Pleio

Engels | Nederlands

De gift van wederkerigheid

    Peter Paul J. Doodkorte
    • iedereen (publiek zichtbaar)
    • 60
    Door Peter Paul J. Doodkorte 1644 dagen geleden

     0/5 Sterren (0)

    Afgelopen week mocht ik samen met Albert Jan Kruiter van het Instituut voor Publieke Waarden een presentatie verzorgen over de mogelijke ontwikkelingsrichting van de zorg voor jeugd in de regio Gooi- en Vecht. Albert Jan  en ik kennen elkaar wel uit eerdere opdrachten, maar hadden vooraf geen contact gezocht ter afstemming van onze beider bijdragen. Albert Jan mocht aftrappen.

    Albert Jan Kruiter, die op de proefschrifteditie van Mild despotisme promoveerde, hield een inspirerend en zeer inzichtgevend betoog waarin hij beschreef en haarscherp duidde  dat onze huidige democratie en verzorgingsstaat in crisis verkeren. Een crisis die als was voorspeld door zijn grote leermeester, de Franse filosoof Alexis de Tocqueville (1805-1859). Hij veronderstelde dat de moderne democratie uiteindelijk zal verzanden in mild despotisme: een onbeheersbare, centrale en bureaucratische overheid die een individualistische samenleving in toom probeert te houden, terwijl een individualistische samenleving bureaucratie en controle over zich afroept. Overheid en samenleving houden elkaar zo gevangen in een noodlottige omhelzing. Ter onderbouwing van de noodlottige omhelzing tussen overheid en samenleving beschreef hij onder meer de gang van zaken rond de Algemene wet bijzonder ziektekosten (Awbz) die in 1968 van kracht werd. Kruiter poneerde de forse stelling dat democratie als staats- en samenlevingsvorm in principe zelfdestructief is. Een democratische samenleving moet steeds meer aan het eigenbelang van de burger appelleren om hem tevreden te houden. En anderzijds moet de overheid steeds verder het privédomein van de burger binnendringen voor toezicht, handhaving en controle. Dat is inderdaad wat we om ons heen zien gebeuren. Maar hoe nu verder?

    Het betoog van Kruiter heeft recentelijk forse ondersteuning gekregen in de publicatie Tegenkracht organiseren: Lessen uit de kredietcrisis” van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO).  Het advies start met werkwijzen in de financiële sector. Aan bod komen de hypotheekverstrekking aan mindervermogenden in de VS, het gebruik van risicoprofielen om klanten te classificeren en het belonen met bonussen. Deze goedbedoelde en productieve werkwijzen resulteerden uiteindelijk in perverse uitkomsten. Oorspronkelijke doelen raakten uit beeld uit, classificaties gingen een eigen leven leiden en financiële prikkels beloonden de verkeerde ‘successen’. Vergelijkbare situaties kunnen zich voordoen in maatschappelijke sectoren. Het advies bekijkt onder meer de Cito-toets in het primair onderwijs, de indicatiestelling in de zorg en de financieringsstromen in het hbo. Het risico bestaat dat productieve werkwijzen ook daar zo dominant worden dat perverse effecten niet uitblijven. Op dat moment overheersen de kortetermijnbelangen de noodzakelijke langetermijnbelangen. Een verklaring hiervoor is gelegen in het streven naar een beheersing van de complexe werkelijkheid. Gaandeweg kan er een situatie ontstaan waarin men aan andere zienswijzen voorbij gaat en organisaties steeds eenvormiger worden. Omdat dit proces zich langzaam en stapsgewijs voltrekt, is het vaak pas zichtbaar als de perverse effecten zich in verregaande vorm aandienen.

    Het betoog van Albert Jan, in combinatie met de door mij herkende bevindingen in de RMO-publicatie, gaf zijn toehoorders niet alleen veel stof tot nadenken, maar sterkte mij in het ‘houvast’ dat ik in de afgelopen periode formuleerde voor de ontwikkelingsrichting van de zorg voor jeugd en gezin.

    Wij zijn toe aan een diepgaande, duurzame verandering. In het bijzonder geldt dit de fundamentele en structurele omzetting van schadelijk denken en contraproductief gedrag van groepen en individuen. Voor het bewerkstelligen hiervan  zijn tal van samenhangende 'systeeminnovaties' nodig: vernieuwingen op het niveau van onder andere technologieën, regels en organisatievormen. Maar ook op betrekkingsniveau. Kijkend door de ogen van de mensen voor wie het is bedoeld, moeten wij werken aan concentratie van menskracht en middelen gericht op het - naar vermogen - meetellen en meedoen van alle mensen. Dit vraagt het aanspreken van de zelfredzaamheid en de eigen kracht van huishoudens. Met als uitgangspunt dat mensen en huishoudens eigenaar van hun eigen probleem én oplossing zijn. Zij hebben daarbij recht op ondersteuning (niet te verwarren met ‘zorgplicht’ vanwege de overheid) op kansen. Waarbij wij een aantal principes moeten durven loslaten:

    • Klantdenken - Bevordert achterover leunen
    • Doelgroepenbenadering - Bevordert door- en afschuiven
    • Lokettenfetisjisme - Bevordert versnippering
    • Doorverwijzen - Bevordert afschuiven
    • Labellen - Bevordert shopgedrag
    • Productieafspraken - Bevordert pervers gedrag

    Dit vergt ‘omdenken’. Van

    • klantdenken naar /partnerdenken
    • gelijke rechten naar ruimte voor verschillen
    • ‘zorgen voor’ naar ‘zorgen dat’
    • domeindenken naar denken in leefroutes
    • beheersdenken  naar ontwikkeldenken
    • protocollen naar vakmanschap

    Niet de caritas, het goed doen, is het belangrijkste maar juist de wederkerigheid, het idee dat men elkaar nodig heeft en dat men elkaar iets te bieden heeft. De wederkerigheid zorgt ervoor dat iedereen gelijkwaardig is aan de ander. Deze 'wederkerige versterking' is de basis van de samenwerking. Burgerkracht in optima forma.

    Steeds meer komt het besef op dat de professional een inspirerende coach dient te zijn die, uitgaande van de motivatie en eigen kracht van mensen ondersteunt in de stappen die hij wil en kan – of moet -  zetten. Daarbij gaat het niet alleen om de eigen kracht maar ook om de kracht van het netwerk. De kunst voor de professional is niet over te nemen en oplossingen aan te dragen, maar te coachen en te faciliteren zodanig dat de eigen kracht en sociale netwerken wordt ingezet om dat te bereiken wat een bewoner of groep bewoners graag wil bereiken.  Het zelfstandig keuzes kunnen blijven maken en wederkerigheid zijn daarbij wat mij betreft de kernbegrippen. Binnen de wederkerigheid verrichten mensen over en weer prestaties in het vertrouwen dat deze vroeg of laat worden beantwoord. Als je iets geeft aan een ander, voelt die ander zich verplicht vroeg of laat iets terug te geven. Als je het niet doet, als je niet helpt wie jou hielp, voel je je beschaamd. Het is heel iets anders dan in het krijt staan bij de bakker omdat je de rekening niet betaalde. De ethiek van de gift is veel verplichtender dan de ethiek van het contract.

    Lees ook:

    Albert Jan Kruiter: Mild despotisme, democratie en verzorgingsstaat door de ogen van Alexis de Tocqueville, Van Gennep, 2010, 416 pagina’s, ISBN 9789055158416, 24,90 euro.

    Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers