duraceel
    • Twijfel is de waakhond van het inzicht

    Doortje heet ze. Ze wordt binnenkort 75 en is alleen. Sporadisch zie ik haar op straat. En af en toe zie ik dat zij bezoek heeft. Ik ken haar oppervlakkig. Gewoon, een ‘hallo’ of ‘dag’ in het voorbijgaan. Deze week echter kwam het – even maar – tot een gesprek. Ze vertelde mij dat ze binnenkort jarig was. Ze vroeg ook of ik dan niet een kopje koffie wilde komen drinken. “Anders komt er niemand”,  voegde ze er nog aan toe. Ik heb het beloofd en worstel nu met de vraag wat ik voor haar jaardag meenemen zal.

    Zoekend naar een passend presentje stuitte ik op de robotpoes. Deze robotpoes snort, miauwt en gaat af en toe met haar pootje omhoog.  Zijn functie? Eenzaamheid bestrijden. De robotpoes 2.0 kan niet alleen gezelschap houden, zo werd mij duidelijk, maar kan ouderen ook herinneren aan afspraken of helpen bij het terugvinden van verloren spullen. Ik vond het wel wat en bestelde er een. Sedertdien knaagt het in mijn hoofd.

    Robots in de ouderenzorg worden steeds normaler. Ze worden niet alleen ingezet als praktische hulp. Naast hulprobots – van de hairwashrobot tot My spoon (eethulp) – zijn er ook de zogeheten knuffelrobots. Zij kunnen helpen bij kinderen met aandoening, demente bejaarden of als gezelschapsrobot. Het summum is misschien wel Zora; een mannetje van kunststof dat kan communiceren, dansen, spelletjes spelen, voorlezen en bewegingsoefeningen voordoen.

    Sociale robots zijn sterk in opkomst. Zeker ook omdat er te weinig handjes voor sociale interactie zijn. Ze kunnen zorgen voor voorspelbare reacties en aanwezigheid zonder onderhoud, zoals bij een huisdier. En juist daarom kwelt mij de gedachte.

    Ik vind die robothulpjes en robotspeeltjes enerzijds handig en aandoenlijk. Ik zie ook dat zij toegevoegde waarde kunnen hebben. Zo vertelde mij ook de verzorgster van een dame met dementie. Voor deze dame is de robotpoes een uitkomst: ze praat de hele dag door met de poes en krijgt gemiauw terug. Volgens de verzorgster was ze voorheen vaak onrustig en wilde ze hele dag naar de wc. Sinds de komst van de witte kat is ze rustiger geworden. Ze neemt de kat inmiddels overal mee naar toe, zoals naar de eetzaal, waar ze ook leuke reacties ontvangt van haar medebewoners.

    Toch ervaar ik een toenemende aarzeling. Want hoe lang zal het duren voor dit soort hulpjes voor ons niet een, maar hét antwoord zijn op – in dit geval – eenzaamheid. Wanneer zullen de rekenmeesters in onze zorgzame samenleving vaststellen dat het doneren van een robotpoes vele malen goedkoper en efficiënter is dan het voorzien in menselijk contact?

    Als er naast de robotpoes ook een robothond is, zullen gemeenten dan hun hondenbelasting fors gaan verhogen? Opdat mensen in plaats van een echte hond ook een robothond kunnen kopen? Die niet hun/onze straten vervuilt en dus een finaal einde kan maken aan die vermaledijde poep op de stoep? Nu nog staat ons land op zijn kop als er (gelukkig?) weer een wolf in onze bossen gesignaleerd wordt. Maar hoe lang nog zal het duren, voor datzelfde land in rep en roer is omdat er altijd nog levende katten en honden zijn?

    Technologische ontwikkelingen gaan het dagelijks leven en daarmee ook de (onze) zorg volledig transformeren. Daarbij zullen robots niet meer weg te denken zijn. De vraag is hoe ver wij dat willen en kunnen laten komen. Tot waar wij de regie behouden of verliezen.

    De technologische ontwikkelingen gaan razendsnel. Maar wat betekenen ze voor ons zorgstelsel en hoe beïnvloeden ze ons denken over en doen aan gezondheid?  Waar ligt de grens tussen mens en machine? Hebben wij straks het script in handen of komt dat in handen van de robots? Wie stuurt wie? Een robot is meer en meer een machine die kan waarnemen, denken en handelen.

    Zie daar ook het en mijn dilemma. Want naast alle gemak en plezier die deze robotisering in ons leven met zich kan brengen, brengt zij ook het gevaar van ontmenselijking met zich mee. Nog kunnen wij genieten van het beeld van de wijkzuster die – op de fiets, met de scooter of in de auto – haar ronde door de wijk doet. Maar hoe lang nog zal het duren voordat zij vervangen wordt door een mannetje van Duracell. Een mannetje dat die niet de mensen, maar de robots verzorgt, opdat zij blijven werken?

    En wat betreft die robotpoes voor Doortje? Ik heb de bestelling geannuleerd. Ik heb besloten voor haar verjaardag niks meer of minder mee te nemen dan mijzelf. In de hoop op een betekenisvol contact. Over en weer. Met de nadrukkelijke bedoeling ook, om het niet bij deze ene keer te laten. En dat besluit, dat voelt heerlijk!

     

    • De auteur, Peter Paul J. Doodkorte, is als senior-adviseur verbonden aan Vondel & Nassau, een landelijk werkend adviesbureau voor sociaal domein en overheden.

     

     

    Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers