Pleio

Engels | Nederlands

Gerelateerde blogs

Krijgt informatie-uitwisseling in het sociaal domein een risico-status?

Krijgt informatie-uitwisseling in het sociaal domein een risico-status?

Ik zal in deze blog een aantal ontwikkelingen...
De beste regisseur is (niet) gezien

De beste regisseur is (niet) gezien

Jammer genoeg klopt de regie niet altijd Op...
1. Samenwerken aan verandering

1. Samenwerken aan verandering

Programmadirecteur Linda Brasz deelt voortaan in...
Het lijkt wel oorlog

Het lijkt wel oorlog

Je kunt niet alleen maar onkruid wieden. Je moet...

Kruistocht in de jungle

    Peter Paul J. Doodkorte
    • iedereen (publiek zichtbaar)
    • 39
    Door Peter Paul J. Doodkorte 9 dagen geleden

     0/5 Sterren (0)

    Kruistocht in de jungle
    • Stop het moddervechten

    “De jeugd is nog altijd de dupe van de strijd tussen psychiaters, wethouders en wijkteams,” schreef Max van Weezel op 18 november 2016 in Vrij Nederland. “Ze beweren allemaal te handelen vanuit ‘passie voor het kwetsbare kind’ maar vertrouwden elkaar voor geen cent.” De situatie is nu, ruim anderhalf jaar later nog nauwelijks anders, zo moet ik vaststellen.

    In steden, dorpen en wijken moeten multidisciplinair samengestelde wijkteams de problemen zelf aanpakken. Voor de zwaardere gevallen samen met een specialist. Het blijkt de ideale brandstof voor schermutselingen, want de samenwerking komt nog steeds niet echt van de grond. Integendeel, er is sprake van een groeiend chagrijn tussen professionals. Waarbij nog steeds de institutionele belangen domineren, niet de zorg om het kwetsbare inwoner.

    Het zijn voor adviseurs zoals ik verboden gevoelens. Het gevoel van teleurstelling in de voortgang van de beoogde beweging in het sociaal domein. Het wantrouwen in de motieven van de professionals, hun bazen en de bestuurders. Toch voel ik met enige regelmaat opborrelende boosheid over hun gedrag en behoudzucht. Waarmee zij op vakkundige wijze de kansen verprutsen die voor het grijpen hangen.

    Ik bespeur een verzuurde relatie tussen de verschillende ‘lagen’ binnen het sociaal domein. Professionals die met een zeker dedain neerkijken op vrijwilligers, mantelzorgers en ervaringsdeskundigen. Zorgprofessionals die met eenzelfde meewarigheid kijken naar de goedbedoelende welzijnswerkers. Medisch professionals op hun beurt die de professionals in de jeugdzorg veelal zien als goedwillende amateurs. En de buurt- en jongerenwerkers die psychiaters verwijten alle problemen te ‘medicaliseren’. De vindtocht van de eigen kracht van inwoners is verworden tot een kruistocht in een jungle vol belangen. Niet zelden resulterend in een moddergevecht tussen professionals, met de mensen om wie het zou moeten gaan als toeschouwers.

    Ik zie te vaak dat invloed, het eigen instituutsbelang of het versterken van de eigen positie voorop staat. De gesprekken over hoe het zou kunnen of moeten zijn duren vaak lang en brengen weinig nieuws. “We moeten het integraal aanpakken” is de grootste dooddoener in het gesprek daarover. Wees daar maar eens tegen, denk je, verstandige teksten! Totdat je doorkrijgt dat het vooral een alibi is om niets te doen, of leidt tot een enorme complexiteit en vertraging omdat iedereen moet worden betrokken.

    In 2009 verscheen in Eindhoven een rapport van de lokale rekenkamer: “Twee werelden”, over de effectiviteit en doelmatigheid van het sociale domein. De conclusie was kort samengevat dat ondanks de extra miljoenen die de voorafgaande jaren waren toegevoegd aan het sociale domein, de problemen niet minder waren geworden. In de daaropvolgende analyse in 2011 kwamen vier kernproblemen naar voren. Allereerst de doorgeschoten problematisering: te snel worden mensen in hokjes geduwd wanneer zij hulpvragen hebben of afwijkend gedrag vertonen. Daarbovenop de doorgeschoten professionalisering: te snel wordt een hulpverlener ingeschakeld die de hulpvraag oplost, waarbij te weinig gekeken wordt naar wat mensen nodig hebben om het zelf te kunnen oplossen. Ten derde de ingewikkelde samenleving: te veel loketten en regels waardoor mensen de weg kwijtraken in welzijn en zorg. Ten slotte de perverse financiële prikkels waarbij we niet afrekenen op positief behaalde resultaten of het voorkomen van problemen, maar meer geld geven aan instellingen als er meer problemen zijn of meer hulp gegeven moet worden.

    De kern van het werk van de wijkteams is herstel van het gewone leven. Als het gewone leven niet op orde is, escaleren problemen en raken mensen de regie kwijt en komen zij in onnodig zware en dure zorg terecht. Dat klinkt heel eenvoudig, herstel van het gewone leven, en dat is het soms ook, maar de wijkteams komen ook veel complexe situaties tegen, zult u zeggen. Hoever kun je gaan met mensen aanspreken op hun zelfwerkzaamheid? Soms moet de situatie escaleren voordat mensen in beweging komen. Hoelang kan de generalist op zijn handen blijven zitten en kostbare uren verlummelen, om het mensen stapje voor stapje zelf te laten en leren doen?

    Bundeling van krachten, samenwerking en het realiseren van slimme verbanden is hard nodig om resultaten te boeken. Ik denk dat de meeste oplossingen voor sociale problemen te vinden zijn in de bundeling van krachten tussen organisaties, professionals, ervaringsdeskundigen, vrijwilligers, mantelzorgers en inwoners. Dat vraagt om slimme en pragmatische samenwerkingsverbanden en flexibele netwerken waarin organisaties en mensen hun krachten bundelen. Dat vraagt om netwerkvaardigheden; om overtuigen en enthousiasmeren.
    Die samenwerking loopt nogal eens vast omdat ze te groot wordt ingezet, met het risico dat er allerlei partijen mee gaan doen om de boot niet te missen (defensieve strategie) of omdat het afgedwongen word (‘motje’).

    Begin met de mensen die echt willen, bouw aan eerste successen en stel je open over nieuwe verbindingen. Dat creëert een zwaan-kleef-aaneffect: partijen gaan zich vanzelf aansluiten in plaats van dat je ze er met de haren moet bijslepen. De voorbeelden zijn er genoeg. Of het nu gaat om effectieve aanpakken in de jeugdzorg, de leefbaarheid van wijken of het inrichten van zorgpaden. Effectieve organisaties werken als onderdeel van een keten.

    Wie er dan nodig zijn? Om dat te begrijpen en te zien moet je op de werkvloer zijn: in de leefomgeving van de mensen. Thuis, op school, in de spreekkamer van de huisarts, voor de klas, in de wijk, in de koffiehoek van de Appie of aan het loket waar de klanten komen. Om te zien waar problemen ontstaan en hoe mensen en medewerkers die problemen oplossen. Dat is inspirerend. Doe het eens, en kijk hoe dingen werken. Experimenteer, richt proeftuinen in, maak regelvrije zones. Probeer nieuwe ideeën en zoek de variëteit op. Dat is de enige manier om erachter te komen wat wel en niet werkt. Maar stop de onderlinge competentiestrijd.

    • De auteur, Peter Paul J. Doodkorte, is als senior-adviseur verbonden aan Vondel & Nassau, een landelijk werkend adviesbureau voor sociaal domein en overheden.

     

    Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers