Pleio

Engels | Nederlands

Grutsk

    Peter Paul J. Doodkorte
    • iedereen (publiek zichtbaar)
    • 70
    Door Peter Paul J. Doodkorte 1657 dagen geleden

     0/5 Sterren (0)

    Uit onderzoek blijkt dat we ons het gelukkigst voelen als we mooie dingen creëren, terwijl we in verbinding staan met anderen. Sterker nog. We vinden het helemaal mooi als we anderen kunnen laten groeien. Dat geeft ons het gevoel 'er toe te doen’. 

    In mijn loopbaan heb ik al veel leuke en mooie dingen mogen doen. Door het vele werk heb ik vooral geleerd dat niet belangrijk is wat je doet, maar met welke houding. Het gaat erom: doe ik het met mijn hart? Een simpel gebaar kan zoveel betekenen. Voor de buren, je vrienden, in het gezin, op school, in de supermarkt, op het schoolplein. De waardering die daaruit voortvloeit geeft mij het gevoel van trots. Een gevoel van eigen waarde, fierheid.

    Dikwijls wordt trots gebruikt voor een gevoel van eigenwaarde dat ongegrond is. We worden een beetje bang gemaakt. De economie is slecht, buitenlanders zijn slecht, de jeugd(zorg) is slecht, de mastodonten zijn slecht enz. Dit leidt er (te) vaak toe dat wij niet trots genoeg zijn op wie wij (proberen te) zijn. Helaas leidt dit weer tot frustratie, boosheid, generaliserend intolerant gereutel of erger. ‘Doe maar gewoon, dan doe je gek genoeg’. Niet te uitzinnig worden, niet teveel gevaar lopen. Maak je maar kleiner, dan doe je normaal genoeg. Niet trots zijn, niet je hoofd boven het maaiveld steken, lekker op tijd bukken, niet laten zien wat je allemaal in huis hebt, want dan word je door anderen afgekeurd.

    Dat kan anders. Gewoon toegeven dat je ok bent. Daarbij hoeven we ons niet groter te maken dan we zijn, alleen maar stoppen ons kleiner te maken.

    Bovenstaande overwegingen spookten afgelopen donderdagavond door mijn hoofd toen ik vanuit Leeuwarden (Friesland) terug naar huis reed.  Ik mocht die middag aanwezig zijn bij de feestelijke opening van 'De Veilige Veste'. Dit is een opvang voor  meiden die op de vlucht zijn voor huiselijk geweld, loverboys en gedwongen prostitutie. Ik trof daar louter fiere Friezen.

    Fier staat voor hoogmoedig, hovaardig, trots; arrogant, hooghartig, provocerend, superbe, uitdagend, verwaand, zelfbewust en zelfverzekerd. Typeringen die – in de goede zin van het woord – allemaal van toepassing lijken op de fiere directie van Fier Friesland: Linda Terpstra en Anke van Dyke. Het zijn bewuste vrouwen met  een enorme passie in wat ze doen en waar ze voor staan. Prachtig om te zien wat dat allemaal voor moois oplevert. Niet in de laatste plaats ook, omdat ze er in slagen hun passie over te dragen aan de mensen en meiden met en voor wie zij werken.

    In de verschillende speeches die bij gelegenheid van deze opening werden gehouden, viel regelmatig het woord ‘grutsk’ . De eigenaardige betekenis van dat woord ervoer ik vervolgens zelf bij de toespraak van Linda Terpstra: ingehouden trots. Ter verklaring: ik ken Linda uit haar studietijd. In de jaren tachtig liep zij in het kader van haar opleiding stage bij mij. Als mentrix in een project voor begeleide kamerbewoning in Rotterdam.  Hoewel Linda en ik elkaar in de jaren daarna lange tijd uit het oog verloren zijn, voelde ik afgelopen week toch een vorm van ingehouden trots. Om misverstanden te voorkomen: Linda heeft  haar verdere carrière en de daarmee bereikte resultaten echt aan het eigen doorzettingsvermogen – en aan die prachtige collega, Anke van Dyke -  te danken. En toch:  ik mocht ooit aan de wieg van die carrière staan en met die vrouw samenwerken.

    Het grutske gevoel werd niet veel later op imponerende wijze versterkt toen een stoet van 200 (!) politiemensen op motoren met fier-meiden achterop de poorten van de Veilige Veste binnenreed. De blijdschap en fiere houding van die meiden bracht een brok in de keel en een traan in de ogen. Wat een ogenschijnlijk simpel gebaar - deze politiemensen hebben twee vrije dagen opgenomen en het zelf betaald – niet kan betekenen.

    Zo mijmerend realiseerde ik mij dat ik in mijn loopbaan heb ik al veel leuke dingen mogen doen. Door het vele werk heb ik vooral geleerd dat niet belangrijk is wat je doet, maar met welke houding. Het gaat erom: doe ik het met mijn hart? Een simpel gebaar kan zoveel betekenen. Voor de buren, je vrienden, in het gezin, op school, in de supermarkt, op het schoolplein. En, dat ‘grutske’ gevoel hebben heel veel werkers in de (jeugd) zorg.

    En tegelijkertijd wordt hun ‘grutsk’ met (te) groot gemak gekleineerd of afgenomen door aanmatigende stuurlui op de wal die uit de doeken doen hoe het eigenlijk zou moeten. Hoewel ook dat vaak blijft steken in het weergeven van dat wat niet moet of kan. Zoals die journaliste die de bedenker van de tocht, Henk Werson, kritisch bevroeg over de politie-inzet. Een beetje betere voorbereiding had deze misplaatste vraag en beeldvervuiling kunnen voorkomen.

    “Grutsk” zijn op je werk is moeilijk als iedere keer de mislukkingen wel en de successen niet over het voetlicht worden gebracht. Ik citeer daarom met graagte Tom van Yperen: “Mislukkingen laten zien hoe het niet moet. Successen inspireren op de weg naar verbetering en geven de ambitie om te vernieuwen handen en voeten. Na elke presentatie van een dramatisch verlopen hulpverlening mag er daarom best een voorbeeld volgen van een fantastisch geslaagde praktijk. Naast een ouder die huilt mag een ouder komen staan die juicht over de ervaring met de jeugdzorg.”

    De meeste (jeugd)zorgwerkers hebben idealen, intenties om goed te handelen. En ja, helaas gaat het soms ook gierend fout. Er zijn veel ouders en jeugdigen die hun hulpverlener een ruime voldoende geven omdat ze zo tevreden zijn. Opvoeden blijkt in veel gevallen, óók voor beroepsmatige opvoeders, een kwestie van intuïtie te zijn. Opvoeden, hoe natuurlijk en spontaan dit proces soms ook lijkt, is een activiteit die iedereen met vallen en opstaan leert. Dat geldt voor elke opvoeder, ook als hij of zij daarvoor professioneel geschoold is. Wat de professional mee heeft, is de beschikbaarheid van een fundament op basis waarvan hij gedegen op opvoeding, opvoedingsstijlen en opvoedingsdoelen kan reflecteren. Ook voor de beroepsopvoeders blijkt het opvoeden een - soms zware maar doorgaans aangename - worsteling te zijn. Dat gegeven maakt het werk zo sympathiek. Daar mogen zij en wij best wat vaker ‘grutsk’ op zijn.


    Tom van Yperen (t.vanyperen@nji.nl) is programmacoördinator Effectieve jeugdzorg bij het Nederlands Jeugdinstituut, bijzonder hoogleraar Monitoring en innovatie zorg voor de jeugd aan de Rijksuniversiteit Groningen en bijzonder hoogleraar Onderzoek en ontwikkeling van effectieve jeugdzorg aan de Universiteit Utrecht.

    Henk Werson is expert mensenhandel bij het Korps Landelijke Politiediensten. Hij was betrokken bij grootschalige onderzoeken naar gedwongen prostitutie in Nederland en daarbuiten. Daarnaast geeft hij publieke voorlichting, begeleidt hij slachtoffers en hulpverleners en ontwikkelde hij cursussen over de aanpak van mensenhandel voor de politie, het Openbaar Ministerie, de advocatuur en de rechterlijke macht.

     

    Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers