Pleio

Engels | Nederlands

De belangrijkste Web2.0 begrippen

Laatst bijgewerkt op 2031 dagen geleden door Edo Plantinga

 0/5 Sterren (0)

Over wat web 2.0 nu precies is, lopen de meningen uiteen. Nuttiger is het om te concentreren op wat de nieuwe begrippen (interactievormen, strategieën, etc.) op het internet zijn en hoe jij of jouw organisatie daarvan kunnen profiteren. In deze wiki vind je een overzicht van de 40 belangrijkste begrippen die kenmerkend zijn voor het internet na het web1.0. Waar mogelijk worden voorbeelden van de (Nederlandse) overheid gegeven.

Wat kun je met deze lijst?

  • Web 2.0 gevorderden kunnen het gebruiken in workshops om tot nieuwe online strategieën te komen of voor het ontwikkelen van een nieuwe website (zo is ook de behoefte aan dit overzicht ontstaan).
  • Voor web 2.0 beginners geeft het een overzicht van interactiemechanismes, strategieën en concepten die essentieel zijn voor het internet van vandaag.
  • Ideeën opdoen. Bij veel concepten wordt verwezen naar websites die goede praktijkvoorbeeld geven. Wellicht kun je een voorbeeld vinden dat je nieuwe inspiratie geeft voor je eigen werk of website.
  • Aanvullen. Op die manier kan deze wiki uitgroeien tot een document met veel voorbeelden van wat de overheid zoal kan doen met web2.0.

In deze wiki wordt de discussie over wat onder web 2.0 valt bewust uit de weg gegaan, omdat de ideeënvorming alleen maar in de weg staat (mocht je toch zoeken naar een definitie, dan biedt O’Reilly een goed startpunt). Om diezelfde reden worden mechanismes, strategieën, kenmerken en open deuren gemengd zonder al te veel zorgen te maken onder welke categorie elk begrip nu precies valt.

Heb je aanvullingen of verbeteringen? Weet je meer aansprekende voorbeelden? Werk dan mee aan het verbeteren van deze wikipagina. Lekker 2.0!

Web2.0 begrip (met wikipedia link waar nuttig)

Toelichting

 

3rd party login

Om de drempel voor het aanmaken van een nieuwe account weg te nemen, is het vaak mogelijk om met een account van een andere partij in te loggen (bijvoorbeeld een Gmail, Hotmail of LinkedIn account). Er zijn partijen die third party login als dienst aanbieden, zoals Janrain.

Adresboek importeren

Om snel nieuwe gebruikers te werven voor een website, kunnen veel sites adresboeken van Gmail, Hotmail, LinkedIn etc. importeren. Zo wordt de drempel laag voor een gebruiker om bekenden uit te nodigen voor de website. Zie ook: invites.

Affiliates

Ofwel samenwerkingsverbanden. Steeds vaker werken bedrijven intensief met elkaar samen. Dit kan een gelijkwaardig samenwerkingsverband zijn, maar steeds vaker biedt het ene bedrijf een platform waaraan andere bedrijven waarde kunnen toevoegen. Een voorbeeld is game ontwikkelaar Zynga, die spelletjes aanbiedt op Facebook. Zie ook: platform.

API's

API's (Application Programming Interfaces) zijn technische koppelingen waarmee data beschikbaar gesteld kan worden aan derden voor hergebruik. Een voorbeeld van dit hergebruik is de website Weetmeer, die data van het CBS, RIVM en het kadaster combineert in diverse visualisaties.

Apps

Software die op een bepaald platform draait (bijvoorbeeld op de iPhone of Facebook). Met apps wordt meestal gedoeld op relatief eenvoudige stukjes software (de kleine broertjes van ‘applicaties’).

Beta

Trend waarbij een dienst relatief snel op de markt gebracht wordt (voordat het helemaal af is), om snel feedback van gebruikers te krijgen.

Blogs

Blogs (kort voor weblogs) zijn websites met online artikelen. De kwaliteit van blogs varieert sterk: sommige blogs zijn persoonlijk en kennen een beperkt publiek, andere blogs zijn qua kwaliteit en autoriteit vergelijkbaar met tijdschriften. Voorbeelden van blog platforms zijn Blogger en WordPress.

Burgerparticipatie

Het begrip burgerparticipatie heeft weer een nieuwe impuls gekregen door de laagdrempeligheid van het internet. Voorbeelden: petities.nl, verbeterdebuurt. Zie ook: participatieportal.

Cloud computing

Cloud computing is een technologie die veel web2.0 toepassingen faciliteert. Deze technologie maakt het mogelijk rekenkracht op afroep beschikbaar te maken. Zie Wikipedia voor een uitvoeriger beschrijving.

Content creatie (presentaties / video / foto's / …)

Een belangrijk kenmerk van web2.0 is het laagdrempelig creëren en delen van content door iedereen met een internetverbinding. In zijn eenvoudigste vorm betreft dit het uploaden en delen van bijvoorbeeld video (Youtube, Vimeo), presentaties (Prezi, Slideshare) of foto's (Flickr, Picasa).

Crowdsourcing

Samentrekking van crowd en outsourcing. Het uitbesteden van taken (die normaliter door commerciële dienstverleners zouden worden gedaan) aan een grote groep mensen. Op zich geen nieuw verschijnsel (prijsvragen om slogans te verzinnen bestaan al langer tenslotte), maar via het internet is crowdsourcing een stuk laagdrempeliger geworden. Crowdsourcing is mogelijk voor zowel simpele als complexe taken (zoals het beoordelen van patentaanvragen en het oplossen van complexe wetenschappelijke vraagstukken).

Overige voorbeelden: All our ideas (crowdsourcing platform) Slechte dekking (website waar mobiele telefoongebruikers kunnen aangeven waar ze geen bereik hebben); het laten meten van stralingsdata na de nucleaire incidenten in Japan; het detecteren van aardbevingen via bewegingssensoren in laptops; RotterdamIdee; Breda-Morgen.

Documenten delen

Door documenten online te delen, kun je met veel personen tegelijkertijd aan een document werken, zonder dat je versieconflicten krijgt. Voorbeelden: Google documents, Zoho.

Freemium

Bedrijfsmodel waarbij het grootste deel van de klanten gratis ('free') van een dienst gebruik maakt. Een klein deel daarvan wil tevens gebruik maken van extra ('premium') diensten waarvoor betaald moet worden. Voorbeeld: Skype (internetbellen).

Friends

Het maken van persoonlijke relaties tussen gebruikers van een website of dienst. In Facebook heet dit friends, in LinkedIn connections.

Game mechanics

Vanuit de game wereld zijn motiverende spelmechanismes overgewaaid. Voorbeelden daarvan zijn leader boards (top 10 lijstjes, bijvoorbeeld: wie heeft de meeste content bijgedragen?) en badges (virtuele beloningen). De Britse krant the Guardian heeft door het slim inzetten van game mechanics haar website bezoekers weten te verleiden tot het doorspitten van 170.000 kostendeclaraties in verband met het schandaal van de fraude hiermee. Een ander aardig voorbeeld is de GPS navigatiesoftware Waze, waar gebruikers punten kunnen krijgen door met hun auto over virtuele bonusicoontjes heen te rijden (met het doel de kaartendatabase actueel te houden).

Gerelateerd

Het tonen van content die gerelateerd is, bijvoorbeeld “Mensen die X kochten, kochten ook Y”. Vaak worden deze relaties geautomatiseerd aangebracht, maar dit kan ook door gebruikers of webmasters gebeuren.

Information aggregation

Een aantal websites en software specialiseren zich in het aggregeren van informatie die elders beschikbaar gesteld wordt. Door het plaatsen van widgets met bijvoorbeeld nieuwsberichten of twitteractiviteit, kan een gebruiker een dagelijks actueel overzicht maken van relevante informatie. Voorbeelden: het ondernemersplatform voor Antwoord voor bedrijven (waar Nederlandse ondernemers hun eigen widgets op kunnen plaatsen), iGoogle en Netvibes.

Instant messaging

Het direct sturen van berichten naar één of meer specifieke gebruikers. Voorbeelden: Skype, Google talk, Windows live messenger.

Interessegroepen

Het aanmaken van groepen gebruikers op basis van een gedeelde interesse. De discussiegroepen op LinkedIn zijn hier een goed voorbeeld van.

Invites

Door gebruikers eenvoudig nieuwe gebruikers uit te laten nodigen, kan een site snel populair worden. Zie ook virale verspreiding & adresboek importeren.

Locatie

Mobiele telefoons met GPS en internet maken locatiegebaseerde diensten mogelijk. Een goed voorbeeld is de verbeterdebuurt iPhone app, waarmee een gebruiker eenvoudig plaatsgebonden suggesties kan sturen naar zijn gemeente.

Mashups

Door data uit verschillende bronnen te combineren, is het mogelijk om nieuwe toepassingen en visualisaties te maken. Je kunt bijvoorbeeld een kaart maken van hoe huizenprijzen samenhangen met de criminaliteit in een buurt. Enkele voorbeelden van mashups van overheidsgerelateerde data: Schoolvinder, Dakscan, Dutchstats, Vergunningenkaart, Misdaadkaart. Dat er met opengestelde data onverwacht creatieve toepassingen gemaakt kunnen worden, illustreren deze visualisatie met geluid van vertrekkende metrolijnen en deze mashup van muzikale Youtube video's.

Microblogging

Het publiceren van kleine stukken tekst (met persoonlijke of zakelijke inhoud). Twitter is het bekendste voorbeeld, maar ook Yammer, Posterous en Tumblr zijn populair.

Open data

Het openstellen van grote (overheids-) datasets in een eenvoudig te verwerken formaat, om hergebruik van deze data te stimuleren. Op data.overheid.nl zijn verschillende overheidsinitiatieven te zien. Activistenorganisaties als Hack de overheid stimuleren het openstellen van overheidsdata. De Engelse krant The Guardian heeft zich gespecialiseerd in journalistiek op basis van open (overheids-) data met hun Datablog. Voor enkele Nederlandse voorbeelden van hergebruik, zie mashups.

Platform

Een aantal bedrijven positioneren zich als platform waarvoor andere bedrijven uitbreidingen kunnen schrijven. Deze uitbreidingen voegen waarde toe aan het platform. Een voorbeeld dat zo bekend is dat je er bijna overheen zou kijken, is Microsoft Windows (het operating system is het platform, de software zijn de uitbreidingen). Deze strategie wordt ook gebruikt voor mobiele telefoons (zoals de app store voor de iPhone), websites (zoals Facebook applications) en software (zoals addons voor Firefox). Visionair Tim o’Reilly pleit ervoor om ook de overheid als een platform te zien.

Publiek vs. privé

Hierbij wordt gedoeld op het mogelijk maken van keuzes hoe openbaar door een gebruiker toegevoegde informatie mag zijn. In Google documents is het bijvoorbeeld mogelijk om een document voor jezelf aan te maken, om het te delen met specifieke personen of om het te delen met iedereen.

Rating / likes

Het geven van een waardering (rating) door gebruikers aan producten, ideeën, onderwerpen, etc. door bezoekers. Deze score kan gebruikt worden als sociaal filter om de beste producten etc. eruit te halen.
Voorbeeld: de webwinkel en boekensite Bol.com (merk op dat hier de reviews zelf ook gewaardeerd: hoe nuttig vond je deze review?).

Reminders

Door gebruikers steeds opnieuw te betrekken bij een website (vaak als er nieuwe voor de gebruiker relevante content is bijgeplaatst), blijft een gebruiker terugkomen naar een website. Facebook en Linkedin doen dit erg goed. Zie ook: virale verspreiding.

Retweets

Het doorsturen van berichten aan je eigen netwerk. Meer algemeen kunnen we hier het doorplaatsen van content onder verstaan. Op deze manier kunnen berichten zich snel verspreiden over een netwerk (zie virale verspreiding).

RSS

RSS (Really Simple Syndication) is een simpele en veelgebruikte techniek waarmee informatie verspreid kan worden. Je kunt je abonneren op zogenaamde RRS feeds, waarbij actuele content naar jou toegebracht wordt (in plaats van het herhaaldelijk bezoeken van een site om te zoeken op nieuwe content). Vaak wordt dit gebruikt voor nieuwe informatie die op een website geplaatst wordt (artikelen, nieuwe banen die aan je criteria voldoen, etc.). RSS feeds kunnen worden gelezen met bijvoorbeeld Google Reader of Reeder (op de iPhone).

Samenwerken

Veel web2.0 sites faciliteren samenwerking. Bijvoorbeeld aan een document, een collectie bookmarks of een project.

Sharen / forwarden

Het eenvoudig mogelijk maken van het delen van informatie, bijvoorbeeld het doorsturen van evenementen, links, etc. Vergelijkbaar met retweets.

Social filtering

Door te kijken naar bijvoorbeeld ratings, hyperlinks en retweets komt de meest relevante (of in ieder geval de meest populaire...) content bovendrijven. Gezien de enorme dagelijkse informatiegroei op het internet, is dit een belangrijk filtermechanisme om het kaf van het koren te scheiden.

Sociale netwerken

Websites waarbij het draait om de persoonlijke connecties van de gebruiker. Voorbeelden van generieke sociale netwerken: Facebook, Hyves, LinkedIn en Yammer. Voorbeelden in de overheid: Ambtenaar2.0, Guus en PIANOoDesk.

Taggen

Het labelen / categoriseren van informatie, vaak door gebruikers van een website. Soms zijn deze categorieën vrij te kiezen, soms is er een beperkte keus mogelijk. Een voorbeeld is Delicious, waarbij websites getagd en gedeeld kunnen worden.

The Long Tail

Voor het internet kwam het grootste deel van de winst van een bedrijf vaak uit de top 10 of top 100 producten van dat bedrijf. Doordat het zoveel goedkoper is geworden om een enorme hoeveelheid (al dan niet digitale) producten in voorraad te houden en dat de transactiekosten zo veel lager zijn geworden, leveren de producten op de 101ste tot de miljoenste plaats bij elkaar meer inkomsten op dan de top 100 producten. Dit fenomeen doet zich bijvoorbeeld voor bij muziekwinkels op het internet en Google adwords (waarbij ondernemers specifieke advertentiecampagnes kunnen voeren).

Virale verspreiding

Virale verspreiding is het laten groeien van de hoeveelheid gebruikers van een website of specifieke content doordat gebruikers nieuwe gebruikers kunnen uitnodigen. Als iedere nieuwe gebruiker daarbij uiteindelijk meer dan 1 nieuwe gebruiker oplevert, dan groeit de hoeveelheid gebruikers. Dit verschijnsel is op zich niet nieuw (denk aan piramidespelen), maar wordt wel vereenvoudigd door de laagdrempelige mechanismen waarmee informatie zich kan verspreiden op het internet. Zie ook: invites.

Widgets

Widgets zijn een soort mini-websites die een simpele functionaliteit bieden. Deze widgets (ook wel gadgets en soms ook apps genoemd) kunnen worden opgenomen in een andere website of in een persoonlijk overzicht. Een concreet voorbeeld is een widget waarmee je de weersverwachting voor een bepaalde locatie kunt tonen. Op deze manier kan informatie gemakkelijk op verschillende plaatsen worden ontsloten. Voorbeelden: apps voor het ondernemersplatform, overheidsgadgets van de Verenigde Staten.

Wiki's

Documenten waar iedereen mag kan meewerken (al dan niet na het aanmaken van een account). Hieronder ligt het algemene principe ten grondslag van het bewerken van content die de gebruiker niet zelf gemaakt heeft. Vaak zijn er mechanismes in werking om vervuiling door spammers tegen te gaan, zoals het kunnen terugdraaien van een bewerking. Het bekendste voorbeeld is uiteraard Wikipedia. Nieuwe wiki's maken kan via Wetpaint en Wikia en natuurlijk Pleio. Zie ook: documenten delen. Binnen de overheid faciliteert Nederland Open In Verbinding (NOIV) een wiki over open source en open standaarden.

Nogmaals: heb je aanvullingen of verbeteringen? Weet je meer aansprekende voorbeelden? Werk dan mee aan het verbeteren van deze wikipagina door links in het menu op 'bewerk pagina' te klikken!

(Deze wikipagina komt voort uit een blogpost op ambtenaar2.0 en op Social Zoo.)

Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers